JUMS 1929 n^,si(^i X S^.^>? ^/c/^.C OSTO UITLEGGING \'AN BE TITELPLAAT. ^efchaafd vernuft c!i kunst bciluurdcn het penceel. Ia ieder omtrek vaa die fprcekende Tafreel. 't Graveerftift van PiiiLiPS, v/is zal dien arbeid wraken? Tracht Veldma\s zinrijk Werk beilcndiger te maken, En Kosters nutte vond verfcliaft gelegenheid, Dat beider kunstwaardij zich met dit Éoek verfpreidt. Ik zie mijn 's Vaders beeld, Iaat dit de Nijd mishagen. Op 't zedige gelaat het blijk van kunde dragen. De Lijkbufch naar den fmaak van 't oud Romeins gemaald, Die op het middelpunt van 't zwierig Kroonltuk praalt, (Zo weet de Kunst haar fchoon zelvs aan het grav te ontrukken) Dient om 's Mans kiefchen fmaak in de Oudheên uittedrukken. De Bufch, op ieder hoek der bovenlijst gcplaast. Ontbreekt geflcpe glans, dien 't Marnier van zich kaast, Dan geenfmts de achlb're tooij van 't oude werk vermogen. Verrijst Germanjers ! Hoor mijn Schrijver dit betogen. Nooit is uw goed vernuft met zo veel klem bepleit (i). Der Ouden wapentuig uit harden ftcen bereid, Die met de Lamp en Kruik om één der Zuilen buigen , Verilrekken hem een wolk van wettige getuigen. Het Speeltuig, Zwadde (2} en Korf, aaa d'and're Zuil gcflrikt Verbeeldt, hoe ook zijn brein zich tot de Digtkunst fcliikt, En hoe wij door zijn pen (3} de woorden Moer en Vennen , Den oorfprong en den aart der Drentfche Veencn kennen. De Laad met Vlinderen, de Schelp, het Zeegcwas In 't los Feston gchcgt, het giftig Adderras En goede Ringfiang op den grond door een gevlochten Speelt op zijn onderzoek van die Natura' gewrochten. Natuur wint lof door hem, hij weder door Natuur, En ik ontftcek mijn liclit aan vonkjes van hcur vuur, (4) BARBARA PJARIA van LIER. (r) Zie Oudheidkundige Biievcn in den jare 1760 uitgegeeven. (2) Zwadde is een v.-erkcuig, 't geen men inde Vcenen gebiuikt, om lange Tuif te flcl:cn.' (3) Dit (luk Briefswijze aan den Beroemden Hcogieeraar van Doeveren gefchrecvcr,, l- ;ii voor eenige jaren afgedrukt, dan om tuslchcn beiden komende omftandit'heden no ' 'nxt uitgegeven. " ° (4) Dit vers heeft de laatste befchaaving niet kunnen cndci gaan, dcordicn de Mackflci j]:ct lang na het eerste ontwerp is overleeden. '^. '^itina^^^c^ . T1. Onder de Dieren , die in het een en andere gedeelte van ons Geme- nebeft gevonden worden , en waar van men in het bj'zonder geen nauwkeurige befchryvingen , en noch veel minder juifte afbeeldin- gen gegeéven heefc; ja, die niet alleen by veele Inwoonders der an- dere Geweften , maar zelve van de- ze Landfchap niet anders dan nauw- lyks by den naam bekend zyn , be- horen buiten tegenfpraak ook de Slangen en Adders. Immers de arbeidzame onder- zoeker der Natuur , de Heer Hout- tuin, orgtieil tous ces dejjeitis particuliers; il ne lui ejl point du tout indifférent comment il emploie fes facultés intel- lect miles , relativement d toutes ces chifes. Par mis lesAnimaux, qu'on ren- contre dans quelques endroits de cette République , £? dont on na puhlié aucune defcription particu- liere qui fut exa&e , ui aucune f gure bien faite , 6? qui ne font presqu^ tmiquement connüs que par leur nom , pas feulement aux Habitans des autres Provinces , mais même a ceux du Pays de Drenthe, il ne faut pas manqaer de placer les Serpens 6? les Vi- péres. Puisque niême Monfeur Hout- tuin, ce Naturalifle laborieiix, Ca d C ® 20 ® ) TUIN , die de Nederlanders aan hem verpligc heeft, door het uit- geven van die algemeene Natiiur- lyke Hiftorie , gefchikt naar het Za- menftel van den voortreffelyken LiNN^us , fchynt zelve nog niet genoegzaam, aangaande onzeNe- derlandfche Slangfoorten , onder- ligt te zyn : want ik kan (dus fchi-yft hy) nauwlyks begrypen , dat onze inlanêfche Slangen van eene zelvde foort zouden zyn i dewyl derzelver woonplaats in zandige Heyden of in Moerajjen en in het Water zo veel verfcbild; en hy fchynd zelvs niet te durven bepalen, ofonzeNeder- landfche Slangen , Dieren van bei- derlei leven (^Ainphihia^ genoemt moeten worden. Ce) Ik zal deze twy- (e) Natuurl Hiftoric, öeDeel ,b].3-'9. a qui les Hollandois font redeva- bles de eet te Hifi oir e Naturelle générale , rangée felon Ie Syfle- nie du celebrs Linn^us, ne pa- rolt pas encore fiififament in- frriiit , ni poffeder des connoi(fan- ces affez étendties^ relatlvement aux efpcces de Serpens de ces Provinces: j'ai pcine a concevoir (yoila comme il s'exprime') que nos Serpens indigénes foient tous de la même efpéce, d'autantque leur habitation dans les Bruyé- res fablonneufes, dans des En- droits marécageux & dans TEau efb fi differente ; S H n ofe même détermincr fi Ie'! Serpens de ms Pays-Bas doivent être iiommés des Amphibies. (e) 'Je ferai dis- (_c) Hijioire Naturelle, tome 6, i'. 379. C © 21 © twyfelachtJgheid , ten opzichte van de Slangfooften , dewelke in dit gedeelte van ons Gemenebeft ge- vonden worden, tragten weg te ne- men , en met dat ooo;merk dezelve zo nauwkeurig als my mogelyk is befchryvén, en derzelver eygen- fchappen, voor zo verre my die uit eygene befchouwing en her- haalde narpeuringen,of uit toever- latige berichten zyn bekend ge- worden , mededelen; waardoor men in ftaat zal worden gefteld , om onze Slangfoorten met diegeene, dewelke in andere Landen gevon- den worden, te kunnen vergelyken. Ik vertrouwe hier mede aan dat gedeelte der Nederlanders geen ondienfl te zullen doen, die met de kennis der Vaderlandfche Na- tuur- disparêitre ce doute, retativement aux efpéces des Serpens quon troiive dans cette partie de la Republjque , £? lês dècrirai aiijft exn&ement qiiil me [era pojjible-, en faifant mention de leurs pro- priet ês autant quelles me font con- nues, foit par ma propre ohferva- tion S des recherches réitéréesj foit par des rapports que Sautres m'en ont rendiis, par oii ï'on fe- ra mïs en ètat de comparer nos efpéces de Serpens avec cetix quon trouve dans Sautres Pays. Je crois rendre par la tin grand fcrvice a ceux de mes Compa- triotes , qui tdchent d'augmenter leurs connoijfances par Fétude de C 3 fHu ( © 22 © ; tuurgefchichten, derzelver kundig- heden trachten te vermeerderen. Dan het fchynd my toe, dat het byna onmogelyk is , zodanige juifle befchry vingen van deze Dieren te kunnen geven , waar door de Le- zer in Itaat kan gellelt worden , om zich een volledig begrip van der- zelver gedaantens en verwen te kunnen vormen ; en het is uithoof- de van dit gevoelen, dat ik het noodzakelyk achte, om by deze befchryving wel getekende en nauwkeurig gekleurde afbeeldin- gen te doen voegen : de Tekenkonit overtreft in dezen opzigte de afge- richtfte Schryf konft ; immers het is een der raoeyelykfte zaken voor, . eenSchryver, om zich van een Le- zers verbeelding meeller te maken. Nie- VHiJloire Naturelle de leur Ta- trie. 11 me paroït cependant presqu' hnpojfihle de rendre les defcrip- tions de ces Animoux fi accomplies , quelks puijfent donner aux Le- 6teurs une par fait e idéé de leur figure 6? de leur couleur; cejl pourquoi je crois quil ejl nèces- faire, d'ajouter a eet te defcription des figures hien dejjlnées ^ ex- aBement colorées ou enluminées : le de[fein furpajfe a eet egard les defcriptions les mieux fai- tes; car c'ejl une tache des plus difficiles pour tin Autheur <, que de fe rendre maitre de llmagina- iion des LeSteurs. Je o c e 23 m ) Niemant echter vertrouw ik , dat iets volmaakts van my zal vorde- ren ; immers wie doch weet niet hoe de allervoortrefFelykite Kon- ftenaarzich gebrekkig moet erken- nen , om de onnavolgbare Natuur natebootzén. Dog ik moet, aleer ik verder voortfchry ve , myne Lezers doen opmerken, dat de mindere of meerdere ouderdom van fommi- ge Dieren , en de jaargetyden , waar door hunne driften meer of minder werkzaam fchynen , eene zeer mer- kelyke verandering, zo in derzel- vcr gedaantens als kleuren ver- oorzaaken. Dit kan met verfchil- lende voorbeelden bewezen wor- den. Ik zal echter maar alleen ge- bruik maken van den Korhaan , een Dier ye me flatte cependant quon nexigera de moi rien de parfait en ce genre; car perfonne tiigno- re, que Ie plus excellent Artijïe ne doive fe reconnoitre ittcapa- hle d'miter la Nature inimita- lle. Avant de continuer mon fit jet, il faut que je fajfe remarquer a mes Le&eurs; que rage plus ou moins avance de ccrtains Ani- mauXi ê? que les faifoiis, pendant lesquellcs leurs paffwns paroiffent plus OU moins acfives , produifent im changement tres conjïderahle , tant dans leur f gure que dans leurs couleun. Ceci peut fe démontrer par diferens cxemples. Je liem- ployerai cependant que celui du Coq de bruyére , animal quon troU' C © 24 © ) Dier het geen in deze Landfchap mede gevonden word; en welk Dier jong zynde, roetkoleurige of bruin geele met zwart geftippelde Vederen heeft, dewelke nooit aan de Ouden gezien worden; ja welk Dier aan die geenen,die het zelve nooit anders dan in den Herfft of Winter gezien hebben , in de Len- te byna onkenbaar moet voorko- men; immers de fmalle bleekro- de halve ringen , die in den Herfft en Wintertyd het bovenlle ge- deelte der Oogleden omringen, breydenzich in de Lente byna over het geheele bovenfle gedeelte van het Hoofd , me-t kleine rechtflan- dig verhevene en karmozynrood gekleurde Vedertjes , zeer fierlyk uit, en vormen als een pruik over de trouve pareillement dans Ie Pays de Drenthe, ^ qiii a dans fa 'leimejfe fur plufieurs endroits de f on corps des Plumes Sun brun jaundtre avecde petitestaches tioh'es, lesquel- les fie s'appergoivent jamais oux vieux Coqs de.bruyére , dejorte que eet /Inimal dolt être presque me'connoijfüble au printemps a 'ceux qui ne ïont vu que pendant VAu- tomne ou rtlyver ; car les arcs deliès d'un rouge pdle , qui en- tour ent pendant- lAutomne 6? rHyver la partie fuperieure des Paupieres, s'épanouijjent fort dé- licatement au Printemps presque fur toute la partie fuperieure de la Tête, par de petites Plumes cramoifies rangèes en forme Sai- grette, qui sêtendant fur les Plu- mes C © 25 : de glinfterende blauwe Pluimen, waar mede de Hals en Rugge van dit fraye Dier behangen zyn. De Eorft zet zich in een bolronde ge- daante op ; de Staart laat heur wit gekleurde Slagpennen , door wit- te Dons opgeheven en onder- fleund , uitgebreyder befchouwen ; en over het geheel genomen , fchynd het Dier moediger , en alle deszelvs Vederen , als door een natuurlyk en doorfchyncnd Goud- vernis opgeluifterd. Het is niet moeyelyk , wanneer deze aanmerking word in het oog gehouden , dereden te ontdekken , waarom men dikwils verfchillende, zo al geen geheel flrydende be- Xchryvmgen aantreft , of niet over- eenflemmende hoord oordelen, .niet nies d'un hku Itiifatit , qui coti' vrent Ie Col &' Ie Dos de ce bel Oifeau. La Poitrine {avance ö* s''élêve en hojfe; la Queue étale fes grojfes Plumes Manches, 6? tout; rAnimal a un air plus courageux^ tout fon Plumage femhle reluire au travers d'un vernis d'or na- turel, qui lui communiqué fon lu- flre S fon cdat. En ne perdant pas de vue cette ob- fervation, il nejl pas dijficile de dé- couvrir la raifon,pourquoi fon ren- centre fouvent des defcriptions ■, ft non tout a fait oppofées lune è Pautre, du moimfort différent es entre elles, pourquoi l'on entend porter des juge- D merK ( ® 25 © ; niet alleen betreffende de kleu- ren , maar ook over de gedaantens van fommige Dieren , en meer- malen zodanige afbeeldingen ziet afkeuren, die echter nauwkeurig genoeg, en overeenkomftig de v;aarheid , zyn voorgefleld. . Het is overzulks nodig , wan- neer men zich een volledig denk- beeld van een dierlyk Wezen vor- men wil , dat men het zelve alle jaargetyden door, nauwkeurig ga- deflaat ; intusfchen diend het geen tegenfpraak te lyden, of men be- hoord by de afbeelding , altoos dien Haat te verkiezen , waar in zich het Dier volmaaktft voorfleld. Nog eene andere aanmerking kan hier worden bygevoegt , na- mentlyk, dat alle natuurlyke We- zens, mensfi contradiStoires ., mnfeukment par rapport aiix couleur s , mais atisji par rapport a la forme de certains Animaux , 6? pourquoi fon défa- proitve ft frèquemment desfigareSf qui font cependant affez exaSiement S? fidekment rendues. Par conféquent il efl nêcejfaire, lors quon veut fe former unejufJe idéé d\m Animal , de ïoiferver foigneufement pendant toutes les faifons de Vannêe: & lorsquon en puhlie des figures , il faut fans contredit toujours préferer celles qui repréfentent VAnimal dans fa plus grande perfeSiion. 11 y a encore tint autre ré' flexion a faire-, favoir que tous les Etres naturels, quoique de la mi' C ® =7 © ) zens , ongeacht dat zy gelykfoor- tig zyn , echter in eenige byzon- dcrheden van den anderen onder- fcheiden en kenbaar zyn , en wel in diervoegen , dat er in het gan- fche Natuurryk, geen twee We- zens in alle byzonderheden vol- maakt overeenkomftig , en juifl: in alles gelykformig, gevonden wor- den : en wel in het byzonder heeft dit verfchynzel by het gedacht der Slangen plaats. In geheel Indien, zegd de Heer LiNNiEU», zyn geen twee Slangen van eenerley kleur aantetrefFen. ByHAssELQUisT leest men van Slangen (f) , die van kleur zouden ver- (ƒ) Reyzen, 2de deel, bl. 139- num. Lxiii. Zie ook de Reyzen van Shaw, ifte deel, bl, 269. même efpece, different cependant Ê? font reconnoijjables par qiid- ques particularitéi ; jusque Ih mê" we, que dans toute la nature il ne fe trouve pas deux Etres , dont toutes les particularitês Joient en- tierement femblables , êP tont a fait conformes entre elles: ce phé- nomene a lieu particulierement dans Ie genre des Serpens. Dans VInde entiere on ne ren- contre paSi felon Monfr. Linn^us , deux Serpens de la même couleur. Hasselquist Qï^ fait mention de Serpens , qui changent de couleur , D 2 com- (f) Vo-jages Tom. 2. pag. 139. n. Lxiii. Voyez ausji les Voyages de Shaw, tom, I. pag. 269. de l'edit. holland. C © a8 ® ) veranderen , even als men van den Kamelion verhaald , naar de hoe- danigheid der gronden , waar op men deze Dieren aantreft: en Pli- Nius fpreekt als van eene bekende zaak, dat veele Slangen de kleur der gronden aannemen , waarop zy haar verblyf houden, (g) .De Heer Daubenton tekent aan , dat er Slangen zyn , welkers zwarte vlakken zomwylen geheel verdwynen. (/;) Die men in het Diemerraeer vind, zyn, volgens het getuigenis van den Heer Houttuin , ook van kleur merkelyk verfchillende, (?} Zonder my met het onderzoek thans (g) Hiftor. Natur. Lib. vin. cap. 28. (ib) Encyclopedie op j^Jpk. (i) Natuurl. Hiflorie , 6e deel, bl. 379. comme on taffure du Caméléon, fclon la qualitê du fol, oh on les trouve: 6? Pline marque com- me une chofc connue, que plufieurs Serpens preunent la couleur du terrein oU ilsfe tiennent ordinaire- inent. (g) Monfieur Daubenton rappor- te^ quily a des Serpens^ dont les taches mires disparojjfent quelque- fois entierement. (h) Ceux qae fon trouve dans Ie Lac de Diemen QDiemermeer') different aus- Jijelon Monfr. HouTTUiN,(iJ) beau- coup en couleurs les uns des autres. Sans rechercher pour leprefent, jus- (g) Hijl. Nat. lib. vin. Cap. 28. (h) Encyclopedie au mot Afpic. (i) Hij}. Nat. Tem. ö.pag. 379. ( @ 29 ® ) 'thans optehouden, -hoe verre de- ze getuigeniflen met de waarheid overeenkomftig zj'n, zal ik hier nog maar alleen by voegen , dat de aflegging der oude Huid , de Slan- gen een veel frifler en jeugdiger ge- daante verfchaft ; haar nieuwe Kleed vertoond nieuwe en leven- diger verwen. Het kenbare verfchil tuflchen eenfoortige Dieren is, opzichte- lyk veele anderen , zelvs boven vermoeden , aanmerkeiyk ; een enkel voorbeeld zal uit veelen ge- noeg zyn , om dit aantetonen. Een Herder, wiens zorge eenige horderde Schapen, aan verfchil- lende Perfonen toebehorende , zyn aanbetrouwt , gelyk dit ge- bruik meeft algemeen in deze Land- | jinqu'' a qtiel point ces ohjervations fe trouvent cmformes a la vérité, fajoiiterai feulemetU , que les Ser- pens acquierent, en dêpofant leur ancienue Peau, im air de fraicheur G? de jemejfe , qui leur vient de leur nouvelle Peau, brillante de nouvelles ^ de plus vives cou- leurs. La différence remarquable, qui fe trouve entre des Ammaux de la même efpece, efl, en comparai- fon de beaucoup d'auires Animaux, bien plwi confidérable qtCon ne fe rhnagineroit au premier abord; un feul exemple fuffira pour Ie demon- trer. Un Berger, auxfoins duquel plujieurs centaines de Brebis,appar- tenantes ^ diférentes Perfomm ,font con files, comme celafepratiquepres- D 3 que ( 30 ® ^ Landfchap plaats heeft; zal zich geen ogenblik bedenken , om den Eigenaar van ieder Schaap, aan hem die nieuwsgierig genoeg is, daar na te vernemen , aantewy- zen , terwyl de Vrager tusfchen verre de meeften van die Kudden , niet het geringde onderfcheid heeft opgemerkt. Ik heb nodig geacht deze aan- merkingen te doen voorafgaan, met oogmerk , om niet alleen het overylende , maar ook het voor- ingenomen oordeel , zo veel moge- lyk tot bedaarder onderzoek te bepalen , wanneer men in deze be- fchryving, of in de afbeeldingen derDrentfche Slangen, berispens- waardige feilen mogte menen te ontdekken : intufTchen zal het my altoos que généralement dans ce Pays; m halancera pas im moment-, lors qiCil s^agira de fatisfaire quelque cu- rieiix , qui voiidroit connoitre It Propriètaire de chaqiie Brehis en particulier; pendant que celui qui s" en informe,na pas appergu la moindr& différence entre la pluspart des in- dividus de ce Troupeau. J'ai cru qull faloit faire pré- céder ces réfiexions, afin de préve- nir par la, autant quil ejl posfi- hle, les jugémens trop précipités , S les préjugés, £? afin qu" on port df plus de moderation dans r examen, lors qu'on croira découvrir dans cette defcription, ou dans les fi- gures des Serpens du Pays de Drenthe, des faut es ó corriger: en attendont on me f era toujours plai- C© 31 ® ) altoos tot vermaak verltrekken, om met bedaartheid , van myne dwalingen onderrigt te mogen wor- den. Drie foorten van Dieren wor- den in de Landfchap Drenthe ge- vonden, die tot het geflacht der Slangen behoren , en men heeft aan dezelven de namen gegeven van SLANGEN. ADDERS. HAZELWORMEN. De eerftgenoemde foort is op de eerlle, de tweede op de twee- de, en de derde op de derde ag- ter gevoegde Platen , zo nauw- keurig als my mogelyk was , af- gebeeld. Som- plaiftr , quand on voudra nCindi- quer Sunefagon bonnête^leserreurs dans les quelles je pourrois êtn tombe. Il fe trouve dans Ie Pays de Drenthe trois fortes d'/inhnauji appartenans au genre des Ser- pens ; on leur a donné les mms de COULEUFRES, De FIPERES, Et D'ORFETS. La premiere de ces efpeces eji re- prefentée dans la premiere^ lafecon- de dans la feconde , gf la troijiême dans la troifiême Planche, qu'on trou- ve d, la fin de ce mémoire, ausfi ex- a^ement qull nia êté pcsfible. Dif^ C © 32 ) Sommigen onzer Landlieden voegen by deze drie nog eene vier- de foort, dewelke tot de Waterdie- ren zoude behoren , immers der- zelver verblyf in die vloeybare Hooftftoffe zoude houden. Dan ik heb geen moeyte nog naarvor- fchingen gedurende eenige jaren verzuimt, om deze Water-flang- foort in deze Landllreek te ont- dekken, echter zyn mync pogin ■gen vruchteloos geweeft, en ik achte ook alles wat men daarom- trent voorwendt, onwaarachtig; maar men heeft ligtelyk en ter goe- der trouwe kunnen dwalen , wan- neer men de eene of andere onzer Slangfoorten meermaalen heeft zien zwemmen, welke kunfl by- zonder door de eerftgenoemde foort , Differentes Perfomies de ce Pays ojoutent a ces trois efpéces de Serpens une quatriême ejpéce, qu'on devroit mettre au rong des Ani- maux aqiiatiques^ d'autant quelle habite dans ce fluïde element. Qiioique je naie èpargné pendant plufleiirs années, ni peines ni re- cherches, pour découvr'tr cette e- fpéce de Serpent aquatique dans ce Pays, je ny ai cependant pas pil reusfir , ë? je najoute aiicune croyance h fout ce qu'on dehite a ce fujet; car on a pu fe tro^n- per facilement (^ de la meilleu- re foy du monde , en voyant (t differentes reprifes, rune ou Yau- tre efpéce de nos Serpens qui nO' geoknt ; ce que la premiere efpé- ce C@ 33 ® ; foort , die men Ringflangen noemd , meefterlyk geoeffend word , waar door zy veeltyds hun leven redden, wanneer dezelve door INIenfch of Beeft vervolgd worden : de Schepper heeft elk Dier eene natuurlyke vrees voor hunne vernietiging ingefchapen. Om myne onderwerpen onder- fcheiden te leren kennen, zal ik eerft aantekenen wat tot elk foort in het byzonder behoord, en ver- volgens het geene dezciven met omalkanderen gemeen hebben. De Heer Linn.eus en anderen noemen de Slang, wiens afbeel- ding en befchryvnng ik myne Landsgenoten eerft mcdedeele , Coluber Natrix. Het ce, c'ejl a dire la Coiiletivre, fgaii faire parfoitemeiit bien, parohils fauvent fouvent la vie , lorsqiie des Hommes ou des Bet es les poiir- fuivent : Ie Créatetir a fait naitre dans Ie coeiir de tont Animal wie crainte naturelle de fon anèantijje- ment. • Poiir qiion acquiere des lumieres dijlin&esfur lesfujets que je traite, je marquerai premiérement ce qui appartient a cJiaque efpéce en parti- culier-, 6? eufuite ce qnclles ont de commun entre elles. Monfieur Linn.eus Êf d'autres Auteurs mmment Coluber Natrix, la Couleuvre , de la quelle je dmne ici ^ en premier lieu ■) la reprèfenta- tion êP la defcription d mes Compa- triotcs. E Les C ® 34 © ) Het is de Natuuronderzoekers bekend, dat deze Geleerde den naam van Cohther geeft aan die foort van Slangen , dewelke den Onderbuik met Schilden, en het onderfle gedeelte der Staart met dm bbcn bezet heeft (^), en dat hy,in zyne rangfchikking der Die- ren van tweederley leven , (/) de kruipende, Qiri) in den tweeden rang heeft geplaatft. Door den Heer Gronovius (jï) word {k) Coluler, fcuta abdomi?ialia,fqunmae caudaJcs. (/) Ampbüia. (m) Serpentia , os refpirans tantum pul- monibus , PedesnuUii Pinnaeve natatoriae nullae, Aures nullae. Likn^sus Syjlema Naturae, Tom. i. Edit.xii. (n) Vid. Hijlor. Ampbibiorum Niim. 27. Les Natiiralijïes nignorent pas , que eet illitjlre Sgavant donnelenom de Coluber a cctte efpéce de Ser- peiis , dont Ie veiitre ejl garni d^ecail- les fcitt'iformesy &' dout la partie inférieure de la queue ejl couver- te d'ecaiUes ordinaires: (k) & que dans fa clasfification des Animaux amphihies (V) il a adjugé Ie fe- cond rang aux reptiks (ra}. Monfieur Gronovius (n} nom- tne Q (k) Coluber, fcuta abdominalia, fqua- mae caudales. Q) Amphibia. (m) Serpentia , os refpirans tantumpul" monibus , Pedes nulli, Pinnaeve nata- toriae nullae , Aures nullae, LinnjEUS Syftema Natur. Tom. i. Edit. xii. (n) Vid. Hiftor. 'Amphib. Nuni. 27. pag- C ® 35 © ) word deze Slang insgelyks Coluber genoemd. Daar is onder de Nederlanders die dit Dier den naam van Heyaal geven; echter word dezelve in het algemeen Ringflang genaamd : de Franfchen noemen dezelve Couleii- vre a Collier. De reden van deze benaming is, om dat men agter den Kop , op den Hals van dit Dier twee witte vlak- ken, eenigcrmaten naar een Hals- band gelykenende , gadeflaat; de- ze 27. pag. 63. ö* Zoöpbylac. png. 23. num. 113. Seba noemt deze Slang, Ophis indigena tuberofus. lid, Tbef. Vol. I. p. 6. De Natrix pleegd ook wel eens Poly- Jlepbes, of gekroonde, ins^e]yks Hydms genoemd te worden. me ausfi ce Serpent Colu- ber. On trouve des Auteurs Hollan- dois qui nomment eet Animal Hey- aal ; il port e cependant communement Ie mm de Ringflang, oa Coukuvre a amieau : Ie nom que les Francais lui donnent ejl celui de Couleuvre a Collier. La raifon de cette dénomination e/l fondée fur ce que l'on appergoit derriere la Téte fur Ie Col de eet Animal, deux taches hlanches, qui rejfemhlent en quelque fagon a iin Col- pag. 63. & Zoöp^hylac. pag. 23. Num. 113. Seba nomme ce Serpent, Opbis in- digena tuberofus, Vid. Thef. vol. I. pag. 6. E 2 c m 36 © ') ze Ring of Band is by het Manne- tje, welke, over het geheel geno- men , flerker kleuren dan het Wyfje heeft, zomwylen ligt geel, zomwylen orange of vuurkleurig, waar agter twee van een-wykende en puntig eindigende zwarte vlak- ken geplaatft zyn, dewelken by de witte Halsband en ligt blauw- agtige of olyfkleurige Rug-fchub- ben, in diervoegen affteken, dat dezelven op dien afiland , tot de- welke de meefle Menfchen, de Slangen, niet zonder vrees, dur- ven naderen , eveh als waren' het verhevene en boven het Hoofd uit- Itekende punten, zich vertonen, en deze hebben in der daad eenige gélykenis met het voorfle gedeel- te van fommige Straalkronen , die de Collier ; chez Ie Male , clont les coiikitrs font en général plus vi- ves que celles de la Femelle, eet Anneau on ce Collier ejl quelque- fois cïun jaune clair , quelquefois couleur dorcinge ou de feu , derrié- re leqncl fe trouvent deux taches noires, divergent es, 6? fe termi- iiant en pointes , lesquelles tran- chent tellement avec les écailles hlanches du Col 6? celles du Dos , qui font Sun lleu clair ou dhine cou- leur olivatre, quelles paroijfent h cette difancef a laquelle la plus- part du monde craint même d'appre- cher des Scrpens, comme des pointes eminent es i faifant faillie au desfus de la Tête , &^ qui ont en effet quelque rapport avec la partie anterieure de eert ai nes Couronnes a rayons, qui cei- c ® 37 e D de Keyzerlykc Schedels op deRo- meinfchc Munten omringen. De flcrke mdrukkcn, die devcrbeel- ding plecgd te maken , voed by my- ne Landgenoten het vooroordeel, even als of zich in dezeLandfchap Kroondragende Slangen zouden ophouden. Was deze dwaaling de eenig- He, die de vrees, door het voor- oordeel onderfteund , zo waar- achtig als een onfeilbaar Geloofs- artikel wilde doen doorgaan , en welkers weerbarftigen aart , door de overtuigendite welfprekendheid , niet kan ondergebragt worden !hoe gelukkig zoude zulks voor deWe- tenfchappen zyn ! Maar helaas ! derzelver aantal loopt in het on- eindige. De ceignent la Têto des Empereurs fitr les Medailles Romaines. La forte impresjion , que Vimagina- tion laiffe apres foi , entretient parmi nous Ie prejugé, de croi- re, quil y a dans ce Pays des Sej'pens a Tétes couronnèes. Qtie n'eji celafeule erreur, que la crainte étayée du préjugé tdche de faire pajfer pour mie vèrité ausfi certaine que rarticle de foi Ie plus inconteflable , S dont Ie naturel opinidtre ne fauroit être vaincu ni foumis par féloquence la plus perfuafive ! quel bonheur ne fe- roit ce pas pour les Sciences! Mats hélas ! Ie nombre des erreurs eft innombrahle. Ee 3 Vrais C @ 38 ® ) Den toenaam Natrix, heeft men waarfchynlyk aan dit Dier gege- ven, wegens deszelfs vermogen, om zeer gezwind te zwemmen, alhoewel het van deze hebbelyk- heid meeft gebruik pleegd te maa- ken, om zyne vervolgers te onf- wyken, of om de eene of andere dringende reden naar de overgele- gen oever van een Sloot, Beek of Rivier zich te begeven, en over- zulks alleen, om een naderend ge- vaar of gevreesde nood, te ont- vluchten ; en mogclyk begeven zy zich nu en dan ook te water om zich te reynigen of te verkoelen. DeRatelflang door den Heer Vos- MAAR befchreven , kroop dikwils door een Kom met water, en zom- tyds leyde hy er zich in neder. De Vraifemhlahlemmt on a donnè a eet Animal répithéte de Na- trix, a caiife quil nage avec ime "vélocitè Jurprenaiite, qtioiqull fie faffe ufage de ceite facultè que pOHf éviter ceux qui Ie pourfiii- veni , OU pour fe rendre par quel- que raifon preffante, mi hord op- pqfé d'un étang ou d'une Rivié- re , (£? ceh feulement, pour fe fouJJraire a tin péril quil voit approcher-, ou a tiii hefoin quil craint ; S p^ut être vont elles misji de temps en temps h Veau pour fe nettoyer ou fe rafraichir. Le Serpent a fonnette., dont Mon- fieur VosMAAR a donné une de- fcription , rampoit fouvent dans un biisfin ou il y avoit de reau, 6? quelque fois il s'y couchoit. La ( '® 39 ® ) De Kop van dcRingflang islan- jicr dan breed , en breeder dan diep of dik; het agterfcc gedeelte is uitgedrekter in breedte dan het voorfte ; overzulks deze Slange- kop de gedaante heeft van eene platachtige halve ruit met flompe hoeken. De Schubben of Schilden op de Kop zyn de grootfle van allen, en aan elkander zo wel als aan de overige Schubben der Slang, on- gelyk; zy voegen zich echter re- gelmatig naar de gedaante der Kop, en derzelver getal beloopt om de tv\-intig. De Bek kan zo verre als de Ka- ken zich uitftrekken, of tot daar de Hals begind , worden geopend ; het geen voor deze Dieren nood- zaak- La Tête de la Conleuvre a col- lier efl plus longue que large^ &' a plus de largeur que de grosfettr OU dépaisfeur ; la partie pojférieu- re efl plus large que lanterieure; d'autant que la Tête de ce Serpent resfemhle a un demi carreau applat- ti, dont les angles font ohtus. Les Ecailles fcutiformes du des- fus de la Tête fout les plus gran- des de toutes , 6? different autant entre el les , quelles font different es des autres Ecailles de ce Serpent; elles font cependant arrangêes reguliere^ ment fclon la fonne de la Tête^ a peu pres au nomhre de vingt. La Couleuvre a collier peut ou- vrir fa gueule atisfi avant que fes machoires s'étendcnt , ou jusqu'au commencement defonCol; ce qui efl neces^ C © 40 © ) zaaklyk is om hun aas te grypen en intezwelgen; deze Bek of Ka- ken zyn met dikke harde Lippen of Zomen bekleed, die ieder met fes witte Schilden^bedekt zyn, en welke Schilden door regtftandige zwarte flreepcn onderfcheyden worden. In de Onder- en Bovenkaken zyn zeer kleine agterovergeboge- ne Tandjes gekaft, die zich even gelyk een Rafp doen voelen. Tusfchen de beyde Onderkaken legt eene rolronde Buis , ftreld^en- de van agteren uit de Keel tot byna aan het uiterfte vooreynde van het Kakenbeen; en tuflchen de twee Bovenkaken is eene heiligheid, waarin die Buis , wanneer de Bek toe necesfaire a ces j^mmaiix poiir poii- "üoir faijlr ^ avaler leurproye; eet- te Gueiile OU ces Machoires font gar- tries de Lévres ou de Rehords durs &' épah, chaciine des qiielles ejl cou- vert e defix Ecaïllesfciitiformes hlan- c/ies , di/Iinguées Imie de faiitre par des lignes noires perpendiculaires. Dans la Machoire ftiperieiire gp inferieure on trouve de tres petites Dents enchajfées dans kurs alvéoks, Ê? plus on moins recourhées en arrie- re , qui au tadi font reffet d'une rapé. Entre les deux Machoires infe- rieur es il y a tm tuyau cylindrique , qui s" etend du fond de la Gorgepres- que jusqu' a Vextremitè anttrieure de la Machoire-, S entre les deux os de la machoire Superieure je vois line cavité, dans laquelle ce Tuyau s'adap- C © 41 @ ) toe is , fluit , en zonder gedrukt te worden veylig leggen kan : ik zal in het vervolg het gebruik van de- ze Buis befchryven. De Tong is aan het vooreynde in twee deelen gefpleeten , plat , en donker purper gekleurd. De Oogen zyn groot, en helder bruin; de Appel is met een geele kring omringd , en in het voorite gedeelte van het Hoofd, onmid- delyk tuflchen de Kaakzoom en platte Bovenfchildcn geplaatft. De Neusgaten zyn in een regte lyn horifontaal met de Oogen, en omtrent regtHandig boven het ui- terfte deel van de Onderlip, waar over de Bovenlip cenigfints heen fchiet , s'adapte, lorsque la Gueule ejl f er- mét , fans aiicime crainte cfêtre comprimé; je decrirai dans la/ui- te qiiel efl fufage de ce tuyau. La Longue ejl fendiie en deux i fa part ie anterieure; elk efl appla- iie, 6? d'me codleur de pourpre foncê. Les Teux font grands, qs' d\m brun clair; la Frimelle entourée d'un eerde jaune, ejl fituée a la part ie anterieure de la Tête, im- mediatement entre Ie Bord delaMa- choire , ê? les Ecailles fcutiformes fuperieures quifont applatties. Les Narines font placées en li- gne droite horizont alement eu égard aitx Teux , ^ presque perpendi- culairement au defus de rextrémité de la Levre inferieure, par de [fus F laquel- (. ® 42 ® ) fchiét, even relyk dit in veele an- dere Dieren plaats heeft. Uiterlyke Gehoordeelen ont- breekt deze Dieren , of fchoon zy het Zintuig zelve niet misfen; de ondervinding leert ons dit, en de • werkkundige hand van den Heer Geoffroy heeft ontdekkingen ge- daan, die allen twyfel daarom- trent wegnemen (o); en ongeacht dit Zintuig in de Slangen veel een- voudiger en onvolkoraener , dan dat van andere Dieren, aan ons toefchynt, het voldoet echter niet min- (o) Memoir. de Mathem. 6? Phyfiq. Tom. 2. jag. 164. Zie injgelyks Uit- gezogte Verhandelingen, ^de Bed, bh 293. laqtielle la Levre fuperieure avance plus OU mows , comme cela fe zoit dans phijïeurs autres Animaux. Ces /Inïmaux nont pas de par- tjcs exterieur es de /' Ouie , quoiqu'ils en posfedent rOrgane même, com- me nous Ie voyons par ïexperien- ce , 6f lefcavant &' hahile Monfieur Geoffroy a fait des decouverteSy qui ne laijfent plus aucun doute a ce fujet (o)j G? quoique eet Organe nous paroijfe heaucoup plus fimph S pl^is imparfait dans les Ser- pens que dans d'autres Ammaux, il ne remplit cepcndant pas moins peur (0) Memoir. de Matbenu ^ de Pbvfiq. Tomé i.page \6^r Voyez aasfi XJitgezogte VerbavJ. , Part. v. pag. 2% 8. C © 43 ) ininJer aan het wyze oogmerkvan den Schepper. Het onderfte gedeelte van den 'Kop is geelachtig wit gekleurd, plat en regelmatig met een rey van Schubben of Schilden bezet, wel- ken naar den Hals in grootte afne- men. De fchikking dezer Schub7 ben volgd den uitftrek der Kaken of Lipzomen , waar door zy hal- verwegen den Kop,kielswyze Vtan malkanderen afwyken, in welke tuflchenruimte de heele Schilden, die den Buik bedekken, een begin nemen , en die tot aan den Staart onafgebroken op malkander leg- gende, voortlopen; het onderde gedeelte van den Staart is met hal- ve Schilden bedekt, die in het midden over malkander in dier voe- gen pour cela la vue fage du Crêa- teur. La portie inferieure de la Tête cjl iun blanc jaunatre^ platte £? d'mieforme reguliere ^ garnie d'um rangée d'Ecailles ohlongties ou Jeu- tiformes , qui vont en diminuant de grandeur vers Ie Col. Uarran- gement de ces Ecailles e/l confor' me h retendue des Machoires ou des hor ds des Levres, d'oU reful- te que vers Ie milieu de la Tête elles fefeparent Vune de l'autre comme la quille d'un Navire; dans rintervalle, qu' elles laijfent entre elles, commencent les Ecailles fcutiformes entiéres, qui recouvrent Ie Vent re , 6? continu- ent ainfi couchées lunefur Fautrefans interruptionjusques a la Queue ; niais la partie inferieure de la Queue F 2 efi C® 44 ® D gen henen fchieten , dat deze fchey- ding zich als een heen en weder- lopende (ferpenterende) ftrccp vertoond. LiNNiEus,GRONovius en anderen, noemen deze halve Schilden, Schubben, even gelyk die, dewelken den Rug en het bo- venfle gedeelte der Slangcn-ftaar- ten op elkander leggende of ge- fclialicd, bedekken. Het verfchil tuflchen de Rug en de onder- fle Staar t-fchubben is te aanmer- keiyk , om dezelven met geen on- derfcheydcnde naam te benoemen: my fchynen de woorden, halve Schilden , eygenaartiger ofn een geregeld denkbeeld van dat ge- deelte myner onderwerpen ts ge- ven. Ik gebruik hier het aange- nomen woord Schilden 5 om myen deze eft couvert e d'Ecüilles femilunairesy-. lesquelles avancent dans leur milieu rune fur Vaut re, de.facon que eet te fcparationforme une ligne qui va com- ■ me enferpentant. Linn^eus, Grono- vius S Sautres . nomment ces demies Ecailles , fimpkment des Ecailles , tout comme celles qui couvrent Ie Dos êf k deiJl/s de la Oueuedes Serpeiis, ^ ksquelks font coucJues F une fur Pau- tre enforme de tuil es. La différence entre les Ecailles du Dos c? celles du defousdela Qjieue eft trop confidéra- blepour queues nefoient pas diflin- •guées par iin nom différent : les mots dedemies Ecailles f cuti f onnes me pa- rol (Jent plus caraBérifliques , ^ don- ncr uns idéé plus conforme aufujet que je traite, 'jfe me f er s ici du termeu- fité d' Ecailles fcutif onnes , afin dene pas 45 ^ deze befchryving niet onverftaan- baar tü raaken , wanneer ik het woord Plöoyzel daar voor bezig- de, of fchoon dit de zaak eygen- aartiger zoude uitdrukken, over- mits deze zogenaamde Schilden geene van een gefcheydene Licha- men zy«, gelykerwys de Schub- ben, maar aan een hangende, en niets anders dan een geplooyd vel of vlies , het geen den Buik dezer Dieren bedekt. De Schubben die den Rug en bovenfle deel der Staart bedekken, zyn kleyn , ruitsgewys langwerpig, zonder fcherpa hoeken , en gefcha- lied op malkander leggende; aan de onderde punt hebben zy eene infnyding aan een regtzydigen driehoek niet ongelyk;niidden over ieder pas me rendre inintelligihle dans cette defcriptJon , en cas que f ent' ployois en place Ie mot de RepUs, qiioique celui ei exprimeroit la cho- fe plus caraBeriJliquement , a cau- fe que CCS Ecailïes fcutiformes ainji nomnues , ne font pas des Corps feparés, tels que les Ecailïes pro- prement dit es, mats des Corps con- tinus , Êf fimpkment tin replis de la peau ou d'ime memhratit, laqtielle recouvre Ie vcntre de ces Animauy. Les Ecailïes qiii recouvrent Ie Des c? la partie fuperieure de la Q^ieue, font petites,, rhorahoida- leSy fans angles aigus, arrangées rune fur faiitre comme des tiiiles; a la pointe inferieure elles ont nne incifion qui ne rejfemhle pas mal h un triangle equilateral; Ie long- du F 3 milieu C © 4<ï ® ; ieder dier Schubben loopt in de lengte een eenigfints verheven ftreep , dan dezen worden eerft ge- zien agter de vlakken , welke den ring om den Hals vormen ; tot de halve lengte der Slang neemdhaar Lichaam in dikte toe , en de Schub- ben worden tefFens trapswyze gro- ter, doch zy nemen te gelyk met de dikte van het Lichaam, gely- kerwyze wederom naar de Staart in grootte af. Het getal dezer Schilden en Schubben komt niet altoos met de opgave van den Heer Linn^us overeen , (p) en is dierhalven een ken- (p) Hy bepaald dezelven op 1 70 Schil- den milieu de ces Ecailles én appercoit wie raye plus ou moins eminente ^ tnajs cette incifion & cette raye ne slapper coivent que derriere ces taches , qui forment ranneau qui entourc Ie Col : la grojfeur du Corps des Couleuvres va en augmentant Htsqua la moitiéde leur longueur , & les Ecailles deviennent iufenjiblement plus grandes, mats vers la Queue elles diminuent en grandeur d mefu- re que Ie Corps decroii en grojfeur. Le nomlre de ces Ecailles fcutifor- mes GP des Ecailles proprement ainfi nommèes , nefl pas toujours d'accord avec celui quon trouve marqué dans les ouvrages de Monfteur Linn^- us , (p) & ne fgauroit par con- féquent (p) Il en fixe le nomtre d l^o fcutifor. mts C © 47 ® D kenmerk tot onderfcheiding der fporten, het geen , zo als de Heer VosMAAR zich te recht uitdrukt, van veel te ongewifien uitkoomft is, • om daar op met zekerheid te kun- nen aangaan ; Qq) %ien vergelyke de telling van Schubben en Schil- den, door de Heeren LinnjEus en Gronovius opgegeven , en men zal de onzekerheid van dit kenmerk niet langer twyfelagtig flellen. De hecrfchende kleur langs den Rug is een-verwig, op de eene donkerder dan op de andere, en heefteenige overcenkomfl met die der den aandenBuik, en op öoStaart Schub- ben, (g) In de befchiyving der Ratel- flang. féquent fervir de mar que diftinStive pour reconnoitre les Efpeces^ Sau- taiit que ce nombre , comme k re- marque fort bien Monfieur Vos- MAAR , varie beaucoup trop fouvent pour quon puijfe y faire fond; (q) on na qua comparer rénumératwn des Ecailles, 6? des Ecailles fcuti- formes, que donnent Mesjieurs Lin- N^us Ê? Gronovius , ^ Von ri aura plus aucun doutefur ïmcer- titüde de ce cara&ere dijlm&if.. Tout Ie long du Dos ilny a qu'um- feule couleur dominante; elle ejlplus foncée chez l'un que chez Fautre, 6? res- mespourk Centre, ^ a 60 Ecailles pour la Queue. (q) Dans la defcription du Serpent a Jonnetti: C © 48 © ) der Olyven; evenwel zyn fommi- gen in het voorjaar, korte tyd na de vervelling, blauvvagtig ; de- ze kleur echter behoudenze niet lang, zy word door flof en flyk bezoeteld ; de brandende zpnne- llralen rooflen dezelve, de Huid word dikker en de helderekleuren verwelken. De melk-witte Buik- fchilden van onze Slang, zyn door een ligt-zvvarte onregelmatige llreep, midden onder den Buik langs , even als gemarmerd , en het geheele Lichaam boven de fchey- ding der Schilden en Schubben, met zwarte langwerpige vlakjes , opwaards lopende, getekent: de- ze mengeling van kleuren en teke- ning geeft aan onze Slang geen onaan- resfemhle plus on moins a la couleur Olivatre , quolquil y ait des Couku- vres, dont la couleur tirefur Ie hleu au printemps^peuapres qulls ont cJian- gé de peau; cependatit ils ne confer-" vent pas long^temps cette couleur^ que lapousfiere 6P /^ houefaliff'eni, S qui eji brulêe par Var deur dufo- leil ; la peau s'èpaisfit , & les cou- leurs vivesfc terniffent. Les Ecail- les fcutifonnes du Fentre de f! oir e Couleuvre font de couleur hlanc de lait , £? comme marhrées Ie long du milieu du Ventre par itne raie irre- guliere d'un noir clair, Stout f on Corps au dejfus de la f é par at ion des Ecailles fcutifonnes d'avec les a utres ej} marqué de petites taches noir es oh- longues S dirigées vers Ie Iiaut: Ce mélange de couleur s S de dejfein don- ne C © 49 ® ) onaanzienlyk voorkomen. De Na- tuur bekleed dikwils de redenloze Dieren , met fierlyke uitterlykhe- den , waar op de ogen der Natuur- befchouwerszich vergaften; maar hun Huid en Vagt verfchaft ook aan de redenmachtige Schepfelen de onmisbare klederen en verwar- mende bedekzelen , of laatze tot andere gebruiken dienen j de Slan- gen-vellen hebben ook beur nut- tigheden. De Staart der Slangen is even- redig eens zo lang als die van de Adders, en fpitfer uitlopende; zy ilaat tot het Lichaam als een tot vyf ; boven langs de Ruggraad be- fpeurd men eene zichtbare en ee- nigzints fclierpe verheventheid , waar door de beyde zyden van dit ne a et Serpent un air dïjlinguê. Souvent la Nature revet les Brtttes d'une parure exterieure , quaiment a contempler ceux qui s'occupent a VHiJloire Naturelle ; leur Peau 6P leur Toifon fourniffent outre cela aux Etres doués de raifon dequoi fe vêtir &' fe garantir contre Ie froid , OU hien elk les fait fervir il Sautres ufages; la peau des Ser- pens a pareillement fon utilité. La Qj/eue des Serpens e/l , a lon- gueur egale de tont Ie corps, unefois plus longue que cel! e des Fiperes, Ê? /e termineplus en pointe; fa Ion- gueur ejl relativement a celle du corps de VAnimal comme un a cinq; en hatit Ie long de Têpine du Dos Ton appercoit une ékvation hotahle & G tant ( ® 50 ® ) dit Dier juiffc verdeeld wor- den. Wat nu aanbelangd de gedaante der Slangen over het geheel, een ieder weet , dat lang , rolrond , dun; van Poten, Vinnen, Vleu- gels en uitterlyke oren ontblood, hun byzondere geftalte zy : de af- beelding op de eerfle Plaat by de- ze bcfchryving gegeven, en naar het leven zo juifl mogelyk afgete- kend, fteld onze Drentfche Slang- foort voor, waar door men zich een algemeen denkbeeld zal kun- nen maken , betreffende de even- redigheid der delen, en hoedanig dezelven onderling tot malkander, of in welker voegen de Kop en Staart tot het Lichaam ftaan. Ik tmt foit pen en crête , la queUefépare exa&enient les deux cotés de cetAni- mal. Pour ce qui ejl de la figure des ScrpenSyperfonne nignore qifilsfont longs, cylindriqiies, effilés; quilsnont niPnttes. ni Nageoiresy ui Ailes, fii Oreilles externes, ^f que cejl en ceci que conftjle leur f orme particulie- re. Larepréfentation, que f en ai don- née dans la premiere Planche, qui ac- compagne cette defcription , £? laquel- Ie a êté desfinée d'après Nature ausji exa&ement qull a êtéposfible, nous fait voir Vefpèce de Serpent du Pays de Drenthe^par oii T on pourrafe far- mer une idéé générale de laproportion des parties £? deleur pofition relati- ve , comme par exemple celle de la Tête S de la Queue avecle refledu Corps. Il C ® 51 © ) Ik moet hier echter doen op- merken , dat het Wyfje voor dat deze haar Eyeren gelegt heeft, dik- ker is , (/•) dan na dien tyd ; ge- lykerwys ook een ingezogen of doorgezwolgen Vogel , Muis of an- der Diertje , de Slang merkelyk ver- ■dikt en ronder uitzet; dan deze toevallige verandering in de ge- daante van het Dier , behoefd geene verandering in de befchry- ving van de natuurlyke geftake te geven. Die genen myner Lezers, die zich raet.de befchryving en afbeel- ding der uitterlyke gedaantens van onze Slangfoorten niet kunnen ver- (r) Ik heb Wyfjes Slangen gehad die vier duim dik waren. // faut poiirtant que je fajfe re- mar qiier dans eet endroit , que la Fe- melk, avant quelle ait pondu fes Oeufs, (r) efi plus grojfe quaprés ce temps la , 6? que Ie Serpent devient heaucoHp plus gros, &* plus arron- di,lors quil a avaléun Oifeau,une Souris OU qiielquautre Animal ; maïs ce changement accident el dans la f gure du Serpent, nen exige au- cun, dans la defcription de fa confi- guration naturelle. Ceux de mes LeBeurs , que la de- fcription &* la repréfentation de la figure exterieure de nos efpéces de Serpens ne fgauroit fatisfaire , maïs qui (r) J'ai eu des Serpens Femelks qui a- voient quatre pouces d'epaijfeur. G 2 C © 52 ® *) vergenoegen, dan tefFens willen onderrigt zyn van de fchikldng der graatachtige Beenderen, en van de legging en gedaante der in- wendige delen der Slangen , kun- nen dezelve afgebeeld en befchre- ven vinden, by Seba CO' C^^^- RAS (O? Blasius («)' sn ^^A- LENTiNus (y) en anderen. Al- C-f) Ttcfaur. Tem. ii. Tab. ic6, p^ig. 109. Tab. 107. /n^. 114. Tab. lop. pag. 117. (t) Nouvelles experiences fur la Vipere e dit. a Paris 1672. (u) Anatome Animalium. Tab, lx. (•ü) Amphitbeairum Zoötomicum, S;£l. cxrv. Tab. lxxxv. &' Severinos vipera Pbytbiala. Amerosinus ..'j Serpente. Ik heb Hiyne LezcrcD , rakende het inwecdige der i qtii veuleiit être inflruits en mêine teinps de r arrangement des Os ou des Arrêtes , ^ de la fitnation de mênie que de la figure des parties internes des Serpens , peavent trou- ver cellesci reprefentées ê? decri- tes dans les ouvrages de Seba (^s}, Charas (t^ , Blasius (11} , Valen- TiNUs (v), ^ dans ceux d'aiitrcs Ecrivains. Il (s) Thefaur. Tom. 2. Tab. 106. pag. 109. Tab. 107. pag. 114. Tab. lop. pag. 117. (t) Nouvelle experiences fur in Vipere edit. de Fans 1672. (u) AnatomeAnimal. Tab. -lx. (v) Amph. Zoötom. Seft. cxiv. Tab. LXXXV. &f Severinlts vipera Pbytbiala. Am- erosinus de Serpente. J'ai préféré de ren- loysr mes Le&eurs ü d'autres Ecrivai7is,pour te ( © 53 © ) AUccnlyk moet ik hier by aan- merken, dat de tweehoofdige en foortgelyke Vv^anfchepzelen onder de Slangfoorten, by Aldrovan- Dus , JoHNSTON , Valentinus , cn meer andere over de Dieren han- delende oudere en jongere Schry- vers, voorgefleld, geene andere beftaanbaarheid hebben, dan al- leen in de verbeelding dier Schry- veren , tot wiens onuitwisbare fchande het verflrekke, de Na- tuur, der Slangen, liever tot andere Schryvers willen heen wyzen , dan deze Verhande- ling, door het byvocgen van meerdere Platen, al te koRbaar te doen worden, waar toe ik te meer vry held vinde , om dat de inwendige delen tamelyk nauwkeurig by dezeiven zyn afgebeeld en bcfchre- v;n. // faut feukmciit quon faffe en- core at tent ion, que les Monpres a deux tctes on d'autrcs de ce genre entre les Serpens , qtfcn trouve decrits chez Aldrovandus , John- STON, Valentinus 6? plufieurs autres Auteurs tant anciens que modernes qui traitent des Anï- maux , exijlent tiniquement dans riniagination de ces Ecrivains, au- quels il fera toujours rêputé a bonte d'avoir dépeiut la Nature, comme ce qui regarde la cciiformation interieure da Serpens, plustot que de rendre cette Dijfer- tation trop cbére, en y ajoutant plus de plancbes ; je m'y crois d'autant plus auto- rif é , d caufe que ces Auteurs ont décrit &f repréfenté ajjez exa^tement les parties in.- ternes de ces Animaur. G 3 C ® 54 ® ) tuur , als gebrekkig in de keur ha- ter voortbrengzelcn afcemalen , en dezelve met wanflallige We- zens te willen verryken: de po- ging om des Scheppers oneyndige magt en goedheid te berispen , is niet alleen vermetel, maar '/e is ook ongeoorloofd en flrafbaar. Sommigen dezer Ringflangen in deze Landfchap gevonden wor- dende, hebben meer dan vier voe- ten langte, egter zyn die van drie voeten gemeener, en van deze laatfte langte is myn voorwerp, op Plaat I. afgebeeld. De Ringflang heeft geen zoge- naamde Honds, Wolfs of Slagtan- den , én is jegens dit gemis zeer aan- merkelyk van onze Adders, op de tweede Plaat voorgefteld , on- derfcheiden. En comme faiitive dans Ie choix de fes prodii&jons, (j' de vouloir lenri- chir d'êtres monjlriieux: les ef- forts, quils font pour trouver de qiioi critiqner la toittepujffance ^ la bonté infinie du Créateur, nefofit pas feulement témeraires, maïs illi- cites (j? pimisfables. Q^ielqiies unes de ces Couleuvres d anneaux , qu'on trouve dans ce Pays , ont plus de quatre pieds de long, on en voit cependant plus fouvent qui ti'en ont que trois , 6? celui que f ai reprèfentê dans la Planche i . efl de cette longueur. La Couleuvre a anneau n^a point de Dents canines , ^ fe diffingue prlncipahment , par Ie manque de CCS Dents, des Vipéres, repréfentées dans la Planche 2. Et c @ 55 © ; En overmits nu deze Tanden alleen dienen, om het vergifti- gende Sap in de gebetcne wonden te brengen en met het bloed te ver- mengen ; zo kunnen wy de Ring- flang in den rang der venynige en fchaadbare Dieren geen plaats ge- ven; zy zyn van vergift ontbloot. Dan of fchoon de Ringflang geene vergiftigende A^ermogens be- zit, zo gebeurd het echter wel eens, dat, wanneer dit Dier ge- tergd, aangehitH: en vertoornd zyn- de, en zich door byten tracht te verweeren, de wonden door zy- ne kleyne Tanden gemaa!;ten door verbolgen fpog bezoeteld, eenige ontdeking en zwelling veroorzaa- ken, even gelyk de beten van kwaadaardige Honden, Kattenen in Et puisqiie ces Dents fervent uni- queimnt a faire paffer dmn la playe faite par la morftire de rAnimal Ie fuc vénimeux , ^ ly mêlcr avec Ie fai!g;fioiis ne pouvous placer la Coii' leiwre a Collier parmi les Animaux vénimeux S' miifbles , d'atitant quelle ef privée de tont venin. Cependant , qiioique la Couleuvre a Collier ne pofféde auame facultê venimeiife , il arrive de temps ei au- tre, lorsque eet Animal efl ir rite, agacè S en colere , ê? quil tdche de fe defendre en mordant , que les plaies faites par fes petitcs Dents , &' infeStées de fa frdive colérique, s'enfiamment Sfe tume. f ent , ioiit comme cela arrive a la fuite des morfures de Chiens OU de Chats qui font en colere , ^ fur C © 5(S © D in het byzonder de fleelien der Byën, pleegen te doen. Intufichen zyn in het algemeen onze Landlieden zeer bevreeft en afkeerig voor alle Slangfoorten zonder uitzondering; de reden is voor handen : het vooroordeel houd alle deze Dieren verdagt. Lemmeri zelve geloovde datze al- le vergiftig waren , of fchoon de Ontleed- en Scheykunde , en in het byzonder de Ondervinding , het te- gengeftelde overtuigend zeker be- wyzen. De Slang heeft daarentegen een meerder aantal van kleine fcherpe Tandjes, haakswyze naar de Keel omgebogen, waar door het eens gegrepen aas belet word terug te keeren. Daar is er die het getal dezer fiir tout aprés les piquures des yl- heilles. Ceci nempêcke pas , qiion nait dans ce Pays en gênêral beaucoup de frayenr B' Saverfion potir tout? efpece de Serpens fans ex- ception ; en vojci la raifon: Ie préjiigé rend toiis ces Ahmaux fuspe&s. Lemeri même croyoit quiU étoient toiis venlmeux, qtioi- que V Anatomie , la Chymie ^ fur tout r Expérience prouvent inconte- Jlahlement k contraire. La Couleuvre en revenche a un plus grand mmhre de petites Dents pointues-, courbées enforme de crochets vers Ie Gojier , par Ie moyen des quel- les il ej} imposfible a Vappasunefois faifi de Je retirer &' de s'echapper. Il C © 57 © ) dezer Tandjes op twee-en-negen- tig bepalen , gekaft in vier boven en twee naaftmalkander gelegen benede Kaken : deze kleine Tand- jes zyn, in deze Slangfoorc, in dier- voegen gefchikt, dat ze malkan- der in iedere ry vervangen, gelyk de Tanden van twee naaftmalkan- der gcplaatfte Zagen. De Adder het vermogen heb- bende om door zyne vergiftigende Tanden de prooy te doden , heeft minder werktuigen nodig om de pogingen te wederftaan , die de gevangene Dieren nooit nalaten tot derzelver verlosfing aan te wen- den. De Slang onderfcheid zig ook neg van den Adder, door eene ande- II y a des Auteurs quifixent knom- bre de ces petites Dents h quatre vingt douze , enchajfées dans quatre Machoirei fupérieures 6P deux in- férieur es : ces petites Dents font ran- gées de telle maniere dans eet te efpéce de Serpents ,qu elles fe relayent dans chaquefle, de même que les Dents de deux Scies quifont placées lune ïi co té de Vaut re. Comtnela Vipere peut tuerfaproye avec fes Dents venimeufes, elk a befoin de moins d'organes , pour ré- ff er aux eforts^que les Anitnaux, quelle a faifie, ne négligent jamais de faire pour fe remettre en liber- té. La Coukuvre fe dijlingue outre cela de la Vipere par me autrepar- H ticU" C © 58 @ ; andere aanmerkelyke byzonder- heid;zy baard geen levendige Jon- gen, maar zy legd Eyeren, en het is daarom dat men de laatfte ba- rende , en de eerfte eyerleggende noemd. Eenmaal in het jaar worden er ter gelyker tyd door onze Ringflang veele Eyeren gelegt, welker aan- tal door fommigen onzer Inwoon- ders wel op feftig word begroot , of fchoon ik er nooit meerder dan om de dertig van eenc teeld heb kunnen bekomen; en deze verme- nigvuldiging zoude doch ook toe- reykende genoeg zyn, om in min- der dan een eeuw den geheelen Aardkloot met deze Dieren te doen bedekken , had de wyze Schepper der Natuur door geene andere tiailarité remarquahle ; elk n'enf an- te po'mt de Petits vivans , mnis elk pond des Oeufs., cejl pour cela qnon nomme celle ei viviipar e. ^ les Coiiletivres ovipares. La Couleiivre a Collier met bas plufteurs Oenfs a la fois, une fois par an ; qitelqties hahitans de ce pays font monter Ie mmhre de ces Oeufs a foixante, quoique je nen aie ja- mais pti ohtenir d'avantage d'iine feule couvée qu'environ trente ; ê? cette multiplication feroit plus que fiiffifante pour couvrir de ces A- nimaux, dans moins d'un fiecle, tout notre Globe terrejïre^ fi Ie fage Créateur de la Nature, neut pré- C 59 © ) andere fchikkingen zulks voorge- komen : immers de Voorzienig- heid draagd op veelerley manie- ren zorge, om in de behoefcens der verfchillende Schepfelen te voorzien; de Slang op Muifen, Mollen , enz. aazende , ftrekt insgelyks tot voedzel voor andere Dieren. Alle deze Eyeren zyn in een vliesachtige en naar een darm ge- lykenende Buis befloten , dewelke agter ieder Ey is toegeknepen, invoegen deze Buis als eene aan- eengefchakelde llreng van Eyeren uitmaakt, welke llreng echter in twee deelen is van een gefchei- den ; want aan ieder zyde van de ingewanden der Slangen is een by- zon- prévem cela par d'autres arran- gemens ; car ajfurément Ia Pro- vidence prend foin par plujieurs moyetts de pourvoir au befoin des différenies Créatures; Ie Serpent, qiii Je nourrit de Souris ö* ^ö Taupes , fert d Jon tour d'aUment (S? de proye a dautrei ^ni' maux. Totis ces Oeufs font cotitenus dans im tuyau membraneux res- femblant è tut intejïin, qui ejl rejferré derriére chaque Oeuf, de forte que ce tuyau forme une efpe'ce de cordon d' Oeufs è c/iai- nonSi qui ej} cependant divifé en deux portions; car de chaque fö- té des entrailles dun Serpent fe trouve un Ovaire particulier; H 2 qmu C © 6o © ) zonder Eyerllok (;^); dan men vind dikvvils dat de eenezyde veel meer bevruchte Eyeren dan de an- dere bevat. Wanneer men deze Eyerbuizen in vogt hangende bewaard , fchynd het vermogen van toetrekking te verdwynen, immers de Buis ver- wyderd, en de Eyeren zakken ee- niger maten door. Ik heb een gedeelte dezer Eyer- ftreng op de eerfle Plaat, agter den Boom, in diervoegen doen afbeelden , gelykerwys men de- zelve in het najaar aantreft; men kan (oü) Zie G. Blacics Anatom. Anima. Hum. Tab. ix. Seea Tbefaur. ii. P. Tab. 109. Valentini Am^hitbeatrum Zoöto- micunt' Tab. Lxxxv. quoiquon troiive fouvevt plus cVOeufs fecondês d'un cotê que de rautre (w}. Lors qtion miferve ces Ovmres füspendus dam de la liqueur^ leur force contraSlile paroit fe per dr e, car Ie Tuyaufe dilate, £? les Oeufs fe rajfemblent en quelqiie fagon vers Ie fond. yai fait reprèfenter me portion de eet Ovaire fur la premiere Planche , derriere lArhre, tout comme on ie trouve en mitom- ne; on peut ausji Ie voir repré- fenté (w) Voyez Blacius AnaU Animal. Tab. IX. Seba Tbef. ir. P, Tab. 109. Valent. Ampb. Zoötom, Tab. txxxv. ( © 61 © ) kan deze ook afgebeeld vinden by Seba (x). Deze Slangen eyeren zyn by de legging omtrent zo groot als klei- ne Oly ven , dan zy zwellen door broeying overeenkomflig de aan- groeying van de Vrucht (y'); zy zyn langwerpig rond, niet puntig toelopende, blauw-wit van kleur, de Schaal is van geen kalkaartige hoedanigheid , dan aan geweekt Perkement niet ongelyk; de be- vruchte Eyeren zinken , en de an- dere dryven in het water. Ieder \^n deze Eyeren bevat eene jonge Slang, dewelke opge- rold (t) TbeJauT. n. P. Tab. xv. n. 4. (y) Plaat I. op de voorgrond is een liggend Ey in deszelvs volkomene grote «fgebceld. Jenté dans rOuvrage ae Se- ba Cx). Ces Oenjs de Coitkiare tmiveU lement pondus, ont apen preslagros- feur d'itnepetite Olive , maïs par Yiri' cuhation ils grosjijfeiit cl proportion de Facroijfement de T Embryon (y") ; ils font obiongs , ne fe terminant pas en pointe, d'iine couleur blanche ti- rant Jur Ie bleu ; la Coque nejl point d'une fubjlance calcaire, mais rei- femble affez bien il du vèlin mouilU. Les Oeufs fecondés coulent ci fond, mais les autres flotent dans f eau. Chacim de ces Oeufs contient une jeune Couleuvre, entortilléefur foi même (x; Thef. 11. P. Tab. xv. n. 4. (y) Dans la Plancbe I. fur Ie devant eji reprejaité un Oeuf) ceuché a plat £ƒ de grandeur parfaite. H 3 C © 62 © •) rold in dezelve legt, met de Kop midden doorgefloken , invoegen als op de eerde Plaat is afge- beeld (s), zynde met eenNavel- flreng aan de Moederkoek (ö^?), een klein geel lichaam , vadge- hegt. P. Labat verhaald , dat hy Slangeneyeren gezien heeft, die ieder dertien , veertien of vyftien jonge Slangen bevatten (bb): en dit verhaal fchynd zelvs op den geeft van anderzints kundige Man- nen een verbyfterende kragt te oe- fenen , immers door het gebruik, het (z) Hangende, als aan een draad ge- regen, aan den Boom. (nfl) Placenta, (66J Rc3^cn naar de Franfche Eylan- den in America, sdc Deel, bladz. 62. même 6? dont la Téte traverfe Ie centre du eerde qiielle forme , comme on Ie voit a la Planche I. (z} elk efl attachée par Ie moyen d'un cordon omhiltcal a VArriére- faix Caa) , qui efi un petit corps jaune. Le P. Labat rapporte, d'avoir vu des Oeufs de Couleuvres , qui con- tenoient chacim treize , quatorze OU quinze jeunes Couleuvres (b); cette narration femble avoir fait line impresfion prodigieufe fur Ves' prit de Gens d'ailleurs tresfgavans', car par fufage, quils font de cet- te (z) Pendant d l'Arbre, comme enfilée i un fil. (aa) Placenta. (bb) Voyages aux IJles Frattfoifes de l'Amerique^ Tom. 3. pag. 62, C © 63 © ) het geen zy van die verhaal ma- ken, overeenkomftig met de waar- heid gekeurd te worden ; de on- dervinding leerd echter aan de On- derzoekers der natULirlyke voort- brengzelen , dat ieder Ey van de eyerleggende Dieren niet meer dan maar een jong Dier bevat, en ook met geen mogelykheid meer bevatten kan ; nu is er niets waar- achtiger , dan dat de Natuur al- toos , zo wel in het Ooden als in het Weften , eenvormig werkt , en men heeft in het Noorden geene andere Natuurwetten dan in het Zuiden. De jonge Slangen uit deEye- ren komende , zyn omtrent vier of vyf duimen lang, en hebben een te ohfervation, il paroit ■> quiU la croyent conforme o la verité; rexperieiice apprend ccpcndant a ceux qui examinent les produBicns de la Nature , que chaqiie Oeuf des Animaux ovipares ne contient qif uil feiil Embryon^ S mêmequüefl iiuposfihle, quil en conticnne d'a- vantage; or il ny a rien de plus certain , fi non que la Nature opére toujours uniformement dans tin Pays comme dans un autre, iSP que les loix de la Nature dans les Contrées boréales ne dif- ferent point de celles quelle oh- ferve dans les Pays meridio- naux. Les jeunes Couleuvres quittant leurs Oeufs , font a peu prés de la longueur de quatre ou cinqpoiices. ( © 64 © ) een dikte aan de dunde Pennen- fchagten gelyk. Onze Slang heeft de gewoonte heiir Eyeren In Mefthopen, by- zonder in Schapenhokken , te leg- gen , waar in de Landlieden maan- den agter een volgenden, dunne heyden Zoden , QPlaggen ge- noemd) boven op de Meft van de vorige dag en nagt gewoon zyn te werpen , ten eynde aan die Zoden de kragt van de Meft, door de broeying mede te dee- len, en het beraeften der Zaay- landen daar door gemakkelyker te maken (^O- ^" tulTehen deze Zo- (rc) Dit laacfle is het eenisfte nut, hetgeen deze bewerking te wecgbrenjd, onge- 6? de la grojfeur d'tim pi urne <5 ecrire des plus fines. La Couleuvre a Collier pofe ordinair ement fes Oen/s fur des tas de fumier , ' £? furtout dans des Par CS de Brehis^ dans les quels les Payfans ont coutume de j etter , pendant des mois de Jiiite , des Mottes munies de bruyere , (jjommées en Hollandois Plaggen) fur Ie fumier du jour 6? de la iiuit précédentCy afin de commu- niqiier h ces Mottes la vertu du fumier lorsquil commence h sV- chauffer , S d'avoir par la plus de facilité de fumer les Terres la- bourabks (.cc)* C^T^ donc entre ces (cc) C ejl /i l'unique utüité qu on re- tire de ce travailf quoiqu'ily ait des Fer. miers. •C ® 65 ® ; Zoden of Meftvaaiten leggen de Slan- ongcacht fommige Boeren in het denk- beeld flaan, even als of zy door deze behandeling, de Mefl niet alleen in hoe- veelheid vermeerderen j maar ook tcffens dcrzelver«vruchtbare vermogens bevor- deren kunnen ; daar het intuflchen onbe- twiübaar zeker is," dat de kragt der mcft evenredig verfpild word, naar maten der hoeveelheid van Stroo, Aarde of Heyde- zodcn , die men onder dezelve vermengd. De Marquis Tureilly in memoiris Jur les Je/ncÈemen5,meend echter, dat deze be- werking om konft-Mefl: te maken, niet te verachten zoude zyn ; de Plaggen of Zoden zouden de zouten der Meft influr- pen , die anderzints uitwazemen en ver- vliegen; ik zal niet onderzoeken of de- ze gisfing met de waarheid inftemd, dan de ondervinding leerd genoegdoencnd , dat de zuiverde en onvermengde Meft, de vruchtbaarheid het meefte bevorderd. ces tas de Mottes on de Fumier, que les miers, qiii pen/ent que par cette manoeu- vre, ils peuvent non Jeulement augmenterla quantiié du fumier , maïs même accroitre la vertu qu'il a de ferlilifer les Terres; mais il ejl incontejlable qiie la vertu du fumier fe repand a proportion de la quan- tité de Paiile, de Terre ou de Mottes de Bruyéres qiion y entremé.'e, Lc Mar- quis TuRBiLLY dans les memoires fur les defrichemens, croit cependant , que ce procédé pour faire du fumier artificiel, n'efl pas a rej etter; les Mottes s'imbibe- roient des fels du fumier, qui fans cela s'évaporent ö* fe disfipenf, je n'exami' nerai point fi cette conjeSture efl confor- vie a la verité ; il fuffit que l'experienct prouve fuffifamment , que Ie fumier Ie plus pur &? k moins mélange , favorife Ie plus la fertilité. C ® ö^ ® ) Slangen meefl hunne Eyeren ; en immers deze plaatzenfchynenook eygenaartig gefchikt, om de uit- broeying der Eyeren te bevorde- ren. Ik heb getragt de graad van hitte tot deze uitbroeying vereifcht wordende, te bepalen, dan ik heb hier in niet geflaagd , om dat deze Schaapflallcn eenc zeer ongelyke hitte hebben , 't geen waarfchyn- lyk veroorzaakt word , overmits eenigen veel lager en vochtiger ge- legen zyn, dan anderen; die, wel- ken middelmatig bevochtigt wor- den , zyn in het algemeen de warni- ile; de reden is bekend; immers de ondervinding leerdons, dat een matige vochtigheid de broeying bevorderd; althans het fchynt my toe , dat de hitte tot de uitbroeying der les Coukuvres dêpofent leurs Oeufs; cfatttant que ces endroits la pa- roijfent les plus propres a faire éclorre les Oeufs. J'ai tdché de déterminer Ie degré de chaleur re- quïs pour les faire éclorre , mais je naipu y réusfir, a caufe quil regne dans ces parcs de Brehis wie chaleur fort incgale, occafion- nè vraifemhlaUement parce que run efi fitué fur un terrein heau- coup plus has S plus humide que Vautre; ceux qui font pasfahle- ment hume&és, s'echaufent ordi- nairement Ie plus , a caufe que, comme nous Ie favonspar expérien- ce , une humidité modérée favorife réchaufement ; du moins on na pas befoin defuppofer, que la cha- leur ; qui eft abfolument requife pour C ® 67 © D der Slangen volllrekt nodig , juift niet in een hoge graad behoefd onderlteld te worden , nodig te zyn , om dat de koeftering der Zon- ne , geduircnde maar eenige uuren van den dag, tot uitbroeying dier Eyeren , welke in holen van oude wallen en oevers gelegt worden, of de warmte van oude lompen by de Papiermolens , genoegzaam blykt te zyn ; inzonderheid fchynd er zelfs geheel geen hitte nodig, om de reeds in het Ey geformeer- de Slang te volmaken; de onder- vinding heefc my dit geleerd , en deze immers laat even zo weinig twyfelachtigheden over , als de on- feilbare waarheden , door de Wis- kunde zelve 5 betoogd. My wier- den eenige Slangen-Eyeren uit een Scha- pour faire èclorre les Oeufs des Couleuvres, doive être confidera- hle , parce que la chakur douce du Soleil pendant quelques heures du jour [eulement , ou hien celle des chiffons amajfés aux environs des Papeteties, paroit fuffire pour faire éclorre ces Oeufs , qu'oti trouve dcpofés dans des creux de vieux remparts ou fur Ie ri- vage; il femhle même, que, pour achever de perfe&ionner la Cou- leuvre dé ja formée dans POeuf, ron puife fe pajfer alfolument d'une chakur quelconque; ce qiii e/l affezfingtilier , £? ce que m'a appris rexperience, laquelle efl ausfi eer- taine^ que tont e vêrité incontejfa- hkment prouvée par les Mathémati- ques. On menvoya quelques Oeufs I 2 ^ C ® 68 © ^ Schapenftal gedolven, toegezon- den, die ik in een doos op myn boekvertrek nederzette , voor- nemens zynde , om dezelve by gefchikter gelegenheid , in een glas , met bederfkeerend vogt ge- vuld, te doen; omtrent drie wec- ken na dien tyd, opende ik met dat oogmerk de doos, en zag niet zonder verwondering , dat de jon- ge Slangen hunne eerde woning hadden verlaten , en zeer vlug over den bodem van de doos gints en herwaarts kropen. Men vmd deze Eyeren in de Schapenflallen of Meftvaalten, wanneer men die gedurende den Herfft en Wynmaand naar de^^k- kcrs , waar op de Winterrogge zal gezaayd worden, wegvoert: zom- wvlen j de CoulewOres qu'on avoit retirés d^iin pare de Brebh , je les renfer- mai dam iine hoëte a ma Bibïiothé- que, me propofant de les mettre a line autre occajion dans tin ver- re rempli d'unc liqtieur covferva- trice ; dans cette intention foiivris la hoëte a peu prés trcis femaines après , 6? je m'appergtis non fans étonnement , que les jeunes Cotdeii- vres avoient quitte leur premiere demeure, 6? rampoient avec heau- coup de vitcffe de coté 6? d'autre au fond de la boete. On trouve ces Oeufs dans les parcs de Brehis ou dans les bacs de Fmnier, lors qu'on les trans- port e pendant les mois de Septem- hre &' d'O&obrefur les Ckanips^fur lesquels on va femer du Seigle dlii- ven C © 69 ® ) ^^'ylen vind men die Eyeren reeds ontledigt, en tevens veele jonge Slangen , die uit dezelve zyn voort- gekomen. Wat aanbelangd de tyd en wy- ze hunner paring, de during hun- ner dragt, de juifle tyd der eyer- Icgging, en hoe veele dagen , wec- ken of maanden tot derzelver uit- broeying nodig zyn , kan ik onge- acht alle myne navorfchingen niet bepalen : een Onderzoeker van het gefchapene ontmoet veelmalen be- letzelen, die hem omtrent fommi- ge dingen in het onzekere laaten , wanneer de Natuur voor ons heur geheime vertrekken noch niet ge- lieft te openen ; zy leid ons lang- zaam ter fleilen toppunt, waarop de Wysheid haar Tempel heeft ge- llicht. ver : qiielquesfois on trowve de ces Oeitfs qui font déjavuides, £? en même temps plufieiirs jeunes Coiileu- zres qui en font forties. Peur ce qui regarde Ie temps £? la manier'c de leur accouplementi la durée de leur portee, Ie temps précis de leur pont e , G? comhien de jours, de Jemaines , on de mois il leur faut pour faire éclorre leurs Oeiifs, je ne fcaurois lefixer, mal- gré t out es les recherches que f ai fal- ies a ce fujet. Celui qui veut ob- ferver foigneufement les êtres crëe'Sy rencontre fouvent des difficulte's, qui Ie laiffent dans Ie doute par rapport h de certains articks ; lorsque la Nature nous refufe encore rentree de fes cahinets les plus fecrets, elle ne nous ccnduit qua petits pas vers I 3 Ie c @ 70 © :) fticht. Alleenlyk weet men , dat dit een en ander, gedurende de tyd , die de Bloey- en Herfft- maanden inlluit , QdiT) gebeuren moet; en ik twyfele zeer, hoe veel men by fommige Schryvers daar van ook aangetekend vinde , of men betrekkelyk deze bedry- ven, wel iets met volkomene zeker- heid , kundig zy ; immers wanneer deze Dieren hunne natuurlyke vry- heid genieten, zyn ze zodanig vreesachtig, dat zy by de allerge- ringfte gewaarwording van Men- fchen of andere Schepfelen , die met zamen- fpan- .heur vervolgen (^dd) Ik heb in hec laatfle van Hooy- maand. Slangen geopend, diedeEyeren ■nog by zich droegen. lefommet escarpéfuflequella Sageffè a bati fon Temple. On fait feuk' ment, que tout ceci doit ar river pen- dant V intervalk du temps qiiil y a entre les mois de Mai 6? de Septem- hre inclufivement ; (dd) 6? je don- te fort, malgré tout cequife trouve rappor té Cl cefujetchez les Auteurs , quon ait la moindre certitude ahfe- lue touchant tous ces procédés ; car lorsque ces Animaux jouiffent de leur liberté naturelle-) ils font ft craintifs , que pourpeu quils s^apper^ coivent delapproche des Hommes ou d" autrei Creatures, qui les pour- fuivent , ils tdchent de s'enfuir de (dd) J'ai oiivert a la fin de Juillet des Couleume: , qui contenoient encore des Oeufs. i ( ® 71 © ) fpanning van alle kragtcn trachten te ontvlugten. En wanneer men dezelve van hunne natuurlyke vryheid beroofd , fchynen ook tef- fens alle derzelver driften als ver- doofd , en buiten werkzaamheid gefield te worden; alleen de ney- ging aan alle Schepfelen gemeen fchynd van de Dieren onaffchey- delyk , zy laaten geen poging tot verkryging van derzelver verlore- ne vryheid onbeproeft; om welke reden my de befchrevene wyze , op welke de Slangen zouden pa- ren, toefchynd, geeii andere be- flaanbaarheid te hebben, dan alleen in de verbeelding van Schryvers, die de Natuur zelve nooit hebben gadegeflagen. De Natuurlyke His- torie behoorde nooit door de zul- kcn de toutes leurs forces. Et lors quon les privé de leur liherté na- turelle , il J'anble quen même temps toutes leurs pajjions Uinguijfent B t omhein dans Vina&ion; lefeulde- Jir commun a toutes les Créa- tures paroit ne jamais quitter les Jnimaux; ils tentent tous les moyens poffibks pour recouvrer leur liherté perdue ; êP c'e/l pour cela que la maniere, dont on dé- crit r accoupkment des Couleuvres, ne me paroit réellement exijler que dans rimagination de t els Auteurs , qui n'ont jamais ohfervé la Na- ture elk même. Ceux dont Tuni- que hut e/l de compofer un Ro- man, ne devroient jamais slngé' rsr C © 72 © ) ken misbruikt te worden , welker oogmerk zich alleen bepaald tot het fchryven van een Roman. Aristoteles , Qee) en die hem zonder eygene nafpeuringen ge- volgd zyn C ƒƒ )j geven ons een be- fchry ving van de wyze hunner pa- ring. Valentinus , (gg) Charas (/j/j) en anderen, hebben er een te- kening van gemaakt,en taftbare on- waarheden in de befchry vingen by- gevoegd. P. Labat 0"0 verzekerd ons, (ee) Hijloria Animalium , lib. v. cap. 4. (ƒƒ■) Plinius Hifi. Nat. Lib. x. caj>. 82. (gS) Ampbiiheatïum Zoötomicum Tab. Lxsxvi. Fig. 3. (bb) Nouvelles experiences fur ia Vipere, op de Tytelplaat. {m) ReyzcDj 3de De?l, bl. 67. rer d'êcrire Jtir rHiJloire Natu- relle. Aristote , Cee) ê? ceux de fes SeBateiirs qui nont fait etix mêmes auciiiiesreckercheSjQff) dé- crivent la maniere dont les Couhu- vrès saccoupknt. Valentin , (gg) Charas Chh) ^ d'autres en ent laijfedesfigiires, 6? ont fait ent rer dans leiirs defcriptions des faii(fetés palpahles. Le P. Labat (ii) nous ajfüre (ee) Hifi. Animal, lib. j. chap. iv. (ff) Pline Hifi. Naiitrelle liv, x. chap. 82. (gg) Ampbithtatr. ZoÖtomic. Tab. Lxxxvi. Fig. 3. (hfi) Nouvelles experiences fur la Fipére, fur le frontispice. (ii) Voyages, Tomé 2 page6T. é C ® 73 ® ) ons , de paring dezer Dieren zel- ve gezien te hebben;, zy waren kabeltouwswyzc door een geflin- gert, en met het derde deel hun- ner lengte opgericht, fyfelcnde en fchuimbekkende als razende en vergramde Dieren; waarlyk een zonderlinge wyze van liefkozen. Veelmalen heb ik de gevangene Slangen in een ruime Kift met gla- fen befloten , verfchillende Infec- ten, Müifcn, Vogels, MeIk,Water, Plantgewasfen , Meel, Zemelen, Brood, Aarde en Zand aangebo- den; zy onthouden zich geheel en al van eenig voedzel te nemen Qkk'), en (^kk) Watson verzekert , dat de be- zwangerde Wyfjes zouden eten. Zie zyne Dierlyke Waereld, bladz. 275. de fes propres yeux l' accouplement de ca Animaux; ils etoient entor- tUlés cfjfembk comme iin cable G? s^èlévoient en Vair du fiers de leur longueur, fifflants G? écumants com- me des Animaux fnrieux ê? irri- tés; voila vraimeut tine fa^on fin- gullere de fe c^irejjer. Souvent f ai Gjj'crt aux Couleuvres que favois enfermées dans urn grande caijfe vitïèe, diffirens Infe£tes^ des Sou- ris, des OifeauXi du Lalt, de rEaiu des Plantes, de la Fari- ne-, du Son, du Pain, de la Terre, ^ du Sable ; mais elles s'ahjliennent abfolument de toute nourriture (kk), (kk) Watson ajjure, que les Couleu- ires , qui font pleines, mangent. Voyez f on Monde Animal, page 275. K C ® 74 ® ) en kunnen echter zonder diens ge- bruik lange in het leven blyven, en wel zo lange tot dat zy ganfch vermagerd en uitgeteerd, einde- lyk hunne langzaam afnemende kragten geheel verliezen , en fter- ven. Zeer verfchillende is de uit- geflrckthcid van den tyd, dat de Slangen in de gevangenis leven; meermalen heb ik deze Dieren fes maanden levendig bewaard , faiu- migen leevden geen eene maand; dit verfchil in de during moet men myns erachtens voornamentlyk afleyden uit hun flaat van minder of meerdere vettigheid , waar in zy, gevangen wordende, zich be- vinden ; of aan het minder of meer- der Aas, het geen zy op dien tyd vn de Maag nog onverteerd heb- ben; 5^ peuvent cependant refter long. temps en vie mdgré cette ahjlinen- cc, mime jusqua ce qu êtant entie- rement émaciées (j' épuifées, elles perdent a la fin toutes leiirs forceS', qiii decroisfent hntement ^ ^ fini [fent de vi-vre. La durée dn temps., que les Coukuvres, quon tient enfermêes, peuvent rejier en vie y var ie confide' rahlement ; je les ai gardees en vie plufieurs fois pendant fix mois de fuite , d'aiitres ne vivoient pas tin mois ; je crois quon doit attribuer cette difference de durêe principa- lement a ce, qu elles font plus on. moins engraiffées lors quon les prend , ou hien a la plus on moins grande quantité de nour- riture non encore digérêe, qu' elles ont alors dans reftomac , S' dont la C © 75 jB ) ben ; en deze fpysvcrtering ge- fchied langzaam, dit blykt uit de geringe hoeveelheid der ontlas- ting, die eveneens als by de Vo- gelen op geen twederlcy wyze., maar beyden te gelyk gefchied. Dikwils heb ik en anderen in geopende Slangen , verfchillende bloedlozc Dieren , insgelyks Mui- fen , Vogels , Kikvorfchen , ja zelfs Mollen, Hagediflen , Rotten en diergelyken gezien , met het hoofd naar de ftaart der Slang, en met de poten by langs het lyf uitgellrekt leggende. Ja dikwils moet men zich verwonderen, wanneer men acht (laat, hoe zulk een dun en rank Schepfel, door zuiging, Die- ren kan doorzweigen , welkers middellyn de middellyn der Slan- gen la digeflion fe fait lentcmeiu, cc qiü paroit par Ie peti d'excrC' mens qu'elles évacuent, ce qui ar- rive chez elles tout comme chez les Oifemx , par un fsul cou- loir. j'ai trouvé jouvent dans des Cou- leuvres que favois oitvertes, aus- fi hien que d'autres Ohfervateurs , différens Infeties , de même que des Souris, des Oifeaux , des Gre- nouilles^ S même des Taupes, des Lézards, des Rats ^ d^autresy^ni- matix femhlables , tournés avec leur tête vers la queue de la Couleuvre & eten-dus avec leitrs pattes appliquées Ie long de leur corps. On afouvent lieu de s'étonner , lors quon réfléchit, quune Créature d'une taille fi dé' liée £? fi fine pui (f e avaler, enfu^ant^ K 2 des C ©. 7Ö © ) gen veelmalen bevat; want zy hebben geen vermogen om met hunne achterover gcbogene Tand- jes te kunnen kauwen ; maar de Hals van de Slang is uit zeer uit- rekkende en fterke Spieren, tot deze doorzvvelging nodige zamen- gefteld : ja nimmer doch ontbreekt het de Dieren aan werktuigen, die altoos eygenaartig gefchikt zyn, om zodanig voedzel naar de inge- wanden te brengen, 't geen dege- fceltenis hunner Magen toelaat te verteren , en insgelyks aan geen vernuft om het Aas in diervoegen te fchikken , dat het zonder hin- der kan doordringen. Het onbe- grypelyk Beleid , Goedheid en Al- raagc van den Schepper, zyn ook taflclvk kenbaar in het Spier- des Animaux dont Ie diamètre fur- paJJ} beaiicoup celui des Coideuvres ; car elles nont pas lafaciüté de pou- voir vuicher avec leurs petites Dents recourbées en arriére, mais en re- Z'cnche , hiir Col efi compofé de mus- des tres fort s B' f ^ ei les a s'étendre, qiii leur font tres néccffaires pour pouvoir avaler : ainfi fon velt que les Animaux ne manquent jamais Sorganes propres a donner paffage aux alimens que la conflitution de leur Eftomac leur permet de di- gerer , ni d'intelligencs pour ar- ranger leur Proye de fagon qu" el- Ie puife pajfer fans peitie. La Sagejfe, la Bonté &- la Toute- puiffance incomprehcnfihle du Createur , fe manifefent aujf tres difin&einent dans l'arrangemeni muscü- C0 77 ®^ Spiergeflel der Slangen -hal- zen. Nooit heb ik eenige overblyf- zelen van kruiden , althans die nog onverteerd en kenbaar waren , in de Maag der Slangen gevonden; ik vermoede echter , dat zy eenige Plantgewasfen en Vruchten, of tot voedzel, of ter bevordering van de fpysvertering gebruiken. Sommigen onzer Landlieden verzekeren my, dat de Slangen geene gelegenheid laten voorby- gaan, om de Melk- en Roomva- ten te bekruipen, en zich met het gezegend voortbrengzel der Run- deren te vergasten , ja zelfs dat zy de leggende Koeyen dikwils zou- den uitzuigen. De Slang is de vkigfte van de drie musculaire du Col des Couka- vres. ye nai jamais trowvè dans rE- Jlomac des Coukiivres quelques re- ffes de Plant es ^ pas du moins qtd fiijfent eniicres ^ reconnoi (fahles ; jefonpgonne cependant,quelle^man- gcnt quelques Plantes S' quelques Fruits , foit pour [e nourrir om pour aider a la digejlion. Quelques uns de nos Habitans de la campagne mont a(furé^ que les Couleuvres ne négligent aucune occafion de s'injinuer dans les vafes remplis deLaitoude Crème, ^ defe r egaler de cette liqueur délicieufe dont nos Vaches nous enricbiffent-, & que fouvcnt même elles trayent les VacheSy quelles trouvent couchéespar terre-. La Couleuvre ejl la plus vive des K 3. trois C © 78 © ; o drie verfchillende foorten dezer Dieren , die wy in dit Landfchap vinden ; byzonder wanneer zy zich in het water bevind; dan zy is ook te gelyk vreesachtiger; waarfchynlyk is zy kundig van haar onvermogen om te kunnen befchadigen ; de vrees doch word door een befef van zwakheid ge- boren; intufTchen blyft het waar- achtig, dat de Natuur altoos het gebrek van vermogens door an- dere eygenfchappen vergoed, die met het gemis gelyk ftaan. Zy houden zich nieeft in Wey- -de- en Hooylanden , in Hagen en lage Bofchadien op. In het algemeen is men hiervan gevoelen , dat de Ringflang in geen vriendfchap met den Adder leevd ; waar- trois efpéces de Serpens qu'on ren- contre dans ce Pays ; fiir tout lors quelk ejl dam feau ; mais elk ejl aujji la plus craintive; peut- être qu'elle connolt fon impiiiffance a nuire; car la crainte pravient d'tin fentiment intérieur de foi- bkffe; qiJoiquil foit certain-, qui la Nature dedommagt toiijours du manque de facultés par d'autres propriétés, qui équivalent a ce de- faut. Les Couleuvres hahitmt commU' nement les Paturages 6? les Prai- ries, les Hayes &' les Buijjons. lei fon croit ajfez généralement , que la Couleuvre a Collier vit en iriimitié avec la Vipere ; il eji vrai- ( © 19 ®) waarfchynlyk vcrflind de laatfte de Jongen van den eerlle : ter plaaczc daar zich veele Adders ophouden, worden weinig Slangen gevonden, en men heeft opgemerkt dat naar maten het getal der Adders in een llreek toencemd, dat der Slangen verminderd. Door den Heer Shaw (//) word de Ringflang , Natrix torqiia- ta, voor de lidigfte van alle Slan- gen gehouden 5 zy zou de verleyd- ller van de eerlle Vrouw op dezen Aardklood geweefl zyn, door wiens misdryf het Menfchdom, enderzins de mededeelbare ey- genfchappen der Godheid deelach- tig, zedelyk ondeugend en ramp- zalig (//) Rcyzen, 2de Deel, bladz. 194, vraifemUabk , que ceUe-ci dévore les petits de la Coukuvre: la, on il fe trouve heaucoup de ^ipereSy on rencontre fort peit de Couleu- vres^ Ê? ron a remarquè qiièi VI e/ure que Ie nomhre da Viperes augmente dans iine contrée, celui des Coiileuvres y diminue. Monfieur Shaw (\Y) dit, que la Coukuvre a Collier, Natrix torquata , ejl la plus rufée de tous les Serpens, 6? quelle a feduite la premiere Femme qui a hahité cette Terre , par Ie péché de la- quelle Ie Genre hmain , qui fans cela participoit aux proprietês Di- vines qui font communicahles , efl devenu fort corrompu S tres mal- (11) Feyages, Tomé 2. page 194. C ® 8o @ ^ zalig is geworden. Het is buiten twyffel veel gewaagd een zulken blaam op de Ringflang te leggtn ; evenwel heeft men (^gelukkig voor myn onderwerp) daaromtrent geen ander bewys aangehaald , dan ee- ne fchynbare overeenkomt van de woorden Nachasb en Hatmesh; het eerfleword door Moses gebe- zigd om het Dier uittedrukken, het geen liftigerwas dan al het Ge- dierte des Velds , en het geen zyn overredend vermogen met een goeden uitflag aan de flandvaftig- heid van Eva heeft beproevd. (jnm') Het tweede woord zoude in de Egiptifche Landtaal het zelvde Dier uitdrukken, het geen wy den naam (?Kf?>) Gencr. cap. 3. malheureux. On risque heaucoup fans contredit en donnant un ft mauvais renom a la Coiileuvre a Collier; cependant Qpar bonheur poiir mon fujet') on na pa allé- guer auciine preuve de cette im- putation, quune conformité appa- rente entre les mots Nachash 6? Hannesh; dont Ie premier efl em- ployé par MoïsE pour déftgner rAnimal, qui êtoit plus rufè que tont es les Bêtes des cbamps, &> qui a eprouvé avcc fiicces fa faciilté perfuafive fur la conflance d'E- VE. (ram) Eautre mot exprime^ a ce qiion dit, en Langue Egyp- tienne Ie même Animal , o qui nous don- (mm) CeneJ. cbap. 3. CC& 8i © ) naam van Ringflang of Natrix ge- ven. Ingeval deze meening van den HecrSuAw met de Vv^aarheid over- eenftemd, heeft de Ringflang, by my en anderen voor onfchaadbaar gekeurd , echter onbegrypelyk meer kwaads verricht , dan de venynige Adder door de bceten zyner vergiftfpuytende Slagtan- den, zedert de Schepping metee- nige mogelykheid heeft kunnen uitvoeren. Dan ik geve den God- geleerden in bedenking, of de uit- drukking, in het verhaal van Mo- SE3 voorkomende , dat bet Slan- gttizaad de verzenen van het Vrou- wenzaad zoude vermorzelen , (jm') wel (nn) Geaef. 3. vf. ij. donnons Ie nom de Couleuvre a Col- lier OU de Natrix. ■Maïs en cas que cette opinion de Monfr. Shaw fut conforme a la vérité, alors la Couleuvre a Col- lier, que moi Sf d'auires Natura- lijles ne croycns pos rniifible , au- roit pourtav.t caufé infininent plus de mal, que la Vipere venimeufe na été capable d'en faire depuis ta création du monde par les morfures de fes Dents canines qui lancent une liqueur envénimée. ^e laijfe aux Thtologiens a conftdérer , fi lex- presfion, qu'on trouve dans la nar- ration de Moyse , que la femen- ce du Serpent brifera Ie talon de la femence de la Femme, Qm') efl (nnj GineJ. 3. vf. ïj> C © 83 ® ) wel in het byzonder op de Ring- flang toepasfelyk kan en behoor- de gemaakt te worden. Dan de Heer Shaw verheft daarentegen de Ringflang weder- om in een ander opzicht , wan- neer hy dezelve als de Slang van Aesculapius aanmerkt, (oo) wel- ke Slang geen minder verdienfle word toegeëygend , dan de heil- zaame Geneeskonfl zelve billyk van ons vorderd, ten haren op- zichte , . te erkennen ; van welke wetenfchap zy dan ook , voor zo verre die op ervaring , befchey- denheid en voorzichtige handel- wyzen, gevefligt is, als eenzin- ne- (oo) Reyze, ifte deel, bladz, 271. en !ide deel, biadz. 194. ef} bien partkiilierement applka' hle a la Couhuvre h Collier. Maïs iun autre cêté Monfieuf Shaw loue la Couhuvre a Collier, lors quil Tenvifage comme Ie Serpent d'EscuLAPE, (06) auquel Animal on attribue tout autant de mérite , que nous fommes obli- gês d'en reconnoitre a jujïe titre è la fcience falutaire de la Me- decine ; de laquelle fcience , en tant qnelle efl fondce fur l'cxpe- rience , la discretion (2? la pru- dence-, Ie Serpent ejl ot dinairemsnt ïeni' (oo) Voyages, Tonie 1. pags 271. C? Tomé 2. page 194. C ® 83 ® ) ncbecld pleeg te verflrekken ; (pp) het vernuft is dikwils al te vveel- drig , en het vedieft zich of in fpeh'ngen of in gisfingen. (pp) Daar is er die meenen dat men de oorfpronkclyke aanleyding, tot het gebruik van dit zinnebeeld, zoeken moet in de genezende kragt der ko- pere Slang door Mozes opgerigt, en daar na tot Afgodery misbruikt. .Mf .M^ -M/ Ti^ Tl?' ^ ADDER Vemhléme; (^pp) il nrrivehienfoü- vent que lors qti'on fe livre trop 4 la foKgue de f on imagination , Von fe perd dans des jeux de mots ^ des coHJe6iures. CpP) Il y en a qui croyent qu'on doit cbeicber l'origine de eet Embléme dans la vertu medicinale du Serpent d'airain erigé par Moyse , 6f qui fut apres cels, un objet d'Idolatrie. ^ -M^ ^ W ^ w L a FIPERE C ® 84 © ) ^iSfr ^;1S& ^li'^ ^il^ O- iiiil^ €> ^.!!^ ^ !K^ ADDER. 'e Slangfoort op rnyne twede Plaat afgebeeld , word in onze Landtaal Adder genoemd, en in het Latyn Hpera, welk woord met lut Franfche Fipere, en met het Engelfche Fiper , fchynt afge- leyd.te moeten worden van F'i- viparum^ Levendbarend. (i) En in der daadt , de Adders zyn ook in dezen opzichte kennelyk van de Ringflang onderfcheyden ; zy / ba- (i) Sommigen mccnen dat dit Dier Vipera genoemd word , quia m pa: iat. De Heer I iNN-«us geeft aan den Euro- pifchen Adder, den naam \a1yC0luber Be- rus £f angids Vipera. VIPERE. J^'e^péce de Serpent , qui ejl re- préfentéc fiir ma feconde Planche , porte Ie mm de Adder en Hol- landois, de Vipera enLatin-, mot lequel, de même que Ie terme Fran- gois de Vipere , S? VAnglois de Viper, femhle provenir de Vivipa- rum , qui Jignifie un Animal quipro- diiit fon femblable tout en vie. (i\ Ceff en eff'et amfi par la que les Fiperes different fur tout des Cou- leti- ii) Il y en a, qui croyent que eet Ani' mal eft lummé Vipera , quia vi pnriat. Monjieur Linn^us novime la Vipere d'Eu- rope, Coluber BeruSj& anguis Vipera. PL.d^-iT n. A :d b jE ^. C © 85 © ) baren levendige Jongen, en leg- gen gcene eygentlyk gezegde Eye- rcn. My is niet onbekend , hoe de arbeydzame en kundige Graav de BuFFON het gevoelen voorflaat, dat ook de Adders tot de eyerleg- gende en niet tot de levendbaren- de Dieren zouden behooren; en wel om reden, dat ieder Adder by de geboorte in een dun vlies is in- gewikkeld; welk vlies echter door het jonge Dier onder of kort na de baring wierd verbroken. (^2}. Pli- C2) Hijl. Nat.voJ. \\x. p. 160. in 8vo. Men kan dcze Vliezen met de jonge Ad- ders afgebeeld vinden by Valentimis, ïeitvres , d'autant que les Viperes met tent bas kurs petits tont en ^7>, Ê? ne pondent pas d' Oeufs propre- ment ainji nommés. ye fijgnore pas que Ie labo- rjeux S' fgavant Comte de Buf- FON foutienne^ que les Vtperes doi- vent être mifes ausfi au nomhre des Animatix Ovipares &* non pas des Fïvipares; S? cela a caufe-, que ckaque Vipere fe trouve envelop- pée^ en naijfant, d'tme memhrane tres fine, qu'elle dechire cependant d'abord quelle efl née , ou hienfort peu de iemps après. (2) Pli- (2) Hift Nac. vol. iii.p 160. inSvo, L'on trouve ces membranes de même que Ie jeunes Viperes de^ eintes dans TAmphithea- L 3 tre C ® 86 @ ) Plinius teld insgelyks den Ad- der onder de eyerleggende Die- ren; C3) dan het is niet te ver- moeden, dat hy zyne vraagbaak , Aristoteles , nauwkeurig genoeg heeft geraadpleegd , om van deze omflandigheid de vereischte ken- nis te bekomen. Immers deze laaflgenoemde NatuurbefchoLiwer beeft op meer dan eene plaats aan- gemerkt, dat onder alle Slangfoor- ten, de Adder alleen gene Eye- ren legd , maar volkomen levendi- ge jongen baard. (4) Het AmpUtheatT. Zo'ótom. Tab. 86. Fig. 4. en byCHARAs Noiiv. experienc.fur laFipere, pag. 57. Plaat I. (3) Hijl. Nat. Lih. 10. cap. 6z. (43 De Ani7ml. Lih, i. cap. vi. Lib. Pline place ausji la Vipere parmi les Animaux Ovipares; (3) // m paroit pas cependant avoir confiiltê fon oracle Aristote avec a[fez ctattention , pour connoi- tre fuffifamment cette circonjlan- ce; car ce Naturalijle obferve dam plus d'tm endroit , que parmi tontes fortes de Serpens la feule Vipere ne ponde pas d'Oeufs , mais mette bas des petits tout vi- vants. (j[) tre ZoötomicdeVALENTiN.Tab. 86. Fig. 4. 6? dans les nouvelle experiences furla Vipere, par Charas,;». 57. Planche i. (3) Hifi. Nat. Lih. 10. cap. 62. (4) De Animal. Lib. i. cap. vi. Lib. C 87 ® J) Het zonde buiten myn oogmerk lopen, .wanneer ik hier de leer der Eycrilokkcn breedvoerig wil- de overwegen; een ieder is be- wüft, dat Harvey en Valesneri door deze leer het geheim der voorttcling hebben willen toelig- ten ; dan vermoedelyk zal de on- derftelde progrejjus in infinitum, de grondilag van dit leerftelzel, nimmermeer een algemeene toe- ftemmina vinden. ~ Ik merkalleenlyk hier maar aan, dat ook de Heer Buffon dit ge- voelen van Harvey en Valesne- ri, lil. ccr. I. i$ Lib, v. caj>. xxxiv. En dit word door jongere St.hryvcrs bcveftigd. Zie onder anderen de tefchryviTige lan dtn Rateljlavg donr den kundigen Dr. Tyson j in de P bil of. Trans aB. No. 144. Je pajjerois les hornet du plan que je me ftiis propofé, fi je vou- lois niétendre fitr Ie fyjïeme des Ovar i/les; ckactin fait^ queYïhR- VEY Ê? Valesneri ont voulti ex* pliquer, par cette do6irine,le my : fiere de la gèriération; mais il nejl pas vraifemblable , que Vbypothe- fe du progrefflis in infinitiim , qui e/l la hafe de ce fyfleme , fera jamais admife d^tn commiin accord. Qj/il me foit permis de faire cet- te feule remarque, fgavoir que Mt*. De BuFFON ƒ f/? aus/i deel ar é con- tre Ie fentiment de Harvey ê? de Vales- ui. cap. I. &? Lib. V. cap. xxxiv. Ceci Je trowce (onfirmé par des Auteurs moder- r,es , entr'autres par Ie Dr. Tyson , dam defcription du Serpent è fonncttcs, qu'on trouve dans les Trans. Phil, No. 144, C ® 88 @ ) m, zo wel als dat van Leuwen- HOEK , betreffende de Zaaddiert- jes, betvvift heeft; en insgelyks zyne begrippen door anderen heeft horen tegenfpreken : intulTcben fchynd de Heer de Buffon, im- mers voor zo verre de Slangen aanbelangd , de flelregel omnia ex ovo te hebben aangenomen. MAiPicHiusdagt anders over de voortteeling dan Harvey , echter geloovden zy beyden, dat alle le- vendige Schepzelen voor de ge- boorte in zichbare Eytjes befloten zyn. Waarfchynlyk zouden defchyn- ftrydigheden , die wy, rakende dit onderwerp , by verfchillende Schryvers aantreffen, door een juide Vales NERi, ausfi bien que contre celui de Leuwenhoek, ^ar rap. port aux ^nimalcules fpermati- qiies; S' qitU a fu par ei Hemen f fon propre fyfleme critiqué par (fautres Ecrivaim : mais pour ce qiii concerne les Serpens , Mon- fieur DE Buffon paroit avoir ein- hrajfé ropinion, omnia ex ovo. Malpighi etoit Sun toiit autre fentimentque Harvey, relativement a la génération ; ils croyoient pour- tant tous les deux , que toutes les créotures vivantesfont ren f er mees ^ avant de naitre, dans des Oeufs perceptihles a la vue. On pourroit vraifemblablement faire dispar oit re les contradiStions apparentes quon rencontre chez les diferens Auteurs, par rapport ü ce c 89 m ) juifbe omfchryving en bepaling van het woord ^3'ercrt, kunnen worden uit den weg geruimd ; immers het is niet wel tegen te fpreken, dat de Eyeren , die door de Ringflang gelegd worden, van een geheel andere natuur zyn , dan de Vlie- zen , waar in de jonge Adders , ter waereld komende, zich bevinden; welke Vliezen met die overeen- komen, waar in alle levendig ge- baarde Dieren, voor de geboorte, zyn ingeflotcn geweefl. Ik noem zodanige Dieren eycr- leggende , wiens bezwangerde Wyfjes min of meer verharde of zulke fchaalachtige lighamen leg- gen , v.'elke wy in onze taal ge- woon zyn de naam van Eyeren te geeven ; en welk ieder byzon- der ce fujet , & cela par Ie moyeii d'une defcription 6? d'ime défini- tion exa&e du mot d'Oeuf; Car il faut convenir , que les Oetifs pondus par la Couleuvre^ Jont d'u- ne toute autre nature, que les Mem- hranes , dans lesquelles naijjent les jeunes Viperes; ces Memhranes font entierement conformes a celles dans lesquelles tous les Animaux nis en vie êtoient renfermés avant que de naitre. Je nomme Animaux Ovipares, ceux dont les Femelles ayant con- cues pondent des corps plus ou moins durs, ou des coquUles, que nous nemmons communement dans notre langue des Oeufs; les quels contiennent, chacun en particulier,- M mn C © 90 ® J) der Ey niet alleen het levens- beginzel hunner teeld bevat, maar ook tefFens zulk een hoeveelheid van voedzame vloeyflof inlluft, als volftrekt en eygenaartig ver- eifcht word , om het jonge Schep- fel tot die grootte en fterkte te vol- maken , dat het op zich zei ven, buiten het Ey kan beftaan en le- ven. Deze Eyeren moeten door eene van buiten aangebragte ver- warmende koeftering worden uit- gebroeyd ; het zy dat deze uitbroe- ding gefchiede door de Dieren die de Eyeren gelegt hebben zelven en alleen ; of door anderen, of met hulp der Mannen, gelyk dit alles by de Vogelen plaats vind; het zy dat dit door deflralen derZon- ne worde uitgewerkt, gelyk om- trent non feulement Ie principe vital du germe , mais msfi une quantitê de fluïde murricier fuffifante , poiir faire parvenir VEmhryon a ce de- gré de grandeur £? de force , dont il a hefoiii pour pouvoir fuh- fljler êP vivre de par foi hors de rOeiif. Ces Oeufs doivent être èclos par une chaleur douce aü- pliquée au dekors ; foit que cela fe fajje uniquement par Ie moyen des Animaux qui les ont pondus, OU hien par d'autres Animaux , OU par les Maks , comme tout ce- la arrive chez les Oifeaux; foit que cela fe faJJe par les rayons du SoleiU comme cela a lieu dans les C © 91 CB ^ trent de Schildpad-Eyeren ge- beurd; het zy dat de uitbroeding bevorderd worde door de warmte van broeyende Mefl of andere rot- tende zelvflandigheden , waar in de Slangen gewoon zyn.ten dien eynde hunne Eyereu te leggen. Ik zwyge hier opzettelyk van de uitbroeying der Eyeren op, of in Ovens en diergelyke warmgellook- te plaatzcn, overmits dit tot de kunflbewerkingcn , en niet tot de verrichting der Natuur behoord. Daarentegen noem ik die Die- ren levendbarende , die zulke hier voor befchrevene Eyeren niet ge- woon zyn te leggen; en welkers Jongen onmiddelyk na de geboor- te zichtbaar dezelvde gedaante als de Ouden , in een meer of minde- re les Oeufs de Tortue; fait qu'on fajfe éclorre les Oeufs par la cha- leur de Fimier echauffé, on d'au- tres fubflances qui font dans me fermentation putride , dans lesquel- les les Serpens pondent ordinaire- ment leurs Oeufs ^ dans Ie dejfein de les y faire êclorre. Je ne fais pas mention des Oeufs qu'on fait êclorre dans ou fur des Fours OU de pareus endroits echauffés , parce que cefl Ie produit de F art , (£P non celui de la Nature. Je nomme au contraire Ani- niaux Fïvipares, ceux qui nont pas coutume de pondre des Oeufs tels que ceux que nous venons de dé'- crire;B' dont les Petits rejfemhlent, d'abord quils font nes, plus oumoins parfaitement aux Vieux , 6? pojfe- M 2 dent ( @ 92 (B ) re trap van volmaaktheid, voor- Hellen , en de vermogens bezit:- ten, of om hun voedzcl zelve te zoeken, of het zelve door de Ou- ders te ontfangen , ter tyd zy be- kwaamheid genoeg hebben, om in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien. (5) Het (5) De Ovcrzettcrs van het Nieuwe Tcftament hebben r£«t>«T« 'E;t.J'>.^« in het nederduitfch vertaald met het zamenge- fielde woord Addergehroedzel. (a) Inge- val dit voorbedagtelyk gefchied zij, fchynt het my toe, dat zy met Plinius, en die hem gevolgd zyn , de eyerlcgging . van den Adder vcrkeerdelyk onderftel- Icn ; want de woorden broeden ènhroedzel hebben, in dezen zin, een eygenaartige be- (3) Mattheus, cap.s.vf. 7. cap. 12. vf. 34. cap. 23. vf. 33. Lucas 3. vf. 7. dent Ia faculté de chercher eux tnêmes kiir noiirriture , on ds la recevoir de Icurs Pareus, jiisqna ce qifih foieat en êtat de ponr- z'oir a leur propre fuhfijlan- ce. Cs) Le (5) Les Tradu&eurs du Nouveau Te- flament ont traduit rmr.imr» 'E}^ihiS, en Hóllandois par le mot compofé Adderge- broedzcl. (a) £?2 cas qu'ils Vont tra- duit ainfi de dejjein premédité , il 7i:e pa- roit qu'ils tomhent dans la même erreur que Pline Êf fes fectateurs, gui fuppofem aujji que les Fiperes pondent ; car les • mots de broeden 6? broedzel ont dans ce fens ime relation toute particuliere au mot (a) Matth. ch. 3. v. 7. ch. 12. v. 34. eb. 23. V. 33. Luc, 3. V. 7. ( © 93 ,© ) Het getal der Jongen , het geen de Adder ter eener dragt baard , be- bctrckking tot het woord Eyeren. Oor- fpronglyk geeft het woord broeden een verwarming of kocflering te kennen, (Z') en hroedzei is dierhalven iets hcc geen door koeftering of verwarming veroor- zaakt wordt ; en overzulks kunnen de Slangen-Eyeren met nadruk gezegd wor- den uitgebroeyd te worden : dan deze woorden zyn van geen toepaffing op den Adder; zclvs niet, als men met den Fleer DE BuFFON de Vliezen, die de jonge Ad- ders influiten , al den naam van Eyeren toe- eygend. Deza zet deze fpreekwyze dier- halven beter over dcor de latynfche woor- den progenies Viperarum. Luther door de hoogdiiitfche Otfctge^ucftc; de Engel- fchcn door Generation of Vipers; en de Fran- ([)ƒ Ten Kate Aanleid, lot de Neder- duitfde Taal, : de deel i hladz, 139. Le iiomhre de Petits , que la Vi- lder e met bas d'tine portee, ejl li- mit é mot d'Ocuf. Le mot broeden exprime ori- ginellement nne chaleur douce; ö" broed- zel efl par confequent qiitlque cbnfe qui eJl le prodidt d'une lelie cbaleur dou- ce (b) l'sJI pourquci on s^exprime a- lec énergie, en dijant des Oeiifs de Ser- pens qu'ils font uitgebroeyd: mais ces mots ne convienncnt nullement d la Vi- pere , qtiand me'ine on voudroü nommer les mevibranes , qui renfernient les jeunes Vi- peres, des Oeufs , comme fait Monfieur DE BuFFON. Beza a dor.c mieux traduit cette expreffion par les mots latins de progenies Viperarum. Lother par les mots alleviands de Ottcrüc^uc'tc ; les An- glols par ceux de Generation of Vi- pers ; 6f les Fran^ois par les termes de Race (i) Ten Kate Aanleid, tot de Ne- derd. Taalj 2de deel, pag, 139. M 3 C ® 94 ® ) bepaald Aristoteles op twintig; anderen fchry ven van vyfentwin- tig. Franfchen door Race de Vipere; welke allen letterlyk in onze taal zo veel uk- drukken , als of men zeyde een Adder- tceld , Adderkroofl, een voortbrengzel , een geflagt van Adders ; en overzulks zal men zich ook veel natuurlyker van eene dezer zamenzettingen kunnen bedie- nen, om figuurlyk een boos Menfch uit te drukken , die even als den Adder het venynig werktuig verbergdj en van alle wapenen ontblood fchynt teizyn,dan de zodanige te vergelyken met een gebroed- zel , het geen nimmermeer een beflaan heeft gehad. Ik zal , voor dat ik deeze aanmerking eyndige,hier nog byvoegen, hoe wy by den Profeet Jesaias lezen van uitgebroeydc Eyeren, daar Epheb, (welk woord door het onze Adders, ver- taald wordt, ) uit zouden voortkomen ; (c) dan (c) Jesaias 59. vf. 5. mité p(ir Aristote a vingt ; d'au- tres Ecrivains Ie fixent a vingt &* cinq. Race de Viperes ; lesquels expriment a la lettre ce quon appelle en Hollandois Ad- derteeld , Adderkrooft , un descendant, um generation de Viperes ; & a caufe de cela l'on pourra beaucoup plus conve?:a- blement employer un de ces termes compo- fés , pour exprinisr metaphoriquement un mecbant Homme, qui cache, ainfi que la Vipere , l'injlrument venimeux , tandis qu'il femble étre privé de toute efpece d'armes , que de comparer de telles geus a une Cou- vée, qui n'a jamais exijlée. Avant de finir ■ cette remarque , j'y ajouterai enco- re, quon troiive au livre du Profete E- SA IE, qu'il y e(i fait mention d'Oeufs eclos , (uitgebroeyd) d'oii proviendroient des Epheh , Qnot qu'on traduit par celui de Viperes.) (c) Mais dans eet endroit il neft (c) EsAiE eb. S9- 1'. 5. ( © VS © ) tig. Ik heb er van tien tot vyftien in geopende Wyfjes gevonden, welke ieder nagenoeg twee dui- men lang, en -een middelmatige pennenfchaft dik waren» Onze Adder is dienshalven zo vruchtbaar niet als de Ringflang ; eenebyzonderheid, welke ons ver- pligt degoedgunflige voorzorg der Voorzienigheid te erkennen ; im- mers het is derzelver blykbaare fchikking, dat fchadelyke Dieren minder vruchtbaar zyn, dan de znlken , welken byzonder tot na- deel van het Menfchdom , met geene fchadelyke eygenfchappen zyn dan ter dezer plaats word van geene ey- gentlyke Adders gefproken , gelyk wy door BocHART onderrigt worden, (d) (d) HiERoz. P. 2. L. 3-. cap. 2. 9, ciiiq. Dans des Femclles,quefai onver- teSffen ai trouvéde dixjusquh qtiin- ze , qui avoient chacun environ deux pon ces de long,S' etoient de la gros* feur d'une plume a ecrire ordinaire. Notre Vipere nejl donc pas fi féconde que la Couleuvre ; cir- conjlance qui nous porte h recon- noitre la precaution avantageu- fe de la Providence, qui arrange les chofes de fagon, que les Ani- maux nuifihles foient nioins fe- conds , que ceux qui , principalement eu égard a FHomme , ne font pas doue's de qualités de cette natu- re. n'ejl pas queflion ds Viperes proprement dites , comme nous l'apprend Monfr. Boe- HART. (d) (dj HiEROZ. P. 2, L. 3. cap. a. 9. C © 95 © ) zyn voorzien. Plinius heefc al aangemerkt : „ dat de Natuur zeer „ zorgvuldig is, om dat ze Die- „ ren die geen fchade doen, en „ die tot fpys verftrekken , vrucht- „ baarder dan anderen gefchapen „ heeft. (6) Ondertusfchen moet men zo onvoorzigtig niet zyn , om eenige Dieren overtollig te keu- ren; zy allen llrekken tot eer van- hunnen Maker , en min of meer tot nut van den Menfch en andere Schepzelen. De jonge Adders hebben on- middelyk na dat ze geboren zyn , het vermogen om voor hun nodig onderhoud te kunnen zor- gen y hun voedzel beilaat waar- y fchyn- (6) Hifi. Nat. Lib. 8. ca]). 55. re. Pline a deja ohfirvé: ,,quc „ la N ai ure a tres grand f o in „ de cr'éer les Anïmaux qi:i ne „ ntiifent poiiit S' qui fervent ,, Saliment , plus féconds que ,, d'autres. (6) // ne fautpour- tant pas être 4i[fez imprudent , que de tenir certains Anhnaux pour fuperflus ; car tous ne contrihuent ils pas a ïhonneur de leur Crêa- teiir , S plus OU moins au Men de VHomme ^ h celui des atitres Créatures ? Les jeunes Viperes ont imme- diatement apres leur naiffan- ce, la faculté de fuhvenir a leur propre entretien ; leur nourri- ture conjifte alors vraifemhlahlc- ment (6) ilift. Nat, Lib. 8. cap. jj. C © 97 © ^ Icbynlyk als dan in gekorve Dier- tjes; zyzynzeer vlug, en in alle opzichten volmaakt evenredig de Ouden gelyk. De Adder komt met de Ring- flang daarin overeen , dat zy geen de minfle zorge voor haar Krooft doet blyken, een drift of eygen- fchap anderzins zo eygenaartig aan de meefle Dieren , en wel in diervoegen , dat de vreesagtigfte een verwonderenswaardige ftout- moedigheid , zo in het verzorgen als befchermen hunner Jongen be- tonen. De Adder heeft den Buik met Schilden, en het ondcrfle gedeel- te van den Staart met halve Schil- den bedekt , en behoord over- zulks , volgens de kenmerken van LlN- ment en infe£fes; elles font tres agi- les 6? tres bien proportionnées a tous egards i C? femhlables aux vieilles yiperes. La Vipere reffemhk en ceci ^ la Couleuvre-, qiielle ne mar que aii- ciin foin poiir fes Petits, tandis que ce foin ejl generalement une paffJon OU proprieté caraSleriJIique de la plus -part des Animaux ^ quils poiiffeiit même au point , que les plus craintifs d'entreux montrent un courage étonnant , lors qnll s''agit de nourrir ou de défendre leurs Petits. Le Ventre de la Vipere efi couvert d' Ecailles fcutifonnes ■, & la partie inferieure de fa Qjieue l'ejl d' Ecailles fcmi fcutifonnes. Elk doit être place e par cotfequent ^felon N ks C®98 ®) LiNN^us , tot de Coluhers , (7) het geflagt of foort waar onder onze Ringflang (8) insgelyks word geteld, niettegenftaande de eygenfchappen dezer Dieren zeer veel van eikanderen verfchillen. Ik heb bereyds het onderfcheid opzichtelyk de baring- en eyerleg- ging doen opmerken ; en dit zal nog nader blyken , wanneer wy het tandgefle] van onzen Adder en deszclfs vergiftigend vermogen be- fchouwen. Het getal van Buik- en Staart- fchilden, het geen de Heer Lin- NiEUs tot een onfeilbaar kenmerk, om de byzondere Slangfoorten te on- (7) Coluber fcuta abdominalia, fquamcR raudaks. (8) Ccluber Natrix. les caraSieres decrits par Linn^us, au rang des Colubers, (y) efpece parmi la quelle on met atiffi nos Couleuvres (8), quoiqiie les pro- priek's de ces Animaux different confiderahlemev.t entre elles. yai dejafait r einar quer la differencequi fe troiive entre la maniere dont elles produifent leiirs petits; & ceci pa- roitra encore davantage, lors qum confidere l' arrangement des Dents de notre Vipere 6? fa qiialité ve- nimeiife. Je n'aipastrouvêquele nombre des Ecailles du Vent re ê? de la Queue , duqiiel LiN n^us fait niention , com- me Sun caraBere infaillihle pour di- flin- (7) Coluber fcuta abdominalia, fqua- mae caudales. (8) Coluber Natrix. C © 99 J onderfcheidcn , opgeeft, heb ik in alle onze Adders, die ik met dat oogmerk onderzogt hebbe , niet even groot bevonden. De HeerLiNNvEus bepaald het aantal der Buik- en Staartfchilden van een Europecfchen Adder op CXLM, en de Staartfchilden op XXXIX. Ik heb er veelmalen minder en ook dikwils meer aan de onze geteld. Dit kenmerk om de foorten der Slangen te onderfcheidcn, is dier- halven ook met betrekking tot de Adders op zich zelven en alleen niet zeker genoeg, om daar op een volkomen vertrouwen te kunnen ftellen. Dan ik keur insgelyks de kenmerken genomen van de kleu- ren dezer Dieren , of van de ver- fchil- Jïinguer les diferentes efpéces de Serpens , fut égal dans toutes les Fiperes que f ai examinèes dam cc deffein. Moiifïeur Linn^eus fixe Ie norri' hre des Ecailles du Ventre G? dt la Queue d\me Vipere Europeen' ne a CXLVl, B celui des Ecail- les de la Qjteue a XXXIX. J'en ai trouvéfouvent moins Bphi/ieursfois davantage aux Viperes de cepays. Ce caraStere dijlin^tif des efpéces de Serpens , nef par confequent pas afez certain en foi ê? pris feul , même pas par rapport aux Viperes , pour pouvoir s^ fier. Je penfe de même des marques caracterifliques de duit es des cou- leur s de ces ylnimaux, ou des dif' N 2 férens ( © loo @ ) fchillende tekening die de huid der Slangen verfiert, tot dat oog- merk nog minder onfaalbaar en toereykende. Het was wenfche- lyk dat de kenmerken , dienende om eenflagtige Dieren , in het by- zonder van elkander toeverlatig te kunnen onderfcheiden , nimmer- meer van andere eygenfchappen ontleend wierden, dan alleen van de zulken, die altoos en in alleoor- den van de aarde, het eene foort van het andere bepaaldclyk leer- den onderkennen. De Ringflang legt overal , waar zy zich ophoudt , Eyeren. De Adder baard de ganfchc Aardbol over levendige Jongen. De Ad- derheeft in alle Geweiten vergifti- gende Tanden. De Ringflang ont- breekt ferms dcjfeim dont leur peau efl oniée, ksquelks je crois encore juoiiis infailUbks &' capahles de rempljr ce hut. Il feroit a foii- haiter que les mnrques caractéri' ftiques , qui fervent a diftinguer les ylnimaux de la même efpéce en par- ticulier , relativemeiit entre eiix, ne fujjhit jamais empruntèes d'au- tres proprietés , que de celles par Ie inoyeii des quelles on reconnoi- troit toujours ^ dans tout Pays-, line efpéce en fon entier d'une au- tre. La Couleuvre , par tout ou elle Je trouve , pond des Oeufs. La Vipere par tont ou on la rencon- tre , produit des Pctits en vie. La Vipere a dans tout Pays des Dents envènimces. La Couleuvre ne les a C ® ioi © ) breekt deze Tanden zo wel hier als elders. Deze eygenfchappen zyn waarlyk van een al te verfchil- lende natuur , dan om den Adder en de Ringdang niet juifler te onder- fcheiden, als door het onzeker getal der Schilden gfifchied. DeHeerGaoNovius brengt den Adder, onder de naam van F^ipe- 1'^ 5 (p) tot een byzonder geflacht, en als een middelfoort tulTchen de Cencbris en Coliiher ; (10} dan wanneer men zyne befchryving van dit Dier met die van onzen Ad- (9) Ampbibior. Animalinm Hijloria Zo'ó- logica, or do primus , de Serpent. nu:n. 41. Êf- Zoöpbylac: Fase. I. (10) Videtur intermedium genus nonjli- tuere inter Cencbridem ö" Coluhrem. a pas plus clans ce Pays qii'ail- leurs. Ces propriétes Jont en vé- rité de nature trop différentes en- tre ellcs , pour ne pas diflingtier la Vipere plus exa&ement de la Coii- lenvre , que par Ie nomhre incer- tahi des Ecailles. Monfieur Gronovius rap- porte la Vipere , Jous Ie nom de Vipera, (9) a un genre pürticu- lier-, & la confidére comme une efpé- ce moyenne entre k Cenchris ^ Ie Coluber ; (]io} vials quand on comparefa defcription de eet Animal avec (9)'Amphibior. Animal. Hift. Zool. ord. primus, de Scrpcnce num. 41. -& Zoöphylac. Fascic. I. (10) Videtur intermedium genus con» ftitucre inter Cenchridem iScColobrem* N 3 ( © I02 ® ) Adder vergelykt , zal men lichte- lyk ontdekken, dat dezelve zeer van malkander verfchillen. De beroemde Heer J. F. Klein onderfcheid de QAnguis capite dis- creto , caiida attemata) , " de Slang- „ foort, welkers Kop en Staart „ duidelyk van het lighaam on- „ derfcheiden zyn " , in Vipera , Cohiher en Anodon. De Vipera is (^dentihiis anticis caninis^ kvvo^Twv, Ê? dentibiis pecfinatis, Litcii piscis vel Crocodili funilihus , ix^^^^'^^ O „ metSlagtanden voor in de Bek, „ of met zaagswyze Tanden als „ die der Snoeken of Crocodil- len"; en de Coliiher Qdentihus aci- naald- cularihiis, Cfc. av}-x!oJ«v) „ met avec celle de notre Vipere , on s''ap- percevra aifement, qu'elles diferent beaucoup. Le celéhre J. F. Klein dijlingue (l'Anguis capite discrcto , cau- da attenuata) , " cejl a dire , le „ genre de Serpent, dont la Tets ,-) & la Q^mie font clairement di- „ Jlinguées du corps " , en Vipe- ra , Coluber £? Anodon. La Vipera ejl (dentibns anticis cani- nis , Kuvo jwv , & dentibus peólinatis, Lucii piscis vel Crocodili fimili- biis , i;\:&uo J'ft)/ , ) " c'ejl a dire , avec „ desDents canines au devant de la „ Giieule.,ou avec des Dents cnforme „ defcie comme celles des Brochets ou ,, desCrocodiles"i G? /« Couleuvre cj} (dentibus aciciilaribus, &c. au. C @ 103 © ) naaldwyze Tanden voorzien , enz. C^O- De Kop van den Adder is plat- ter dan die van onze Ringflang, en in vergelyking van beyder lig- haamen evenredig kleinder; zy is van agteren breeder dan voor, langer dan breed , en breeder dan diep of dik. De Schilden of Schubben, die het bovenftc gedeelte der Kop be- dekken, zyn kleindcr dan die van den Ringflang, en in dier voegen ge- fchikt , dat juift in het midden tus- fchen beyde Oogen zich een ovaal- vormig Schild vertoond, het geen met (11) Vid. Terdamen (s'c. denique Scia- prapbici Methodi ad genus Serpentium ordi- nate. digerendum. yxióJm') pourvm de Dents enfor- me d'aiguilks. (11) La Téte de la Fipere efl plus ap- plattie que celle de la Coulenvre ^ proportiondkment plus petite en égard a Uur corps; elle e/l plus lar- ge par derriere que par devant, plus longue que large , ê? plus large que profonde ou grojje. LesEcailles, qui couvrent la par- tie fuperieure de la Tête, font plus pet Hes, que celles de la Cou- leuvre, ê? arrangées defagon que jujlement au milieu entre les deux yeux Von appergoive uu e Ecail- le ovalo-fcutiforme , laquelle eft en- (11) Vid. Tentamen &c. denique Scia- graphia Methodi ad genus Serpentium or« dinatc digerendum. C © 104 © ) met een dubbele ryg diergelyke kleinere Schildjes is omringd, die voorvvaards tot aan de Snuit even over malkander leggende, zich uit- llrekken; naar agteren eyndigen deze kringen op de helvd van den Kop, onmiddelyk aan de eerft fchuins vaneenwykende zwarte vlakken , die vervolgens kettings- wyze over den rug tot aan hetuit- eynde van den Staart onafgebro- ken voortlopen, en die op den Kop, van voren bezien, 'de ge- daante van twee agteroverleggen- de Ooren hebben. De overige Schubben van deze zyde der Kop , hebben dezelvde gedaante als die op den rug leg- gen, behalven dat zyldeinderzyn. De Bek is omringd van een bree- de entourée d'une douhle rmgée de pareilks Ecailles fcutiformes mats pluspetites, qui fetendent en avant jusqu'au Miifeou avangant tant foit peu rune fur rautre; ces Ion- des circulaires fe terminent par der- riere vers Ie milieu de la Tête,im- mediatement la oh commencent les pre- mières taches noires divergent es , les- qiielles s'etendeut enfuite enforme ^de mailles fur Ie dos jiisqua l'ex- tremité de la Qtieuefans interrup- tion; ces handes êtant vues en de- vantfur la Téte, rejfemhlentadeux ore lil es panchêes en arriere. Les autres Ecailles de ce cotélh de la Téte , ont lamême figure que celles qrii Jont fur Ie Dos , excepté quelles font plus petites. La Gueule efi entourée d'im rebord C ® 105 © J de harde zoom , die rondom de Bo- venkaken het dikfte is; deze zoom of lippen zyn aan iedere Kaak met zes zwarteen zes witte Schubben, die malkanderen vervangen , be- legd. De Bek is, even als in onze Ringflang, ter lengte van den ge- heelen Kop gefpleten, en kan dienshalven zeer wyd opengefperd worden. De Bovénfnuit , die een weinigje over den onderden heenfchiet en iets opgebogen is, vertoond zich voor flomper en dikker als de Slangen-bek. In het binnenlle gedeelte van den Adder-bek komt ons eerft ter befchouwinge voor, dat vreeslyk wa- rebord large Êf diir^ clont la plus grande grojjear efl autoiir des Ma- cJioiresJnperieures; ce rehor d on ces levresjont couvert es, a chaque ma- clioire, parjïx Ecailles noiresS' ^w- tant de Manches , qui fe fiiccederit alternativement. La Guetile ejl , de même que dans notre Couleuvre a Collier , fendue toni Ie long de la Tête, 6? peut par confequent s'oiivrir d'une largueur confiderable. Le Miifeau fuperietir i qui avan- ce iin peu au dejfus de Vinferieur êf ejl tant foit peu retroujfé , paroit per devant plus ohtas ê? plus gros que la Gueule dn Serpent. Le premier objet , qui soffre hno- tre vue au dedans de la Gueule de la Fipere , ejl cette terrible de- O fenfe C ® 106 ® > wapentuig , waar mede dit Dier niet alleen kwetzen , maar insgelyks vergiftigen kan, namentlyk twee fcherpe Slagtanden , vaar van in het voorfle gedeelte van iedere Bovenkaak eene geplaatfl is; de- ze Slagtanden worden uiterlyk, wanneer de Bek gefloten is , niet gezien , gelyk het tegengeflelde by eenige andere Dieren plaats heeft; dezelve hebben trekpeezen , die heur met de fluiting van den Bek , tegen de Bovenkaken, in eene daar toe gefchikte hollighëid aantrek- ken , en daarentegen met het ope- nen van den Bek rechtn;andig her- ftellen. Derzclver lengte is in een vol- waflTen Drentfchen Adder, aan het vyf- fenfe,avec laqnelle eet Animal peu% non feiilement faire des bkffnres, mats aujft empoijonner ceitx quil a tlejje; S qui conftjle en deux Dents cauines tres aignes, doiit il y en a iine de ■placce dans la par- tie anterieure de cJiaque Machoire fuperieiire ; Fon nappercoit point ces Dents canines au dcbors , Jorsqiie Ia Gueule ejl f ermee , comme cela arrive chez quelques a utres Ani- maux; ces Dents ont des tendons, quif en même temps que la Gueule Je ferme , les tirent vers les Machoi- res fuperieures , dans une cavité ap- propriée a cela, £? qui les redreffent au contraire perpendiculaircment a me- f ar e que la Vipere ouvrefa Gueule. La longueur de ces Dents ejl dans une Vipere adulte du Pays de Dren- they C 107 © 3 vyfde gedeelte van een duim ge- ]yk; van onderen zyn ze dikker als boven; heur gemiddelde om- trek zal die van eene gemene fpeld niet te boven gaan, en zy zyn klauwswyze, flauw naar binnen o vergebogen , en van een graatach- tige zelvfl:andigheid. Van binnen zyn deze Tanden als kegelvormige buifen, tot digt aan het voorde of puntige deel , het geen als een fchryfpen gefple- ten is , uitgehold ; door dezehollig- heid of fpleet, vloeid of fpuit het venyn , 't geen door de drukking uit een klier of blaasje, onmidde- lyk aan den wortel van ieder Tand gehegd, geperlT: word, wanneer het vergramde Dier zyne fcher- pe Slagtanden tot aan die wor- tel, ï the^ egale h la cinquieme partie d'nn pouce;par en bas elles font plus gros- fes que par en haut ; leur circonfé' rence moyenne nefurpajjera pas cel- Ie d'uiie ép'mgle ordinaire; ellesfont légérement courhées en dcdans com- me une griffe f ©^ leur fuhjiance res- femhle a celle des arrétes. Interieurement ces Dents font comme des tubes coniques , jusque proche de leur extremité anterieure OU pointtie-, qui efl creufée en f en- te comme tine plume a écrire; la lu queur venimeufe exprimée par la prcfion hors d'une glande ou veft- cnle attachée immediatement a la ra- ciiie de chaque Dent , coule ou s'élance par ce tube ou cette fen- te, lorsque VAnimal en colére, por- ie fes Dents aigues jusqtt'a leurs O 2 raci- C ® io8 © ) tel, in het vlees van zynenvyand ilaat. Verwonderenswaardig in der daad zyn alle byzondere deelen dezer werktuigen ingericht , om juifc overeenkomilig het hoofd- oogmerk , en op de befte en kort- fte wyze , die men als mogelyk kan onderftellen, werkzaam te zyn; want ingeval deze Slagtan- den in de onderkaak geplaatft wa- ren , zoude een veel grooter kracht vereifcht worden, om het vloei- baare vergift naar boven te per- fen, als er nodig is, wanneer het vocht natuuvlyk en door haareyge zwaarte nederwaarts daald. En even* zo is het gelegen met de kracht, die het Dier in een veel groter maate zoude nodig hebben gehad, racines, dans la chair de Jon en- ne mi. 11 f nut avouer que chaque par- tie de eet organe efl adnürabk' ment hien arrangée , poiir agir conformement au hut principale ^ de Ia fagon la plus convenahle & la plus prompte , quil efl pofible de concevoïr; car fi ces Dents ca- nines etoleut placées dans la ma- choire inferieure , il faudroit heaucoup plus de force pour faire monter la liqueur venimenfe quil nen faut d prefent pour faire de- Jcendre cette liqueur naturelle- ment & par fon propre poids. La force de eet Animal auroit aufi du être heaucoup plus gran- de, fi ces Dents canines avoient êté C© I09 © ) gehad , ingeval de Slagtanden in de flapgefpievde Onderkaken ge- kaft waren; immers de Adder moet over den grond kruipen , en word daar door belet den Kop nederwaarts te kunnen buigen , en diensvolgens ook om van onderen te kunnen opflaan, of eenig ge- weld te oefenen; daar zulks nu zeer gemakkelyk word uitgewerkt, door den Kop byna rechtftandig optehefFen , en de Tanden , in de ilyfgefpannene Bovenkaken ge- plaatft , door de kracht van het Bovenlyf 5«n van de geheele Hals en Kop onderfleund , tot aan de wortels in het vlees te doen door- dringen. Maar zo nu deze Tanden tot aan het uiteinde hol waren , dan zoude het vergift zo dikwüs on- tydig êté enchajfées dans la Machoire inferieure , dont les mitscles font flasques, car la Vipere efi obligée de ramper , ce qui rempéche de conrher fa Té te en bas, S par confequent aiiffs de pouvolr frap- per , on faire quelque effbrt violent de bas en haut ; ce qui lui efi prefentement tres aifé , en éltvant fa Tête presque perpendiculaire- ment, 6? en portant fes Dents, qui font enchaffees, dans les Ma- choires fuperieures , ksquelks font tres tendues S foutenues par la force du Corps, de tout Ie Col 6? de la Té te, en les enfongant dis je jasqua leurs racims dans la chair des autres jdnimaux. Mais fi ces Dents êtoient creufes jusques a leur extrémité, levenin s'écouleroit fans O 3 neces- iio ) tydig wegvloeijen , als deze zich , by het openen van den Bek , in een hangende Itand, tot byten gereed bevonden ; dit echter word belet door de fpleet die de buis-hoUig- heid aan het eyndevan ieder Tand vervangd, en welkers veerkracht dezelve toenypt, en alle doortogt belet; wordende juifl: zulk een hoeveelheid van kracht gevor- derd, als de drukking der klier kan te weeg brengen , om de beyde punten van het gcfpleete deel , bui- tenwaarts te doen afwyken, en den doortogt aan het venyn, als waare het met tegenzin , en door geweld genoopt, te vergun- nen. Baker heeft de kegelvormige hollighcid in een vergroote Slag- tand neceffité , cheque foh qti'elles Je- roient, a canfe de r ouverture de la Gueide, dans une dire&ion decllve, Ê? prêtes ^ mor dr e; la f ent e, qui a l'extremité de eb a que Dent ca- nïne ejl continue a la cavité du petii tuyau , empéche que cela nar- rjve , en ferrant ce tuyau par fon rejfort, qui en ferme entiere- ment Ie pa(fage ; la force re- quife pour cela doit être precife- nient aujji grande , que celle que la prejpon de la glande efi en et at de produire pour ccarter les deux pointes de la part ie fendue, (2f donner , comme a regret & par force , pa[fage au Venin. Baker a depeint la cavité co- mqiie d'une Vent canine vue au Micro- ( ïB I" © ) tand afgebeeld, 05*) en elders een diergelyken Tand getekend, (i6) mee oogmerk om de fplyting aantevvyzen ; dan deze laatflc po- ging is in het byzonder ongeluk- kig uitgevallen : geen de geringfte overeenkomfl heeft denabootzing met het oorfpronkelyke , en even zo weinig gelykenis hebben deze afbeeldingen met elkander. De beweging van deze Slagtan- den is geenzins willekeurig , zo als my toefchynt, dat byna alge- meen onderlleld word ; neen , de- zelve is alleen wcrktuiglyk : im- mers het is van de wil des Adders niet (15) Het Microfcoop gemakkelyk ge- maakt, PI. XXn. fig. 2. (16) Nuttig gebruik van het Micro- ftoop, PI. XV. L. E. Microfcope ; Cis) ?/ a au(Jl des- flfié dans iin aiitre eridroit une pareilleDent, (16) dans Ie dejfein de faire -joir la fente ; mais ceU te dernier e tentotive fiir tont, a mal reujp: la copie nayant aucu- ne rejfemblance avec Foriginal, G? ces figures ne rejfemblant en au- cune facon Tune a l'aiitre. Il me femhle que Ie mouvement de ces Dents canines iiejl nulle- ment volontaire , ce qn'on fuppofe pourtant généralement ; je Ie crois fimplement machinal: car il ne dé- pend pas de la volonté des Viperes d'appli- (15) Le Microfcope rendu facile, Pl^ y.xii.fig.2. (16) VJage ntile du Microfcope, Pk XV. L. E. ( © 112 niet afhanglyk, deze Tanden by het openen van de Bek plat tegen de Bovenkaak te laten leggen. Wanneer men den Bek van een doode Adder, waar in de Spieren en Peezen niet reeds verftyft of verflapt zyn, opent en fluit, zal men by de gaping telkens de Slag- tanden nagenoeg regtflandig uit de Bovenkaak nederwaarts gefteld zien; het eene is dierhalven een onaffcheydbaar gevolg van het an- der. Op diergelykf wyze wor- den ook, by voorbeeld, de Vlie- zen tuffchen de Poten der Eenden, Ganzen , Otters en meer zulk flag- tige Dieren, zwemmende in het water, bewogen; gefchied deze beweging agtcrwaarts, om het lig- haara door de weerfland van het water cfdppliqiier ces Dents tout contre la machoire fuperieure, lor s qu el- les ouvrent leur Gtieule. Lors qifon ouvre Êr" referme la Giteii' Ie dujie Fipere mor te, S' dont les muscles ^ les tcndons iie fout pas deja roidis ou relachès , Ion verra , chaquefoh que la GueiUe ejl béante} les Dents canities dirjgées apeuprès perpendiculairement vers en bas, hors de la Machoire fuperieure ; runde ces phenoménes depend par conje- quent ahfolument de Vautre. Ceft de la même maniere , pour mefervir d'un autre exeinple, que les Mem- branes , quife trouvent entre les Pat- tes des Canards , des Oyes , des Lou- tres S d^autres Animaux de cette efpéce^ fe meuvent dans l" eau, lors que ces Animaux nagent ; quand ce mouve- C© "3 © ) water voorwaarts te floten , dan zyn deze Vliezen uitgefpannen; maar worden de Poten wederom te rug of voorwaarts getrokken, dan vouwen zich de Vliezen zeer digt by een en te zamcn, op dat ze het Lichaam niet wederom zou- den te- rug halen, het geen nood- zaaklyk volgen moellc, in geval deze Dieren dit weiktuiglyk ver- mogen ontbrak. De Voorzienigheid vertoond zich omtrent alles waakzaam, zelvs in zaken , die de Mcnfch al te on- bedagtzaam als onverfchillig, of als beuzclingen gewoon is aan te merken. Sommigen geven het Wyfje vier en het Mannetje twee Hondstan- den mouvement fe fait en arriïre , afin de faire avancer Ie corps en avant par la refiflance de l'eait , alors les Memhranes font épMOiites ; maïs lorsq'ie les Patfes font rct'.rtcs ott portJes en avant, alors les Me:n- hranes fe plijfnt cjf fe joigv.ent ott s'approchent rune de l'atitre , afin de ne pas faire r ecuier Ie Corps, ce qui arriveroit necefairement, fi ces Animaux rCavoient pas cettefacul- tê mechanique. L'on voit clairement par la , com- hien la Providence ejl active en tout , £? même dans ce que les hom- mes jugent , quoique témêrairement , être indifferent, ou ce qulls trai- tent de bagatelle. Les uns donnent quatre Dents canines a la Fipere Femelle , ö* P deux C "4 > den; ook is er die aan béyden vier en meer zulke Tanden toeëyge- nen. V A L E N T 1 N u s verbecldze met boven en ouder Slagtanden. (17) Dr. Mead verzekerdons, dat de Adders verfcheide kleyne Slag- tanden hebben, die by bet verlies der grote , de ledige plaats ver- vullen. GEOFFROYvei'beeld betgeraam- te van een Adder-kop met dub- bele boven Slagtanden. Ci8.) JMen vind deze Slagtanden \vy- ders by verfchillende Schr}'\'ers af. (17) AmflntltatT..ZoötoTn. Tab. lxxxv. (i8) Mermir. óe Matbem. i^ Pbyfiqtie , Tem. \i.pag. 164. a Paris n5i> deux au Male ; d'autres pretendent que Tune ê? Tautre en ont quatre Êf viême d'avantage. Valentin (17) les reprefente avec des Dents canines fuperkures Êf hiferieures. Le Dr. jVIe.u) nous ajjlire, que les f'lperes ont pliifteurs petites Dents canine^ , lesquelles lorsqite les grojjes Dents canines tomhent , remplijjent le "ouide que celles ei laijfent. Geoffroy Qi^') reprefente le^ os d'une Téte de Vipere avec des Dents canines fuperieures doubles. Au rejle ou trouve ces Dents ca' mnes depeintes chez différents Au- teurs y (17) Amphitheatr. Zoöcotn. T. lxxxv. (18) Memoir. de Mathem. & de Phy- fique T, II. p. 164. h Paris 17J7. C0 "5®) afgebeeld, dan niemand heeft er een tekening van gegeven , die meer en beter na het natuurlyk voorwerp gelykt, dan den Heer A. VosMAAR. (i8) Ik merk al- leen daaromtrent aan . dat de Slag- tanden van myncn Adder by het openen van den Bek , zo fchuins binncnwaarts hellende , niet ge- richt zyn , maar meer aan het rechtftandige naby komen. De Adder heeft minder van die klauwswyze gebogene Tandjes dan de Ringflang. Ik heb reeds doen opmerken, dat de Adder zo veele van deze Tandjes niet behoevd ; en de Natuur werkt nooit overtol- lig; (19) Z'e Bjfch-yvirg van de Ratel- flans- teurs. mais perfoiine iie'i a clonni des fgures plus reffemhlantes aa- naturel., que Moufieur Vosmaar. C'P) J^ "'^' qtnine remnrque è faire , fgaio'.r que les Dcuts de ma flpere, lorsquelle a la Gueu- le eiiverte , v,e font pas indinées fi ohUquement en dedans , ■ viais qiielles approchent d'avantage de la direciion perpendiculaire. La Vipere a imins de ces petites Dents cour lees en forme de grijffe, que la Couleuvre a Collier; f ai deja remarqné, que la Vipere na pas befoin de tant de cette forte de Dents; S l^ Nature ne fait jamais rien (19) Vo;^ez Ja Defcription du Serpent i fonneties. P 2 c u6 lig : zy geefc aan een iegelyk Schepfel nooit meer Werktuigen als het zelve tot dat einde, waar- om het bcftaat , voldrekt nodig heeft. Daar is er die het getal de- zer Tandjes, op feflièn in ieder Kaak, in een enkele ryg geplaatlt, bepalen; dezelven zyn nog buis- achtig nog gefpleten. De Ogen van myne Adder zyn helder bruin en vlammende; de Appel is in een donker geele kring bevat ; deze Ogen zyn iets gro- ter dan die van onze Slangen, en ongevaar op het derde gedeelte van den Kop naar voren geplaatft , tuflchen de Kaakzoom en de klei- ne Schildjes , die het platte des Kops ovaalswyze bedekken. De Neusgaten zyn rechtlynig met rien de fiiperfla : elk ne donnt h cha- que Créature pas plus d'Organes qiiil r.e lui en faut abfolument , pour remplir fa dejiination. Il y en a qui fixent Ie nomhre de ces pet Hes Dents ajeize pour c/iaque Macboire , plact'es dans une même rangée ; elks ne font ni creufes ni fendues. Les Teux de ma Vipere font clairs, hruns S étincelans; lapru- nelle efl entourée d'mi cercle d'un jaune foncé; ils font tant foit pen plus grands que ceux de mes Ser- pents^S* places approchant au tiers de lapartie anterieure de la Tête , etf tre Ie hord de la Macboire i^ les peti- tes EcaillesfcutiformeSi qui cou-vrent Ie plat de la lête enfonne d' ovale. Les Narines font fituées fur la même ( H7® ) met de Ogen , voor aan wcderzy- den van de Snuit, irond en wyd geopend te zien. Uicerlyke Oren worden aan den Adder niet waargenomen; zy ho- ren echter. Het onderfle gedeelte van den Kop is byna plat, met langwerpi- ge Schildjes of Schubben bedekt, die de richting der Kaakzomen volgen , invoegen dezelven op de helvt van den Kop kielswyze van elkander afwyken , en een punt naar den Bek overlaten , uit welke punt de heele Schilden een begin nemen , die d^-n Buik tot aan den Staart bei'ek' en , van waar de- ze Schilden zich fchynen te ver- même l'igm que les Teux , a chaqtie coté de la pari ie anterieure du Muf e au; eUes font rondes £? tres ouvertes. On napper coit pas d'Oreilles aux flperes a F exterieur ;cepcudant elles entendent. La pcirtie inferieure de la Tc'te ejl presque platte 6? couverte SE- cailles fcutiformes ohlongties, qui fuivent la direSlion des hords des Machoires, deforte qü'elles s'ecartent rune de Pautre vers Ie milieu de la Tête , tout comme les cotes d^un na~ lire secartent de la qtiille , ^ fe terminent en une pointe-, tournee du coté de la Gueule ; c'efl de eet te poin- te ^ que les Ecailles fcutiformes entié- res prennent leur origine , £? cou- zrent Ie Fentre jiisqu a la Qiieue, d^oii ces Ecailles fcutiformes fem- P 3 hlenf C® 118 ® ) verdelen, en als halve Schilden tot aan het uiterfte einde voortlo- pen. De Schildjes langs de onder- üc Kaakzoom geplaatft, hebben een blauwachtige kleur, met wit- te vlekjes geflippelt; de Schilden die overdwars den Buik en Staart bedekken , zyn eenverwig , naar ftaal gelykende. Den Hals noem ik dat deel der Adders en Slangen, het geenon- middelyk achter den Kop volgd, onderfcheidende zich als een in- knyping tuffchen den Kop en het Lichaam. De Schubben die den Rug en het bovenfte gedeelte van den Staart der Adders bcfchalicn, zyn iets Uent fe partager t &' pourfuivent leur cours Jous la forme (fEcailles femi fcutiformes jusqtie tout au hout. Les petites Ecailks fcutiformes placées Ie long du rehord maxillai- re inferieur , ont une couleur tirant fur Ie hleUy marqnée de petites ta- ches Manches ; les Ecailles fcutifor- mes qui couvrent Ie Ventre 6? la Ofieue en travers^ font Sunefeule- couleur reffemhlant h de facier. yappelle Ie Col cette partie des Viperes S des Couleuvres , quifuit immediatement a la Tête, faifant comme un enfoncement en- tre la Tête £? Ie Corps. Les Ecailks qui couvrent en for- me de mailles Ie Dos 6? la partie fuperieure de la Q^ieue des Fiperes , font ( 119 iets langwerpiger als die der Slan- gen, ruitachtig van gedaante, en in de midden overlangs met een verheven llrcep getekend; te hal- verwegen van den Rug zyn ze naaft de Schubben, die aan weder- zyden de Buikfchilden bezomcn, degrootfte; wordende zo wel naar het Kop-, als naar het Staarteinde langzamerhand kleinder; en men zoude nauwlyks deze verkleining door de op eenvolgende en on- merkbare af klimming gewaar wor- den, ingeval derzelver uiterflens tesen elkander niet wierden ver- geleken» Ik heb reeds aangetekend, dat midden over den Rug van den Kop tot aan den Staart, rayne Adders met zwarte min of meer aaneen- han- font tant foit pett plus ohkngues que celles des Coitkuvres , Sme figure en lofange^ dont k plus long diame- tre ej} marqiiê d'ime raie c'lévce ; z'ers Ie milieu du Dos elles approchent Ie plus de la grandeur des Ecallles ■, qui avoifment de chaqiie coté les Ecailles fcutiformes du Vent re; elk'i dimi- nuent infenfiUement en grandeur , tant du coté de la Tête que de celui de laOiieue^ 6? l'on auroit de lapei- ne a s" appercevoir de cette dimi- nution par la dégradation conti- nuelle £? imperceptible , a moins quon ne comparat entre eux les deux. J'ai deja remarquê ei devant, que Ie long du milieu du Dos depuis la Tête jusqifa la Qiieue, ces Vt- percsjont ornées detaches noiresplus m ( 120 ) hangende vlekken , enigermaten kettingswyze getekend zyn; dan aan ieder zyde van deze rugftreep, loopt evenwydig een diergelyke ryg van zwarte vlekken, die ech- ter minder 't zamen hangen; deze nemen hun begin , met een lang- werpige zwarte flreep, onmidde- lyk aan de Ogen gehegc, en eindi- gen met het Staartpunt ; de tus- fchenwyte, die deze zwarte vlek- ken overlaten , en zich flingers- wyze vertoond, heeft kort na de vervelling , of als men de boven- fte en befoetelde Huid affbrykt, een naar het ligt blauwe hellende kleur; dan deze verwelkt ras en verandert in een geelachtig vuil groen , ten naaflen by overeenko- mende met de kleur der ingelegde Olyven. De OU moins adherantes les une< aiix ati- tres, 6? en quelquefaconenforme de chaJmns ; de chaqtie coté de cetts ligne dorfale ron voit parallelement line par ei He rangée de taches mires, qui font cependant moins continues les unes aux autres ;ellescommencent paruneraye mire ohlongue,qjitieiit jmmediatement aux Teux , ^fe fer- minent il la pointe de la O/teue ; rin- tervalk , que ces taches noires lais- fent entrelles , ê? qui va en ferpen- tant , prend fort peu de teuips a- pres la mue de fylnimal^ on lors quon lui enléve fa furpeau qui efl fouillée , une couleur tirant fur Ie hleu clair , laquelle fe fane hien vit e &' f e chouge en un verdfale jaunatre , a peu prés de la cou- leur d' O lives conftes. La C ® 121, ^) De Fipcraver^, of de ware Oost- indilche Adder, heeft eGni<^e vlek- ken, welken naar die van den hicr- landfchcn gelyken ; dan de Cohthro igneo uit het Eyland Celehes (20} heeft er incer gclykenis mede ; maar beide deze vreemdelinccn zyn echter van onzen Adder daar in ondcrrchciden, dat zy tot het uiterlie ftaartcind met geheele dwars-fchilden van onderen be- dekt zyn. De Staart van den Adder is zo dun niet als die der Slangen , wel- lü2 laatfle meer elsvorraig , en die van (20) Beiden deze Adders vind men afgebeeld by Seba, Thcf. P. II. Tab. VIII. N. 4- c;i Tab. LIX. La Vipcra vcra , on la vraye Fipere des In dei Oriënt (des , a qitel- qiies tüdies qiii rejèmblent a celles de nos F'iperes hidigénes; la Colubro igneo , des Isles Celcbes (20^ leur relJ};i)ble cepcndant d\i-van- ta^e ; mals ces deux efpcces étran- gc'res dlj^erenl: pourtant en ceci de nolre Vipere, quelles font co:i- . vertes en deijous jn^quan hout de la Qjieue d' E ca il les fcutifonnes transverfüks entieres. La Qjieue de la Vipere ncfl pas fi effilée que ceïle des Serpens , dont- la Queue a plus la forme d\/ne (20) On trouve la repn'fn ati delyk en eygentlyk venyn bevat- tende", moeil aanmerken , dan of het alleen toevallig fdiadelyke ver- mogens verkreeg y. wanneer het Dier door terging grammoedig en kwaadaardig was gemaakt- De beyde hooftdingers zyn be- kend; REDi,cen Italiaan , beweer- de het eerfle, en Charas ,- een Fransman,, het laatfle gevoelen, en geen dezer ftrydende partyen heeft het aan voorfüinders ont- broken. Men vind deze Natuurkundige twift veelvuldig by de Schryvers, meer of min wydlöpig en nauw- keurig aangeroerd; en waarom zoude ik- berispelyk zyn , ingeval ik qtiifort des Dents canmes de I.1 Pe- pere, comme nuijtble en elk même , S* contenant un venin proprement dity ou hien fi cette liqueiir acquiert finw plementpar hazard des qualités nui'^ fibles,lorsque rAnimal étantagaciy sirrite ^fe met en colére?' On connoit affez les deux princi'' patix foiiiiens de ces differentes opi- nions; REDï,qui etoit Italien,etoit porté ponr la première cpinion, ^' Charas, qui etoit Francois, foute- mit la feconde, S' chacun de ces chefs defecte a eu nomhre departi- fans: Plufieurs Auteurs ont traite eet- te dispute phyjique avec plus on moifis de detail c? d'exadtitudey ^ pourqnoi y tronvcroit on ^ redii^e^ fi dans eet ts Dijertation- feu C 139 ) ik in deze Verhandeling insgelyks een wydlopig verflag daar van me- de deelde? immers de betrekking, die het op myne onderwerpen heeft, vergunde daar toe aan my geen minder recht dan aan ande- ren; dan ik keur zulks overtollig, en wy^e myne onderzoeklievende Lezers naar de boeken van Cha- RAS, (29) en Redi C30) zelve, of daar dezen ontbreken, naar die van Mead^si), RayQs}, Houttuin Css) ^^^ anderen. Ik (29) Nouv. ExpeTÏences furies l^lperes. (30) Experimenta circa varias r:s na- iuraki, (3-1) De venenis, in capite de l^ipera. (3 2) Synopjis Metbodica animalium qua' druiedium £ƒ ferptntini generis. (33) Nütuurlyke HiJlorie-3 vide deel. f en faifois de même tin ample expofé? Ia relatioii qtielle a avec les fujets dont je traite, ne my donne pas iiwins de droit quaux autres; je la crois cependant ftt' perflue . ^ renvok mes Le&eurs curieux de pareilles recherches aux otivrages de Charas, (29) ^ Redi Cs^}' ^^^ hien, en cas de man que de ces yltiieurs, a ceitx dt Mead CsO» ^^ ï^-^^ (32)» de Houttuin Css}» ^ d autres, (29) Nouv. Expciienc. fur les Vipcrcs. ("30) Experimenta^ circa varias res na- turales. (31) De venenis, in capite de Vipera. (32) Synoplls Metbodica animalium quaJrupedium & ferpencini generis. (33) Hifi. Naturelle tom. vr. S 2 C © HO ® > Ik achte my echter door deze verzending niet ten eenemaal ont- llagen, om ook het een en ander, betreffende het.venyn der Adders, aantetekenen- Intuffchen is het deze twift al- leen niet, welke ons van de ver- fchillcndc gevoelens, rakende het givt -der Adders, onderricht; heb- ben dezen wegens de beflaanbaar- heid van het vcrgivt niet overeen- geflemd,. anderen zyn niet miader over den aart of eigenfchappen van het zelve verdeeld; dan of deze b'yzondere gevoelens aan mangel van nauwkeurig onderzoek , , of aan vooroordeelen moeten toege- fshreven worden, fchynd zo gc- maiikelj'k niet te bepalen , als dat dczclven in diervoegen tegen mal- kande- Je m crols pas cependant qm par ce renvoi Fon me iientie toiiP a fait quitte de toute efpéce de remarques concemant Ie venin des Vipere^. Ce nejl pourtant pas cette dis-^ piitefeiile,qiii nous injlruit des dif- ferentes opinions, quon a emhrajjè relativemeut au venin de la Vipere;- car fi ces Auteur: nont pu saccor' der par rapport a Texijfence de es- venln t d'autres tie different pas- moins entre eux' eu égard a la natu* re 6? ^«-X propriet is de ce ven in; qüoiqull ne foit pas fifacik de dé- termiiier, p. ces diffcrentesopinions doivent être attribiiées au manqno de recherches exacfes^ oh hien a des prejugés , que de s'appcrcevoir qu el- les font f diametrahmem opppf^es entre. 141 0) kanderen ftryden, dat ieder der- zelven in het byzondcr en te ge- lyk onmogelyk kan beflaan; de dwaling is van de menfchelyke na- tuur niet afcefcheiden. Daar is er, waar onder Aristote- LEs en AviCENNA zieh bevinden , die het Addergivt een zeer koude natuur- en bloedflremmende kracht toeëygenen: anderen, Waaron- der Galenus en Valisnierus , achten het zelve van een uitne- mende hecten aart te zyn> waar door het bloed zoude ontbonden en dunner worden, invoegen het op dezelvde wyze zoude werken als het yihalimm. Dr. Mead on- dcrfteldc, voor dat nadere proe- '/en hem van het tcgengeftelde overtuigd hadden , dat dit vcrgivt een entre elles,qnil ejl impo[pbIeqtierU' ne Selles en particulier , pin([e avoir Heil en mêine temps que rautre;rer'' retir ejl la cgmpagne infeparahle ds rhumaine iiöfure. ' De certüins Auteurs , au nomhr'e desquels fe trouvent Aristote o* AvïCENNE, difent qmlevenin de la Vipere e(l de' nafure a refroi- dir conJiderablement,&' quil coagu" lelefang: d'aiitres, parmi ksqitcls on cite GALrEN ê? Vaxisnieri; croyeut quil ej} d'une nature tres echauffante , en vertn de quoi il dis- foudroit S attemieroit Ie fang , aïn' fi que ce veuin agiroit de la même- maniere que les fels Alcalins. Le^ Dr. Mead fiippofoit , avant quit fut convaincu dü contraire par des expériences ultcrieures,que ce venin-' S j • con~ C S H2 @ -) ecnallerilerkft en ftremmendzuur zeilde bevatten; om dat allerley Alcalyne zouten uit Dieren getrok- ken, genoegzaam voldoende wier- den bevonden , om de uitvverkze- len der Adderbceten voortekomen' ofte geneezen (34). In de Nederduitfche overzet- ting van den Bybel , vind men l)Ct vergivt der Slangen of Adders heet C34) Zie Dr. Mead de venenis , in cap. de Vipera. Den fcheidkundigen is niet , onbekend, -dat de roemruchtige Boer- HAVEN ontkend heeft, dat de dierlyke vochten eenig zuur bevatten. Vid. Cbem. P. II. pag. 310. 6? Comment. in ylpbor. ad §. 30. -en hoe dit gevoelen van FIüm- EEHG c;n Lemmery is tcgengefproken , zie Uitgezogte Verhandelingen, 5de deel, hladz. 230. conteno'i en foi un ac'uk des plus forts ê? des plus coagulans , o eau- fe qiion a trouvé que tontes fortes de fels Alcalins extraits des Ani' r.iaux font fuffifammtnt cnpahks de prévenlr ou de guerir les fuites des morfures de Vipere (34). Dans la tradu&ion Hollandoife de la Bihle, Ie venin des S er pens on des Viperes ejl apdlé un venin bru- *M^^*^— ^11 I ■^— ^».— ^^— MB^— ^ (34) Voyez l'ouvrage du Dr. Mead» de Venenis j in capite de Vipera. X-ei Cbymijles n'igncrent pas non plus, que Ie celebre Eoerhave a Joutenu que les fluïdes des Animaux m contienneflt aucun acide; Toyezfa Cbymie P. a.p. 3ro. &Comment. in Aphorism, ad §. 30. £ƒ comment eet- te opinion a êté combaitue par Humberg cf LF.MUE'B.YfVoyez Uitgezogte Verhao» delingen, 5de deel, bl. 230. C H3 ) heet genoemd C35)- Dan volgens bericht van ervarene Taalkundi- gen , vind men dit bywoord heet in het oorfpronkelyke niet (36). KiRciiERUs vergelykt de wer- king van dit venyn met een vonk die tonder aanfleekt , insgelj'ks met de verfnellende beweging van een vallend lichaam; en hy bc- fchryvd (35) Pralm LVIII vf. j. en CXL vf. 4. (36) Daar fchynd geen andere grond tot deze byvoeging, dan dat hetjHe- brecuwfclie woord lenyn afdaald van een Tvortelwüord , 't geen beet zyn betekend. €k)CCEjt;s heeft alleen "cenenum babent, quale eji vtnenum Serpentum , tanquam afpi- dis furdce. EnJ. D. Michaelis, fic fa^cn «ift/ toic e'fHonsfnjtft: tuit (inc tmHB(l'l(m. (t/ ti( i'ct c{ï jufaft. brulant (35). Maisfuhmit de tres hahiks Grammaiiiens, eet adjee- tif brulant ;?c Je trouve pas dans roriginal (36). KiRcriER compare taBion de et vemn a fine c'tincelle qui allume de la meche , ^ au mouvement occékré d'tin corps qui tombe; Êf il Ie decrit comme êtant ttne li' qiteur (35) Pf'^ume LVIII vf, 5. & CXLif.i. (36) L'unique raifon, qui a fait ajouter eet adjeStif, efh que Ie mot venin en He- breux fe dsrive d'un verbe qui fgnifie ctre ardent. Ontrmve cbez Coccz^vs unique' ment ceci: V^enenum habent, quale eft venenum Serpentum , tanquam afpidis furdx. Et J. D. Michaelis a traduit: pc fatcn ciift / I?ic (ccf'knscnGift : feif cinc tauft (^éhmtl iit i't t'iï i\\',A[U C ® H4 © ) fchry\''d het zelve als een taai vocht, zo als men (zegt hy) te Romen, daar men jaarlyks duizende Ad- ders om Theriaakte maken^dood, \m zien (37). • De Geneesheer Lorry verge- lykt de uitwerkzelen van het Ad- dergivt met die van de Opium , 't geen de zenuwen llerk aandoet (38). Dr. Mead heeft met hulp van Vergrootglazen ontdekt, dat het vocht i;it de Slagtanden der Ad- ders gedrukt , zeer veel fyne , fnelbewegende zoutdelen QJpkii' la) bevat, welke in fcherpge- punte 1. , (37) ^^4° -^^"/ï^"^ JiiiurT. F. Il.pag. (38) Recueil de Medecine Chirurg. &'c. ^an. I7J6. pag. 08. queur glumte, ainfi, dit iU qti'on peut Ie voir a Rome, oh Von tue annuellement des milliers de Ft- per es, pur faire .de la Theriaque (37). Le Medecin Lorry compare les effets du f min de la Vipere h ceiix de rOpium, qiii affe&e fortement les nerfs C3-S). Le Dr. Mead a décotwert par le moyen du Microscope , que la liqueiir expriiiiée des Dents cani' nes des Viperes contient heaucoup de particules (fpicula) falines 9 tres fines 6? tres mobiles , qui fe cryflal' (37 j Vide Mundus fubterraueus, P. ^I- pag- .125- (38) Recueil de Medcc. Chirurg. &c. Jan, 175Ö. pag. 68. C © M5 © ) puntc kridallcn fchoten, en vcr- fchcide maanden achter een, on- vcrandci-t op hec voonverp-glas zich vertoonden, hebbende eeni- ge gelykenis met zeer fyne Spin- newebben; hy mengde dit vogt met bloed zonder eenige verande- ring daar aan te befpsuren. Hy en anderen hebben ook door proe- ven beweezen , en het is niet lang geleden door den Heer Vosmaar (39) beveftigd, dat het vogt, het geen uit de Slagtanden van doode Adders , welken zonder eenige voorafgaande terging , en natuur- lyker wyze overleden zyn , ge- drukt word , even dezcivde na- de- (39) Befchryving van de Ratclfljiig. cryfralUJoient en cryfïaux tres pointus^ 6? ne paroijfoieiit pas du- rant plufieurs mois de fitlte fiibir auciine alteration fur Ie verre oh- je&if , rejjhnhlant en quelque fa- gon a dzs toiles d'araignées tres fines ; H a inélé de cette liqiieur avec du fatig fans y avoir apper- gti Ie moindre changement. Lui &' d'autres ont pareïllement prou- 'vé p.ir des experiences , lesquelles ont été conprmées depitis peu par Mr. Vosmaar , Csp} 1^'^ ^^ liqueury qiion exprme des Dents canines de la Vipere apres fa mort , lors qnelle ejl morte de mort naturelle fans azoir êté irritc'e, produit les mê- C39J Befchryving van de Ratel/lang, T C © H<^ (B > delire werkini^ uoct , r.ls het geen de beet van een levcndigen Adder veroorzaakt. \'oegd hier by, dat u'anneer men een Adder van die Tanden beroovd, des- zelvs beet even zo min als de Ring- flang (^N'atrix) iets kwaads doet opmerken of gevoelen (_4o). Dit een en ander is genoegzaam toe- reikende om alle twyfeling weg te neemen, of het gevoelen vanlvE- Di dan dat van Ciiaras de voor- keur verdiend ; meermalen de- den verfchillende begrippen de waarheid ontdekken. IntulTchen is het niet onvermoe- del yk (40) v^ÏAUVAGES bcveftigd dit, zie D/^. ie venenath Galiiiz ar.imalibus , g=r. mcmei ejfels pcniicieux, que la Tiiorfure (Tune Vipere livante. Ce qui plus cjl , lors quon privé uue lijdere de ces Dcnts, fa mor- fiire CjQ- atiffï pets nuifihle qne cel- Ie de la Coulewvre a Collier (Na- tri x) (40}. Dtme & Tautre de CCS ohfervotions ne laiJJ'cnt aucun doute fur la préference quon doit accorder au fentiment de Redi fur celui de Charas. Von de- couvre fouvent la veritè par Je contra fJe d'opinions^ qui different rune de rautre. On pourroïf cepcndant encore foup- (40) Sauvages f onjjrms ff rz. Voyezfa DiJJcrtation de venenatii Galliaj anima- libus. C © 147- -) dclyk,dat de gevolgen van de beet eener getergde Ringflang wel eens fmertelyke gevolgen hebben kan ; immers dit heeft meermalen by gemeenzame Huisdieren plaats ; en mogelyk moet men ook daar uit de reden afleiden, dat de Adder- beet niet altoos dezelvde uitwerk- zelendoetwaarnemen. De Pïeeren Geoffroy en Hunauld bericht- ten voor eenige jaaren aan de A- cademie der Wetenfchnppen te Parys , dat de beet der Franfclie Adders niet altoos door nadelige uitwerkzelen achtervolgd vrierd. I\Ien kan verfchillende oorzaken ter verklaring van deze opmerking uitdenken ; dan het is niet onwaar- fchynlyk, dat de beet van een kwaadaartigen of vei-gramden • Ad- foiipconmr , que les fiiites de Ia morftire d'iine Coulewvre h Collier irritêe pourroient eire quelqiiefois doiiloitreufes; cr.r ceel arrive fou- z'eiit chez des Amniaux domejli' qties tres familiers ; {=? c'ejl peut- être pp.r la q'Son peut rendre rai- fon , poiirquoi l'on nohferve pas tonjciirs les mcmes eff'ets de la morfiire d'i:ne Vipere. Mesfrs. Geoffroy &* Hunauld rappor- toicnt , il y a quelques anntes , a V Academie des Sciences de Paris , que la raorfirre des Vipercs de France na pas toujours des fuites faclmi- fes. Il y a different es caufespar Ic moyen desqiielles on peut expli' quer cephénoméne; il y a appareju ce cepeudant. que la inorfure d'w ne Vipere irritêe ^ en colére ï 2 e ft C © H8 © ) Adder meer te duchte nzy , dan van eene die onbeledigc byt. Dan hoegevaarlyk ook hetvogt uit de Slag- of Hondstanden der Adderen zyn mag, wanneer het zich met het bloed in de wonden vermengd, Charas en Redi ko- men hierin overeen, dat wanneer het givt der Adders door de mond word ingenomen , geen nadelige gevolgen befpeurd worden; de zenuwen van de Tong, de Maag, de Darmen , enz. worden daar door niet aangedaan; het Bloed alleen fchynd het vermogen te bezitten om dit venyn te ontvvikkeIen(4i), en (40 Dr. Mead heeft geen verande- ring ef} plus a craiiulre que celle d'u- ne Vipere, qiii mor d fans avoir êtè agacée. ^lelque dangerenfe que foit la liqiieur des Dcnts canines des VI- peres , lorsqnelle fe mcle avec Ie Jang dam les playes, Charas 6? Redi s'accordent poiirtant en cc ei, que lorsquon a avalé Ie ve- nin des Viperes , on nen éprou- ve aucunes fuites funejles ; les Nerfs de la Langue , de rEJlomac G? des Intejlins nen font pas af- fe&és; Ie Sang feul paroit avoir la faculté de dez- el opper ce ve- nin (40:5 circulant avec lui par tout (41) Le Dr, JVIead t^'u fu apperce- voiT C © H9 '3 ) en met het zelve door het lichaam cmiievoerd, doet het de zenuwen der Slagaderen en die van het hart knagende aan, en veroorzaakt de toevallen die men na de beet der Adderen veeltyds waarneem d. De vergelyking is derhalven niet jinfl;, die gemaakt word tuflchcn dit givt en den Merciinus Sublima- tiis, w^elkers puntige kriflallen de ingewanden kwetzen, waardoor .vervuring en een onvermydelyke dood veroorzaakt word. Defchyn- bare jing in het bloed mee dit givt vermengd kunnen befpeuren ; dan Dr. Tysson ver- zekert, dat een drupp'.l vcnyn van een Br Iflirgin een lepel met bloed gedaan, opbruifilng verwekte. toKt Ie corps, il ronge les Nerfs des Artéres (^ du Coeur, c? prodiiit les fympton:es quoii oh' f erve Jouvent apres la morjiire des Fipcres. F ar confeqiient ■, la comparaifon nefi pas jujle qu'oii fait entre ce venin c? Ie fiihli- mé corrojif, dont Us cryJJaux pointiis hlefent les iiiteJJins, ce qui prodiiit la gangrène c? u- ne mort inévitable. Les rapports apparens des configiirations des Sels loir aucun changement dans Is Sang, au quel on avoit ajouté de ce venin; Ie Dr. TvssoN ajjure cependant , qu'unt goutie du venin d'tin Serpent d lunette vnfe dans une ciiil'ier nmplie defang , y ei.citoit une effe}i;ejcenc$. T3 cm^som) bare overeenkomften der configu- ratie van de zouten , bewyft niet altoos dat hun vermogens dezelv- de zyn; deze lichaamen fchynen zekere beweegkragt nodig te heb- ben , die van de onderilelde of ware gedaante en vorm niet af- hanglyk zy. 'Valisnerus vertrouwende op het getuigenis van Redi, heeft de- ze vlo ey Hof geproevd; deszelvs kleur en fmaak kwam over een met de zoete Amandel-olie. Dr. Mead verzekert deze proev met eenige vrienden insgelyks genomen te hebben, en bevond dat het de fmaak hadde van de geeft van Sal- peter, fcherp en brandende. De verfchillcnde beoordccling over de fmaak dezer gevaarlykc flof, Sels, rie prouvent p^s tonjoiirs que leur aEtion foit ia mêine ; ces petits corps femhlent avoir he- foin de certaines forces mot ri ces, hidependantes de leur configura' tion (^ conformatïon fuppofée on féelle. Valisnieri s'en rapport ant au temoignage de Redi , a gouti de cette liqueur ; doiit la couleur 6^ Ie gout rejjemhloient parfaite- ment c celui de Thuile d'Amandes douces. Le Dr. Me ad ajfure, quil a fait cette même experience avec quelques amis , ^ y trouva le gout acre S corroftf de Ve- Jprit de nitre. Les jugemens differens, quon a porté rclativement au gout de ce fuc C© 151 ©) ■ftof, fchynt te (Irydig, om ecnigc overeenkomH: daar in te kunnen ontdekken; want ik durf niet ver- moeden, dat eenige ongeileldhcid van het lichaam, die het zoete wel eens bitter doet voorkomen , de fmaak van een der proevers zal V'crballert hebben ; immers zy zel- ven waren Geneeshceren. "Waar- om ik het waarfchynlyker acht te zyn, dat de vrees milTchien haar vermogen op de Tong-zenuwen dezer Geleerden met het zelvde gevolg geoefend zal hebben, als zy meermalen omtrent die van het oog en oor pleeg te doen. Het zyn de dolende Ridders alleen niet, die Windmolens voor ontzachelyke Reuzen aanzien, en voor het gerommel van een Wa- gen I f lic dan^cretix, paroijfent trop con- imdicfoires poiir pouvoir y decoiu ■i'rir qaclqae confonnité ; car js nofe pas foupconner quelque in- dispofition corporelle , qai atiroit pil faire paroltre Ie do::x amcr^ c? avo'ir f al ['.pc Ie gout d^ai de CCS Ohfer-jateurs? car ces MefJI- ciirs êtoient eux mêmes des Mede- eins. Poiir cette raifoii la il me paroit plus "vraifemhlahle , qus la crainte ait peut êt re agi fitr les nerfs de la langiie de ces Sca' z-aiis, tont comme elle opére Jouvent fiir ceiix de roeil Cf de rorcille. Cc ne font pas ks feiils Chc valiers er rans, qiii prennent des Moulins a vent pour de terrihk Gi'aus, (s s''efrayent diihruii d'u- ne C0 152 S') gen als voor een Donderflag fchrikkeo. IMen kan hier byvoegen het geen den Heer Niebuhr verhaald, van een Schech te Basra geleerd te hebben, dat men de kwade ge- volgen van het venyn door uit- zuiging konde voorkomen (42}, in welke kundgreep deze Reiziger onderftekl, dat het geheim, het geen fommige Arabieren voor- wenden ter genezing van Slange- beeten te bezitten , alleen gele- gen is ; en dit fchynd niet vreemd , wanneer men overweegd , dat het afzuigen van Slangevenyn aan de Ouden niet onbekend is geweefl:. Laat een voorbeeld ten bewyshier van , ne Voiture comme s'ils entencloient un coup de tonnerre. On peut üjouter a ceci ce r^tie Moiifr. Niebuhr rapporte a- z-oir appris d^un Schech a BaS' ra-, fcavoir, quon pouvoit préve- nir les funejles effets du venin pnr lafuction (42). Ce Voyageur foppofe , que cejl dans eet artifice que confijle uniquement Ie Jecret , que certohis j^rahes pretendent aioir pour guerir la morfure des Scrpens ; 6f ceci paroit affez iraifemhlahle, fi Ion conjidere que la methode de Jucer Ie Venin des Serpens na pas êté ignorée des Anciens. Un feul exemple fuffira pour Ie prouver. Cleopatre, ecrit (42)Befchryving van Arabicn,bl. 128. | (42) BefcbryvingvanArabien, 11.12^. C © ^53 © ) van, genoeg zyn. Cleopatr.e, (Ichryfc Suktoniüs (43) ) qnam fervatam trinmpbo uia^uopere en- p'ichat, etiam' Pfyllos ndmovit, qui z-eneunm ac zirns exfiigercnt: qaod periilje morfii afpidis piitcihatur (^44). Hoc lydc myns erachtens geen ttvyfeling, of door deze zui- ging moet onvermydelyk nu en dan een gedeelte van dit vergivt doorgezwolgen zyn. Dat (43) In vic. OQ.XV. Ciefar. Aii^uft. cap. XVI I. §. ïo. (44) Dat IS : dat Accüstus, Cleopatra levendig in triumph willende omvoeren , Pj'yllen (Africaanfclie volkeren wegens deze ivctenfchap vcrmiard, zie Plinios H. N. lib. vil. c. 2.) gebruikte, om liet vcr^ivt haar afcczuigen, vcrtroedcn- do dat zy door een Afp.is gebeten was. ccrit SuF.TONE C43}, quam fer- vatam triumpho magnopcre ca- picbat , ctiani Pfyllos adraovit, qui venenum ac virus exfuge- rent, quod periifTe morfu afpi- dis putabatur (44)- ^^ '' J' nfeïon mol aiicnn donte , qtie por Ie inoyen de eet te fiiclion on navah de temps cï aittrc nnc partie de ce ve- nu h L'expe~ (■4.3) In vita Oüav. Ccc/. Augiifi. cap, x-vi I. §. 10. (44) Ce qui Jlgnifie : qu" AücusTE voti. lant (onfirter Cleopatre en vie poiir la tonduire en triompbe, fe fervit de Pfillcs (_peiiples de l'Jfrique , reiiomviéspar rapport il cctte fiicnce ,ioyez?L\:^E Hift.Nai. livr. V 1 1 cl. 2.) poiir hdf'.rer Ie verdn ,foup con- nart niCelle ctcit c!c v.orduc Ta: un Jf>i-. V ( 154 ® ) Dat de Slangen, gelyk fommi- gen meenen, in de hcete lucht- flreeken , alwaar vcele mineraal- declrjes uit de mynen opftygen, vergivtiger zouden zyn dan in de kouder geweflen , ftryd in het al- gemeen tegen de ondervinding- In de valeyen van Peru en by la Conception in Chili vind men menigvuldige Slangfoorten , dan geen derzelver zyn vergivtig ('45). Daarentegen verzekerd Olaus Magnus, dat er zeer fchadelyke en venynige Slangen in de noordfche landen gevonden worden Q4.6'). En de Heer LinnjEus getuigd, dat in (45) Zie, hift. Reisbefchr. naar Ame- rica, door Don Jhan en Don A. deUl- LOA, deel II, bl. 80 en 207. C46) In Hift. Gcntium Septentriona- lium, lib. XXI, cap. 38. L'experience efl en genera! con • traire a ropinion de eert ai nes perjoniies , qiti penfent que dans les clhnats hrulans , oïi il s'exha- lent des mines plufteurs particiiles minêrales , les Serpens font plus venimenx ^iie- dans les pays froids. On trouve dans les 'vallées du Péroii 6? aiipres la Conceptioii en Chili plufieurs efpéces de Ser- pens , mais aucune d'elles neft ve- ninmife (^45)- Olaus Magnus as- f ure au contraire, qu'on trouve dans les pays du Nord nqmhre de Ser^ pens nuifibks S venimeux (46). Et Monjieur LinNvEus rapport e, quen (4")) yoyez, bijl. Reisbefchr. na Ameri- ca, door Don Joan en Don A. d'Ulloa, deel II, bladz. 80 en 207. (46) In Hijlor, Gentium Septentriona^ lium, lib, xsi. cap. 38. C ® 155 ® D in Zwccdcn de beet van een Ad- der meermalen dodelyke gevolgen heeft gehad (47). De Heer Buf- FON merkt aan QS'), dat het kli- maat zeer zichtbare uitwerkzelen , zo wel ten opzichte van de on- derfcheide foorten , als van de ge- aartheid der Dieren , doet waarnee- racn; die, welken onder de verzeng- de en bevrozene kichtftreeken le- ven , zyn in het algemeen de ge- vaaulyklle; haar uitgebreidheiden kleuren verfchillen insgelyks zeer aanmerklyk; onder het getemper- de klimaat worden dezelven min- der fchadelyk bevonden. Het zyn (47) Vid. Faun. Suec. p, 97. &c, (48) Hift. Natur. Evo toni. 7. pag. 4 &5. queii Snéde Ia morfnre cTum Vi- pere a en plufieurs fois des fui- tes mortellss Qai')- Monfieur ds BuFFON (48) remarque, qiionoh- ferve que Ie climat produit des efets tres fenfihks tant relative- meiit aiix dijfcrentes efpéces d'ani- maux , que par rapport a leur caractcre ; ceux qui vivent fous les zones torrides ö? glaciales , Jont en gene r al les plus a craindre; leur grandeur &' Iciirs couleurs diferent aujjl confiderahlement ; dans les climat s temper és ils font moins nuifihles, Non feulement les quali' (47) Vid. Faun. Snee. pag. Qi.ij'c. (48; Hijl. Natur. 8". torn. vii. pag. 4 C? 5. V 2 C 8 150 © ) zyn niet alleen de betrekkelyke , maar ook zelvs de wezentlyke hoe- danigheden , die aan des luchts invloeden fchynen onderworpen te zyn; ook is het niet te ontken- nen , dat de Natuur dikwerf beha- gen pleeg te fcheppen , om een ze- kere eenftemraighcid in haare ge- wrochten plaats te geven; of lie- ver de wysheid der Voorzienig- heid is voorbeeldig kennclyk in de gepafte overeenkomfb , welke fchitterend doorftraald tuflchen de geaartheid en 't geitel, en tus- fchen de uitterlyke en plaatfelyke omftandigheden der Dieren. Niemand vermoede echter dat ik het vergivt onzer Adders aan de uitwerkzelen der lucht of aan het voedzcl op zich zelve aange- merkt, qnaUtês relativesy mais même les ejfentielles , Jemhknt dépendre des infiuences de Tair; 6? il faut avoiier que la Nature fe plait Jouvent a placer mie certaine harmonk dans fes product ions ; OU plutot que la fagejje de la Providence fe manifejle exemplai- rement dans Paccord parfait , qiii brille avec tant d'éclat entre Ie caraBére ê? liJ conftitdtion , ^ entre les circonjlances exterieures S' localcs des Animaux, Il ne faut cependant pas qu^on cro^e que fattribue Ie venin de nos Viperes aux infiuences de Fair OU aux alimens confidérés en eux mê' cm 157 m') merkt, toccygcnc; immers vccle andere Dieren ademen dezelvde lucht en gebruiken het zelvde voedzel; dan een byzonder wcrk- tuiglyk geflel, uit eenige zamen- gevocgde khcren beflaande , en achter ieder oog van den Adder geplaacfl, bezit het vermogen om het venyn van het bloed dezer Dieren aftefcheiden , 't geen ver- volgens door een buis vloeid , die zich in een foort van blaasje ont- laft, 't welk onder aan de wortel van iedere Slagtand geplaatft is, en zo dikwils als dit blaasje door de beet van het Dier eenige druk- king ondergaat, even zo dikwils word het vloeybare venyn door de holligheid en fplect der Tand naar buiten geperft , in de won- den Diêmes ; car ny a-t -il pas mille autres ylnimaux qiiï refpirent Ie mciue air , t^ fe tioiirriffent des mêmcs aliiiiens ? mais cefl uiie organifation particuliere ^ qiii con- fijle en quelqiies glandes conglo- mérées placces derriére chaqiie oeil de la Vipere , qui poffedent la faculté de féceriier du fang de ces Auimaiix Ie venin, qui coiik enfuite par un canal , qui fe décharge dans tine efpéce de veficule placée au has de la ra- cine de chaque Dcnt canine , c? /; chaque fois que cette veficule fe troui'c tant foit pen comprimée par la morfure de r/lnimal, at'.jji foutcnt la liqucur veiiimcu- fe ejl exptif'e Ie long de la ca- vitc &^ d'an- trefois en la caitterifant ; du pain de Jeigle maché , tm oignon (54) oü de rail mélé avec du fel &* mis f ur Ie playe, ent quelque- fois prodiiit la guerifon ; & lorS' qu'on ne rencontre fous fa maïn micms (54) Os trouve dans Ie Jourjial Hi- ftoriqiie de LA Caille, pag. 274. que les Ilottentots employent Ie jus d'cigmns blancs tontre la mor/ure des Sirpens. C© 171 ©) alle deze eenvoudige hulpmidde- len ontbreken, bind men het ge- beten deel boven de wonden , zo flyf als mogelyk is , tot dat men andere hulp bekomen heeft. Het is aanraerkelyk dat de Oos- ter en Weflcr Indianen insgelyks de meclle dezer opgetelde hulp- middelen tegen de Slange-bec- teu niet onbekend zyn ; de nood zoekt hulp, en de ondervinding is de lecrmeeflcres van de eenen zo wel als van de anderen , en deze is veel zekerder leidsvrouw dan afgetrokke redeneringen. De Virginiaanfche Slangen-wor- tel (55) wordt by zommige India- nen , en by de bewoners van Bra- fil (55) Viperina radix. (tuctm de ces remcdes Jimpks £? ifinocens, on ferre U memhremor- du aujfi forttmtnt qtCil ejl pojjibk au deJJüS de laplaye, jiisqua ce qifon mt chtenu d'autresfecours. Cejl tifie chofe remarqiiahk que k habitam des Indis Oriënt aks G? Occidentales connoijfent egakment lesphispart des remédes mentionués cidejj'iis centre la morfare des Ser- pens ; on cherche du foulagement dans Je hejoïn , Gf fexperknce enfei- gne ksuns tont comme ksatitres; elk nous guide plus fiirement que les raifonnemens les plus chftraits. O^ielques Indiens appliquent fur playe la racine de Serpentaire de Virginie Css)-)^ les hahitans du Bre- (J5) Radix Viperina. Y 2 c ® 17^ © :? fil (56) de gekneusde kop van de Slang die gebeten heefc op de wond gelegd, en het beledigde deel mcc nuchtere fpeekzel be- itreken; dit laatflie middel wordt ook door Pu nius , Galenus en anderen aangeprezen C57). De Noordfche Volkeren achten de C56) Zie Brafiliaan£chc Zee- en Land- reizen, bl. 23. (57) Niet alleen word aan het fpeek- zel van den Menfch een genezend ver- mogen tegen den Adderbeet toegcëy. ^endj. maar men acht het ook eèn ailer- üerkft vergivt voor den Adder te zyn ; 7.0 leeft men by Lucretius de rer. na- twa, lïb. IV. vf. (5'42. (543. ■» . . . ut Serpens hominis contafta falJvis Disperit , ac fefe mandendo conficit ipü. B re/Il ("56) fe fervent paur ceï{f de la têie écrafée du même Ser^ pent qni a fait la mor jure-, cif appliquent far la partie léfc'e de la falive de qitelqtittan qui ejl è jeun ; Pline , Galien ê? d'autres, loueni heaitcoiip ce der nier remede (57). Les hohitans du Nord prefe- rent (56; Vo'^jez BrafiUaanfcbe Zee- en Lmii. reizen, pag. 23. (57) On attribue non Jeidement a la fa. live de l'Homme la vertu de guerir la' mor/ure des Viperes, mats on la croit aujji un tres grand poifon pour eet Animal; comme on Ut dans Lucréce de reiumnap- tura,, lib. iv. vf. 642. 643» . , . . uï Serpens bominis eontaüa fali- vis Disperit , ac fefe mandendo conficit ipfa. ( © 173 de oude Venetiaanfche Thcriakel het verkiesbaarfte van alle hulp- middelen , die men tegen den Ad- derbeet gebruiken kan Cs 8). De Heer Lixn.eus pryfl het gebruik van de Radix Senega en het Lignum Colnhriinim ■, in deze gevallen aan (59); dan keurt het inwendig gebruik van Boomolie, als onvoldoende af; insgelyks wordt door anderen de beflry- king der wonden met Olie over gloeijende kolen, door Vate- KUS (58) Vid. Olaus Magnüs Hift. Geut. Sept. Lib. XXI. cap. 28. (59) Vid. Amoen, Acad. Vol. IL Dis- feit. 21 «S: 22» reilt l'ancienne Tberiaque de Ven'ift par de[fus iotis les autres remedes, quon pourroit employer contre la morfure des Plperes C58}. Mr. LmNJEus recommande beau- coup dans depareilks circonjiances, Ie Radix Senega £? Ie Lignum Co. lubrinum (^59") ; mals il desapprouve fort quon prenne interieurement rilaile d'olive, dontTeffetne répond pas a l' attente qiion en a ; d' autres rejettent par rapport a cela mêine rufage quon fait de rHuilepour en oiiidre les playes en les tenant far des charhons ardens ,reméde queVA- TEKUS (58) ÖLAi Magni Hifior. Gent. SepU Lib. XXI. Cap. 28. (59) yid. Avioen. Acad, Fol. II. D'.s- fert, 21 £ƒ 27. Y3 C © 174 © ) RUS (60) voor een onfaalbaar middel opgegeven , als niet proev- houdend vcrivorpen C^^i). Intus- fchen Held Colden veel vertrou- wen op het gebruik van warme Olie, ourdeclende dat de onaan- doenlykhcid der zwynen voorden Adderbeet, alleen aan derzelver vettigheid zoude toe te fchryven zyn (62). De Heer L. Montyn heeft in Zweeden gelukkige proeven ge- daan (60) In DifT. de Antidoto novo adver- fus viperarum morfum. (61) Memoir. de TAcadem. des Scien- ces de l'Ann. 1737. (62) Zie hier over een Engelfciie Briev by Gronoviüs > Zoopby!. pag. 35. TERus (60} z'^nte comme in- faillihk C5i). Colden a cepen^ dant heaucoup de coufiance dans l'nfage de Huik cbaude, perfiia- dé que c''ejl a 'leur graijfe que les pourceaux font redevables de tie pas Je rejfentir de la morfure des Viperes (62). Monfr. L. Montyn a fait en Suede des experiences avec Ie Juc qu'oti (60) In DiJJert. ds Antidoto novo ai' verjus viperarum morfum, (61) Memoires de VAcad. des Sciences de l'Ann. 1737. (62) Foyez a cefujet une lettre Angloi- fe dans Ie Zoophyl. de Gronov. pag. 25. daan met het fap uit het loov van EfTchen Boomen gepcrfl C^s). De witte JMelitenzer aarde nog de Lapis Coluhrinus (64") , hebben volgens Valisnerus en anderen , de geringde kracht om Slangebee- ten te genezen. Evenwel verze- ](crt de Spaanfche Benediktyner Monnik Feyoo C<^5}» wiens ge- loovbaarheid men buiten beden- king heeft trachten te Hellen , dat deze zogenaamde fleen op de won- (63) Zie S.fnigl ectfectif. X(u-,t. üa 2Bi^- fuf; {-aften/ etc. «uf iü jafï 1765. (64) Men waande wel eer, dat deze ftukken halv gecalcineerde Hans of Elandshooró , uic de kop van de Bril- flang voortkwam. {65') Zie Holl. Magazyn, Deel III. Stuk 2. bl. 281. quon exprlme des fenUles dn Fr ene ^ qiii out tres tien réaji (^63}. Ni la terre hlanche de MaU the., ni Je Lapis Colubriniis ([64) 11e pojjedent , fel on Valisnerus 6? d'antres, pas la moindre ver- til contre la mor/ure des Serpens. Le Religieux Benedicïin Feyoo ((55) Espagnol, dont on a voulit mettre le temoignage au dejfiis de tout doiite, nous ajfure cependant, que lorsquon met fur la playe de cette (03) ^'"jes S,h-^&\. ecifeictif. ^ms. ia 2i?i|fcnf4flfun/ cnj. nuf iaS ja'i: 1765. (64) On croïcit autrcfois que ces mor- ceaux ds cornes de Cerf oti d'Elan d moitié calcints, fe tiroient de la te'e des Serpens a lunette. {65) Voyez Holl. Magaz. Deel Hl. Stuk 2. peg. 281. C © 17^ © ) wonden gelegt, vermogens genoeg bezat om het venyn uittetrek- kcn. Wie hetwyders de moeite waar- dig keurt om het Kruidboek van Rembertus Dodonteus nateflaan, zal aldaar niet veel minder dan honderd en veertig foorten van gewaffen , op het gezach van Dios- coRiDES en latere Schryvers aan- geprezen vinden, waar van het een of ander gedeelte met hoop van goed gevolg tegen de nadeli- ge werking van Adderbeten zoude kunnen worden gebruikt. Ik zal hier nog alleen maar by- voegen, hoe men thans de vlugge AlMifche geeft van Ammoniac- zout feheidkundig met Barnfteen- Olie cette prétendue pierre , elk ejl affez efficace pour en extraire Ie venin. Si Ton vent fe donner la pei- ne de confulter l' Herbier de Rem- bertus DoDONiEUs , on y troii- 'vera citées fur ratitorité de DioscoRiDE Ê? d'autres Au- teurs plus modernes , a peu pres cent quarante efpeces de plmites, dont on pourroit * employer avec efpoir de fucces, Vune ou Vau- tre partie contre les effets per- nicieux de la morfure des Vipe- res. ye nai fetilemcnt quh ajouter quon croit cl prefent, que Ie mé- lange chymique de TEfprit AlcaU volatil du fel Ammoniac avecTHui- h 177 Olie vermengd (66), ecnfpccifi- aim acht te zyn, om de kwade iiicwerking van het Addergivt tc- 'gen te flaan. De Heer B. de Jus- siEu is, zo verre bekend zy, de eerflc geweefl: , die van dit mid- del {66) Men noemt deze vermenging Eau ae Luce, waarfchynlyk na ecnen LdcaSj ApochecartcRysfel, die zich be- roemd heeft gemaakt , door een foortge- lyk doordringend vocht toe te bereiden. Wie er belang in fteld om de bereiding van hec Eau di Luce te kennen , kan ten dien einde nazien het Recueii de Medeci- ne, Chirurgie i^c. Juin £ƒ Sept. 1756. fag. 236 ö* 412. feïjner 1757. pag. 122. Ö* May ilSl-pag. 393- alwaar mende verfchillendc wyzevan bereiding, door de Heeren La RivierEjMartiNjMa- chy, en Betbeder , voorgefchreveu, vinden kan. Ie de fuccin (^66) , e/7 un f^eciji- que, qui re/iJIe aux e f ets ntdfi^ bles dn z'enin des Viperes. Men- fieur B. DE JussiEU eft Ie pre- mier, que je faciie , qui fe foit fervi (06) On tiomme ce vidangc Eau de Lu- ce, iiraifemhlahlement d'uprès un certain LncAs, yjpoticaire d L'hle, qui s'ejl fait un mm par la prepavation d'une pareiUe liqueur penetrante. Si quelquun dfftre defcavoir comment fe fait l'Eau de Luce, il n'a qu'd confalter Ie Rccueil de Mcd. Chirurg. &c. de Juin & Sept. 1756. page 236 & 412. Fevrier 1757. pag. 122. & May 1757. pag. 393. oa l'on trouve les differentes methodes , que Mesfieurs La RiviERE, Martin, MachYjC? Betbe- der 'prefcrivent pour en faire la compo/ï. tion. I c © 178 m ) del heofc gebruik gemaakt C^j'), en hy is door den Heer Males- iiERBEs (68} en anderen even ge- lukkig (67) Zie Memoir. de VAcadem. Royal. des Scienc. de VAn. 1747. £ƒ Recueil de Mcd. (jc. Sept. 1756. pag. 236. (68) Zie Memoir. de TAcadcm. Royal- des Scienc. de VAn. 1766. Het gebruik van dit middel befl:ond voor de ecrftemaal in zes druppels, ea vervolgens van hal v uur tot halv uur een verminderde hoeveel- heid ; ook word er de wonde mede bc- flrceken. De Natuurkundigen is bekend, dat men de vcnynen verdeeld in eigen- aartige {jiativa) , en in aangebrachte of Jjever toevallige {adventitia): de eerlt- genoemde eigenfchap behoord onder an- deren tot den Adder , de laatfte tot alle Vogelen ea all,e viervoetige en ande- re Dieren , welken geen aangcboorcn vcrgivt hebben; ca ongeacht deze on- der- ferzi de ce remede (-67) ; Mofjjr. de Malesherbes ^ d'autrel Tont em ployémfuite avecJe mêmefucchC68'), Monfr.' (67) Fojes Memoires de l'Acad. Royale des Sciences de l'Ann. 1747. & Recueil de Medec. &c. Sept. 1 756. pag. 235. ((58_) Foyei Memoir. de l'Aead. Roya- le des Sciences de l'Ann. 1766, On em- ployoit ce medicament pour ia premiere Joii a la dofe de Jix gouttes , cf enfuiie de de- mie heure en demie beure on diminuoit ceite quanlité; on en uiettoit au£ï fur la playe. Les Nrauralijles Jgavent , qu'on diftingut les venins en propres ou natifsy [j en occafionels ou venus de dehors : la pre* miere de ces proprietés appariienf en, tre autres 9 /a F'ipere , ü' l'autre i tous les Oifeaux tous les Qiiadrupedes {ƒ autres Animaux, qui naijjent fans venin ; ^ malgré celte dijlinclion on a fuppofé tme cojiformité entre Ie venin de la Fiperc ö! la C © 179 © ) Jukkig gevolgd. De Heer de Jus- siEU fteld het buiten twyfel, of Hien zoude by gebrek van zou- ten, uit Dieren en JNIineraalen ge- trokken, ten zelvden einde kun- nen gebruiken het zap van zulke Planten, welke met foortgelyke zout- derfcheidingj heeft men eene gelykvor- migheid tuffchen hen Addergivt en de Hondsdolheid onderfteld, en ook de ge- nezing dezer laatfte vevfchrikkclyke ziekte door het gebruik maken vdinEau de Luce, gelukkig te weeg gebracht. Zie Journal de Medec. Cbir. &?c, Avril 1763. Hetis tewenfchen, dat de Genees- heeren by alle gelegenheden geen vlyt nog zorg zullen fpaaren, om betreffende een ondeiwerp van zo veel belang voor hetMenfchdomj eene volkomene zeker- heid te vcrkrygeu, Monfr. DE JussiEU alfu.re pojiti- vement, qu'on pourroit au dé' faut de fels extraits SAnimatix ö*' de Minermix , employer mix mêmes tl f (I ges lefüc de Plant es impregnées de la Rage, ^ on a ohtenu la guerifon de cette effroyahle vialadie par Vufage de TEau de Luce. Vo-jez Journal de Me- dec. Chirurg. &c. Avril 1763. // efl a foubaiter, qu'en toute occajïon les Me- decins ne negligent ni peine ni foins pour acquerir une certitude parfaite fur un fw jet d'tine aujji grande importance pour tout k genre humain. z% C^ i8oS D zoutdeelen bezwangert zyn (69)- Overmits nu de Adders door fcheidkundige bewerking bevon- den worden, eene zeer aanmerkc- lyke hoeveelheid vlugge luogzou- ten, eiT gevolglyk een tegengivt voor haar eigen venyn in zich te bevatten, zo valt het niet moeije- lyk reden te geven van het geen Valisnierus heeft opgemerkt , waarom namentlyk de Adders zich onderling zonder eenig kwaad ge- volg byten. Kircherus getuigd insgelyks, dat eenfoortige Slangen mal- (6^9) Deze plantlborteu hebben een kruiswyze gedaante jfterke reuk en fchcr- pe fmaak, als daar is by voorbeeld de Hov- en Waterkers {Najlurtiurn), Ra- ketten {ETuca}y Mofierzaat (^Sinapi), enz. de p^riicuks falines femhlahks (69). Or comme on a décorwert par des operations chymiques, que les Viperes contknnent iine quantitê' tres conjïderahk de fels alcaU va- latilsy êP par confeqiient ranti- dote de leur propre venifi ; il nejl pas difficile d'expUquer roh- f er vat ion de Valisnierus, /^'iJ^'ö/V pourqmi les Vtperes Je mordent rune Vmitre fans aucune fuiie dangereufe. Kircherus remar' que aujji, que des Serpens de la mêins (69) Ces efpéces de vlaims Jotit tiiées de ladajjedes cru:iferes , ^ ont l'odeur forte y Ie gmit acre, telles font par exemple Ie CreJJcn de jardin 6' Ie CreJJon aquaüqut (Nafturtium), la Rocquetie (Eruca), la graine ds Momarde (Sinapi_)> ffc. (© i8i ©3 malkander door hunne beet niet fchaden ; en hier uit volgd myns erachtens regclmaatig deze waar- heid, dat zo cenfoortige Slangen malkander niet kunnen vergivti- gen, dat dan ook ieder Slang of Adder zulks ook zich zelvs niet zal kunnen doen; dit echter üryd tegen het getuigenis van den lieer Hall, en zyne proeven in Caro- lina op de Ratelflang genomen (jó). Deze flrydige getuigenis- fen vereifchen nadere proeven, om het geen hier omtrent waar- achtig is, zeker te bepalen. Intuffchen is het niet te ontken- nen , dat het vergivt der Ratelflang zei- (70) Zie VosMAAR befchryvin^ van de Ratelflang. mime efpece ne fe font aiicim mat lorsquils fe mordent ; d'oh Ion pent raifonnahlenient condiire fe- Ion mot , que fi les Serpens d'une même efpéce ne peuvent senveni- mer Vun fautre, par confeqnenP chaqiie Serpent ott Tlpere ne fgaii- roit senvenimer foi même; ce qiii ejl cependant contraire aux expé- riences, que Mr. PIall a fait es k- la Caroline fiir Ie Serpent h fon- nette' (yo)- Ces ohfervations y? diametralement oppofees exigenf quon fafe de nowveaiix ejfays ponr s'affttrer de la verité du fait. Il faut avouer cependant., que Ie: "ceuin dn Serpent a fonnette noc' cafon- (70) Voyez VosiiAAR defcription d% Sc'ptnt, a fonnette. z C® I82©) zelve , de ingewanden van die Slangen geen het geringfle nadeel veroorzaakt ; immers dit blykt klaar, wanneer men zich maar er- innert, dat de Dieren, welken de- ze en anderevergivtigc Slangen tot voedfel verflrekken, door dezel- ve gebeten , en dicnshalven nood- faakelyk door het vergivt befmet moeten zyn. Dat het vergivt aan foinmige Slangfoorten door den Schepper van 't hc2lal met een byzonder oogmerk en wyze doeleindens is medegedeeld , moet men voor even 20 waarachtig houden, als bet voor als nog bezwaarlyk te bepalen is , welke dit oogmerk bepaaldelyk zyn mag. Dr. RIeao merkt aan, dat de Adders een buitengewoon ont- cafionue aiicun mal mix entrciü- les de ce Serpent même , Sautant quon n'a qu'a fe rappeller, que les ylnimaux, qiii fervent de murriture tont h ce Serpent quaiix autres Serpens venimeux, doivent en avoir êtc mor dus, c? par confeqnent infcEtés ntce([üire- ment par k venin. B ejl aiisfi vrai, que Ie Créa- teur de runwers a départi a de certaines efpéees de Serpens Ie venin, dans tin hut particulier' 6? dans des z'ues tres fages/ qiiil ejl dijficile de detcrminer, en qiioi confijle particulierement ce hut. Le Dr. Mead ohf er- ve., que les Viperes ont hefoin d'im fuc dijfolvant extraordinai' re C© 183 ontbindend vocht nodig hebben, om hun vocdzcl, Muizen, Mol- len, Kikvorfchen en diergclykc Dieren, te vertccren, overraics zy het kauwende vermogen mis- fchen; en meend dat het vergivt daar toe voornamentlyk flrekt. Anderen menen, dat haar het ver- givt gefchonken is, cm derzelver ,prooy te dooden, 't geen ander- zins op een allereicndiglle v\'yzc zoude moeten Iterven, en leiden ^aar uit een bewys af, voor de goedheid en zorgvuldigheid der Natuur. Dan m beide deze on- derllellingen word te veel en dus niets beweezen; immers de vcr- givtontbrekende Slangen, de Aa- len, de Snoek, de Baars en an- dere Dieren, nemen op dezcivde wyzc re, afin de poiivolr dii^crer kiirs tiVtuieiis , teh que font les Soiiris, les Taiipes , les GrencuUks ^ d' au tres Jlniumux femllahles , d'au- tant qiCelles font privces de la fa- cuhê de mdcher ; GP ^l croit que leur veiiin efl def'mé principalement a c(t ifage. Uj^utres croyeut qu el- les font doiites de venin afin de tner leur proye , laqitelk auroit fans cela une mort 'des plus cruel- les, ce qui prouveroit que la Natu- re efi une tendre Mere remplie de foins pöur fes créaturcs. Mals dans CCS deux hypothefes en loular.t trop prouver, on ne protive rien; car les Serpens qui n^ont pas de ve- nin , de méme que les ^nguilles , Ie Brocbet,'la Perche ^ d'autresAni- maux, faififihit leur proye de la même C © ïS4 ® ^ «yze liCLiraas. Mcnhadtmynsbe- dunkcns meerder overeenkomftig met de vvaarfchynlykhcid gegiil, ingeval men ondcrftcld hadde dat het givt den Adder dienftig was ■om derzelver aas te bedwelmen of ie dooden, om aan die de gelegen- heid van ontkoming te benemen, het geen by de vergivtontb reken- de Slangen, en andere Dieren, zo lichcelyk niet gebem'en kan, overmits deze van meerdere tan- den , en zo het my meermaalen heeft tocgefchenen, insgelyks van {lerker Halsfpieren , voorzien zyn. Wat nu aanbelangd het vet, vlees, bloed, gal, ingewanden, ja de drek der Adders zelve, de- zen hebben geen de geringde ver- givtigende eigcnfchappen of ver- mogens , iih^me maniere. On aiiroii fait felon moi wie hypotbefe plus vrat- femhlahle, en fuppofant que Ie ve- nin ferjoit o la Vipere poiir êtoiir' dir on pour faire mourirfa proic, flfn de lui oter par la Ie moyen de séchapper, ce qiii ne fcauroit arriver fi facilement chez k$ Ser- pens qiti nont pas de z-enin, mn plus- que chez les antres jlniniaux, d'autant que ceiix ei font pourvus de plus de dents, £? ont pareille- ment ^ a cequil fna parufouvent, des musclcs cervicaux heaucoup plus forts. Pour ce qui efl de la graiffe^ de la chair, dn f mg, du fel, des ent rail! es (^ même des excrenwis des tïpcres ,. ils nont pas la moin- dre proprieté tii facnlté z-eninmu Je; C© 185 ©} mogcns; immers dit alles pleeg by de Trogloditen-, Ethiopiër s en an- dere oude volkeren gegeten te worden, en den Adder dient nog in de beyde Indien en in eenigc ftreken van Africa, tot fpy ze. Il as- 6ELQUIST verzekert zelvs, dat het de gewone kofl van fommij,e Ara- bieren zy. (71) Zy verflrckken insgelyks om er geneesmiddelen , welke veele Heelmeefteren en Ge- neesheeren zeer heilzaam keuren , uit toe te bereiden : ja daar is byna geen enkel deel van den Adder, (]die men in alle opzichten krach- tiger dan andere Slangen acht te zyn ; ) of men pleeg het zelve op ver- (71) Reyzen, bl. 79 & 330. fe; car /w Troglodites , / in deze Landfchap uit- en inwen- dig tegen de gevolgen van den Adderbeet gewoon is te gebrui- ken ; en men bevind het zelve ins- gelyks ter genezing van de wrang- ziekte der Runderen zeer heil- zaam. Hedendaags is echter het ge- bruik der Adders in veel mindere achting; men fchynd derzelver genees- en heelkundige vermogens te mistrouwen; althans men ver- moed betere middelen te kennen. De Heeren Artzen duiden het my niet kwalyk , dat ik by deze gele- genheid ecne vraag doe, of men namentlyk niet veelmaalen alle on- bedachtzaam en zonder genoeg- zame reden, aan het nieuwe-, en dikwils mogelyk alleen om dat het nieuw graijfe de T^iperes tant exter'mt- rement qii hiterkiirement -, contre les fnites de leur morfure; on en a eprouvé outre cela des cïfets tres falutaïres contre les grumaux de lait qui fe forment dans les mammelles des Vaches. On fait a prefent pourtnnt heau- coup moins de cas de fufage des Vi- pens; il parolt qnon najoute pas grand f ol a leurs vertu medecinale ni chirurgicale; on croit avoir des remêdes plus efficaces. Mejf. les Me- decins ne me Ie prendront pas de mauvaife part,fespere, depropofer ici line queJJion;fgavoir,fionnedon- ne pas fort fouvent i trop inconfide- rement , £? fans raifon fufifante , la preference a ce qui ejl nouveau ? ê? ulapeut-être uniqmment a caufe que cefl C © isp © ) nieuw 15, de voorkeur geevt? im- mers men behoorde dog even zo min hardnekkig genoeg te zjn, ora oude beproevde gebruiken, tegen min bekende nieuwigheden, als ora betere nieuwe tegen on- voldoende oude middelen te vcr- wilTelen: een herhaald onderzoek, bedaarde ovci-weeging, en een nauwkeurige beoordeeling , be- hoord doch altoos hetbefluit,be- trekkeli'k het gebruik van genees- middelen voortegaan. Overyling is de noodlottige moeder van ramp en feilen. Dex\phorismus, Non ti- mide me temere -,1^ even zo wel ge- fchikt om met letteren van duur- zaam goud voor het Heiligdom van Esculaap te pronken , als het Nos' ce te ipfiim voor Apollo's Tem- pel. Een c'ejl du fionveaii'? on devroit fe faire aiitant de peine de cbanger d" anciens iifages-, dont on a eproiivé la bonté, centre des nouveautés pen connues , qiiil devroit en couter pen des amelio- rations nouvelle: aux nfages anciens quon a trouvé peu fatisfaifans. A' vant de decider en faveur d'un nou- veau medicament , il faut en avoir fait Tepreuve a dijferentes reprifes, y avoir reflechi a tête repofée , {jf ca avoir jugé avec exaclitude. La pré' cipitation e/l lafource fatale des er- reurs les plus grofféres £? des maux les plus grands. L'Aplwrisme^'Non timide nee temere, ne meriteroit pas moins d'être gravé en cara&eres d'or ineffa^ahle au devant du fan- ciuaire d'EscuLAPE, que Ie "Nosce te ipfum ne Têtoit devant Ie Temple d'ApoLLON. Aa 3 Uu C® ipo ©) Een jeugdig voorbeeld zal my- ne waarborge zyn , hoe men dik- wils van de voorfchriften der ou- de Vaderen afwykt , of dezelven door veranderingen, die ons gun- fligfchynen j geheel onnut maakt , en na verloop van eenige eeu- wen , als waren het nieuwe ontdek- kingen , wederom invoerd. Heeft niet Theophrastus , Dioscori- des,Plinius,Galenus; en in la- tere tyden, AvicENNA,DoDONEUS en veele anderen , de wortel van de mannelyke Varen ^74} i^^t Scammonk (js) vermengd, als een beproevd middel om de Lint- worm (74) Filix mas. (75) Scammonlum. V/l exemple recent pourra mt fervir de preuve, que Von fe de- part trop foiivent des preceptes des Anciens, ou qiCon les r end al- foliiment inutiles par des change- mens qiii nous paroijfent favora- hles , S qti' (ipres pkifieurs fiecles on les fait reparoitre comme de nouvelles decouvertes. Theoph ra- ste, DioscoRiDE, Pline, Ga- lien, & plus recemment Avi- CENNE, D0DONEE S' plujieurs au- tres, nont ils pasrecommandé Tu- fage de la Fougere male (74) mê- lee avec /^Scammonce(^75} comme êtant tin fpecifique eprouvèpour ex- pul- (74) Filix mas. ''75) Scammonium. C© 191 ©) jronn (76) uit het menfchelyk li- chaam te verdrj-ven, aangeprezen ? en is het ook tefFens niet waarach- tig, dat in dezen jaare (77) een groot Koning (78), door raenfch- lievende bcginzelen bezield, het vourfchrift van dit zelvde mens- fel , als een nieuw en onfeilbaar hulpmiddel tegen de Lintwormen , van een Zwitzerfche Vrouw (79), voor een aanzienlyke fomme aan- gekogt, en vervolgens dit f pecifi- ciim even edelmoedig aan het gan- fche (76) Tania, (77) 1775. (78) LoDisXVIvan Vrankryk , enz. (79) De Wed. NoUFFER. pul f er /e Ver folitairc (j6) hors da corps htimain? Gf ne/i Upas tont aujfi vrat, quun grand Roi (j ), anhné de fentimens dljumanité', vient d'acheter cette année (78}, d'une Femme SuiJJe (j9) ? pour une fomme confiderahle la recepte du même medicament, comme Jï cê- toit iin remede rtouveaii c? in- fdillibk contre Ie Ver folitaire? Ce même Monarque na-t il pas génêreufement fait don de ce fpeci- (76) Tjenia, (77) Louis XVI Roi de France (fc, (72) '775- (79) La Feuve Noüffer, ^»r. C © 192 © ) fche menfchelj^k gefiagt tot een ge- fchenk gegeven heeft (80}? Daar is er echter nog onder de beriichflte Geneesheeren dezer eeuw, ja zelve onder onze tydge- noten, die de ondervinding van het nuttig gebruik der Adders 0- vertuigd heeft. De kundige I loog- leeraar DE Haan fchryft , dat hy , aangefpoort door de loffpraak wel- ke de vermaarde Dr. Mead en MoRGAGNi aan de afkookzels en de Hl der Adders gegeven hebben, dezelve met zeer gelukkige uit- komllen heeft doen gebruiken te- gen invretende gezwellen, tegen kvvy- (80) Zie, Verhandeling over den Lint- iworm door de Heeicn Lassone, Mac- f^UER, CclIRLEZ DE LA MoTTE, DE JuS- t'.EU, Caubdri & Cadet. fpecifque a toitt Ie genre humain? C80). Parmi les plus fameux Méde- cins de ce Jiécle, ^ même parmi" nos contemporains , on en trouve que fexperknce a convaincus, quon peutfefervir avecfuccèi de la Vipere. Le ProfeJJeur de Haan marque , quencouragè par Vélo- ge, que les céléhres Médecins JNTead G? MoRGAGNi ont fait du bouil- lon cjf de la gelee de Viperes, il les a fait prendre, avec un grand fuccès, contre des tilcéres rongeans , des toux phtifiques ö* opinjatres , contre la fevre heSli- que {,So) Voyez It traite fur le Ver folitaire par MeJJrs, Lassone, Macquer, Cour- LEz DE LA Motte, de Jussieo, Car- Ei'Ri & Cadet. IP3 ) kwTncnde en halftarrige hoeft , te- gen tcringkoortzen , verzwakkin- gen, borftverzweringen , beenee- ters, en diergelyke kwaadaartige ziektens (Si). De Adder is ook eene dervoor- naamfte inmengzclen van de The- rjac, en heur vet maakt een ge- deelte uit van het alom bekende oogfmeerzel van Hans Sloane. Vergelykt men nu deze gebrui- ken van den Adder met het ver- mogen, 't geen weleer daar aan is toegefchreven , de billykheid zal niet (8i) Vid. Rr.tiones medendi y Pjrt. IX. Cip. VI. § 4- & Cap. Xir. §. 2, 3, 4. Ook vind men by deze geneeskundigen een verhaal, de lotgevallen der AdJers in de genees- en heelkunde, becrcfFende. que^ Ie deperijfement, les til eer es da poumori-, la carie, ^ de pa- reilles maladies vmh'gnes S' opi- niatres (8 O* La Vipere ejl aujfi iin des principaiix ingredieus de la The- riaque, & fa graijfe entre dans la compofition dn fameux ongiient ocii- laire du Sr. Hans Sloane. Si Ton coinpare ces ufciges de la Vipere avec la z-ertn quon lui attrihuoit ei devant, ee fe^ roit a tori qtfon hlameroit les au- (Cr) A^o}'e::Ration. medcndi. Part. IX. Cap. VI. §. 4. & Cap. XII. §. 2,3, 4. On tioiive aiijp. clez ce médecin une narra- t/on de l'ufage quon afait des Fiperesdans la medecine ö* dans la chirurgie. 13b ( © 1P4 @ ) niet gedogen , om de oude Artze- ny-, Heel- en Geneeskundigen diensaangaande te laken , of de nuttigheid van dit gevreesde en verachte dier te ontkennen. Men zoude hier nog cenige andere en byzonderc gebruiken van den Adder kunnen aanhegten, by voorbeeld dat derzelver Slag- tanden als Lancetten en Naalden gebruikt zyn, by volkeren, die of de kundigheid van de berey- ding, of die der bearbeiding van yzer ontbreken. Vergiftige of vuurige Adder- Hangen wierden door den Rich- ter van 't Heelal gebruikt om Ifraëls overtredingen , op de reis door de Woeftynen naar het anciens Pbarmaciens , Chirurgiens ^ Medecins fur eet nrticle , on qii'oii nieroJt riitiUtê de eet Ani' mal aujjt terrible qiül ejl mépri'. fé. A ces nfages de la Vipere on pourroit en ajoiiter quelques au- tres qui leur font particidiers ■, comme par exemple que leiirs Dents canines fervoient de Lan- cettes ^ d'Aigiiilles aux nations qui ne fcavoient ni préparer ni f er- ger Ie f er. Le Juge fnpréme de rUnivers sejl fervi de Serpens venimeiix oii ardens pour punir rigoiireufement les transgreffions du peuple d'Ifral'l, dans le pojjage qnll ft par le dé. c © 195 © :) het bcloovdc Kanaan , zeer flren- gelyk teftraffcnC82). Plinius verhaald dat de Scyten hunne pylen ia het venyn van Ad- deren doopten (83). Ja deze Dieren zelve wierden als wapenen gebruikt. Onder anderen kan men daar van een voorbeeld vinden by C. Nepos (84}, die verhaald, dat Hannibal de vloot van Eu- MENEs koning van Pergamnm 0- vcrwon, door in de vyandclykc fchepen aarde kruiken te werpen die met levende Adderflangcn gevult waren. De (82) Zie Numer. cap. XXI. vf. 6. (83 Hifi. Natur. Lib. XI. cap. 53. (84) In Vit. Hanjjib, cap. X & XI. êefert potir aller a la Qaua'dn pro- mife (S2). Pline rapporte que les Scytcs trcmpoient leiirs dards dans k venin des Fipcres C83). On employoit même ces Animaiix en guife d'armes; ce dont on trou' ve entre aiitres tm exemple chez C. Nepos (84), qui rapporte qn Hannibal vainquH la f.otte d'EuiMENES Roi de Pcrffame, en jcttant dans les vaiffeanx enneniis des crucbes de ter re remplies de II- peres "jivautes. Les (82) Voyez Nomhres cbap. XXL vj. 6. (83) Hiftor. Natur. libr, XL cap. 52- (84) hl i:iia Haxnik. cr,p. X Sf XL Bb 2 ( © 196 © ) De oude Egiptenaaren wierpen den Vadermoorder in een kuil met levende en vergivtige Adderllan- gen ge vult (85) ; en de wetgeven- de macht der Romeinen liet zulk een misdadiger in een opge- fpannen ledere zak benevens een Hond , Aap , Haan en Adder bin- den en in den Tybcr of zee wer- pen (86). Dat (8j} Fid. Ignatiüs Hijl. •varia Lib. VI. (86) Fid. §. 6. Injlit. de publicis Ju- diens. Leg. Poena T. de lege Pompeja de Parricidiis, c? Leg. z:n. Cod. de bis qui parentes iel liheros occiderunt. De reden dezer byzondere ftrafoefening moet men afleiden uit de gruwzame fnoodheid dezer, misdaad, welkers be- dryversjzegt de wet, levende de lucht, en Les anciens Egyptiens jettoient les Parricides dans une foffe rem- plie de Vipercs veniiueujes en vie C^5}j ^ ^^^ Loix Roma'mes or- donnoient qtiun tel criminel fut Hé Ê? renferme dans tm outre, conjointement avec un Cbieny un Singe, un Coq S une f^ipere, ^ quon jettat Ie tont dans Ie Ti- hre OU dans la mer (86). L'expe' (85) Vo^ez IciSATics Hiftor, varia Lib. VI. (36) Voyez §. 6. Inllitut. de publicis Judiciis, Lege Poena T. de Lege Pom- peja de Parricidiis , & Lege un. Csd. de liis qui parentes vel liberos occi- derunt. 072 doit aitribuer la raifon de ceite punitim particuliere a Vatrociié borrihle de ce crime, dont ceux qui Ie commettoient p Je trowvoient , felun la lei, indi- C © 197 ® J Dat het fpeekzel van een Menfch aan den Adder doodelyk en dood de aarde onwaardig waren; ja een misdaad zodanig tegen de Natuur ftrydende, dat de ecrfte wetgevers van Athenen en Romen , Solon en Romoluj, dezelve als onmogclyk aciitten, en diens- halven overtollig keurden, een wet daar tegens te maken; dan de ondervinding de mogelykheid van deze euveldaad le- rende, heeft men dit kwaad, door be- dreiging dezer verfchrikkelyke ftraf trachten voortekomen. De reden waar- om men juift dit viertal, onderling oor- fpronkelyk vyandige Dieren by den Va- dermoorder in de ledere zak befloten heeft, was buiten twyfel in de eerde plaats om de ftraf te verzwaren ; dan waarfchynlyk moet men hier in ook ee- nige zinnebeeldige betekenis zoeken. De Hond, by voorbeeld, by zommige Ou- den, L'experience m ina jamais prou- vé, ce que par mi pliijïeurs au- tres indignes de refpirer l'air pendant leur lie, {ƒ d'étre enterrés après leur vmt. La Lot jugoit méme es crime fi co?i- traire a la Nature, que les premiers Le- gislateurs d'Atbenes Êf de Rome, SoLON y RojiDLüs , le croioient comme impojjl- hie , £ƒ que par confequent il Jeroit fiiper- flu de faire une Loi pour le prevenir ; mais l'experience ayant fait voir la p<)s- fibilité de ce crim', on a tacbé de pre' venir ce forfait par la menace d'une aiijfi effroyable pimition. La raifon qu'on a eu de renfermer dans l'outre avec leparricide juflement ces quatre Animaux ennemis nés l'un de l'autre , étoit fans doute , 'premie' remmt , pour augmenter la punilion ; je crois cependant qu'on doit cbercber en ceci quelque fignificaticn emblematique. Le Cbien par exemple , que quelques Anciens J3b 3 met* ( © IP8 ® ) zy, invoegen deze beide Schcp- zclen wederzyds rtalkanderen zou- den kunnen vergivtigen , zo als onder veelen Lucretiüs^Bj) be- richt , den , als een fchaamtc!oos en onrein Dier geacht, kon de fchaamteloosheid en het gewecten bezoetelendc kwaad voorftel- Icn; de Haan, als een kampzuchtig en trots fchcpzcl, den euvclmoed aandui- den ; de gevreesde en vergiftige Adder de affchuwlykheid affclietzen ; en de re- denlooze Aap , die eenigermatc naar een Mcnfchgdykt zonder het echter tezyn, de onmcnfchelykheid van het misdryf erinnercn. Vind" iemand intuITchcn de gifllngcn van Carpzovids of andere Rechtskundi- gen ten dezen opzigte aannemelyker, ik zal ter verdediging van de mynen het harnas niet aangespen. (87) Ejl utique ut [Serieus tbominis quae ccn- tres Auicurs on trouve aujji chez LucRECE (87) , fgavoir qiit la falive de rhomme feroit mor' telle Cl la Vipere •, deforte que ces deux tiiettoiefit au nombre da Animaux impudi- qms ö" impurSi pourroit ici reprefenter l' impudicité de la cbair 6? la fouillure de Vame; Ie Coq, entant qu'une créature Lel' liqueufe &? hautaine, reprefenteroit Ie fier orgueil; l'ej^'royable & venimeufe Vipere Je- roit V image de l'horreur du crime; £ƒ /eSm- ge infenfé , qui, fans ctre de notre Natu- re , nous rejjemhle en quelque fafon, pour- reit Jcrvir a rappeller l'idée de ce forfait inbwnain. Si 1'on trouve en toiit cas les conjeStures de Cakpzovios (ƒ celles d'autres Juriscoii' fultes , relativement a ce fujet , plus vrat- femhlables , je nentrerai pas en lice pour la defenfe des micnnes. (87) Eft utiqueucSffr/>?«j,hominisqu3e con. C © 199 © ^ richt, is my nooit gelukt door on- dervinding te mogen beveiligd zien; en dit is waarfchynlyk even zo onwaarachtig als het geen ook by Plinius en Galenus verhaald wordt, dat namentlyk alles, wat er betrckkelyk de voortteling plaats heeft, by den Adder door den bek , keel en kop gcfchied ; dat by die gelegenheid het Wyfje den Ivop van den Man afbyt (8 8}; dat zy conta^a falivis Dtsperit èfc. de Nat. Rer. Lib.4. 'if. 639. Hetgeen by Schoonho- vies dus is overgenomen : Vipera jejums bominum confperfa falivis E'xfpirat, vid, Emblem. pag, 168. (88) Die geenen welken de befchry- ving van het tandgeflel der /-diers zich erinneren, zullen geen ogenblik twyfe- len. deux Créattirês ponrroknt s'em- poifonner mutuelkment ; £? ceci e(l vraifemhlahkment aufji faux, que ce qu'on irouve rapporté par Pline (j* G alten , fgavoir que tout ce qui a rapport a la gene- ratiouy fe fait chez les Viperes par h inoyen de la houche , du gozier £? de la tête; que dans eet acte la Femelle emporte par un coup de dent la tête du male (88); que pen- contafta falivis Disperit &c. De Natura rerum Lib. 4. vf. 639. Ce que Schoonho. \ivs aparapbrafé ainfi: Vipera jejunis ho. minum confperfa falivis E'xfpirat. vid, Emblem. pag. 168. (88) Ceux qui fe rapelleront la defcrip- tion de l' arrangement des Dents de la Vi- pere ^ ne rejleront pas un moment dans Ie C 200 ® ) zy twintig dagen lang , dagelyks maar een jong zoude baren; en de laatfte, door onverduldigheid en wraakzucht wegens den moord aan beuren vader gepleegt , aange- Ipoort, den buik van de moeder zoude doorbyten , het geen on- feilbaar de dood na zich fleepte. De Griekfche Dichter Nicander , na de koppeling der Adders invoe- gen gemeld insgelyks befchreeven te hebben , drukt zich hier om- trent dus uit: „de trouwloze „ draagd in haar lichaam de „ vrucht van een geflacht dat des- „ zelvs Vader wreken zal met dien wree. !cn, of dit afbyten van de kop is vol* ftrekt onmogclyk. pendant vingt jours confecutifs, elles ne mettent bas qtitin petit par jour, Ê? que Ie dernier de ceux ei , excité par fimpatience ê? Ie dcfir de venger Ie metirtre de leur Pere, perce par fa morjure Ie ventre de fa mere , ce qui iie fgauroit manqiier de la faire moiirir. Nicandre, Ie Poete Grec , apres avoir decrit lac- coiipJement des Viperes de la fa- gon fusdite, s^exprime ainfi a ce fnjet: „ la perfide por te dans ,, f on 'f dn Ie fruit d^une race, qui 'vengera la mort de f on •)•> „ Pere, en dechirant Ie ventre de jj doute , relativement a rimpnjfibilité ahfolue qu'il y a que les f^iperes s'emporient ainfi Li téte par leur morfure. C@ 201 ® ^ „ vvrecde buik te verfchcurcn die „ haar gedragen heeft. By Theophylactus Simocat- TA fchryft Proclus aan Arciiime- DES : " dezervoegen volgen de Ad- „ derjongen des Moeders god- „ loosheid na , door dien zy den „ buik die haar gedragen heeft ,, van een rytcn. " Het moet ons minder verwon- deren, om zulke ongerymdheden by de aangetogene Schryvers ge- boekt te vinden; dan dusdanige verdichtzelen, welken regelregt te- gen de waarheid inloopen , gelegt te vinden tot grondflagcn van Zc- dcl'undige en Godvruchtige Zin- nebeelden; en nog hoger moet die bewondering billyk ryzen , wanneer beroemde mannen , als Beza, „ de la mere barbare qi/i Va por- Chez Theophylacte Simo- catta, Proclus éait a Archi- MEDE en ces tenues: " CeJ} ainji „ que les jeunes Viperes hniteut „ la critauté de leur mere , en „ dechirant Ie vent re qui les a „ porté. " // ejl moiusfurprenant de rencon- trer de pareilles ahjurdités dans les ouvrages des Auteurs ei dejfus no.nmés-, que de z-oir de pareilles ficlions , qui font diametralement contraires a la ver i té, de les voir, disje, pofi'es comme bafe d'eiuhle' v:es moraux c? rcli^ieux; c? Ion fera è jujle titre encore plus èton- ;;t, lorsquon verra que d<:s Hom- mes célébres, comme Beza, C c Schoon- C © 202 © ^ BeZA , SCITOONHOVIUS, JUNIUS, Camerarius , en dicrgclykcn, zich aan zulke onbczonnene feylen fchuldig maken (89). Intuflchen word er de waarheid door bevefligt, dat namentlyk niemand der fterv- lingen ter aller uure wys is, Ho- merus zelvs fliep v.'el eens. Intuflchen gefchied alles , de voorttelinfr dezer Dieren betreffen- tic, op diergclyke wyzen als by andere Schcpzelen, en langs by- zon- (89) Laat een voorbeeld, genomen uit de EmWtmflJfl van ScHOONHoviuSj ge- noeg zyn : Vipcra , quis coiens occiderat ante maritum, Afobole boe idem fupplicium patitur; Tarda licet Nemefis poenam differre vide- ttir , Jttamm a tergo durajlagüla quatit. SCIIOONHOVIUS, JUNIUS, CaME- RARius, ö' leiirsfemhhbles , doiu neut dans de pareüks ahfurdités (89). Ceci fert en cttendant cl confirmer eet te 'veritê, fcavoirt quaiicun mortel nejl Jage a tont heiire-i Gf ^w' Homere mêmejom" meilïa qiielquefois. Tont ce donc qiii concerns la procn'ation de ces Animaux ^ fe fait de la viênie maniere que chcz les autres Créatures, c? par des routes parti- (89) Un exemple tiré des Emhkmcs ds ScHOONHOViüs fujjira ici : Vipera^qu^s coiens occiderat ante mi- ritum, A füboie hoc idem fupplicium patitur; "arda licet Nemclis pocnam diff>,'rre videtur, Attam:a a ccra;o duraflajclh quatit. ( © 203 © ) ozndere wegen door den Natuur- formeerder in de Dieren daar toe afgezondert (90). Dan by den Ad- (90) Fid. Valentini Ampbitheatmm Zcöiomicüm,Se£tioCXVI. Tab. LXXXVI. f?" Explicatie figurarum, ö" Charas Nouv. Exp. de la Vipere , Efiamp. i. pag. 57, In de Vaderlandfche LetteroefFcningen , (zie Mengelwerk , 2 fluk , 3 deel , bladz. 1C9 ) vind men brieven van den Ilccr CALOGiERAmet den Paduaanfchcn Hoog. Iceraar Valisneri gewilTcIt, behelzen- de een verhaal van een Adder die des- 2elvs jongen door den hals tegen natuur- lyk gelooft hadJe, benevens de oplos- fing van dit vcrfchynzel , en de mogely- ke redenen op welk een wyze zulks heeft kunnen gefchieden , het geen door een bygevoegde afbeelding wordt opgehel- dert. P. Valeriano heeft in een droge vy- ver I partkuUéres, que l" Auteur de la Nature a dcjïinées pour cela dans les Anima ux (90). On oh/erve ce- pendant (90) Vid. Valentini ^mphitheatrum Zoötom. Sedt. CKVI. Tab. LXXXVI. & Explicatio figurarum. & Charas Nouv. Exp. de Ia Vipere, Planch. i. pag. 57. On trouve dans les Vaderlandfche Let- tcrocffcningen (Mengelwerk, 2 ftuk, 3 deel, bl. 10.) d^s lettres entre Monfr, Calogiera ^ Mr. Valisneri Profes' feur d Padoua, qui contiennent rHiftoire d'une l^ipere , qui avoit mis bas fes petits , d'une maniere contre nature, par Ie col ; de méme que i'explication de ce pbénomS' ne, £ƒ les raijons pojjlblest comme ce' la a pu arriver , ce qui fe trouve claire- ment expliqué par une figure qu'on y a jointe. P. Valeriano a vu dans m vivier qui Cc 2 êtoit C © 204 ® ) Adder heeft ook deze byzonder- heid plaats, dat den Endeldarm en de Lyfmoedcr binnen het li- chaam in een gemeene buis uit- lopen , welke door een Ringfpier gefloten en door een Schubbe be- dekt word. Aan onzen Adder ontbreekt ook geenfins dat fchyn-vermogen , het geen men aan de Ogen der Ratelflangen toefchryft, 't welk echter niet anders moet worden aangemerkt, dan als uitwerkzelen der vrees, die veroorzaakt wordt door de vuurige aanblikken dezer fchrik- ver Adders zien koppïlen, engctnfgr, dat 7u'k> op dezelvds wyze als by ande- re Dieren gefchied. Zie als boven bladz. 113. pendant auffi cette partkitlarité chez la Vipere.) fgavoir que l'inte- Jlïn reBum S la matrke aboutifent aii de dans du corps dansun canal commun , qui ejl ferme par iin mus- clc orhiculaire Gf couvert par Ie moyen dune ecaille. Notre Vipere ejl douce auffi de cette vertu ilhifoire , qu'on dit que pojjedent les yeux des Ser- pens a [onnette.) £? qnon ne doit cependant confiderer tiniquement que comme un eff'et de la crain- te, qu excite Ie regard ardent de ces crèatures ejfroyables dans les étoit d fee l'accouplemcnt de Fiperes , {ƒ ajjme que celafe fait de la métne maniere quedez d'autresAnimaux. Voyez ei dejjas page 113. / C ® 205 ® ) fchrikverwekkende Schepzels, in de Diertjes die hen ten prooy ver- ftrckken. Aanbelangende de doovhcid, die foramigen aan den Adder toe- fchryven , zal ik alleen opmerken, dat by nauwkeurig inzien van Davids woorden (9 O' die men ten bewyze van dit natuurlyk ge- brek aanvoert , zeer overtuigend blyken zal, dat dien koninglyke Schryver geenfins een natuurly- ke of eygentlyke, maar een eygen- willige en nagebootfte doovheid bedoeld; immers de woorden van de beoogde plaats luiden in de- zer voegen: " zy ([namcnilyk de God- (91) Zie Pülm. LVJI. vf. 5. les petits Jlnhnmix qiii leur fer- vent de proye. Pour ce qiii regarde la fitrditê^ que certaiues perfonnes attribiient a la l^ipere, je nat que ceci a en remarquer^ fcavoir quen exa- minant fcnipulenfemeut les paro- les dn Roi Profete-, quon alkgiie comme preuve de ce defaut natu- rel CpO' ^'^ paroit incontejlahle- iiieiit que eet Auteur infpiré na en aucunement en vue iine furditê naturelle on r'éelle , maïs hien une "coloutaire £? fatlke; car volei les propres paroles de Vendroit en quefiion : " ils QJ^avoir les Mc- chans') (91) Voyei Pfeaume LVIU, vf, j. Cc 3 C ® 205 ® ) Godlozen) zyn ah een doven Ad- ^ j, der die hare oren toejlopt. " De reden van deze daad word er nauwkeurig by aangetekent, "op dat zy niet zouden horen de Jlem- me der Belezers; invoegen het ver- mogen van te kunnen horen zeer duidelyk onderfteld word ; ook heb ik bereyds melding gemaakt , dat het den Adder aan geen ge- Jioortuig ontbrak; deze enkclde aanmerking keur ik voldoende ge- noeg , om de zwakheid van foort- gelyke onbezonnenevoorwendze- len aantetonen. ^ m ^^ chans) font comme un Afpic „ fourd qui bouche fes oreilles." On a eu foin dlndiquer la raifott de cette aFfion , en ajoutant, " a „ fm qu'ils n'entendent point la „ voix des Enchanteurs ; " de- fort e qti'on fuppofe ici tres claire- nient la faculté d'oii'ir ; aiip ai je de ja dit ei dejfus, que la Vipe- re iie manqiie pas d'organe de Poifie; cette fenle remarque me paroit fiiffire pour demontrer Ie foible de pareils prétextes frivo- les. W ^ 7K # M^ PLA.IT III. HAZJBX.'VV^ORM C 207 ) rf^i ft.) Biï-) D*> ejo 053 t.ïo c-ïo f.Jvj f..' ) i-r^ t&> ) { f.?-i ??.3 5?.i t.§5 t c..« t.^l f.xi Sft) t.^ r-.o rtój ) H A Z E L W o R M X. iet is niet alleen de befchou- wing der gcfchapene Wezens in het algemeen , die een nafpeurend en denkend Men fch verbaalt ; maar ook iedere byzonderheid, welke by inziet, levert verwondering, en een onwcderfprckelyk fcewys op, niet van het mogelyke, maar van het dadelyk beflaan , een er volftrekt wys en onbepaald V^ermo- gen , het geen alle natuurlyke ge- wrochten , overeenkomfliig het oogmerk , waarom zy beftaan , volmaakt konfhig gevormd heeft. Ver- HORVET, e ncjl pas feulement la con- templation des êtres crcés en gé' néral , qui remplït Sétonnement IHomme qui ohferve & qui re- flecliït; mnls chaqne partlcitlaritêt qiCil appercoH^ lui fournit eiicore matiére cVadmiration , £? une preii- z-e iiicontejlahle, non pos de rexi- flencepojpble^mois hien de FexiJIeti' ce rëelle d'wie Piiijpince, dont la fa- gejfe ejl ahjohie ^fam hornes, qui a formè az'cc Vart Ie plus parfait ton- tes les pïodiicfious de la Nature, en lesrendant confonr.es au hut pour lequelelles exijfent. Cri- C © 208 © ) \''crmetele berispers der Na- tuur ! Onkunde door hovaardy be- ftuurd , doet u dwalen. Het aller- geringfte Plantje , het verachtfte Diertje , en de onaanzienlykfte Delvftoff, zyn even zulke nood- zaakelyke wezens en gedeeltens van de gcfchapene Werreld , als de ontelbare menigte der glansryke Hemellichten. Maar niet alleen betoogd de konflige zamenflelling van ie- der Schepzel , dan ook ieder Le- demaat of gedeelte derzelven een onbevatbare wysheid; en de veel- vuldige ondcrrchcidentheden be- wyzen eene onbegrensde Macht, die echter ontwyfclbaar niets ver- richt zonder genoegzame reden. Waiit het blykt doch uit ied^r voor Critiques têméraires de la Natu- re! Cejl llgnorance guidée par la vaine gloire qtii vous entraine dans Terreur. La moindrepetitePlante, rAiiimalciile Ie plus meprifé,^le Mi- nemllemolns confideré, fout des êtres aujjl nêcejjaires , S auft hien des parties du Monde er e é, que la multi- tude innomhrahle des Luminaires qui reluifent au Finuameut. Ce nejl pas feulementla Jlru6lure artificiellede chaque Créature, mais encorechaque porti on ou membre d'i- celle , qui prouve un fageffein com- prehenfihle^ &' leur diverjité mul- tipliée démontre un pouvoir fans hornes, qui cependant nexecutefu- rcmcnt ricn fans raifon fuffifante. Cjr , pour me fervir des termes d'un C ® 209 © ") voorwerp 't geen wy bchoorlyk kunnen onderzoeken, overtuigen- de klaar, (om van de woorden eens verftandigen Heydens, de my- ne te maaken , ( i ) ) dat de Oorzaak der Natuur een cenig doelwit ge- volgd heeft, om namentlyk altoos het befle te verkiezen. Een on- zichtbaar Plantje groeit zo wel door opflurping en beweging der voch- ten in de vaten en buifen, als een hooggetopte Ceder; en een Dier- tje noch duizendmaal kleinder dan een zandkorrel mangelt het even zo weinig aan vernuft om zyne prooy te verfchalken , of aan werk- tui- (i) Galends de u/u Partiütn, L, I, cap. 13. d'tin fcavant Payen , (i) // {a- roit clairement G? cfune maniere convaincaute par tous les objets quil ef} en notre pouvoir cïexami- ner comme il faut, que T Auteur de la Nature a en un hut uniqtie , fcavoir de choifir toujours Ie mieux. Une riante imperceptible croit aufi hien par Vahforption c? /« mouvement des fluïdes dans les vaiffeaux (j les canaux , quun Cedre a tête altiere ; & un Ani' malcule mille fois plus petit qnun grain de fable manque auffi pen de rufe peur attraper fa proye, OU de membres pour la terra fer., que (i) Galekus de ufu Partium, L. I. cap. 13. Dd C© sio©) tulgen om 2e te overweldigen , als de grootfle Dieren der aarde. Het ontbreekt ook de onzichtbaa- re werreld aan geen loze Voflen , wrede Tygers of zachtgeaarte Lammeren; doch de hervoort- brengende kracht heeft zich niet alleen bepaald, om wezens van verfchillende foorten, verfchillen- de uitgebreidheid te geven, dan zy laat zich ook m deze byzon- derheid eerbiedigen, dat ander- zins eenfoortige wezens, opzich- telyk derzclver hoegrootheid, zeer aanmerkelyk verfchillen. En het zyn de Slangen , welke , aanbelan- gende ditverfchil, de meelte be- wondering verdienen; men vind Reuzen en Pigmeen onder dezel- ve. TiTUS que les Animaux les plus grands de la terre. Le monde imper- ceptihle a aujfi fes Renards ru- fés , fes Tigres cruels ^ fes pai- fihles Agneaux ; mais le pouvoit drii Créateiir ne s'efl pas uiiiqne- ment horné a accorder atix êtres de differente efpéce tin volume different , mais ü fe fait aufji particulierement refpecfer en ceci, que des êtres , d'ailleitrs de Ui même efpéce , different tres remar- qiiahlemtnt eu egard h leur gran~ deur; 6? ce font les S er pens qui, relativement a cette differenccy meritent le plus notre adinira- tion; car on trouve parmi eux des Géans êP des Pygmées. Ti TE 211 TiTUs Livius Qï), Valerius Maximus (3), Flinius (4), DioDORUs SicuLUs (5) cn ande- ren, gedenken eenparig aan een Afrikaanfche Slang, welke dcRo- meinfche Keurbenden verfchrik- kelyker heeft toegefcheenen, dan zelvs het ftiydbare Caithago. Een Slang, die naar het getuige- nis van FlorusCó) geboren fcheen, om Africa niet alleen te befcher- men, maar ook te wreken. De Veld- (2) Epit. L. XriII. (3) Lib. 1. c. 8. 19, (4) Eift. Nat. L. VUL c. 14. (j) Lib. III. c. 54. (6) L. //. c. 2. §. 20^ TiTE Live (a) , Valerr Maxime (3), Pline (4), Dio- DORE DE SiCILE (5), ^ d'^ll' tres, saccordeut h nous parier- d'un Serpent ylfriqnain, qui pa- rut plus éjfrayant mix Legions Romaines que la helliqueufe Car- thage elk mime. Un Ser- pent , qiii au rapport de Flo- Rus (6) femUoit être né non feu- lement poiir défendre, mals aiiffl poiir 1: enger VAfrique. Le Ge- ne" C2) Epit. L. XVIII. (3) Lib. I. c. 8. 19. (4) Hift, Natur. Lib. VIII. c. 14, (j) Lib. III. c. 54. (6) Lib. n. C. 2. § 20, Dd 2 C 2ia © D Veldheer Attilius Regulus liet dezelve door veelerlei oorlogs- tuig bevechten, en hy overwon- ze. Het vel van dit Dier, 't geen honderd twintig voeten lang was , wierd met de kaakbeenderen, in een Tempel te Romen , tot op den Numantynfchen kryg bewaard (8). Olaus Magnus (9) verhaald , dat in de Noorder Oceaan zich een Slang bevind welke meer dan twee honderd voeten lengte zou- de hebben; en hy voegt er nog een van vyfenzeventig voeten by, die aan het Noordfche Ryk, ge- lyk (F) Fbeinshemii Suppl. Livian. in hc. Lib. XFlIl Livii, § 16. (,9) Hifi.Gcnt. Septmtr.L.XXI.c. 27. mr al Attilius Regulus Ie fit tittaqiier par differentes machi- nes de giierre, ^ Ie vainqiiit. La -peau de eet Animal, qui a- veit cent vingt picds de longueur , fut confervée de mêine que Jes ma- choires , jtisqties a la guerre de Numance, dans un Temple a Ro' me (8). Olaus Magnus (9) rappor- te, quon trouve dans TOceanJep- tentrional un Serpent qui a plus de deux cent pieds de longueur y il fait mcore mention d'un autrt de feptante &' cinq pieds ^ qui, dit on, pronoflique aux Puiffan- tes (8) Freinshem. fuppl. Liv. in loc» Lib. XVIII. Livii, §. 16. (9} Hilt. Geut. Sept. L. XXI. c. 27. (® 213 ©) lyk een Staartftar aan de geheele werreld , verandering zoude voorzeggen. Pontoppidan(io) tekend aan, dat de Scheepslieden malkandcren verhalen, dat de Noorder Zee- flang drie honderd ellei» lang was ; dan andere getuigen bepalen de lengte op omtrent honderd voe- ten. Onder de Soa Contortrix, of den Afgod der Pheda Negers, zouden er veelvuldig gevonden worden die honderd vyfentwintig of dertig voeten lang waren (i i \ In het land der Trogloditen, fchryft (io}2ScrfU'l' einct 9?at. ^ifl. t)0« SÏCJtcc^cn/ £('"[ 2. c. 8. § 6. (ii) Liknjei Syft. Nat. XII. ;>. 373. ces du Nord me revolution, tont comme me Comete Ie fait au moih- de entier. PoNTOPPiDAN remarque (10), que les Geus de Mer fe font ^ croire l'uii raiitre, que Ie Ser- pent de la mer du Nord a trois cent aunes de long; mats felon d^aiitres cette longiieur ne va qu^ environ cent picds. Parmi la Boa Contortrix, ou Ti dok des Ne gr es de Pheda on dit quon en trouve Jouvent, qui ont cent vingt cinq ou cent tren- te pieds de long C^O- Elien rapporte , que dans Ie pays (10) SScrfuct cinctSTaf. ^i(l ioa dlcilv^ml Xhii 2. c. 8. § 6. (71) LiNN^i Syf}. Natur. XII. p.373, 'Dd 5 C ® «H fchryft JElianus , vind men Ad- ders van vyftien ellen , en elders Slangen van veertig ellen (12). De Slang G«^/:m is zo ontzachelyk groot, dat dezelve, naar het verhaal van NiEUHOF C^s)» ^^^ geheele Rheebok , anderen zeggen een wilde Buffel en diergelyke groote Dieren , kan doorzweigen. Wat (12) De Animaliim Natura Lib. Xyil. cap. I &f 3. Het Griekfche woord, door den Schry ver hier gebezigd, komt overeen met den Cuhitus der Romeinen, en betekent een elle, dewelke van eeni gen der Ouden op tv/ce, en van anderen op een en een halv voet gerekend word ; •de laatfte maat, hebbende de lengte van de elleboog tot aan het uiterfte der vin- gers, word waarfchynlyk, als de ge- meende, hier gebruikt. (13) Brafiliaanfche Zee- en Landrei- zen» bladz. 23. pays dei Troglodites, on trouve des Vipens de quinze aunes , 6f ail- leurs diS Serpens de quarante au- nes. (12) Le Serpent GutLcu eji fi prodigieufement grand) que,fuu vant la narration de Nieuhof (i 3}, il peut avoier un chevreuil entier, & felon d'autres tm Bttffie fauvage. (SP d'autres grands ^nimaux fem- hïahles. Qtioi- (12) DeAnimaliumNatur. Lib. XVII. e. I & 3. Le mot Grec , dons l' Auteur Je fert ici, répond a celui de Cubitus des Romains, ^Jignifie nne aune, quitenoitt felon quelques wis des Anciens, deuxpieds, 0" felon d'autres , un pied & demi ,• la derniere me/ure, dom la longueur s' etend du coude jusqu'au bout des doigts, étant la plus commune, il ejl vraifemblable , que r Auteur s'en ejl fervi ici. (13) Brafil. Zee- in Landreizen, bladz. riHBI^ C® *i5®> Wat er ook van deze en meer zulke berichten moge waarachtig zyn , toeverlacige getuigcniflen van onbevooroordeelde waarheid- minnaars zyn genoegzame waar- borgen , dat er waarlyk zeer grote Slangen gevonden worden; waar- om men ook aan een foort dezer Dieren de naam van Reufeflang gegeven heeft (h)- Ik (14) De bekende Albionfe Gences. heer Mead, hcefc te Londen , aan de Kon.Maatfchappy een Slang aangeboden die meer dan vyfentwiutig voeten lang was , en meer dan tien duimen middellyns haddc, (zie Bradley Wysgeerige Ver- handeling, Hoojdfiuk V en FI.) Ullo. tA fpreekt van groote Slangen in het land der Macas (i D. hl. 333 en 362.) In CeiloQ heeft men er die drie-en dertig voeten Quoiquil en foit de la veriti de ces rapports & de plufieurs au- tres pareils , il e/l permis de s'en fier atix temoignages de gens veridiques & fans prejagés , comme a des auto- rités valables, comme qiioi il e/l fur qiCon trotive des Serpens enormes; ce qiiifait qnon a donnè h une efpê- ce de ces y^nimaux Ie mm de Ser' pent Gcaht. (14) (14) Le fameux Medecm Anghis Mekd a peftnté a la Société Royale de Londres un Serpent qui avoit plus de vingt cinq pieds de longueur, ö* plus de dix pouces do- diamétre, ('coyez Bradley Wysgeefige Verhandeling , Hoofdft. V en VI.) Ul- LOLA parle de tres grands Serpens dms It pays des Macas y (i D. bl. 333 & 362.) On en trowve d Ceylon , qui ont trente £ƒ trois pieds de longueur. Voyez Mc- lan- C® 2IÖ ® ) Ik acht het onnodig om vreera- de voorbeelden, ten bewyze dat er ook Pigmeen onder de Slangen zyn, te hulp te roepen, vermits doch onze Hazelwormen deze waarheid overtuigend beveiligen. De grootfle, die ik en anderen myner tydgenoten, hier ooit ge- zien hebben , is op de derde plaat naar hare juifle maat afgebeeld; dezelve is vyftien duimen lang, en van een halve duim middellyn op het dikfte; zelden vind men ze die langer dan negen of tien duimen en dikker dan een vierde van een duim zyn. (14) Aldro- voeten lang zyn , zie Melanges d'hi' Jtoire Naturelle, Tom. V-po,g.2'M- (j4) Alle Schryvers die van dit Dier eeni- Je ne crois pas devoir recour ir h des exemples étrangers^pour prouver qiCil fe trouve aujji des Pygmées parmi les Serpent s , puisqne ms Or- vets font me preuve convaincantc de cette verité. Le plus grand, que conjohitement avec d'autres de mes Contemporains f aie jamais vu ici, fe trouve repré- fenté dans fa ju/Ie mefure-, fur la troifiéme planche ; elk a quinzepou- ces de long^S un demi pouce de dia- fiiétre dans fa plus grande gro£eur; rarement en trouve-t-on qui ayent plus de neiifou dix pouces de longueur Ê? plus d'un quart de pouce de gros- feur. Cl 4) Aldro- langes d'hiftoire Naturelle, Tom. V. page 337. (14) Tuus les Auteurs qui font mention de 217 Aldrovandus noemd deze Slangfoort Caeciliaviilg^ris; Impe- RATüs Caecilia Gestieri; Ray C^e- cilia Typhltis; Linn.eus Angiiis fragUis; Hesyciiius Kopbias; Nr- CANDER jipemanto. DeFranfchen geven haar de naam van Avoyne of Orvet, in Languedoc van Na- diiel of Nadiol; de Duitfcliers van Blhidfchkïch ; de Zweden van Orm- Pao eenige melding maken , komen overeen, dat het zeer klein is. Waarom het ver- haal, door een Italiaan aan den Heer HouïTDiN gedaan, als of ze in zyn Moederland eenige Ellen lang wierden, tegen al!e gctuigenificn üryd. Het is waarfchynlyk een ander fuort van Slan gen waar van de Italiaan gcfproken hcefr. Zie Nat. Hijlorie, Deel VI. Hoofdjl. lo. in 'c einde. Aldrovandus fwmme cetle cfpc'ce de Serpens Caecilia vulgaris ; Impe- ratus la nomme Caecilia Gcsneri ; Ray Caecilia Typhlus ; Linn.eus Anguis fragilis; Hesychius Ko- pbias; NicANDERAperaanco. Les Fran^ois lui donnent Ie mm d'Avoy- ne OH Orvet; en Languedoc on Fap- pelle Naduel ou Nadiol; les Alle- mans Ie nomment Blindfchleich ; les Siie' de eet Animal s'accordent d dire qu'il ejl tres petit; ce qui fait que l'expofé, qu'en fit un Italien d Monfr. Houttuin , fca' voir que dans fa patrie ils acqueroient la longueur de plufïeun eiunes, paroit centre- dire ce qu'en rapportent tous les autres Ob. fervcteurs. Vraifemblablement que c'ejl une aulre efj-éce de Serpens dont l' Italien aparlé. Voyez Natuutl. Hiitor. Deel VI. Hoofdft. lo. dia fin. Ee C © 2l8 ® ) Jlao , of Kopperorm ; in Denemar- ken van Staahyurm; de Ergelfch- man Bradley noemd ze Slough- fyornii en Kay Blindworm or Slo}i>- n'orm (15). Som- (ij) In Synopf. Metbodic. Ammalümt (j'c. pag. 289. — De Heer Uitgever van de Uitgezogte Verhandelingen, tekend onder ccne Verhandeling van den Heer Fokster ccer het venyn van fommige Die ren in Engeland, aan : " Ik gebruik hiicr „ het woord Sioljlang, cm het Engels j, woord Sloiaivorm te verduitfchen ". Hier heefc zeker een misflag plaats, o- vermits de kundige Heer Ray uitdrukke- lyk fchryft, dat de Coecilia Typblinus Craecis, The Blindworm or Slowworm is; en al waar het al , dat het woord Blind- naorm hier by niet gevoegd was,zoblykt het echter uit het woord Typblinus klaar, dat onze Hazelvsorm door dien Schry- ver Suedols Ormflao, oit Kopperorm; les Damis Staahvurm; VAnnlois BiiA-)LEY/e nomme Sloughvvorm,^ G? PvAY Fappellc Blindworm on Slowvvorm (('^). Oud. (15) Jn Synopfl Mcthod. Animal. &c. pag. 289,-— TEditeur rfw Uitgezogte Ver- handelingen , a fait cette remarque dans line note Jur un Mcmoire de Monfr. For. STER, fur Ie venin de quelqucs Animaux d Anglcterre : " Je me fers ici du mot Stokflang pour traduire Ie mot Anglois de " Slovvworm. " 11 y a furement ici une eueur, d'autant que Ie fgavant Ray mar- que exprejfement que Ie Caeciiia Typbli- nus Graecis eft Ie Blindworm ou Ie Slow* worm; & quand méme Ie mot Blind- worm ne s'y trouveroit pas joint ici, ih pr.roit cependant clairement par Ie mot Typblinus, gue eet Auteur a notre Or« vet en vuei fonnom Grec ejl Typhlos. Or C © 219 '3 ) Sommigen dezer naamredens zyn gemakkelyk, anderen moei- jelyker te ontwikkelen. Zo ver gemeend word. Typhlos heet dezel. ve in het Grieks. Gemerkt nu Bradley, {Wysgeerige Verband. Hoofdfi. V 6f VI). zcgd , dat men in Engeland niet meer d n deze drie foorten aantreft, de Slang (Natrix), den Adder, en de Slougb- •iccrm; zo befluit ik dat de Sioughworm ook de Hazelijcorm zyn moet ; moge- lyk heeft de eene naam hier, eu de ande- re elders plaats, of word door het Dia- UB, verandert; dan hoe het hier mede ook gelegen is, ik twyfel niet of den Heer FoRSTER verftaat door de Slang , die hy zegd cnfchadelyk te zyn, geene andere dan de dzcilia vulgaris, die hy by ver- wisfeling in het eerfte bcwys voor de on- fchaadbaarheid van dit Dier, Slowworm , en in het tweede, Blindworm noemd. Qitelques unes de ces ètymologies font aifées,mais d'aiiires font plus difficiles a expliquer. Par Or en confidermt que Bbadley (Wys, gccrige Verhandelingen, Hoofdft. V en VI). dit , qiion ne rencontre en Avgkterre pas plus que ces trois efpéces; Ie Serpent (^Natrix^, la Vipere, £ƒ /e Sloughworm ; je conclus que Ie Sloughworm dolt étre aujjl rOrvet. Feut étre que dans un en- droit onfe/ert d'un mm , £ƒ que dans un autre endroit on en emploie un autre, ou quil Je trouve cbangé par les differens Dialec- tes. QuoiquHl en foüy je ne doute ce- pendant nullement, que Monjieur Forstev. n'entende par Ie Serpent qu'ü ajjure n'è- tre aucunement dangereux, Ie Caecilia vul- garis , qu'il nomme tantot Slowworm, comme dans Ie premier argument oh ilprouve que eet Animal ne fait mal a perfonne , ö* tantot Blindworm, comme dam kfecond. Ee a C © 220 © ) Zo noemd men by voorbeeld, deze Slang Caecilia van cacciis (hlind^; Blindfchlekh en Naditel oïNadiol, wegens hec vermoeden , dacze geen ogen zoude hebben. FrogiUs om dat ze met een dun rysje gefla- gen wordende, als glas in verfchei- de flukken fpringd C'ö)- Kophi- as, om dat men haar voor hard- horend of geheel doov hield. /Ipe- manto , om dat ze geen fchade doet. Kopper orm en Staah'orm, om dat ze van de kop tot aan de flaart een ko- (i6) Dit gebeurd echter niet altoos; immers het is my meermalen mislukt; of het jaargety, de meerder of mindere warmte, of iets anders , betrekkelyk haar eigen loefland, deze verandering kaa veroorzaaken , is my onbekend. Pür cxempkon nomme ce Serpent Caecilia i-/e caecLis aveugle. Bhnd- fchleich 6? Naduel on Nadiol , è cmife quon croit qiiil n'a point d' yeiix. Fragilis, parce que, lors quon Ie frappe avec wie baguette, il fe rompt en plufieurs morceaux comme du verre C^O- Kophias, parce quon Ie fuppofott être dur Souie OU tout a fait fourd. Ape' manto, a caufe qullne ntiit a per- Jonne. Kopperorm dj? Staal- worm , parce quil a depuis la tête jus^ (l6) Ceci n'arrive cependant pas taw jours ; car cda ni'a manqué plufieurs fois ; j'igmre fi la faifon , la plus ou moins forte cbakuT, CU quelqu' autre cbofe qui regarde leur propre conjliiution, ejl en etat depri» duire ce cbangement. C © 221 © }) kopcrverwige (Ireep heeft, en el- ders naar gepolyit flaal gelykt. Slojy-n'onn, om dat men ze voor loom heeft gehouden. De reden van het hierlandfche woord Hüzehyorm , erken ik niet te kunnen opfpeuren. Men treft in alle Ryken der Natuur voort- brengzelen aan , die ook met het woord Hazel zyn benoemd; als by voorbeeld Hazelaar de ■> zyn de een rode kleyfoort, Hazelhoen, Hazelmuis. Onder de Burgers van het groeyend Rykheeft men er die de naam dragen van Hazelaars, Hazelwortel , Hazelnoten, enz. Mo- gelyk verfchuilen zy zich meer by deze dan andere gewaflen. De naam van n'orm heeft myn Slang jiisqu^a la queue me raye de couleur de c'iizre, df q''e par tout ailleurs il reje,uhle a de l\icier poli. Siow- worm, parce qnon k croyoit tres kut ^ fe mouvoir. yavoue ne pas poiivoir decoie- "vrir la caiife pourquoi on Ie nomme dans ce pays Hazehvorm. Dans les dijferens regnes de la Nature on troiive des proda&ions qiii portent aiijjl Ie nom de Hazel; comme par exemple Hazelaarde , qui e/i une efpéc& d'argille rouge. Hazelhoen, Hazelmuis. Par mi les hahltans du Regne vigetal il y en a quon nom^ me Hazelaars, Hazehvortel, Ha- zelnoten , &c. Peut être que ces Ser- pens fe cachent plus Jouvent parmi ces plant es ei, que parmi cTautres. Le Serpent, que je deer is, a oh* Ee 3 temt 222 ® ) Slang waarfchynlyk verkregen, om dat derzelver gedaante met die der wormen veel overeenkomfl: heeft; nagenoeg zyn ze rolrond, zonder dat de kop of Haart ken- nelyk van het overige des Hchaams onderfcheiden is , gelyk in de meede andere Slangfoorten plaats heeft. De Staart, die in myn onder- werp agt duim lengte heeft, en overzulks nog een duim langer, dan het overige gedeelte des li- chaams is, loopt langzaam kegel- vormig af, en eindigt in een ftom- per punt dan die van beide onze andere foor ten (17}. Dezepuntis om- (17) Het voorwerp, door den Heer Gro. tenif zrmfemhlaUemmt Ie nom de worm OU ver, d cmfe que fa figiire rejjemhle heaucoup ci celle des vers; ils font presque cylindriques , fans que ni la tête ni la queuefoient vi- fihlement diflinguées du rejle da corps, comme cela a lieu dans la pluspart des autres efpéces de Ser- pens. La Qfieue , qui dans l'Orvet , dont je traite ici, a huit pouces de Ion- gueiir, 6? qui par confequent eft en- core dhtn pouce plus long que Ie refle du corps, s'allonge graduelkment en cone, &^fe ter mine en une pointe plus arrondie que nefl celle de nos deux autres efpéces. (17^ Cette pointe (17) L'Original, dont Monjieur Gro- KOVIUS C ® 2^3 © ') trent de helft dunner dan het kop- einde. De Kop is in vergelyh'ng van het gehele lichaam klein , en in óiQ , tt-elk ik ter befchry ving ge- bruik, een halve duim lang; van boven is ze enigzins platachtig , o met Gronoviüs tot zyn befchryving van dit Dier gebruikt, had een zeer dikke ronde en (lompe flaarttip , (zie Mufeiim Icbtbyc' logicum, Bc. Tom. ILpag. 54. n. S.) met 43 fchubben; vermoedclyk is dit Dier een Huk van de ftaart kwy t geweeft , te meer om dat hy de ftaart halv zo lang als het lichaam zegd te zyn, invoegen de- zelve een derde der lengte van 't geheel zoude uitmaken ; daar intuffchen de flaart meer dan de helft beflaat. Men zoude uit de mindere telling der ftaartfchub- ben kunnen berekenen hoc veel de Staart verkort was. pointe tfl prr.que de la moitU plus ejplte que rextrèmité de la tête. La Tête ejl petite a proportion dn corps entier, & damVOrvet, dor.t je me fcrs pour faire ma de- Jcription, elle a un demi pouce de long; elle c/l tantjoit pen plat- te NoviDs s'efl ferri pour faire fa defcrip' tiojt de eet ylnimal, avoit un bout de queue trei gros, rond B ohtus , Qcoyez Mufeum Ichthyologicum, &:c. Tom. If. pag. 54. n. 8.) avec 43 écailles; apparemment que eet AnUnal avoit perdu un morceau de fa queue, d'autantphs qu'il dit que la queue a la moitié de la longueur du corps, de forte qu'elle devroit farmer un tiérs du total, tandis que la queue en remplit ordi- nairement plus de la moitié. On pourroii calculer par Ie nomire i'écailles de la queue qui manquent, de combien elle etoit ratour- cie. 224 met onregelmatige fchubben, die veel grooter dan de overige zyn , bedekt. De Bek is van voren fpitsach- tig rond , loopt achterwaards tot voorby de ogen , en is met dikke lippen bezoomd; van binnen legt een donker purperverwige en ge- fplcte tong , die evenredig iets breder is , dan die der Adders of 'Slangen; en de kaken zyn voor- aan met een enkele ry kleine, ag- ter over leggende en fcherpe tand- jes voorzien. De holle Slagtanden der Adders (18} ontbreken haar; een (18) De Heer Kiermandfr fchroomd im var Tan- Ze par en haut, couvert e SêcaiU les irreguUeres ^ beaucoup pltts grandes que les autres. La Gmiile ejl arrondie par de- vant en pointe ,&^fe prolonge en arriere au de la des yeux; elle a de gr o (fes levres; en de dans on apper- ^oit tmelangiie, couleur de pourpre foncé, qui ejl fendue &^ a proportion un peu plus large que celle des Vipe- res OU des Serpens; S les Machol- res font garnies par devant d'une fimple rangée de petites dents aigues couchées en arriere. Les dents canines creufes des Fiperes Qi'i') mnnquent de Slagtanden der Adders de naam van (18) Monfieur Kiermandj^r craint de donncr Is mon de Dents aux Dents canines des C © 225 een kenmerk, dat dezelvcn tot de foort van vergiftigende Slangen niet behoren. Het Tanden te geven : Dentibus (fchry vd hy ,) etiam ajjimilantury bis licet paulo fint ma- jora: in eo vero ab eis discrepant , quod non folum borum adminicido cibum contere- re nequeant : fed etiam , contra dentium proprietates , mobilia exijlant, ffc. Vid. Amoenit. Academ. Linn. Vol. II. DiJJert. XXII. Dat deze de naam van tanden niet zouden verdienen, vermits dezelven niet gcfchikt zyn om de fpyze te ver- malen, bewyfl onicgenzeggelylc te veel, aangemerkt ook de andere tanden der Adders of Slangen, ganfch geene gefchikt- heid hebben zulks te verrichten; en de- ze hoedanigheid was ook voor de tanden dezer Dieren onnodig , om dat dezelven hun aas inzuigen, en deze werktuigen by hen geen andere diend verrichten, dan ii VOrvet; mar que caraSterifliqm qiiil IK faut pas k compter parmi l'efpece des Serpens vênimeux. Ce des Viperes: Dentibus (^dit il,") etiam animilantur, his licet paulo fint majora : in eo vero ab eis discrepant, quod non folum horum adminiculo cibum conterere nequeant, fed etiam, contra dentium pro- prietates, mobilia exiftant , &c. Fid. Linn. Amoenitat. Acad. Vol. II. DifT. XXII. Qtte celles ei ne meriteroient pas Ie nont de dents a cauje qu'elles ne font pas de- Jlinées d broyer les alimens , prouve ajju- rement trop, vu que les aut'-es dents des Viperes ou des Serpens n'ont également aucune dispofition d exêcuter cette fonc- tion; ö* celte qualité n'étoit pas né'cejjai' re non plus aiix dents de ces Animauxt d caufe qu'ils avalent leur proye en ƒ«- gant, ö* que ces inftrumens n'exercent cbez eux aucune aulre fonStion que celle . Ff d'em' C ® "5 @ ) Het aangetekende van Jonston, dat dit Diertje zo wel met de Haart als met de kop zoude kunnen be- fchadigen, is beiden onwaarach- tig C^P}- In tuffchen word even- wel hier en elders , de Blindflang meer dan het prooy te beletten j achterwaarts te rug tefpartelen; waarom ook de tan- den van alle Slangfoortenagter over krom ef haakswyzc gebogen zyn. En dat de- zelven tegen den aart der tanden beweeg- baar zyn, bewyfl te weinig; want deze beweging ftryd immers niet tegen den aart der Slangentanden , noch tegen het gebruik waar toe ze verordent zyn; want het Dier maakt dezelven dienftbaar aan zyne bchocftens , zo vaak als zy deze tan- den gebruiken moet j om het aas niet te doen ontglippen. (19) Jonston over de Slangen, Af. -deling II. Hoof dit. I. § 10. Ce qiion tronve annotê chez Jon- ston , fgavoir que ce petit An'mal feroit capahle de ntiire tant par fa queue que par Ie moyen de fa têfe, nefl ahfolament pas vrai ( 1 9). Ce- pendant on craint ici auffihien quaiU leurs d'empecher leur proye de Je retirer en arrie' re; tf c'ejl auffi par rapport è cela que les dents de toutes les efpéces de Serpent font recourbées en arriere comme des cracs. De dire que , parce quellesjont mobiles, ce' la rende leur nature oppofée a celle des dents, prouve troppeu; car cette mobilité n'a rien de contraire a la nature des dents des Sev pens, ni a l'ufage auquel ellesfont dejlinées, vu que l'Animal les fait fervir dfesbefoint aujftfouvent qu'il doit les emphyer pourem^ pecber fa proye de s'écbapper. (19) Jonston over de Slangen, j^fdteJ. II. Hoofdfl, ƒ. § 10. 227 ) meer dan den Adder gevreesd; onze inwoonders over het alge- meen keuren de beet van dit Schep- zel voor byna ongeneeslyk. In Gothland, zegt men dat het al- leen des middags byt(2o_). In De- nemarken (31), in Polen (22), in Portugal (23) en elders, heerfcht öok het vereeuwde vooroordeel, als of ze zeer gevaarlyk zouden zyn. (20) Linnjeos R(.izen door Gothland. bladz. 457. (21) FoNTOPPiDAN Nat. Hifi. van De- nemarken , kap. 12. bl. 93. in not. (22) RzACZYNSKi Hjjl. Naturalis Po- lonia, TraCl. IX. Seüio I. §. 5. alwaar de- ze Slang Caecilia Junco, aliis coecus Ser- pms, genoemd word. (23) JoNsTON, boven aangehaald. leiirs plus TOrvct que la Vipere; en general les hahitans de mtre pays regardent la morfure de eet Animal pre';que comme incurahk. Dans la Gothlande on pciife quil «e mord qua midy Q^ó). En Dane* marck (21), en Pokgne (22), en Portugal C23)) & ailleurs-, regne aujji Fanden préjugê, que les Of' vets font tres dangereux. On croit (20) LinNjEUs Reizen door Gothland. bladz. 457. (21) PoNTOPPiDAN Natuurh Ilijl.van Denemarken, cap, 12. bl. 93. in notis. (22) RzAczYNSKi Hift. Nat. Polon. Traft. IX. Scft. I. §. 5. oü ce Serpent ejl nommé Caecilia Juncoj aliis coecus Ser- pens. (23) JONSTON, et dejjus citê. Ff a C © 228 © ') zyn. In Languedok word de beet van den Nadiol zo gevaarlyk ge- acht, dat men van dezelve zegd: j, ingeval deze Slang niet blind 9, ware, zy in ftaat zoude zyn, „ een Ruiter van het Paard te „ ligten " Qp.^' Zulke volks- dwalingen , altoos op vooroor- delen gevefligt, zyn niet minder moeijelyk uitteroeijen , dan die veelhoofdige Hydra, het erfver- moeden, namentlyk, het geen op- zichtelyk de Spoken > tot fchanden dezer eeuw, noch veelvuldig de herzenen van min en meer kundi- ge menfchen bedwelmt. De bek kan zich zo \\7d ope- nen, (24) Sauvage Diflert, de Venenat. Gallis aoimalihns. croit en Languedoc la morfure dtt Nadiol fi dangereufe, quon ra^ porte: que "ƒ ce Serpent nêtoit „ pas aveiigk, il feroit en êtat ,, de jet ter un Cavalier en bas de „ fon Cheval " (24). De telles er- reurs populair es ^ fondèes fiir des préjugés, ne 'font pas moins diffici' les a detruire , que cette Hydre 4 plufieiirs têtes, lidêe her e dit air t de rexijlence des Revenans, la- quelky a la bonte du prèfent Jïé' cle, derange encore fouvent Ie cer- veau tant des ignorans que de ceux qui ne Ie font pas. VOrmt peut ouvrir Ja gueuU o» (24) Saovace Dijf. de Feflenalis Call, Animal. C © 229 © ) ncn, dat de uiterfliens der boven- en onderlip, een halve duim van malkander verwydert zyn ; wan- neer dezelve gefloten is, fchiet de bovenfte lip even over de onderflie. De ogen, met oogleden voor- zien, zyn donkerbrum en helder; de eene hoek van het ooglid is een agtfl:e duim van detegenoverfl:aan- de; en dienshalven zyn de ogen van den verkeerd genaamde Blind- flang, zo klein niet als ray toe- fchynd dat byna algemeen onder- steld word; en de gelegentheid om ze te kunnen gade flaan , overtuigd allerzekerfl, datze het nodige ge- bruik van dezelven kunnen ma- ken. I^Ien kan aan onze Hazehvorra even nii poiiit que les cxtrémitês de la lévre Juperieiire S inferieure font eloignées d'un demi pouce rune de raiitre: lorsqit'eHe ef f ermee, la lévre fuperieure avance tant foit peu fur r inferieure. Leurs yeux, guarantis par leun paupieres , font d'un hrun ohfcur £? dairs ; un angle de la paupiere eft êloignê de l" angle oppofé Sun huitiéme de pouce; par confequent les yeux du Serpent qu'on nomme a tort aveugle, ne font pas fi petits , qifil me paroit quon Ie fuppofe presqiie généralement ; GP l'on eft convaincu par la facilité quon a de les obferver, quils peuvent s'en fervir au befoin. On ne f^auroit dêcouvrir aux Ff 3 Or- C €^ 230 © ) even zo min, als aan de andere ' befchrevene Slangfoorten , eeni- gen fchyn van uitwendige ooren ontdekken , en evensvvel word het gehoortLiig van dit Schepzel, of fchoon fchynbaar minder volko- men dan in andere Dieren, vol- maakter bevonden , dan dat van de overige Slangen. De Heer Ge- OFFROY verzekert, "dat deze al- „ len ,behalven de Blindflang, de „ gehoorkafl of trommels ont- ,, breekt "(25); ook legt dit zin- tuig, hoe zeer ook door fpierach- ti- (25) Memoir. de Math. £? Pbyfiq. Tom. 11. Paris 1757. pag. 164. en dsar uit over. genomen in de Uitgezochte Verhande- lingen, D. V. i/.322. met de afbeeldin- gen. Orvets i fion pliis qiiaux atitres efpéces de Serpens décrites, aucu- m apparence d'Oreille externe; Von trotive cependant forgane de Pome de eet te créattire, quoiquen apparence moins parfait que chez d'autres Animatix, plus achévé que celui des autres Serpens. Monjieur Geoffroy ajfure " que „ la caijfe de foute ou du tam- „ boiir manque a tous les Ser- „ pens, hormis aTOrvet" C^5^; qtielque couvert que foit eet orga^ ne de fibres musculair es, de gr ais- (25) Mem. de Mathem. & de Phyf. Tom. II. Paris 1757. P^g. 16 • Êf i'ex' trait quon en a fait fous Ie nom de Uitge- zogte Verhandelingen , D. V. bladz. 322. figitr. C 231 ® ; tige vezelen , vet en een gefchub- de huid bedekt, echter zo ver- borgen niet in ons onderwerp, dan in den Adder en andere Slang- foortcn. Vergun ray , Lezer , dat ik U doe opmerken , hoe door deze byzonderheid, de meeilerachtige hand van de nimmer faalbareWys- heid, ons een onwederfprekelyk beuys aanbied , dat zy nog verbon- den is aan de manier van zamen- ftelling, noch aan de vorm of hoe- danigheid der werkgereedfchap- pen, om ieder der dierlyke zin- tuigen , overeenkomftig derzelver eigenaartig en bepaald doeleinde, ie doen werkzaam zyn. De Hazelworm onderfchcid zich ook van onzen Adder en Ring- flang, noch door deze byzonder- heid yi', &" d'iifte pemi ecaitleiife ; ilrCeJl cependant pas fi caché dans fOr- vet que dans Ia Fïpere S les au- tres ejpcces de Serpens. Quil ms foit permis de faire remarqiier ^ mes Le^etirSf comment moyen^ nant cette Jlngularitê, Ie doigt de r Auteur de la Nature, dont la fagejfe ne fe trouve jamais en de- faut , nous ojfre une preuve in- conteflaUe , qu'elle nefl pas as* fujettie ni h la compofition des par- tieSi ni è la forme ou la qualité des infrumens organiques , lorsquelle dolt faire agir chacun des crganes animaux conformement a leur hut propre Gf caracferijlique. L'Orvet fe dijfingue auffi de Ia Vipere S de la Coukuvre tot welkers \'ertering hunne magen in het byzonder gefchikt zyn; de vliezi- ge Slangenmagcn verteren het voedzel niet door vrywing, maar door ontbinding Cs^)- Veeltyds dienen de binnenwan- den van de maagvliezen der Slan- gen tot een ruime woonplaats van veele kleine Wormen ; deze by- zonderheid is echter niet vreemd; het eene Dier fchynd doch te be- ftaan, om anderen te huisveflen , te voeden , of anderfints dienft- baar (303 Zie hier voor bladz. 120. des jeunes Serpens 6? cTautres Ani* manx fcmhlahles; car chaque Créa» ttin 'üivante a ime certaine mur" rit ure principale-, pour la digejlion de laquclle fon ejlomac efl pariiculie- rement defliné; les eflomacs mernhra' neux des Serpens 11e digerent pas les alimens par la tritiiration , mais hien par la maceration Cs®}* Souvent les parois interieures des' memhraues de V ejlomac des Serpens fervent de vajles demeures a heau- coup do petits Vermiccaux ; cette particularité nejl cependantpasfnr- prenante; car un Animal ne paroit exijler que pour en loger êf ett nourrir d'autres , ou hien pour leur (30) Veyiz ei dejfus page 126* C © 240 © ) baar en nuttig te zyn; en buiten twj'fel heeft dit zelvs by oneindig Ideinder Dieren, dan myne onder- werpen , plaats. Maar welke po- gingen zullen toereiken , om tot het uitterfte eindpunt van het Schepzelvormend vermogen, langs die verbazende opeenvolging van lileinheden door te dringen , dcr- zelver byzonderheden na te fpeu- ren, of het betrekkelyke oogmerk daar van te ontwikkelen ? Laat een Dwaas zich afkerig verwonderen over het beflaan van zo veele Schepzelen, welkers noodzaak- lykheid wy niet kunnen doorzien , en die meeflal aan hem of als on- nut of fchadelyk toefchynen ; ver- moedelyk doch is,na de bevroeding van de bovennatuurlyke Gods- gehei- kiir être de qitelque fervice ott de quelqtie iitiUté; &' fans donte que ceci mime a lim cliez des Ani' maux infinhnent plus petits que ceiix dont je park. Mais quds ejforts fuffiront poiir pénêtrer jusqu'aux dernieres Umites dd pouvoir Crêa- teiir dans cette êtonnante fuite d'in- finhnent petits; poiir ohferver ce qulls ont de particulier, cu pour développer leur dejlination rela- tive? Qji'un infenfé admïre avec regret rexijlence de tant de Crew tures , dotU nom ne faurions pe- netrer la necejpté, dont la plus- part lui paroijfent ou inutiles on tmifihles; il efl cependant vrai- femhlable, quapres la contempla- tion des myjieres metaphyjiqties , roccupation fuhlime des Habitans des C ® 241 © ) geheimen , de betrachting der noodzaaklykheid en zamenhang van al het gefchapene, de ver- hevene bezigheid der Hcmellin- gen, en ook voor dezelven een onuitputbare bron van eeuwige verwondering en vermaaL Rai (31)' Shaw (32) en an- deren , befchryven de zogenaamde Blindflang als loom of traag; daar- entegen getuigen Jonston (33) en meer Natuurkenners, dat dit Dier met veel fnelheid voort- kruipt, welk getuignis door myne on- C31) Synopf. Method, Anim. pag. 28>\ (32) Rcyzcn, D. i. Hoofaft. 2. Af- del. 3. (33) Ov'er de Slangen , AfJcl. n. Hoofdft. l.§ 10. des régions CéleJIes ejl de méditer fur la nccejjitê ^ la liaifon de toiis les êtres créés, 6? qiiils troiivent en cela une fource inéptii- fahle S admiration S de plaijin fans fin. Rai C3 i), Shaw (33) B d:au- tres , décrivent TOrvet oii k Serpent fanjfement nommé aveiigle, comme sll êtoit leut &'parejfeiix. Jonston (3 3} au contraire S plufieurs au~ tres Obfervateurs d'hijloire natU' reik attejlent, que eet Animal rampe avec (3 O Synopf. Method. Animal. p. 289. (33) Reyzen, D. i. Hoofdfl. 2. Af- dcl. 3. (33) Over de Slangen, Afdel. ir, Hoofdft. i.§. 10. Hh C 24a ondervinding beveftigd word. Ik wil echter niet verzekeren , dat derzelver fnelheid gelyk Haat met die van onze andere Slangfoorten; mogelyk zoude men haar minder fiiel kunnen noemen. De éygenfchap van dit Schep- zel om als glas aan flukken te fprin- gen, wanneer het met een dun rysje geflagen word , is onbetwift- baar zeer opmerkelyk ; dan de re- den van dat verfchynzel is my voor als noch onbekend , en ik yermete my niet om er na te gis- fen. Men treft deze Slangfoort in de meefte landen van Europa, en ook in andere geweflen aan , en in de- ze Landfchap ziet men dezelvenin ta. avec heaiicoup de viiejfe, ce que je ptiis confirmer par ma propre expe- rience. Je ncferois cependant pa^ ajfiirer, que leur cêkritèfoit egale h celle de nos aiitres efpéces de Serpens; peut êtrepourroH on diredes Orvets quils en ont itn peu moins. La proprktê qiia cette créature de fe hrifer en morceaux comme du verre, lorsquon la frappe avec une baguette, ejl fans contredit tres re- inarquahle; favoue cependant que fignore jusqu'a prefent la ra f on de ce phènomene , S ne fuis pas affez hardi de me livrer a des conjectw res a ce fujet. On rencontre cette efpéce de Ser- pens dans la pluspart des pays de rEurope, aujf hien que dans d^att- tres climats, ^ dans ce pays ei oti C 243 ® ) tamelyke menigte , doch echter op de eene plaats meer dan op den anderen. Zy fchynen weinig ver- kiezing, de foort van gronden be- treffende , te hebben. Ik heb ze op weyde- , hooy , zaay- en veen- landen zo wel als op de heydevel- den en in de boflchen aangetrof- fen. Dat de Hazelworm , gelyk den Mol, in en onder de grond zoude leven , is een fabel. Lemery en meer Artzeny- kundigen verzekeren, dat de Blind- flang veel olie en vlug zout in zich bevat , en dat men dezelve, zo wel als den Adder en andere Slan- gen, in de Geneeskunfl gebrui- ken kan. Ik zal de bcfchryving van dit Dier la trouve en ajjez grande quant ité, qtiöique plus dam un cndroit que dans un aiitre. lis paroijfent ctre ajfez indijferens par rapport a /'e- j'péce de fol. ^en al troiivê dans les prairies vertes S f echts-, dans les terres enfemencées, S les tour' bieres, au[fi bien que fur les brute- res (2P dans les hois. Cejl me hijloire fabuleufe , que de dire que rOrvet vit comme la taupe mtffl bien fous terre quau desfus. Lemery ^ phifteurs autres Au* teurs de Mattere Medicale ajfurent, que l'Orvet renferme beaucoup d'buile ê? de fel volatih & q^^on peut s'eti fervir dans la Médecine aujf bien que de la Vipere 5? des autres Serpem. 'Je finirai la défcription de eet Hh 2 Ani' C S 244 ® > Dier eindigen, met aantemerken, dat men het zelve meermalen met de Amphishaena en de Biceps vermengd , 't geen echter ge- heel andere Schepzelcn zyn. Ik verzende myne Lezers, tot de befchryving dezer Slangen door de Heeren Rai (34) en Grono- vius Cs 5) nagelaten, waar uit zulks , by vergelyking , overtui- gend kan worden opgemaakt. Heb (34) SjTzo/'/. Metb. Animal. pag. S88. (35) Gronoviüs Mufeum Èfr. torn. II. pag. 52. num, 2. Zie ook^ Arnoen, Acad. i'ol. 1. p. 500. Animale en ohfcrvant , qtion Ta coiu fondu plus Sune fois avec TAra- phisbacna ê? h Biceps , lesquelles font pourtmt des Créatures tout- a-fa'it different es. Je renvoye mes LeSteurs è Ia dejcription quont donné de ces Serpens Meffs. Rai C34) & Gronoviüs (35^, la OU Pon peut fe convaincre de eet- te vêrité , en confrontant ces dif- fcrentes efpéces. A- C34) Synopf. Meth. Anim, pag. 288. (35) Gronovids Mufeum &c. torn. II. pag. 52, num. 2. Voyez aujjii Amoenitat. Academ. vol. I. pag. 500. C © 245 tTj ) «uPi« M^% M^* •"'^« H?* ■<'f^* '*^t ^<^l % # 'S!? ^«P ."-1? "4^ ^^' ^4^ TT eb ik den Lezer en my zel- -^ -*• ve , zo lange bezig gehou- den, om het geen toe ieder onder- werp door my behandelt, min of meer byzonder behoord , te doen kennen; de nafpeuring en over- weging van het geen aan onze en andere Slangfoorten onderh'ng ge- meen zy, zullen, zo ikvertrouwc, de oplettenheid der Natuuronder- zoekers niet minder waardig zyn ; ook zal het waarfchynlyk niet nut- teloos gekeurd worden ; althans de zulken niet mishagen, welken by het verhandelen der natuurly- ke dingen, gaarn door zedelyke bedenkingen willen worden opge- wekt, of door ingevlochte aan- mer- Jf^t ^^A **^* ^'^* V if©!- 'Z(^i> ^% ij w^» *^H ifiy»* *^* i»s(y» tf^^ wïjyi» fXi^ A y^f't entrctenu fi longtems Ie Lectetir cf mctant oc- cripé moi même des comioijfances plus CU moiiis particulierement relativ&s a chaquefiijetquefaitraitê, r exa- men Ê? la confideration de ce que mire efpéce de Serpens (3' ks au- tres ont de commtin entre elles^ ne meritera fans doute pas moins rat- tent ion des Naturalifies; &* cenx qiii , tandis qiion les entretient des chofes Naturelles^ ai ment quon excite en eux des reflexians mor aks y on dé prent quon ks en- gage moyennant quelques coufide- ratlons placées a propos h faire de nouvelks recherches, cenx la, dis je , tie trouveront pas inutilc ni Hh 3 des- C © 246 ® ) merldngcn aanleiding?; tot verder onderzoek begeren te krygen, dat ik by dit gedeelte dezer verhande- lingen , ecnige byzondQrheden , aanmerkingen en bedenkingen voe- ge, of fchoon al dat dezelven niet bepaaldelyk of alleen tot my- ne befcbrevene Slangen kunnen geoordeeld worden te behoren. De Natuur is wars van ydele op- tooyzelen, echter dultze, dat men derzelver uitmuntende fchoon- heid en voortreffelyke hoedanig- heden, in het Iterklle licht be- fchouwe. Zoude wel de verftandigfte en afgetrokkenfle overpeinzing van iemand onzer, die nimmermeer iets van een Slang, 't zy door het gehoor of gezicht vernomen had- de, desagréahki que jajoute h ce Memoire , quelques particularités , quelques ohfervations ^ rejïe- xions, qiioiqu' elles ne paroijfeni pa^ appartenir diredtement oit un'tqiiement aux Serpens que f ai decrits. La Nature, qui ab' horre toute vaine parure , per- met cependant quon expoje dans fon plus grand jour Ja beauté magnifique £? fes cxcelkntes qua- lités. La méditation la plus Javante 6? la plus ahjlraite de quelqu'un qui nauroit jamais etitenda par- Ier d'an Serpent, ni nen auroit jamais vu aucun, feroit elle en êtat C © 247 ) de , wel vatbaar zyn , voor de mo- gelykheid van het beftaan eencr natuurlyk wezen, het geen alle werktuigen ontbrak, waar mede andere levendige Schepzelen zich van de een tot de andere plaats kunnen bewegen , en evenwel ge zwindheid genoeg hadde, niet al- leen om dikwils zyne vervolgers te ontvluchten , maar ook om ande- re fchynbaar fneller Dieren nateja- gen , te vangen en te verflin- den? Wy Ieren echter uit het aanwe- zen der Slangen , dat ze tot die din- gen behooren welke mogelyk zyn. Het behaagde de Scheppende Goedheid aan het Menfchdom door aan dit Dier beftaan te geven, een overtuigend bewys van der- zel- ctat de lui faire concevoir quilfiif pofjihle quil exiftat dans la nattire un eire, qiii manquat de toiis les or- ganes nece[füires aiix autres Créa- t lires 'vivantespour poiivoirje tranS' port er d'tiii endroit a rautre, ^qiii ent cependant affez d'agilitê, non feulement pour fe Joujlraire a ia pourfuite .de fes ennemisy mais aiijji. pour pourfiiivre , attraper ^ devo- ter lui même d' autres Animaux , en apparence plus legers a la courfe que lui? L'exi/Ience des Serpens nous apprend cependant, quils font du nomhre des chofes pojfihks. Il a plu a la bonté du Créateiir de fvurnir aux Hommes , par l'exi- flence de eet Animal, ime preuve convaincante de fa pitijjance fanS' hor- C © 448 © ) zelver onbepaalde macht te fchen- ken; immers zy toond ons, geene voeten , vleugels of vinnen nodig t-e hebben , om aan de Dieren het gelukkig vermogen te verlenen, waar door zy willekeurig van plaats kunnen veranderen : ja het vor- dert een verdubbelde verwonde- ring , dat het Dier ,'t geen alle mid- delen fchynt te ontbreken om te kunnen gaan, te vliegen of te zwemmen , zich echter langs den grond, door de lucht en in het wa- ter kan voortfpoeden. Geen JNIcnfch kan fommigc Slangen ontlopen , nog in het be- klimmen van bomen navolgen ; an- deren fungeren zich van de eene boom op den anderen, ongeacht dezelve door een rivier gefcheiden, of hornes; car elk mus montrt quelle lï'a hefoin ni de pieds ni d'ailes ni de nngeoires poiir doiier les Animaux de riteiireiife facidté de pouvoir fe transporter h vo- lante d^tin endroit h Vautre: S ce qiii merite douhlement notre admiration, cejl que l'Animal, qui manque en apparence de tous les inoycns requis pour pouvoir mar- cher , voler ou nager, pent ce- pendant r amper fur la terre, fendre lair ^ s'élancer dans reau. Aucun Homme ne faurott échap" per a la pourfuite de certains Ser- pens, iii grimper fur les arhres comme eiix; il y en a qui, en fe balangant, fe jet tent d'unarbre A lautre , quoique ces arhres foient fe- C © H9 © ) of op cenigen afftandvan elkander verwydert zyn ; en in de zwcm- konft overtreffen ze de mepfbe Landdieren, zelvs foramige Wa- terfchepzelen. \Vy worden dan van achteren overtuigd, dat er een dierlyk we- zen beftaat, 't geen vvy, vooraf, zelvs uit de befchouwing van an- dere Schepzelen , niet voor moge- lyk hielden. En vermits nu dit Dier in den fchakel der natuurly- ke wezens is ingeIan:,zo is hetzel- ve cok volflrckt noodzakelyk; want immers anders zoude het niet hebben kunnen beflaan , overmits het onmogelyk blyft, dat God te- gen zyne Wysheid en de daar me- de overeenftcmmendc noodzake- lyk- Jeparc's par une rivkre ou éloig- nés run de laiitre d'tine certaine dijïancc ; S dans rart de tiager ih furpajfcnt la phispart des Ammaux terreJJres, ^ même quelqiies Ani- maux aquütiqiies. Nous fommes donc convaincus par l' evenement , qiiil y exijle tin Animaly leqtiel, même aprcs avoir confideré les autres Créatures , nous paroi(]oit d'avance ne pouvoir exi- Jler. Of comme eet Animal fe trouve en! ace dans la chaine des êtres naturels, il exiJIe par confe- qneut d'uno necejpté abfolue; car autremcnt il nauroit pas pn exi- yjer, d'aiitant quil efi impojphle , que Dieu ait pit agir d'une fa- ^on contraire i fa Sagejfe ^ a li h C ® A50 ® ) lykheid zoude hebben kunnen handelen. Volmaaktheid duit geen tegen- ftiydigheden , en overeenkoraflig de hoogde Wysheid te handelen, fluit niet alleen in , volkomen vry, maar ook overeenkomftig het noodzakelyke te handelen. Des zyn er geen andere Dieren , dan alleen die , welke beftaan , nood- zaaklyk geweell; want anderzints zoude de GoddelykeAlmagt,door een nimmer faalbare Wysheid ge- leid, dezelven door een enkele wenk hervoortgebragt hebben. Zyn nu alle gewrochten vanden Hemelfchen Werkmeefler nood- zaaklyk, zo moet onbetwiftbaar volgen , dat ze ook ieder afzon- der- la nêcejptê qtii eji toujours d'ac- cord avec die. La perfeEiion mjoufre rkn de contradiSloire; £? pour quuiie act ion foit conforme o la fupreme Sageffe , ü nefiiffitpas qu elk foit entierement ïl- hre,mais il faut emorequ elk foit ab- folument nécejjaire. Confcquemment il nétoit pas nêce^jfaire quil y ent d'autres Animaux que ceux qui exi- Jlent; car fans cela la Piiilfance Divine , gtiidée par une Sage (Je in- faillible, les auroitfait avoir leur être par un feul a£ie de fa voloiu té. Or fi tous les ouvrages du Di. vin ArchiteEle de eet Univers exh. Jlent nécejfairement , il doit en re- filter fans contredit, que cbaquun d'eux 251 derlyk een bepaalde nuttigheid hebben. Danoffchoon de geringe kennis, die wy van de natuurlyke dingen tot nog toe bezitten , volledig toe- reykend js , ora den Schepper in zyne aan ons bekende Schepze- len te vinden , en genoegzame ftof ter verheerlyking en dankbaarheid ■te verfchaffen ; zo is ze nogtans over het geheel berchouwt , en wel byzonder opzigtelyk der- zelver nuctigheden, nog zeer be- krompen, en de verbazende me- nifften van verfcbillende voorwer- pen zullen vermoedelyk alle on- dermaanfche navorfching doen te kort fchicten. Ce Ruggraat der Slangen is der- ^wyze gevormd , iiat dezelve , niet zo d'eax conjideré en foi ait fon uti- litè dctermiuée. Mais quoique Ie pen de connois' fance , que nous avcns jusqua pre- feiii des chofes naturelles , foit plus que fuffifant pour mus faire déconvrir Ie Créateur dans Jet cuvrages d, nous comius, 1^ nous fournïr wie riche mattere pour h glorifier SP lui témoigner notre reconnoijjance; il efi cependant^ h Ie hien confiderer, fur tout re- lativement h leur utilité, encore tres borfu'i £? la muïtitude pro- digieufe des diferens obj ets met tra prohahlement en défaut toutes les recherches de Ihomme mor- tel. Vépine du dos des Serpens eft cmformie de fagont quelle li 2 per- C ^ 552 © > zo als meeflal gezegd word , een golvswyze of op en neergaande, (gelyk by fommige Rupfen plaats heeft:} dan, en een klimmende ichroefswyze , en een heen en weer kruipende beweging vlak langs de grond toelaat, invoegen dat iedere bogt , die zy met haare lichamen , door de trekpezen befluurd, ma- ken, nagenoeg een halvrond op de grond befchryft. Het getal dezer bogten hangd alleen van de meerdere of mindere verhaafle voortgang af; in het eer- fte geval zyn dezelven minder dan in het laatlle; het Dier fchynt in dit opzicht geheel vry te werken, en het heeft zelvs gedweheid ge- noeg om zich geheel kruiswyze op de pennelte, mn pas, comme onledft. ordinair ement , un mouvement on- doyant on qiti sélêve 6? sahai(fe, (comme cela a lieii chez 'de certaines Chenilles^maisun mouvement en pas de vis OU en rampe montante , de même qiiiin mouvement perijlaltique OU vermiculaire tont du long de la t er- re , enforte que eb a que courbure quils font avec leur corps, dirigé par les t endons des ext enfeurs, deer it fut la terre presquun demi eerde. Le nomhre de ces courhures de- pend uniquement de la progrefpofi plus OU moins accelerèe; dans k pre- mier cas ellesfont moindres qwe dans l'autre; il paroit quii eet égard VAnimal agiffefans In moindre con* trainte, Êf pojfede même ajfez ds Joupleffe pGur fe rouler tout a fait en \ C © 253 (B ) de grond leggende in een te rollen; deze geflake neemt het dikwüs aan, wanneer het Dier zich koc- ftert of in den llaat van rufi; zich wil begeven. De kop maakt dan altoos het middelpunt uit, waar- fchynlyk om dit edele deel voor de eerfte vyandelyke aanvallen te beveiligen. Dan behalven deze bewegingen, kan de Slang zich ook noch, door de flcrkte zyner fpieren onder- fleund, ter halver wegen zynes lichaams van de grond opheffen, en fommige dezer dieren kunnen aanmerkelyke fprongen doen. Dooier LiSTER (i) wil de buik- fchil- (i) Zie Exercitat, Anatom. cap, i. §. I &37. en fpirale lorsquil efl couché par terre ; cejl la fttuatïon qull prend foiiveiit. Ion qiiü je dorlote on quil cherche cl prendre du repos, La ttte fe tronve alors toujours au centre, vraifemhlahïement pour ga- rautir cette partie mhle c? ne pas l'expofer aux premières attaques de renntmi. Otitre ces motivemens ld , Ie Ser^ pent-, foutenu par la force de fes jmiscles , peut encore sélèver de ter- re h la moitié de la longtieur de Jon corps, êP U y en a qiii pew -cent faire des fauts confidera- bles. Le Dr. Listeh (i) pretend qull (i) Fojez Exercit. Aaatom. cap. i» §• I & 37- C ® «54 ® ) Schilden der Slangen , als voeten hebben aangemerkt; dan deze be- vatting keur ik ongegrond, ver- mits er Slangen zyn , die de buik- fchilden milTen , en die echter niet .minder vlug zyn , dan de andere foorten ;intuirchen zyn dezebuik- fchilden, gelyk ook de overige fchubben, in diervoegen gefchikt om niet alleen geen beletfel aan de beweging toetebrengen , maar zclvs om die te bevorderen; de voorften bedekken een gedeelte der achterftcn , en door deze fchik- king word belet dat het Dier in de voortkruiping noch te rug kan ge- iloten noch opgehouden worden, gelyk in een tegengeffcelde plaat- fing der fchubben en fchilden elk ogenblik zoude moeten gebeuren. Ook quil fmt regarder les écailks ven- trales des Serpens, comme des pieds; mats cette compara'ifon cloche ieau- coup , pnisquü y a des Serpens qiii nont pas d'ecailles ventralesjt S qui cependant ne font pas moins agiles potir cela que les autres; or ces ecailles ventrales de mêmc que les autres i font cirrangées defagon quelles ne génent non feulement en rienle mouvement, maïs, qui plus efl , Ie favorifent. Cetix de devant couvrent urn partie de ceux de der- riere, &^ eet arrangement empéche lAnimal d'ctre repoufé ni retem* dansfaprogrejfon rampante, com' me il arriveroit h chaque moment, en cas que les grandes &* la petites ecailles fiiffent placées dijferemment. Elles fervent aujft d'autant d'arc- hou- C © 255 © ) Ook vcrfirekkenze als zo veele fteiinpunten , waar op de kragc van het Dier in de voortgang werkt. Dan dit alles was noch niet ge- noeg om het Dier alle wendingen en drayen, die het kan en moet maken, te doen verrichten. De gefchubdc huid raocfl ruim en lenig zyn, om de fpiervezelen , welken als zo veele werktuigen de buigzame graatachtige wervel- beenderen en pefen in beweging brengen, onverhindert hun plicht te laten volvoeren ; en waren de buikfchilden ieder op zich zelve beflaande, en van zulk een natuur als ze aan ons oppervlakkig toe- fchynen, de beweging zoude door dezelven niet weinig belemmert wor- bout^ns, fur ksqucls la force de FAnimal cgit dans fon mouvement de progrejjlon. Mais tont ceci nêtoit pas cncore ftiffifant pour faire exficuter a VAnu mal totites les coiirhures 6? contor- jïons quil peut £? dolt f air e. Il falloit que la peau ècaiUeufe ent deTetendtie, 6f de la feuplejfe , afin que les fihres musctilaires, les- quelks, comme aiitant de machines, mettent la fiexible épine vertebrale (j' les tendons en mouvement, puis- fait faire leur fonction fans aucun cmpéchement ; fi les ècailks ventra» les cuffent êté outre cela indépendan' tes les unes des autres, S" de telle nature quelles nous paroifjent être lorsque nous ne les confiderons que fuperfciellement,ellesauroieni heau» coup C © 256 ® ) worden. Dan de onbepaalde Wys- heid heeft betrekkelyk deze fchil- den een kunilbewerking gebezigt, dewelke volmaakt aan het oog- merk, om alle hindernis voorde beweging te vermyden , beant- woord. Zy heeft het vlies of de fchubbeloofe huid, die de buik van eenige Siangfoorten bedekt, over dwars gcplooyt, en het zyn alleen de vouwen van dit ployzel, die de zogenaamde fchiiden langs het onderlyf dezer Dieren vor- men, en waar door alle gevor- derde uitrekking volkomen den teiigel word gevierd. Echter zyn de nabuitengeplaat- fte vouwen, welke over de grond . heenfchuiven , hoprnachtiger en dikker coup géné Ie mouvement. Mais la Sagejfe infinie a employé relativement a ces écailles un mechanisme qiii re- pond parfaitement au hut qu'elle s'ejl propofé , favoir de préjerver Ie mouvement de tont empéchement quel- conqne. Elk a plijjè transverfale- ment la memhrane ou la peau privée d' écailles, qui recouvre Ie vent re de eert ai nes efpéces deSerpens,^ ce font uniquement les plis de cetteplis- fure qui forment les foi difantes écailles, quon trouve Ie long de la partie inferieure du corps de ces A- nimaux , ^ au moyen desquelles ils executent parfaitement toute efpéce d'extenfon réquife. Les replis places h Vexterieur & gli[Jans furie fond, reffemhknt cependarit plus a de la corne ^ font plus c ® £57 © ; dikker dan de ploycn , die binne- waarts gckccrt zyn, zo dat die ■vlies, uitgerekt zynde , overdwars donkere en heldere flrepen heeft, die malkander regelmatig afwifle- len, invoegen het getal van ieder dezer flrepen altoos met het getal der fchildvorraende ployen gelyk ftaat. En wie merkt niet, hoe volflrekt noodzaaklyk het ware, dat de binnevvaardsployende huid voor de beweging zeer dun en te- der, en daar tegen het bultende gedeelte minder kv/ets- en flytbaar vereifcht wierd ? De Natuur is in allen opzichten een goede en zorg- vuldige Moeder; de vervloekte Slang is zelvs niet van hare voor- zorg verdoken ; de bewyzen voor deze waarheid zyn menigvuldiger dan plus épaijfes que les plis qtii font totirnés en dedans-, dtforte quc^ lorsque cctte inernhrdue fs trouve cteiidtie^ elle a des handcs trans- "jerfales foncées S claires , Jittiscs régidierement IS alternativcmmt , defcrte que Ie mmhre de ces handes saccorde ioujours avec celui des plis ecailkux. Et qui ne remarque pas^ de quelk ahfolue necejptê il êtoit , que les rcplis interieurs de la peau fi'JJeiit tres minces ^ deli' cats, afin de favorifer Ie mouvement , tandis quau contraire la partie ex- tei ie ure devoit ét-re moinsfu jet te afe blejjer 6f a s'ufer ? A toiis egards la 'Nature ejiune honne u'foigneufe j\lere; Ie Serpent maudlt neji même pas privé defesfoins; les preuves de cettc verité font en plus grand notn- Kk hn C © 258 ® ) dan de Schubben die iedere Slan- gen-huid bedekken. ■ De Slangen bezitten altoos een nieuw gewaad in voorraad, het geen zy onder het oude dragen; zy zyn des met dubbele klederen bekleed ; de Natuur bepaald de t^'d wanneer het oude kleed moet worden afgelegt , en het Dier onderwerpt zig aan derzel- ver fchikking. Ondcrtuflchen word deze voor- zorg ook tot bevordering der be- weging en gezondheid der Slangen vereifcht. By de Dieren heeft doch het tegengeftelde plaats van het geen men opzichtelyk de kle- deren der Menfchen ziet gebeu- ren ; deze laatften verflyten door het gebruik , daai- de vachten en hui- hre que les écailles dont la peau de chaqiie Serpent cjl recouverte. Les Scrpens out tou jours im nouveau vétement de reftrve , quils portent fous Ic vieux ; defor- te quils font vétiis d^habillemens doiiUes; la Nature fixe Ie temps aiiquel ils doivent qititer Ie an- cien, ö? rAnimal fe foumet h eet arrangement. Cette prêcaution ej} pareillement nécejfaire pour favorifer Ie mouve- ment ^ la f anti des Serpens. Car totit Ie contraire de ce quon oh- ferve eu égard aux hahits des Hommes fe voit parmi les Ani' maux; les vétemens des Hommes s'tifant par Vufage qiiils en font, lè oii les toifons ^ les peaux des Ani- ( © 259 © > huiden der Dieren dikker en zwaarder worden. Byzonder is de Slangen-huid daar aan onder- worpen, dat ze tydelyks meer hoornachtig en minder buigzaam word, 't geen en aan de gezwind- heid en aan de uitwafeming hin- derlyk is, Maar hoe zeer ook de Natuur een beflcndige neyging fchvnt te hebben , om zich in verfcheiden- heden te vermenigvuldigen, be- fpeurd men echter geen verande- ring, nog in de regelmatige fchik- king der fchubben, nog inde te- kening, welke door de verfchil- lende kleuren op de huid der Slan- gen gemaald word ; alleen doet een helderder en glansryker ver- Cis het nieuwe van het oude kleed on- Ar.ïmaux deviennent plus êpaijfes ^ plus lourdes. La peau du Ser- pent a ceci de particulier , quelle ejl fujette a devenir avec Ie temps de plus en plus conforme h la natu- re de la corne £? moins ficxihk, ce qui diminue la céleritê des mou . vemens S*la transpiration. Mais quoique la Nature parois- fefe plaire conftamment afe multi- plier par des variations, on n'ohfer- ve cependant aucun changement ni dans r arrangement regulier des écailks , tii dans Ie dejjein tracé fitr Ie corps des Serpens par la diverjlté des couleur s; c'ejlunique- mcnt nne teinte plus claire S? plus luifante qui dijlingue Ie nouveau vétement de V ancien; ce gout pour la variété fe remarque au Kk 2, coii' C ® 26o ® ) onderkennen; daarentegen laat zich deze neyging in fommige andere Dieren zeer daidelyk zien, doch het zyn , voor zo verre die afwykin- gen wezentlyk zyn, alleen kortfton- dige verfchynzelen , welke by iede- re voorlteling vernietigt worden. Het aantal der gefchapene Ge- ilagcen van alIeSchepzelen ender- zelver onderfcheidene foorten , word nog vermeerdert nog ver- mindert; de Natuur onderhoud, maar fchept nooit. Ieder Dier foort is een natuurlyke aflceer om zich met andere te vermengen, inge- fchapen , en de grenzen van het Na- tuurryk zyn evenzo weinig uitbrei- ding als inkrimping onderworpen. Dat elk der Schubben , die de huid van dit Dier bedekt , een by. contraire tres êiJJinStement dans certaïns autres Anhnanx ; maïs pötir pen qm ces écarts folcnt ïëels , ce ne font alors que cks phénoménes moment anés^ qiii dls- paroijfent a chaqtte gêneratïon. Le nomhre des genres cr'êés de totites les créatures S leurs diffe- rente^ efpéces, naugmente ni ne dimimie ; la Nature entretient , maïs ne cr'ée plus. Chacune de ces efpéces ejl nee avec me aver- fion naturelle contre fon accon- plement avec les autres; & les bornes du Regne de la Nature ne font pas plus fujettes ci s'étendre què fe rejferrer. Je nai pas pu mappercevoir que chaque écaille, qui rccoinre la peau de ( ® 251 ® ) byzondere Spier enTrckpees zou- de hebben, waar door ze in be- weging kan gebragt worden, is my niet gebleken; de huid ver- toond geen openingen tot derzel- ver doorgang; ook zyn de fchub- ben zeer vaH: aan de huid gehegt, behalven dat ze ieder op zich zel- ve geen beweging maken kunnen , om dat de bovenfle en een ge- deelte der beyde zyd-rnnden links en regts van iedere Schubben, door de naafb daar aan gelegenen bedekt word. Het getal der Schubben, die iedere heelc of halve kmig rond- om het Slangenlyf, de geheele uit!Ten;rektheid van het lichaam ij langs, bevat, flaat altoos aan mal- kanderen gclykjwaaruit moet vol- gen, (Ie eet Animdl, (lye iin inuscle ^ un teiidon particiilkr qiii la mit en mouvement ; on ne rcmürque ^ Ia peau aucune ouverture pouf leur Jcrvir de pa [fa ge; les écailles font outrc cela tra intimement joiiites ^ la peau , 6^ ce qui plus ejl, ch:K:!!ie ne fauroit fe mouvoir a part foi, a caufe que Ie bord fuperieur &' me portion des deux hcrds lateraux a drolte ê? ^ gaucbe de chaqus écaillc, font: couverts par récaille la plas z'oi- fine. Le nomhre des écailles, content* danschaque cerck oudenii ccrcle tout auiour £? Ie long de tout le corps du Serpent , cfl toujours égal cutre eux; d'ch il s" erf uit, que lei plus gros en- droits du corps fcnt recouverts en Kk 3 for~ C ® 262 © •> gen, dat de dikfle plaatfen van het lichaam door degrootfte, en de dimile mei de klcynfte Schub- ben befchalicd zyn, en dezervoe- gen evenredig met het lichaam af en aannemen. Ieder dezer Schubbenkringen is juift geplaatfl, boven de tus- fchenwytens die de Wervelbeen- deren van een fcheyden , en o ver- zulks dienen ze ook als zo veele zamengevoegde berderen, die de zwahlle dcelen van het lichaam beveiligen. De Schubben van den Adder zyn grover en dikker, en van ge- daante meer langwerpig dan die van den Ringdang, welke meer r.a het vierkante overhellen. Al- iscnlyk zyn de Sluitfchubben, waar door forme de cotfe de maille par les plus grandes écciilks , £? ks endroHs les plus mincespar ks écaUleskspluspe- tites, quipar confequent augmentent OU dimimient en grandeur a propor- tion de celle da corps même, Cbacun de ces cercles tcailleux fe trotive place jujlement au des- fus des intervalles qui feparent les vertebres, ^ fervent par cofi' féquent comme autant des ais joints enfemhle, pour garantir les parties du corps les plus foibles. Les ècailles de la Vipere font plus grojfes S plus épaijjes ^ d& figure plus ohlongue que celles de la Couleuvre a collier ^ qui appro- chent davantage de la figure quar- ree. Il n'y a que les écatlles de rent' C © 263 S ') door de hoeken worden aangevult, die ieder der Buikfchilden ter \ve- derzyden openlaat, meer hart- vurmiger en groter dan de overi- gen , doch allen verfchiilenze van die der Hazehvorraen. De opmerking van Cicero , (2} dat de Dieren niets noodzaaklyks ontbreken, noch in of uitwendige overtoUigheden dragen, is even zo gegrond als de verwondering, die Galenus (3} alle ogenblikken doet blyken , over de volmaakt- heden, die zyn nafporende geeft in allen opzichten in de Schepze- len ontdekt; en Derham, hande- lende (2) Nat. Deor. Lib. II. cap. 37. (3) -De Ufuparlium, remplijjage , qiii ferment les an- gles , lesquelks cbacune des ècailks ven trales la i ff e onver ts de chaqus cofé, qui foieiit plus refemUantes ei un cotiir i2? phts grmdcs que les aw tres, tcmdis qnelles dijferent t out es des écailles d'Orvets. La remtirque de Ciceron, (2) quil ne manque rien de tiecejjaire aux Animaux , G? quils nont rkn de fuperflu foit au dehors foit intericurement , n'eft pas moins fondte que rétormement, que Galien Cs) f^^^ paroitre ii chaque mO' menti au fujet des perfe8iofis quefon ejprit fcrutateur decouvre en tout ce qui concerm les créatures; £? Der- ham (2) Nar. Deor. Lib. II. Cap 37, (3^ De Ufu partjum. C 264 © ) lende over de verfchillende be- kleedzelen der Dieren, (4) drukt zich met de overtuiging van een Cliriilen Wysgeer dezervoegen uit, dat deze allen overeenkom- {lig de omfi:andighöden,\vaarinde onderfcheydene Dieren zich be- vinden, op de aliervolmaaktile wyze gefchikt zyn. . De wyze Werkmeefter der Na- tuur heeft by de fchepping der Slangen geen ander doel gehad, dan om een kruipend Dier voort- tebrengen , en het is volfcrekt on- mogelyk , dat de Slangen , zonder teffens derzelver 't zamenfcel te veranderen , en dus een ander Dier (4) Godgeleerd. Natuurt. IV. B. XN. Uoofdft. HAM , lors qiiil park des diferens té^umens on enveloppes des Ani- maux (4) s'exprimc en Phllofo- pheChretien convaincü, difant-, que toiis ces tégumens font (irrangés de la maniere la plus parfaite^ eu egard anx ctrconflances oh les differens Animaux Je trouvent places. Le Sage Auteur de la Nature na eu d'autre hut en crëatit les Scrpetis, que de produire un rep. tik; & il ejl ahfolument impos- fihk que les Serpens, a moins de changer en même temps leur Jlruc- ture & d'en faire airfi d\iuires Animaux , puifmt faire aucun ufage (4) Godgeleerd. Natuurk. IV. B, XII. Uoofdfl. C © *ö5 © ) Dier te doen worden, eenig ge- bruik van voeten, vleugels of vin- ren, zouden kunnen maken; ja het behoord tot het geluk en het wezen en ovcrzulks tot de vol- maaktheid der Slangen, dat zy de- ze werktuigen miflen; terwyl dit gemis of fchynbare onvolkomen- heid , het onbepaalde Godsvermo- gen aan het redenmachtig Schep- zel op de overtuigenfte vvyze be- toogd. (5} Het zyn dierhalven onbedachtzame onderftellingen of en- (5) Ik heb reed» aangetekend dat de Slangen zeer gezwind zyn, maar byzon- dcr is. zulks de ^nguis rdger. Zie hier over Catesby Nat. Hift. of Carol. vol. JI. p3g. 48. en Kalms Reyzcn, 2 deel, bladz. 30. iifage de pieds, d'aiïes on de na- geoircs ; {5* l'ejjcnce , Ic honheur G? par confcqucnt Ja pcrfecfion des Serpcns cxigent mêiiiCy qiiiïs foient pvivês de ces iiiflritmcns , Sau- tant que cette privatkn oii iin- perfeciion apparente demoiitre^ de Ia maniere la plus convaincaiite, a la Créature raifonnahle la piiis- fance fans homes de VEtre fu- prime. (5}. Ce font par cou' fequent des fuppojitions inconji- derées ou hien de ftmples chimè- res , (5) J'ai deja remarquê que les Serpens font tres agiks , mats ceci a lieu furtout chez k Anguis niger. Vo^jez a ce fujet Catesby Hijloire Naturelle de la Caro- line, i;ol. II. pag. 4S. £? les Foyages de Kalm , partie 2. page ",0. LI C ® 266 > enkele dromcryen , dat deze Die- ren voor dcrzelver vervloeking bewerktuigde voeten (6) of vleu- gels zouden gehad hebben; en overzulks behoord het gemis van deze leden ook als geen ftraf aan- gemerkt te worden. De overdrachtige fpreckwyze, waar mede de vloekffcraf, dat "ze „ op haar buik kruipen en itof eten j, zouden," (7) overeenkomdig het gebruik der Oofterlingen uitge- drukt wordt, kan , na vergelyking met (6) De Talmudiften tekenen aan, dat de Engelen de voeten der Slangen, wan- neer dit Dier veroordeeld was om te kruipen, afhiewen. Zie PoLus over Je- REMiA Hoofdft. 4Ó, vf. 22. (7) Het isopmerklyk dat Jesaias (cap. reSi qtie de dire que ces Ani- maux avant leur malediciion aient eit des piedi (6) on des ailes; ü ne faut donc pas confukrer la privation de ces membres comme wie punition. La fa^on de parier allégorlquey qui exprime conformement a rufage des Orientaux la malediction des Serpens, Jgavoir " quils marche- „ roient fiir leur ventre £? mange- „ roient la poiijji ere i'' (7) nc fnii- roity (6) Les Tbalmudifles renmrquent , cim les Anges ont coupé les pieds des Serpens , lorsque eet Animal fut condamné d ramper. Voyez PoLüs fur Ie cbnp. 45, vf. 22. des revelations de Jeremie. (7) Il efl tres rmarquable qu'Es&'iB Qcbap, C © 25; © ) roet overccnftcmmende fpreekwy- zenin de gewydc Schriften voorko- men- 6s vf. 25.) alle iv/yfcling, rakende het ftof eten der Slangen, wegruime. De Profeet zich bezig houdende , om aan "Gods volk de vredcn te verkondigen, en de belofte van zegeningen bekend te nn- ken, voorfpeld gcbeurtenifTen, die men voor onwaarfchynlyk keurde, en ver- kieft, om zich diensaangaande nadruklyk te verklaren, den aart van wilde en fcha- dclykc Dieren, anderfints den fchrikvan 't Menfchdom, als gelenigt voor te ftel. ]cn ; de Wolf en het Lam zouden te za- men weydeii, de Leeuwen zouden als Runderen (troo eten , en ftof zou de fpy- zc der Slangen zyn. Ik laat de verkla- ring der geeftelyke geheimen den God- geleerden over; het is zeker dat de let- terlykc zin onbctwillbaar onder(teld,dat flof roit,fi on la compnre mix termes coiu cordans qit'on rencontre dans les Li' vres Ccbnp. 6) 'üf. 25.) léve tout doute relati- 'üsucnt d ce qus la poujftere feroit la nour- rilure des Serpens. Le Prophete, occupé i annoncer au Peuple de Dien la paix, 6? lui faire connoitre les henediEtions promi' fesy prédit des événemens qu'on m croit pas vraijemblahks i £? pour s'exprimer fiir ce fujet avec énergie, il fe plait i depeindre le caraStere d'Animaux fauva' ges ö> dangtreux, qui font ordinair ement la terreur des Hommes, comme s'ils êtoi- ent apprivoifés ; le Loup ö" l'Jgneau Qvoi- ia fes propres termes) paitront enfemhle , le Lion mavgera du fourage comme le Boeuf, fcf la poujfiere fera la nourriture da Serpent. Je laiffe aux Tbéologiens l'expli. caiion du fens m\flique ^ fpirituel ; il efi certain cependant, que lefenslitteralfuppofe in» LI 2 C €^ 2Ö8 5 mende, geen ander gezond denk- beeld uitleveren , dan het geen ge- vormd word van een flaat van ver- nedering , die of fchandelyk of fraertclyk is. Het was voor het eerfce paar Menfchen niet fchan- delyk voor de fchennis van het proevgebod , geheel naakt te gaan , noch voor de Slang, aleer zy Eva verleid hadden, over het nog niet vervloekte aardryk te kruipen. De kundigfle myner Lczeren zullen zich mogelyk erinncren, hoe Petrus Bellonius gebal- aemde Slangen met vleugels en poten , zegt gezien te hebben ; welk Hof de ey^enaartige fpyze der Slangen Biet is. vres Sacrês, ne faiiroit fournir raifonnahlement aiicune autre idéé , que celle qiionfeformeroit d'tin êtat d'biimiUation honteufe oii douJoiireit- /f. // lutoii pas bonteux poiir ks deux premières Créaturcs humaincs, avant qnclles euJJ'eiit violé Ie co.n- mandement d^épreiive, d' aller entie- rement a mul; ni poitr Ie Serpent , avant qiiil eiit féduit Eve , de ram- per fiir la terre laquelk netoit pas encore maudite. Les plus injlruits d'entre mes LeSteiirs f e r appelier ont peutétre-, que Petrus Bellonius rapporte d'avoir vu des Serpens emhamnés qui avoient des ailes & des pat t es; que mcontejlablement que la poujjtere n'ejl pas l'aliment caraSteriJli^us des Serpens, C © 259 ® ; welk Dierzoort uit Arabien in E- gipten zoude vliegen; of hoc Pli- Nius, iELiANUs en Solinus getui- gen, dat zulke Slangen het on- gedierte, 't geen, na de over- vloeying van den Nyl, uit den modder hervoortkwam , kwamen opeten. Dat ook Americus Vespucius verhaald , dat er ge- vleugelde Slangen in America ge- vonden worden ; en om geene ge- tuigeniflen van dien aart meer te Eoemen, dat de overblyvzelen en gedenkltukken der oudheid geene af bceldzels van gevleugelde Slan- gen ontbraken. Dan de zulken gelieven zich daarentegen insgelyks te herinne- ren, hoe vaak de kond de Natuur misvormt; en hoe kragteloos het be- qne cette efpece d'Ammanx vole d^AraVte en Egypte; 6f ([us Pli- NE , Elien S SoLiN ajjïirenti que CCS Scrpens la venoïcnt man- gcr la vermine produite da //- vwn que Ie déhordemeut du Nil IciJJe apres fol. Q^i" Americ Vespuce rapporte aujp , quon trouve des Scrpens ailés en A' merique ; {j? poiir ne pas faire mention d'aiictin autre temoigna- ge de ce genre , qiis parmi ce qiii nous rejle de monumens anti' qucs on voit des fgures de Ser- pens ailés. Mais'ks meines perfonnes vou' dront hien aujji Je rappelier a Tencontre , que l'art defigure foti' vent ia Nature, ^ que l.i preii* LI 3 V9 C © 270 ^ bewys is , om het beftaan van Slan- gen, die vleugels en voeten heb- ben , buiten tegenfpraak te flellcn , het geen genomen word uit de vergelyldng van hchameu, die al voor vcele eeuweia door het By- geloov gebalzcmd, en dierhalvcn zeer ingekrompen en verdroogd, of miflchien zeer 't zamengedrukt, uitgerckt,of door vreemde byvoeg- zslen onkenbaar gemaakt zyn. Althans dit bewys is van weinig .iiicer waardy, als de onbedachtza- me üelling , dat bewerktuigde en le- vendige Dieren uit de verrotting kunnen voortkomen. Dan waar- om behelpt men zich met deze faalbare bcwyzen? Laten de voor- ftandcrs dier gevoelens het ge- well aanwyzen, waar thans diege- vlcu- ze potir demontrer incontejlahh- ment rexi/lence de Serperis ayans des ailes G? des pieds, tirée de la comparaifon de corps emhau- més par des motifs fupcrjiitieux deja depiiis plufiears Jlecles , ^ qui par confequent fe troiivent tres retirés S défechés oii peut* être tres comprimés, étendus ou rendus méconnojfahles par ce quon y a ajotité d'étronge, que cette preuve dis je eji tres foible; du^ moins elk iie prouve guere plus que rhypothefe inconftderée felon laquelle la putrefaSlion produiroit des êtres organifés S ^'ivans. Mais d'oU vient que Ion fe contente de pareillcs preuves équivoques ? Qiie les defenfeurs de ces opinions indïqueut k pays oh ces Serpens oilés 271 vleugelde en bevoete Slangen zich ophouden, of een enkelde van de- ze vHegcnde Schepzelen te berde brengen. Anderen zullen met my meer- malen hebben opgemerkt, hoe de Ontdekkers van te voren onbeken- de landen, door het wonderbare vooringenomen , vaak heuvels voor bergen, en Dwergen voor Reufen aanzien; het vreemde verbyHert hen , en de vrees kan de voorwer- pen wonderlyk veranderen en uitermaaten vergrooten; ook pleeg de lichtgelovigheid, die fomwylen door bedrog vervangen word , veel- tyds de hoofdrol op het toneel der Natuurgefchichten te fpelen. Ik heb in deze Verhandelingen be- reyds ailés Ê? qtn ont des p'ieds hahi- teut prefeniement , on hien quils nous fajfent voir me feiile do ces Crêatures volaiites, Siirement que d'autres nurontauffi hien que moi ohfervé plufïeurs fois, que ceux qui ont fait la décoiiverte de pays inconnus jusqiialors, pre- occitpés par Ie merveilkux iprennent fouvcnt des collines pour des mon- tagnes S desNains pour des Géaus; iïs font éblouis par ce quils voyent Sètrange , & la peur peut changcr prodigieujement ^ augmenter con- fukrahlement les objets ; £? Fon voit que la credulitê^remplacée queU quefois par la troinperie, joue Jou- vent Ie premier rok au theatre de riJiJfoire de la Nature, jf'ai deja fait C © =72 © ) rcyds opgemerkt, ^8) hoe men ter goeder trouw geloovd, dat in de- ze Landfchap kroondragende Slan- gen gevonden worden; elders ver- beeld men zich twee- en meer- hoofdige Slangen gezien te heb- ben; (9) enwaarlykeenemecrdan gemecnc fterkte van geeft fchynd er nodig, om de eenvoudige waar- heid over herzenfchimmen en on- trouw te doen zegepralen; im- mers (8) BlaJz. 37. (9) Ingeval het waarachtig is, dat de Slangen , zo als Aristoteles &. Plinius getuigen , zich by de koppeling zoda- nig door £cn vlechten dat het maar een Dier, 't geen twee hoofden heeft, fcnynt te zyn; kan dit lichtelyk tot het denk- beeld van tweehoofdige Slangen aanici- . ding gegeven hebben. fait ohferver dans ces Mémoires , (8) quon croit de honne foi que dans et Pays on iroiive des Serpens couronnés ; ailleurs on slmagi' ne avo'ir vu des Serpens h deux OU pluficurs têtes-^ (9) c? ron paroJt avoir réellemcnt hefoin d^u- ne force d'esprit pour faire tri- ompber la fimple verité ■, de chi- mères 6? de la mauvaife foi; car que de monfres^ qui nont ja- C8) Fag. 37. (9) En cas qu'il foit •veritable qut les Serpens, comme l'ajjurent Aristote £ƒ Pline , s'entrelacent tellement pendant V accouplement , qii'ils paroijjmt étre un feiil j^jiimal è. deux têtes, ceci peut aife- inent avoir donné Hen a Vidée de Serpsns a deux tétes. C © 273 ® ) mers welke \vanfchepzels , die nooit eenig beftaan hebben gehad dan alleen in (toute of vreesachtige verbeeldingen van wecldrige of kruipende vernuften ; z>ti er niet al , jazelfs door beroemde mannen , ik meen Aristoteles, Aelia- Nüs, Plinius, en later door Aldro- vandus,Gesnerus,Joiinston,Va- LENTiNUsen anderen, bcfchreven ? Dan het al te grote vertrouwen, op het verhaal van beruchte fchry- vers , heeft meermalen doen do- len. Een Natuurbefchouwer, die zelfs nafpeurt en denkt, word door vrees nog bygeloof , de bronnen der dwaling , bedwelmd of door overyling verrafl:. Hy onderzoekt en ontdekt. Ik heb reeds opgemerkt , dat lang. jamais exhtés qti'umqmmcnt dans l'imaglnation bardie ou timide d'eS' prits temer air es on rampans , ne troit- ve f on pas decrits mêmc par des hom- mes ceUbrcS', tels qiC Aristote, E- LiEN, Fli NE , £? plus recemmeutpaf Aldrovande,Gesner,Johnston, Valentin 6? d'autres? La trop grande conpance ,qu on a ene au recit d' auteurs f amejx, afouvent induit en erreur. Un Naturalisten quifait des recherches S penfe de par lui même-, neft point ojfusqué par In crainte ou par la fuperjlltion^ foitrces de l' erreur , ni furpris par la precipitation. Cejl en re* cberchant qu'il fait des découver- tes. yai de ja remarquê, que lafiga- M m re C ® 274 ® D lang , dun , rolrond , en van vleugels poten en vinnen ontbloot , het eigenaartig uitwendig gelaat van alle Slangsoorten zy: echter on- derfcheiden zy zich door de een of andere byzonderheid ; eenigen hebben platter, anderen ronder koppen : de Staart is by de eene zeer flomp , by de anderen min of meer elsvormiger uitlopende rfom- migen zyn rondom met gefchaliede fchubben bezet , anderen hebben heele of ten deele halve fchilden langs den buik; en noch anderen, ontbreeken deze allen: eenigen heb- ben flagtanden en zyn gevaarlyk , wegens derzelver vergivt ; ande- ren ontbreekt deze werktuigen, en zyn zonder venyn : fommigen baren levendige jongen , anderen leg. re cara^erijlique exterieure de totu tes les especes de Serpens, confijle en ceel j qtiils foieni longs, effilêsy cylindriqnes y fans ailes^ ni pattes, ni nageoire ? ; ils different et pendant entr 'euxpar ds certa'mesparticula' rites; les mis ont des tétes plattesy les autres en ont de plus arrondies : chez les uns la queue ejl tres ohtufe, Ê?yè ter mine chez les autres plus OU moins en forme d'aleine: il y en a qui font entierement couverts d^ecailles comme d'une cotte de mail-* Ie, d' autres ont des ecailles entie- res,ou en part ie des demies ecailles , Ie long du ventre; ^ il y en a d'au- tres, qui n'en ont point du tout: les tms ont des dêfences, ^ font dan' gereux par leur venin; ces injiru' mens manquent Deze Tanden hebben met die der V^ifTchen gemeen , dat ze geen ge- fchikcheid hebben om de fpyzc te vermalen ;zy dienen in dit opzicht alleen maar als haken. Ingeval men nu wil, dat het eigenaanig en on- derfcheidend kenmerk derTanden, het vermalend vermogen der fpy- ze zy , laten \vy dan deze werktui- gen de naam van kaakhaken ge- ven. IntulTchen kunnen ze met deze kaakhaken gevoelig byten , en de Schepper der Natuur heeft de- ze werktuigen voor myne onder- werpen ook als wapenen veror- dend , voor welken vcele ander- zins machtiger dieren fchrikken. Andere levendige fchepzelen heb- ben andere middelen, om zich te- gen vyandclyke aanvallen te ver- de- Ces Deiits out ceel de conmiw a* vee celles des Poijfoiis , queues m font pas dispofées potir moudre les alhnens; elles ftrveiit è eet égard fimpkment en guife de crocbets. Or fi Pon pretend que Ie cara&ére propre £? dijlififfif des dents con- fiite dans la faadté de moudre les alimens , nous dontierons cl ces injlrumens Ie nom de crocbets ma- xüïaires. En attendant ih peuvent mordre au vif avec ces crochets maxillaires : ^ l Auteur de la Nature a donné aux Animaux dont je f ais ici la defcription , ces injiru- mens pour leur fervir de defences proprcs h effrayer dautres Ani- maux , qui au re/Ie leur font tres fupeneurs en force. D'autres cré- atiifts vivantes pojfedent d^ au tres moyens C © =89 ® ) dcdigcn of die te ontvluchten. Men weet dat de tanden van fommige dieren tot verfchillende werktuigen bearbeyd, of tot andere gebruiken voor den raenfch dienflbaar ge- maakt worden. IMaar Vv'ie zal de llachtanden der Adders > óeze ge- vaarlyke wapenen! naar de dood dezer dieren nog voor nuttig dur- ven keuren ? Evenwel worden- ze door eenige Noord Araericaan- fche volkeren , by wicn de no- dige werktuigen van yzer ontbre- ken, gereynigten tot Lancetten om adertelaten gebruikt.(i8) De gefplete flange tong fchynt wei- (i8) Kalm reyzcn. moyens poiir fe defendre contre les attaques de leiirs enfiemis, oii pour leur echapper. Ferfoiitic nignore qif on travaille les dents de certains animaux , afm de poiivoir 5' enfervir comme d' injïnimens , oii bien que les hommes les approprient ci diferens tifages. Maïs quioferoit apres la mort des T'lperes confeiller encore d' emplo' yer leiirs dents canïnes , ces defen- cesfi dangereiifes ? De certaines na- tions cepcndant de l" Amerique fep- tcntrionale-, qiii font privées des ifi~ /Immens de f er les plus néceffaires, nettoyent ces dents G?^' en fervent en guife de lancettespourfaigner. (18) La langue fendue du ferpent ne paroit (18) Voyages de J^KL^u Oo ( 290 © ^ w'eynig tot de vorming van hetge- luic mede te werken; ce fpraak dezer dieren gelykt meer naar een geblaas dan naar een flem ; men heeft het de naam van fyfelen ge- geven. (19) Deze tong beftaat uit tweeplat- achtige lichamen, die ieder ineen fpits uitlopen; zy heeft het vermo- gen om zich een tamclyke lengte buiten den bek te kunnen uitrekken , en zich zeer gezwind gints en her- waarts te bewegen. 'Waarfchynlyk heeft deze beweging aanleyding ge- geven tot de dwaling, (^20) even als (19) Lucanus roemd dit geluid Stri- iere. (ao) Men corjeeld meer malen kwa- ]yk om dat men de vcrgelyking kwalyk maakt. paroU pas contrihuer heauccup a la formatïon du f en;', Ie lav.ga" ge de ces animaiix rejjemhle plus a uu fouffle ([uh um voix; aiisfi Ta* t-o:i nommé fiffl^ment. (10} Cctte langue efl formée de deux corps applattis , qiiife termïnentcha^ cun en une pointe; elle a la faciiUè de ponvoir s^élancer ajjez kin hors de la gueule, ^ defe monvoir avec heaiicotip de rapidité de coté ^ d'autre. FraifemUablement que ce mouvement aura donné lïeu au/en- timent erroné, Q2Ó) fgavoir qm css ani' (iv) LccAiN cppells ce Jon ÜriJcrc. (20) Onjuge Jouvent 7nala cauje quon compare mal, tf /'ok forme des opiniom er- roTiéis C © 291 © ) nis of dezedierenlmnnetongenkon- denfcherpen , omdat men dezelve vergeleken heeft met de beweging die by bet aanwetten en fcherpen van mesfen plaats hecft,in\velke oef- fening byzonder de oude dienaars van het Akaar,die dagelyks zo veele beesten ten ofr eraangebracht,open f lyk moeften flachtcn , ontwyfclbaar buiten gewoon afgericht zullen zyu geweefi: ; en uithoofde derfchynba. re o ver eenkom fl:, diementusfchen het een en ander opmerkte, zal de or.derflelling zyn geboren, dat maakt , en mTi vormt dan verkeerde denkbeelden, wanneer men de fom der vergelyking niet goed optcld of aftrekt; wy dwalen vaak in deze twee enigllc be- ginzelen der rekenkunde. animaux peuvent aigulfcr leur langue , par ce qnoii l'a co:np.:ré au mouvement qii'on fait lorsq ion paffe on qJon aiguife des Coiite- aux : ks ^liinftres de raiitel^ qul êioknt ohligés de tucr tous les jours aux yeux de tont Ie monde tant de bêtes quon venoit offrir en holocaiifre , devoient être fans doute tres adroits a eet exercice; êf la conformité apparente qu'on appercevoit entre Vun G? PaU" tre , aura fait iiaitre la f/ppojï- fion, que les Serpens s'aiguifoient par* ronézi hrs quon n'additionne ou qu' on ue foujlrait pas bien la foiinm de compci^ raijüii; nous errons frequemimnt dans ces dsux principes de Varitbmetiqüe, Oo a m 292 ® ) de Slangen ook door die beweging de tong fcherpen ( 2 1 } , ten eynde daar mede zekerder en dieper te kunnen kwetzen ; want men ge- loof- (2 1 ) De Koninglyke en gcwyde Dichter (fl) maakt van dit volksbcgrip een dicht- kundig gebruik. Zophar heeft zich ver- noedelyk infchikkelykheidshalven naar dit hecrfchende denkbeeld gedragen, wanneer hy van de huichelaars zegt, dat de tonge der Slange hen dooden zou- de (i)- Daartegen heeft de Spreukfchry- vcr (c)sde Prediker (i).en Amos den Voor- zegger (O zich natuurkundiger uitge- drukt , wanneer zy dat geene waardoor de Slangen of Adders beledigen, geen- 7.\as Jleke?i y miar uitdrukkelyk byten noemen. (a) PsAt.Mi40vs. 4- (b) Job Hoofd H. £o VS. 16. (c) Hoofdft. 23 VS. 32. (d) Hoofdft. lo VS. 8 en II. (e) Hoofdft. 9 VS. 3. pareillement la langue par Ie mo' yen de ce mouvement C^O ' ^fi^ de poiivoir par fon moyen bleffer plus fiirement &' plus profonde- ment; (21) Le Poëte royal é? facré (a) em- ployé ce prejugé vulgaire u un icfage poïti- que. ZoPHAR s'efi conforme vraifemblable- 7)ient par complaifance a cette opinion reg- nar.te, lorsqu' il dit des bypocrites , que la langue du ferpent les tuera (i). ^u contraire V auteur du livre des Proverbest (c) V Ecclefiaste , (d) [^ le Prophete Atsios (^e) fe font expiimés' plus pbyfiqimnentf lorsqa ils appelknt l'aRion , par Liquelle les fgrpens ou les viperes hleffent , nulk' ment piqucr, mais expreffement mor- die, (fl) PsEAUME 140 VS. 4. (fc) Jon Cb. 20 w. 16. CO Cb. 23 -OS. 32. («O Cb. 10 w. 8 Êf II. (O C/j. 9 w- 3 293 ©; loofde dat de tong de wonden toebracht en het venyn mededeel- de. Dan daar is er ook welken zich niet vergenoegen , om de Slang met de tong even als de Byen met hem* Angel te laten fceken ; en noch and'jren brengen tweehoof- dige Slangen op het toneel (22), waar van men het eenenaar wille- kem-als de ftaart kan aanmerken, en beyde deze koppen zouden ook zulke tongen niet ontbreken. Dan kun- (22)Amphisbcnae7,yngcec Slangen die in der daad twee Koppen hebben, maar men kan op eenige affland, vermits de fchynbaregelykvormigheid van deze bey- de uiterftcn, het eene van het andere lid n:ct gemakkelyk onderfchcidcn. ment , c(ir on croyoii que la lan* giie faifoit la blejjure & commtu iilquoit Ie venln. Il y a en oiitre des perfonnes qui ne fe contentent pas de faire piqiier Ie Serpent avec fa langue tont comme les Aheilks avec leur üiguillon, mais qui produifenf encore Jur la fcene des Serpens h deuxtêtes C22), dont on ejl mat' tre de confiderer Vime comme la queue; S felon eiix ces deux tê- tes auroient auff de pareilles lan- gues» (22) L?j Amphibenes ne font pas des Ser- pens qui ont effeüivementdeuxtêtes , mais^ quelquedistance, "vu laconformité apparenie de ces deux extremités, on ne Jaw oit Jacile- ment distingiier Vun de ces membres de l'autTi. Oo 3 C © 2P4 © -) kundige Natuuronderzoekers we- ten beter, en laten aan fpelende ver- nuften het ydele vermaak over , om het onveranderlyk ontwerp der Schepping naar eygcne zinnclyk- lieid uittebreidcn ; het lufc hun niet , ingebeelde werelden te vormen. Het is niet onwaarfchynlyk of ^eze tong is , even als die der Flage- diflen , dienflbaar om gekorvene diertjes te verfchalken en te vangen; immers men heeft meermalen Vliegen , IMieren en zoortgelyke Schepzelen in de magen der Slan- gen gevonden. De Natuur heeft een meer dan gemeene voorzorg gehad , om dit tedere lid voor alle kwetzing en verminking te beveiligen waar aan het gties. Mals de fgavans Islaturalhtes font perfuadés du contraire , ê? J'^iJJent üux gen'ies enjoués Ie vam plaifir aétendre felcn leur caprice k plan invariahie de la crêation; il 11 aiineut pas a prodiiire des mon- des iiuaginaires. Cettc langue , tont comme celle des lezardsyfcrt vrajfemhlahkment a attraper ^ h prendre des infec^ tes ; car on a fouvent trotrcé dans r estor.tac des ferpens, desmouches, des foiirmis S' d' aiitres creattires fcmbhbles. La Nature a pris un foin plus qu' ordinaire a préferver ce memhre délicat contretouteespecede hlejfiires c? d'accideus , aiixquelles il oiiroit C © 295 S) D het anderzins door deïpartclingen der gevangene dieren, en dcr/.elvcr gcwcidigo pogingen tot ont!:o- niing, vcelry ds zoude bloodgefceld zyn ge\vce(L Zy heeft hetzelve door de j'uchtbuis of longpyp tns- fchcn bcydc ondcrkaken gelegen, (23} bccekt. Deze buis is zamcn- gelleld uin kraakbeenigc ringen , welke door een vlies of huid over- trokken en dezervocgen aan een gehegt zyn ; en ftrekt zich van het uiterfle eynde der onderlip tot aan de long , tsr rechter zyde van het lichaam leg-sjende, uit: en aldaar vv'ordcn de gcheele ringen door halve ringen vervangen , welke laatlle ter linker zyde van de long aan ^uroii êté fans cela tres fouvent ex» pofé par Ie fretillement des mii- ir.atix qtii fe trouvent pris S p^r les ejforis -ciokns qiC ils font pour s'échapper. Elk V a couverte par la trc.chée artere fituée entre les de:>x macJioires inferieur es (23). Ce canal ejl compofé d'anneaux car- tilaginsux enveloppés d'iine mem- brr.ne on d^iine peau qui les joint enfemble, êP qtii s' ét end de rex- tremitê de la kvre inferieure juS' qiCan poumon^ place au coté droit dn corps ; c) eet endroit la les demi-anneaux prennent la place des anneaiix entiers; ceux Ih font at ta- chés a gauche du poumon h fes mem- hranes , tout comme les auneaux entiers (23) Zie hier voor Bladz. 40. C23) Vö-jez ei desfus P.ige 40, C 2PÖ © ) aan derzelver vliezen , oven als de eerften , wederzyds aan de kaken in den bek zyn vaftgehecht; hier door word de opfchuiving naar bin- nen , en de toedriikking en ver- ftikking voorgekomen, welke zo dikwils ten kofle van het leven der Slangen gebeuren zouden , als een gevangen dier het keelgat en flok- darni, zoals dikvv^ilsgefchied, niet alleen vulde , maar zodanig verba- zende deedc zwellen (24), dat lichtelyk een mindervreerftandbie- dende longpyp zoude kunnen worden toegedrukt en geen adem- hdlim gedogen, wellce nu altoos 'o b cn- (24) Zie dusdanig een uitgerekte keel en flokdarm afgebeeld by Seba Th;f. Tab XXII Deel 2. entiers Ie font, de clwque coté de la giieule aux viachoires ; ce qui em- péche que la trachée artere ne foit poujfée en dedans ^-ne foit com- prïinéet d' on refitlteroit rétoiiff'e- ment, qui priveroii les Serpens de la vie aujp. fouvent que quelque ■animal pris rempliroit fion feule- ment Ie gozier & T oefophage , 7uais Ie gonfleroit fi prodigieufement (24) , quune trochee artere ^ quiofriroit vioins de refistance , fc trouveroit comprimée par la facUement aupoint d'ewpecher ainfi entierement la refpi ■ ration , qui actuellement va tou- jours fon train fans nulle interrup- tiofi , (24) Voyez la figure d'un gozier ö* d'un oejopb'ge fi confiderablermnt etendus, dam Seba Tbef. Tab. XXII. Vol. 2. c m m © ) onverhinderd gefchied , vermits de onderkaken , naar onder be- weegbaar, altoos volkomen mees- ter blyven om de opening der longpyp aan het uiterfle der lip opwaarts gericht zonder belem- mering de vrye in en uiiademing te laten verrichten. Deze longpyp heeft geen klepje om de lucht aftefluicen, dan daar tegen heeft ze het vermogen om door ccn foort van ringfpier de opening toetetrekken ; waar door ook tefFens belet word dat het wa- ter, wanneer de Slangen zwem- men , in de long kan doordrin- gen, want de neusgaten hebben geen gemccnfchap met dit inge- wand. De long, die netsgewys is za- men- iion, cV mitant que les inachoircs inferkures , qni fe meitvent vers Ie bas , confervent toiijoiirs une en- tiere liherté pour que llnfpiratioii £? r exfpiration puijfent fe faire Uhrement S fans gêne par la glot- ie OU r ouverture de la trachée ar- tere, qiii est dir'igêe vers Ie haut h l'extremité de la levre. Cette tra- cbce artere na poiut d'épiglotte pour contenir T air ■, viais a Feu- centre elle a la faculté de rejj^rrer la glotte par Ie woysn d' une espc'ce de muscle orhiculaire ; ce qni euu ptcbe en viême teins que l eau ne penétre dans les poumons , lorsque les Serpens nagent, car les narines n ont aucune communication avec ce vifcere. Le poumon, qui est d'une fuh' P p jlame. C 298 ) mengefbeld, heeft veele aderen en jQagaderen , dan geene kwab- ben, en fchynd alleen maar een verlenging van de luchtbuis te zyn ; onder dezelve is het hart en de lever gelegen. De flokdarm beflaat uit een en- kel vliezige buis , die in een Slang van twee voeten langte, meer dan acht duimen uitgeflrektheid heeft , en in den omtrek zeer rekbaar is ; dezelve begint waar het keelgat eindigt, en flrekt zich ter linker zyde van het lichaam langs de long het hart en de lever, welke byna vier duim lang is, tot daar ze door het begin der maag ver- vangen word, uit. De maag is in een Slang van de bovenbepaalde grootte om de twee dui- flance retimlaire , a heaticonp de veine s ^ d' ar ter es, mais pcint de lohes , 6f paroit n être qu' tin pro- longement de la trachée ar ter e; Ie coeur ^ Ie foye font fitiiés fous ce vifcere. L' oefophage confiste fmpkment en tin CQudnit memhraneux , qiti dans un Serpent de deux pieds de long, a plus de buit pouces d' éten- due-, (O? s" élargit facilement dans fa circonference ; il commence a r extremité du go f er , &" smetend au coté gaiicbe du corps tout dit long du poumon, du cosur 6? du foye, qui a presque quatre pouces de longueur, jusque Ih oh il fe t er- mine a r entree de r estomac. V estomac d' un Serpent de la grandeur ei desfus mentionnée a en- 299 duimen lang, en heefc drie vierde van een duim middellyns, de ge« daantc is kegelvormig, naar achte- ren puntig aflopende, en met een opening eindigende , waardoor de grove affcheydzelen in het ge- darmtc worden ontlast, terwyl de fynere en voedzame deeltjes door daar tce gefchikte mondjes op- gellLU-pr, u-yders door het gehele lichaam verfpreid , en overeen- komstig ieder lid gewyzigt wor- den. De maag (25) word gevormd door twee op een vast gehechte dikke vliezen, die , evenredig aan den ( 2 j) De maag der Slangen huisvest lan- ge dunne wormen, zie boven bladz. 239. ep.v'iron deux pcijces de kngueur far trois quarts de poiice de diamét re; faforme rcsfemhk a celle d' tin coiie, qtiife rctrécit en pointe vers fa par- tje posterieure , c? fe termine par mie ouverture , par oh les gros cx- créraens 5' évacuent dans Ie canal in- testinaU tandis que les pariicules fiihtiks 6? nutritïves ahforhées par depetits orijïces destiiiés a cel a, font distribuées enfuite par tout Ie corps Gf employees dans chaqne membre conformement a leur destination. V estomac (25) est formé par deux memhranes épaisfes intimement unies enfemble , qui, a proportion de (25} L'estomcc des ferpens renferme des vers oblongs, vcyez ei desfus page. 239, Pp2 C ® 300 ® ) den omtrek, meer dan de helft minder rekbaar zyn dan den flok- darm. De vloeyftof die zich in deze maag bevind , ontbind het aas langzaam , doch alle vede- ren , haair en beenders, worden wederom uitgefpogen. Wanneer het ingeflokte dier gro- ter is dan de maag op eenmaal be- vatten kan , gelyk dit zeer dikvvils gebeurt, blyft het overige deel in den fiokdarm , ter tyd de ruimte van de' maag nieuwe aanvulling toe- laat. De roofdieren kunnen in het algemeen , by gebrek van nieuwe prooilanger dan andere dieren vas- ten, en om my dezerwyze uitte- drukken, op hun vet teren; by- zonder heeft dat by de Slangen plaats, weüicn niet alleen ge- du- id la circonference de ce vifce- re prêtent plus de la ir.oitié moïns que F oefophage. Le fluhh contenu dans eet estomac, disfoul la proye lentemeut , maïs il re- jette toutes les plumes , le poil 6? les os. Lorsque T aiihnal avalê ep plus grand que ce que l estomac peut contenir en iine foïs, comme cehï arrive tres fojvent , le reste fe trowve alors logé dans rocfopliage, jusqua ce que le vulde fonné dans r est oma c f e trouve rempli de nou- veau. Les animaux voraces peu- vent en géneral jeuner plus long- tcms que d'autres, quand la proye leur manqite, £=? peuvent^ fi ï ofc m' exprhner ain/l , vivre de leur propre fond ; ceci a lieu fur tont parmi C0 301 0) durende de gehele winter, maar zelvs in de zomer , wanneer ze hare vryhcid misfen , drie of vier maanden , zonder nieuw voedzel te nemen , kunnen Ie- ven. Het alvlccs is ter rechter zy- de boven , en de galblaas onder de maag geplaatst. Even bene- den de maag volgen onmiddelyk twee teJIicuU (26^ met hunne e- pididymes; die aan de rechter zyde legt (26) Bladz, I 3 dezer VcrhanuClin ge fthrecf ik dac deze delen by het mannetje van buiten zichtbaar waren , dan nader onderzoek heeft myn feil ontdekt. Ik vermoede, dat het geen ik voor dezclven heb aangezien , de fwelÜDg derTperraaa'c^af vaten, die dair ter plaatze gevonden worden, zal zyn geweest. parmi les Serpens, quipeuventvU vre trois on quatre mois fans pren- dre de nouvelle nourritiire , non fculcmeut diirant /' hyver , nijts ausfi pendant F êté , en cas qn on les aye prvvês de leur Uhertê. Lt pancreas efl fitué a droite au dejfus de l" estomac^ S l^ "i'S- Jiciile du fiel au deffons. Tant foit peu plus bas que l' estomac , fe trouvent immediatement les deiH testkuks (^26) avcc leiirs ep'uV-i dy- (i6) j' ai ecrit a la page 123 de ce Memoire , que cbez Ie male ces parties s' ap. percevoient au dehon , viais un examen- plus exact m' a fait connoitre mon er- reur. Je foupgonne que ce que f ai pris poiLTcUes, aura êté Ie gonjlement des vais- feaux fpermatiques , qu' on trowce ei eet. endroit hh PP3 C © 302 © ) legt iets meer opwaards dan die aan de linker kanc; deze zyn overeen- komfrig het lichaam langwerpig van gedaante ,* uit ieder derzel- ve loopt een zaadleider tot aan twee vaten , die by het begin der flaart, alwaar de ingewan- den allen eindigen, gehecht zyn aan de binnen zyden der teelle- den , waarvan de man zo wel als het wyf met een dubbeltal voorzien zyn C^?)' ^'"^ ^^'^'^ •byzonderheid wierd in dit dun- ne en lange Schepfel veréifcht. Het (27) Charas heeft ons eene afbeel- ding van deze leden , als ook van de icgewanden eeoer Adder gegeven: zie zyne Nowuelles experiences fur la Vipere , estamp. i , 2 y 3. dymes ; celui du coté droit ejl fi- tuê un peil plas vers Ie kaut que celui du coté gauche ; cetix ei font tont comme Ie corps d' une f gure ohlongue; de chnqu uu d' eux part uu c on duit referent, qui abouiit a deux vaijfeaux , qui font attncbés au commencement de la queue, M OU tous les vifceres fe terminent , au coté interne des membres geni- taux , dont Ie male aufi hien que la femellefont douhlcment fournis (27}, 6f // fnlloit ahfolument que cette particularité eut lieu dans eet ani. mal Qi-j^ Charas nous a donné une figure de ces membres de même que des •vifceres d'une Vipere. Voyez fes nouveUes expe- riences fur la Vipere, plancbes i, 2 £? 3. .^^^ü ( © 3^3 ® ) Het midden van de buik word door de ingewanden vervuld , en des blcev er voor de ej'cr- flokkcn alleen de beiden zyden over 5 en deze moesten beiden bevrucht worden. Onder myne Lezers zullen waar- fchynlyk de zulken niet ontbre- ken, die opgemerkt hebben dat de maag der Slangen gemaakt is om dicrlyke wezens teverteren;of dat het eigenaartig voedzel dezer die- ren vlees is ; en vermits nu geen vlees zonder vernieling van leven- dige Schepzelen kan bekomen worden , zal veel licht een be- krompen en angstvallig denker vra- gen, of men dan aan de Dieren, voor den val der menfchen, de onftervlykheid weigeren, en het kwaad mal oblong SP effilé. Le milieit dn ventre ejl rempli par les zifce- res , deforte qu il ne rejloh pour les ovaires que les deux coiés, ^ encore devoknt ils être impregnês tous les deux. Surement que parmi mes Le&eur$ il s'en trouvera qui auront remar» qué que r estomac des Serpens est conforme de fagon è pouvoir dige- rer des animaux; on ce qui revi- ent au même, que la nourriture pro- pre de ces reptiles est de la chair; or puisque celle ei ne s" acquiert que par la destruction d'êtres vivans, un penfeur horné &^ fcrupuleux de- mandera fans doute, fi r on ri ac^ cordera pas aux Animaux /' immor- talité , avant la chute de r bom' me? ^ s' il faudra fuppofer que la C © 304 © ) kwaad des doods voor dien tyd onderilellen mag op dezen aardbol geheerfoht te hebben? Niemand duide hec my ten kwaden 5 dat ik alle dieren van den begmnen af aan itervlyk keure. Immers een van beiden moet waarachtig zyn , of dat er een gehele herfchep- ping na den val heeft plaats ge- had, niet alleen met betrekking tot het ia en uitwendig geflcl, maar in het byzonder ook tot het vernuft der dieren, ofdezel- ven zyn toen even zo wel als nu geftorven. Nu van het eer- fte vind men geen enkel bev/ys in de gehele gefchiedroUe waar in de merkwaardiglle gebeurtenisfen naar den val nauwkeurig aangete- kent zyn j en dierhalven moet het la mort ait de ja , avant ce tems la , exercé fon empire fur cette ter- re ? Oji il me foit permis de pofer poiir fur que des Ie commencement du monde , tous les animaux ont êté fiijets a la mort. Car run des deux dolt être "Jeritahle, ouquune metamorpJiofe totale ait eu Hen après la chute , non feulement eu égard a la Jlru&ure interieure ^ exterieure , mals ausfi relative- ment a l" instinct des animaux: ou hien qu' alors ils ayent êté wortels comme a pré f ent. V on ne trouve nulle part dans Ibistoire oh les événemens les plus remarquables arrivés aprés la chute font anno- tés, la moindre preuve de ce pre- mier fentiment ; par confequent Ie dernier doit être "crai. Mars en cas •<: © 305 © ) het laatste waar zyn. Is men ech- ter voor dit bewys onvatbaar, of twyfeld men of zodanig een her- fchepping in dit geval wel vol- llrekt noodzaaklyk was; eenige weinige opmerkingen zullen tot overtuiging dezer twyfelaars ver- ftrekkcn. Alle verdedigende en aanvallende wapenen, waarin zo middagklaar des Scheppers wys- heid en goedheid word ontdekt, waren voor de dieren geheel nut- teloos gewee:t. De Leeuw en het Luipaard zouden flroo en gras, ^e Crocodil en Haay Zeelies, de Arend en de Gier graan en krui- den hebben moeten eten, waar- toe echter thans hunne magen ten eenenmaal ongefchikt worden bevonden. Veele vogelen zou- den cas qn'on m puisfe faifir cette prciive , OU qS on dotite Ji wie pa^ rcille métamorphofe aie hien étê ab- folmmnt nécesfaire dans cctte dr- conjlance; il fnfira de quelqiies pen de reflexions potir convaincre ces fceptiqiies. Tontes les armes ojfen- fives Êf défenjives, dans les qiielles on découvre fi clairement la fa ges- f e 6? la bonté dit Créatcur, au- roknt étê ahfohnnent inutiks aiix animanx. Le Lion 6? Ie Lêopard aiiroient du manger de la paille &' de rherhe, le Crocodüe & k Réqtiin de f Jlgtie marine, V Aigle G? Ie Faittour du grain S des herhages; ^ quoi cependant l" on voit que prefentement leurs estomacs nt font point du tout propres. Plu- fieurs oifeaux, s'ils n'avoietit pas Q q ^ C © 306 © D den zonder andere bekken , en een Miereter by voorbeeld zonder een andere tong, by gebrek van voed- zel , nu uit wurmen en mieren al- leen beltaande, van honger heb- ben moeten llerven , of van de lucht hebben moeten leven, tot welkers vertering deze dieren geen magen nodig hadden ; en wat is zekerder, dan dat de Schep- per niets overtollig gewrocht heeft ? Maar ook de kring des verftands, de vermogens van de dierlyke ziel , moesten by eenige dieren in engere palen befloten, en andere met te voren ontberende kunstdriften zyn begaaft gewor- den; het zy dat deze nu dienen, om andere dieren te vangen of te ontwyken. Een Spin zoude het ver- eii d' atttres hees , 6P Ie Tmmioir OU la Tamandua , par exemple , qui ne fe murrit que de vers Êf de fourmis, s'il n' avoit pas en tine autre forte de langue , auroknt faut e d" alimens dn mourir defaim OU vivre de fair, pour la diges. tioii duquel ces animaux n avolent pas hefoin d' estomac ; car quy a-t-il de plus fur finon que Ie Cré- ateur na rkn créé de fuperflu? Mats qui plus est f les homes de r entendement, les facultés de T a- me animale, aurotent dn être con- temis chez de certains animaux dans de homes plus êtroites , d" au- tres auroient du être doués de pas- fwns fa&ices, qui leur manquoient auparavant; foit que celle<; cl fer- vent aStuellement a atraper ou h evi- C 307 © ) vermogen om een net te fpan- nen, en dus ook het werktuiglyk gcftel om de daartoe nodige dra- den te vervaardigen, moeten ont- broken hebben, en de Mieren- Leeuw geen trechter van zand of aarde hebben kunnen maken, of andere diertjes , die nu derzclver prooi worden, zouden meer voor- zigtigheid of kennis moeten ge- had hebben, om zich door deze middelen niet te laten vangen; trouwens dan zouden ze geene lagen of verfchalking van eenige vyanden te vrezen hebben gehad. Laat ik hier alleen nog by voegen, dat de veelvuldige voortteling van elk dierfoort, welke nu volftrekt nodig is om voedzel aan veel- vuldige andere dieren te verfchaf- fen, 1 eviler d" aiitres animanx. Une ytrr.ignée n" auroit pas eii lafacitlté d'oiirdir une toile , ni par confé- qiient V organe requis potir prépa- rer les fils nécesfaires a cela; Qp Ie Fourmikon n auroit fu faire un entonnoir de fable oii de ter re; oti les aiitres petits animaux, qui lui fervent a&uclkment de proye, au- roient dü posfeder plus de prudeU' ce Êf d' intelligence pour ne pas fe laisfer atraper par ces vioyens la; alors en tout cas ils n auroient eii a craiiidre ni lts cmhucbes ni les rufes d'aucun ennemi. Ajou- tons tiniquement encore, que la mul- tipUcation de chaqm espece d'ani- maux, qui a prefent est ahfolument nécesfaires pour fournir de la nour- riture ^ un grand nombre d'atu Q q 2 tres cmsosmy fen, zoude of ontelbaar minder , moeten geweest of een ballast dei- aarde {geworden zyn. En waar doch worden wy onderricht , dat de die- ren , de Slang zelvs niet uitge- zondert , om de overtreding der menfchen het Herven onderwor- pen zyn gemaakt ? of zoude de Tortel en het Lam een prooi der onverbiddelyke dood geworden zyn , om dat een kruipend dier , door een afgevallen Engel mis- bruikt was? neen voorzeker. Het fterven der dieren heeft gesn be- trekking tot de zedelyke werreld , en kan overzulks als geen wezent- lyk kwaad , of een vergelding voor kwaad aangemerkt worden. De lichamelyke onftervlykheid was alleen, aan het pronkbceld der Schep- tres animaux , auroit dti et re infini. ment moindre , ou feroit devenu im fardecu a la terre. Mais eiicore oh apprenom nous qm les animaux y fans même en exceptcr Ie Serpent, ont êté ajujettis a la mort, poitr les péchés des hommes? la Tourte- relle &' V Agneau feroient ils de- ven us la proye du trépas, a eau» fe qu'un Ange déchu auroit ahifé d" un reptjle ? ajfurement pas. La mort des animaux ii a nulle rela- tion avec Ie monde mor al, & nt fauroit par confequent être envifa. gê ni comme un mal réel, ni com. me line retrihution pour Ie mal. U ïmmortalité du corps êtoit tine gratifjcation foite imiquement a la plus parfait e des Crêatures qui hahitent cette terre, fous condtti- on C ® sop ^ D Schepzelen , die deze aarde bewo- nen, onder voorwaarden van ge- hoorzaamheid gefchonken. Jamaar zoude ook wel het eerfte paar men- fchen eenig den!:beeld van de ge- dreigde flrafvloek, " gy zult den Dood llerven, " hebben kunnen vormen'? ingeval dezelvennietda- gelyks het ilerven van dieren ge- zien hadden; immers wy oordelen alleen door vtrgelyking. Een le- ni^ins van de verflindende aart der roofdieren fchynd echter met betrekking tot den menfch, voor deszelvs val plaats gehad te heb- ben; dan deze neiging, het zy uit vrees of afkeer geboren, is onge- lukkig veraart , en deze en andere oorfpronkelyke voorrechten der gevallene menfchen zyn verzon- digt en verbeurt verklaard. Wy on d' oheijfance. Jlusfinos premiers Farens ciiiroient ils pti fe formef tine idéé de la mcikdiSlion dont ils êtoknt menacés, " tii moiirras „ de mort " , fi journelkment ils n avoient pas vu moiirir des mi' maiix ? car c est feulement en coni' parant que nous jiigeons. Le naturel devorant des animaux de proye êtoit cependant hien plus doiix envers Vbomme avant fa chute ; mais ce penchant pro duit par la crainte on par r averfon^- ejl malheur eufement dégêneré ; cé privilege ei, demême que S üutres privileges originels de Yhomme déchu , ont êté perdus par le po* ché. Qq3 jN'ous C© 310 0) Wy hebben hier mede de uk- en inwendige delen der Slangen, en by zonder van de drie hierland- fche foorten getracht meer alge- meen kenbaar te maken. De God- beid zelve is voor onze ogen on- zichtbaar, dan zy word voor een ontbolflerde ziel boven alle tegen- bedenking kennelyk , uit de be- fchouwing der vernuftige zamen- ftelling der dieren , welke nooit feilt, by het nauwkeurigfte onder- zoek, altoos overeenkorailig de behoeftens van ieder byzonder fchepzel ingericht, bevonden te worden. De Slang is ook in dit opzichte een fchakel in de gulde keten dier bewezen, welken door haar vermogen het ongeloovkluifte- ren, en de onzichtbare kragtdoen be- Notts voici parvenus o la fin de ce traite des porties externes: cf internes des Serpens ê? parti^ culierement de ceux de ce pnys. Nos yeiix ne fauroient voir la Divinité , mais il ejl incontejïahle qiielle fe fait counoitre u toat esprit tant-foit-peu cultivé, par la contemplation de la Jlructure in- gènieiife des animaiix , laquelle , poiir peil qu on V examine avec at- tention ^ fe trotive ton jours arran- gée conformement anx hefoins de chaqtie créature en particulier. A eet égard ei Ie Serpent ejl aujft tin chainon de la chaine d'or des preuves, qui par leur force redui- fent V incredule au filence f ^ rem- pliffent fouvent fon coeur d'admi- ration pour la toute puisfance hu viji- ® 311 bewonderen. Of zoude men nog mogelyk kunnen achten, dat een gevallige zamenloop van eenige fbofdelen, zodanig een kop en zulke ingewanden heeft kunnen voortbrengen, dewelken zo vol- maakt voor het hchaam der Slan- gen en overeenkomftig derzelvcr natuur en neigingen gefchikt waren? Ik moet by deze befchryving van de Slangen en derzelver by- zondere leden , nog eenige opraer- Jiingcn voegen , die tot haren aart en neigingen betrekkelyk zyn. Dat de meerdere of mindere ver- nuftige of volkomener werkzaam- heden van de ziel der dieren , al- leen van de bewerktuiging der lichamen afhangen, blyktook daar uit , dat eenfoortige dieren , die on- vijïble. Car il tt'est pasposfibki qu" tin concours fortnit de quelques atomes aïe pii prodiiire tine pa- reille tête £? de femblahks "oifce- res , Ji parfaitement arrangés poiir Ie corps des Serpens G? fi conve- iiahles d, leur nature 6f ó leur in- clination. y ajouterai a la defcription des Serpens ê? de leurs differentes par- tjes, quelques reflex'ions reloti'ces h leur naturel S a leur penchant. Les a&tons plus ou moins fpi" rituelles ou parfaites de /' ame des hêtes , dependent um'quement de kur organifation corporelle ; la preuve en ejl , que les animaux de la mê- me espece , qui ont fans doute la mêine :sBfr' cm 31.2 8) ontwyfelbaar eenfoortige zielen hebben j zelvs niet alleen ten op- zichte hunner uiterlyke daden , maar ook .ten opzichte hunner geaartheid van malkander veiTchil- len C28). Om nu van het een tot het andere te befluiten , en tevens in acht nemende dat al het ge- fchapene , 't geen wy meer van naby kunnen nafpeuren , niets overtolligs bevat, zo onderllel ik ,dat de zielen der dieren , in het afgetrokkene befchouwt , allen am malkander gelyk zyn, doch dat dezelven door de verfchillen- de (^28) Zo vind men by voorbeeld ver- nuftige en domme, goede en kwade flonden enz. fiiême forte d'/ime, different entre eux, ncn feukment eu égard ci leiirs aStions exterienres , mais ausfi re- lativement h leur cnr actere C28). Apn dom de conclure de run cl rautre, S en faifant attention que tont es les créatures, qui font Ie plus a notre portee ^ 11e contkn- nent rien de fuperflu , je fuppofe que les ames des bêtes conftderêes par ahJlra6iion, font toiites egales entf elles , mais que par la con- JfruSli-on êP r organifation diffe- rent es des corps, elles f e trouvent modifiées de tant de diverfes fa- nons, (28) C'est ainfi par exemple y qu'on troiive des Cliiens fpirüuels ^ d'autres qui font Jiupides ; des bcns ö' des mauvais Cbiens, ^ 313 ^) d-e zamenftelling en bewerktuiging der Lichamen op zo veele byzon- dere wyzen gewyzigt wordea, als 'er foorten van Dieren op dezen aardbol geplaatst zyn; en het is overeenkomfligmet deze verfchil- lende wyziging, dat men in de uit- oefening hunner vermogens , en in hunne neigingen, zo veele zicht- .bare en in het oneindige van mal- kander afwykende veranderingen .waarneemt. De gewrochten van het eene .dierfoort zyn veel kundiger of be- flendiger dan die van anderen : fommige Dieren zyn floutmoedig, anderen vreesachtig; deze listig, gcene voorzichtig; ecnige wreed, andere goedaartig ; by het eene Xoort woid meerder oplettendheid , vlyt gons, qu'il y a iTespéces d^ Aiii- maux fur ceiie terre ; ^ c' est conformement h cette diferentc modification , qii on oh/erve dans rexercice de kurs faciiltés S dans leurs inclinations iant de changC' mens remarquables , ^ qiii dijfe- nnt entre eux a linfinu Les oiivrages i tine espêce d' A- nimaux font faits avec heaucoup plus d'art 6? plus folidement que ceux des autres: de certains Ani- mauxfont courageux, d' autres fofit timides; ceux ei font rufés, ceux la prudens ; les ms font cruels , les autres doux ; on trouve chez R r iim .314 ® > vlyt en geüeugen befpeurt dan by anderen. Da^i ongeacht deze ver- fcheidenheden in de geaartheid, befpeurt men echter dat tot de be- trachting der eerfle en gewigtig- fle Natuurwet de neiging van alle Schepzelen,offchoon op verfchil- lende wyze , onwankelbaar en een- parig werkzaam is: deze wet wierd in 's werrelds kindsheid , door den Schepper der Natuur , met deze woorden, zyt vruchtbaar en ver- menigtvuldigt, het Schepzel inge- boezemt , en geen overtreding heeft iramer ditgebodgefchonden. De verordeningen weli^en hun- ne betrekking tot de opvoeding hebben, offchoon ook mede tot de eerfte foort der algemene Natuur- wetten behorende, dulden reeds afwykingen.. On- mie- espéce plus S atfentfm, de du ligence £? de memmre que chez Vautre. Mais nonohjlant ces dif- ferences dans Ie cüra&ere, on re- mar que cependant, que pour rem- plir la principale ê? l^ plus im. port ante loi de la Nature, Ie pen- cbant de tontes les Crêatures ejf immuahle 6? agit de concert, quoL que de maniere differente : eet te loi fut infpirée a la Créature par Ie Créateur des Ie commencement du monde, en ces termes: croisfez C5* multipliez ; ^ jamais aucune transgresfion ne viola cette loi. Les ordonnancesrelativesa r edu- cation, quoiaji appartenantala pre. miere clasfe des loix génerales de la Nature, fouffrent de ja quon s'en departe. Pa- ( © 315 ® D Onder -de Dia-en by wolken Man en Wyf , het zy beflendig , het zy voor een tyd, malkander aankle- ven (29) en trouwe houden, word de zorg over de opvoeding en de verdediging der jongen verdeeld; \'ader en Moeder dragen blyraoe- dig deze laft te zamen. By fom- migen der zulken, welken zich willekeurig vermengen , zonder ge- paart te blyven , word deze pligt van de Moeder alleen, en by ande- ren van geene der beide Ouders ge- vordert (30), en tüt deze laatften be- (29) Ik beoog die zamenleving , waar toe de Natuur de geaartheid van zommige Dieren infchikkelyk heeft ge- Inaak^ (30) Het getuigenis van den Heer BüF- Parmi les Animaux chez qiH Ie Male ê? l^ Femelle font attachês Sfidellesrtmh l" autre <, foit con- Jlamment , foit pafagermient (29) , Ie foin de /' édiication &* de la dé' fenfe des petits fe trouve être par- tagé; Ie Per e &* la Mer e portent gayement ce fordeau a cux deux, Chez de eert ai ns, de ceux dont la coptilation fe fait par choix , fans quils continuent il cohahiter enfemhle , on exige que la Mere feule remplisfe ce de'voir, Gf cl^ez d" autres aucim des deux Parens n''y efl ohligêQ^o) , R r 2 B (29) J'ai en vue cttte cobabitation , i laquelle la Nature a fait enforte que Ie caraEïere de certains Animaux fe confou mat. (30) Le timoignage de Mr. de Bof- FON; C ® 31^ ® } beKoren ook alle de Slangfoorten. immers wanneer de Slang haare eijeren op een plaats tot de uit- broeding gefchikt, neder gelegt, en den Adder of Hazelworm de jongen geworpen heeft , achten 2y zich wyders van alle verdere zorg ontflagen. Hcefc het kroost van andere Die- roN, hoe, namentlyk, in 't algemeen on- der de Dieren bewaarheid zoude worden dat de drift welke zy ter voortteling doen blyken, evenredig is aan de zor- gC'die zy- dragen voar hun kroost , is of van grond ontbloot , of de Slangen , en veele andere Keren die geen de ge. ringfte zorge in dat opzichte doen bly- Jcen, zouden die drift grotendeels ont- bleken , waar van echter het tegengeftel- ée- waarachtig is. Ê? parmi ces cUrnkrs doivent ttre^' rangêes toutes les espéces de Ser*- pens. Car lorsquele Serpent a pon» du fes oeufs dans un endroit con- venabk pour y être éclos, 6? qiiT- la Vipere on /' Orvet a jetté basfes' petits , ils fe croient debarasfés' de tont foin ulterieur. Si les petits des autres Animaii::' onp FON , favoir qu' on remarqueroit en géne^ ral parmi les Animauxy que la pasfion, qu" on leur voit pour la generation , e^tpro-' poitionnêe aux foins qu ils ont pour leurs petits,- ce témoignage disje est ou tont d fg,it denué de fondement, ou Hen les Scr- pens ^ plujieurs autres Animaux, qui ne font pas paroitre Ie moindre foin a eet egard , feroient alors privés en grande- partie dt tette pasfion , ce -dont vn obfv- ve cspendant tout Ie contraire. c© 3^7©:) Dieren hulp en tocverzicht nodig, de Adders en Slangen kunnen op hat ogenblik dat zy burgers van het Dierenryk worden, in hunne eigcnaarcige behoeftens voorzien» De zorgvuldigheid, die zo fchit- terend in de behandeling der jon- gen, by eenige Dieren, uitblinkt, en die de Slangen ontbreekt, word aangevult door de vroegere ont- wikkeling der vermogens van hun Teeld ; en dezervoegen ftaan doch alle betrekkingen der gefchapene dingen tot malkander, dat er met geen mogelykheid- iets- gebeuren kan, dat de zamenhang van het ondermaanfche zoude kunnen ont- fchakelen, zo lang het den wyzenen alvermogenden Maker van zo veele Werrelden behagen zal dezen Aard- onf hefoin de fecours 6? de fotm\ les Viperes G? les Serpens, des h moment qit ils font au nomhre des Animau'X , peutent poitrvoir ^ leiirs propres- hefoins. L' attentioit folgnenfe pour leurs petits , qui fe remarque fi eminemmsnt parmi de certains Animaux , & dotit Ui Serpens font depmrviis, est rem^ pliicée par Ie devehppement plus prompt des facultés de leur pro^^ genittire. Tciis les rapports des creatures entre elles font dnr.s me tclle relatim , que 'rien ob- fol'wnent ne feroit capahle de rompre la cbaine qui Ire entre eitx les êtres fuhlunaires , atnfi longtsmps quü plaira au fage S' toutpuijfant Créateur ' de tant de Mondes d'accorder cl ce Ghbe R r 3 ter' C© 318 ® ) Aardbol een plaats in ons Werreld- geftel te vergunnen. t' Is intusfchen niet te ontken- nen , dat de ouderlyke verdediging , waar van zich de jonge Slangen verdoken zien , en waartoe ande- re Dieren een bewonderenswaar- dige moed ingefchapen is, veele derzelven voor de vernieling zou- de beveiligen : dan dit gemis van verdediging is onbetwistbaar nood- zakelyk; want, behalven dat 'er wederom andere Dieren voedzel door bekomen, moeten 'er doch ook niet meer Slangen tevens be- flaan, als ter bevordering van het algemeen en wederzyds welzyn ,der Dieren , vereifcht word. Lust het de tegenftanders van dit gevoelen , een heirleger Spring- hanen terreflre une place clans notre fy- fterne planetaire. On ne fauroit discotivenir ce- pendant, que la protecfion des pa- reus , dont les jeunes Serpens fe trouvent privés, ^ h caufe de la- quelle d' autres Animaux font doués d'un courage furprenant , nenpre- ferveroit plufieurs de ceux la d'u- ne entiere dejlruction : mais ce manque de proteFfion ejl incontes- tahlement néce [faire; car, entre que cela procure de la nourriture a d' autres Animaux , il ne doit pas y avoir plus de Serpens a lafois, que r avancement dn hienêtre gé- neral ^ mutueldes Animaux n' en exige. Les adverfaires de cette opini- on, ont ils envie d'êlever contre mot C 319 0) hanen , Kevers , of Rupfen , 't welk ontzaggel yke verwoefting gewoon is natelaten , tegen my te doen ge- tuigen? ray fchynd genoeg te zyn aantemerken, dat deze fchynbare wanorder nimmer algemeen kan gezegt worden pLiats te hebben; immers zulke gebeurtenisfen be- palen zich niet Hechts tot zekere Landllreken, die in vergelyking van het geheel, in geringe aanmerking komen , maar zy worden ook maar tot zekeren tyd bepaald : men kan dezelven by buitengewone lucht- verfchynzels vergelyken, welker flikkering en uitwerking weleens verfchrikken , dan den geregelden loop der Planeten nooit ver- fchokken; en nog het een nog het ander floopt dierhalven die vol- maak- moi en temoignags tiiie armee de Sauterelles , de Hanmtons , on de Cbemlles, qui d' ordinaire traine aprés foi tin dêgot terrible ? il me paroit qu'il fuffit de remar- quer , qu'on ne fauroit dire que ce defordre apparent' piiisfe ja- mais avoir lieu géneralement; car de femhlahles évênemens ne font pas feulement bornés h de certains dijlri&s , qui en comparaifon de r Univers enPier n eritrent pas feulement en confidcratïon ; mais' out're cela ils n ont lieu que pour un temps limit é: on peut les com- parer a des mêteores extraordi- naires, dont reelat & les efets effrayent par fois , mais qui ne derangent jamais Ie cours régu- lier des Planétes 'g S ni l'un m C © S2D ® ) maakte order, waar ^door de na- tuur gcregeert word ; . dan zy die- nen -ons tot onderwys , en beves- tigen myne Helling, dat wanneer namentlyk het evenwigt , waar jn ■de betrekking der natuurlyke din- gen hangt, zal ophouden plaats te hebben, ook tevens de gehee- le natuurlyke werreld vernietigd zal zyn , de eene hoofdftof .zal de andere verilinden , en uit een regelmatige order zal een ver- Avard Chaos voortkomen. Tot welk .een ouderdom het ■leven ^er Slangen (3 O zich kan uitrekken, is niet nogelyk door proe- (31) Wanneer ik in deze algemener befchry ving het woord Slangen gebruike , merkt een kundig Jezer lichtelyk, dat ni r.autre ne fauroit par confiqumt detriiire eet ordre parfait qtd regne dans la nature; mais ceci mus fert d" in/i ruft ion , 6f confirme mon fentim-entj, favoir que lorsque /'&- quiUhre^ dans lequel fe trouve la relation mutiielle des clwfeï natu- relles, cejfera d' avoir lieu, Tuni- vers naturel fera anéatiti en mem .temps;un element engloutira r au- tre , Êf Sun ordr£ regulier l'on •verra fortir .un Chaos des plus emhrouillés. Ou ne fauroit prouver par dês experiences quel efi rage que les S er pens peuvcnt at t eindre (31}, vu (31) Lorsque dans cetts defcription gé- nerale j' employé Ie mot de Serpens, un LeSteur injlruit s' appergoü aifement qut 'ai C 32.r proeven te bewyzen , vermits op het zelvde tydftip, dat men deze Dieren van de natuurlyke viyheid beroovd , ook tevens de natuur- lyke trek, om voedzel tot het le- ven nodig, te gebruiken, volflrekt verloren word Cs^); doch inge- val opzichtclyk deze Schepzelen geene kennelyke afvvyking plaats hebbe, dan kan men aan dezelve geene zeer lange leeftyd toe eige- nen; ik hec geheele geflacht en niet een by- zonder foorc bedoele. (32) Sommigen pogen te doen geloven , dat de bezwangerde Wyfjes, opgeflo- ten zynde, voedzel zouden gebruiken; dan menigvuldige en verfciiillende proe- ven , gedurende een reeks van jaren ge daan , hebben al myn oplettenheid en geduld te leur geReld om dit te kunnen bcvcftigtn. VU qti au moment mêmc qu on pru ie ces Animaux de leur liberté naturelle , ih perdsnt en même temps fout appetit naturel pour prendre ks aliniem qui leur font nece^foires pour vivre (3 2) ; mais en cas qu oucune excefticn notoi' re ii aie Hen par rapport a ces Animaux , on ne fauroit leur ac- corder iine tres longue vie , vtê qu' on remarque une certaine pro- por- j'ai Ie genre entier ö* non pas une espéce particuliere en vue, (32) liyen a qui voudroient nous perfua- der que les Femelles pleinest quoiqu'étant enfermêes, prennent de la nourrittire ; mais nombre d" experiences diierfes faites pen. dant plufieurs années de fuite en vue de corifinr.er ceri, ent mis a bout toute tnon attention y toute ma patience. Ss C ® 322 ) nen; immers men neemt eenze- kere evengelykheid waar , tus- fchen de vruchtbaarheid en de duurzaamheid van het leven der Dieren ; die welke langzaam en minder dan anderen voorttelen, leven in het algemeen zeer lang. De Slangen nu, kunnen niet uit den kring der vruchtbare Dieren gefloten worden. Maar hier doet zich een zwarigheid voelen ; al- thans der Slangen vruchtbaarheid flrookt geenzins met die aangeno- mene regul, dat de Roovdieren , waaronder de Slangen geteld wor- den, minder dan anderen vrucht- baar zyn. Dan de Roovdieren , waarby deze mindere vruchtbaar- heid wel voornamentlyk word op- gemerkt , zyn in het byzonder de portion entre la fêconditd ^ la diirée de la lie des j4nimaiix ; ceux qui multipUent lentement S moins que d'aiitres, uivent en gé- neral tres long temps. Or on ne fauroit exclure les Serpens du noni' hre des Animaux fertiles. Maïs une difficulté s' off're ici , vu que la fécondité des Serpens ne quadre nullement avec cette regie recue , favoir que les Bêtes de proye , par- mi les queues on compte les Ser- pens , font moins fécondes que les antres Animaux. Or les Bêtes de proye i chez qui T on remarque prin- cipalement cette moindre fécondi- té, font particulierement celles qui par leurs forces prodigieufes ren- dent fans effet presque tous la moyens violens qu on employé con- tre C © 323 ® .) de zulken, wdkcn door derzel ver verbazende kragten meest alle geweldige pogingen, tegen hun gcbezigt wordende, te leurftcllcn, en zeldzaam de prooi van andere Schepzelen worden. Nu heeft juist het tegengeftelde by de Slan- gen plaats; zy worden door mach- tige Vyanden opgefpeurd en ge- dood ^ en door een nog groter aan- tal van vervolgers verflonden en tot voedzel gebruikt : onder de ccrfle behoren de Menfchen , de Honden, de Vosfen, de Bycn, de Mieren, enz. tot de laatile de Arenden , Reigers , Oje vaars, Hoenders (33), Var- kens (33) Het is nieconvermakelykecDge- vecht tre elks, (f qui dtvkment rnre- ment la proye d' autres Crenfures, Mais tont Ie contraire a lieu cbez ki Serpens; de puisfans Ennemis les poiirfuivent 6P les tiient ; c? d' autres en plus grand nombre encore les dévorent ê? en font leur nourritnre : pnrmi les premiers on compte les Hommes, les Cbiens, les Renards, les Abeilles, les Four^ mis, c?c. : parmi les dernier s, les yJigles, les Her ons, les Cicognes, les Poules (33)5 les Cochons (34), les Drocbets , S plujieurs autres A- nimaux ; par confequent la de^ JJruciion e/l en raifon de la ƒ(/- conditd, comme tin e moindre muU S s 3 tl' (33) l^ "'«^^ pö^ defagrcable de voir tin C © 3H ® ) kens Cs 4) » Snoeken , en meer anderen; de verflinding flaat dierhalven tegen de vruchtbaar- heid, als de mindere voortteling te- vecht tusfchen cenige Hoenders en een Slang te zien; de Hoenders een Slang ge- vonden hebbende, voegen zy zig dus- danig in een kring dat de Slang zich in het midden, en rondsom ingefloten be- vind, waar op telkens door een tevens , een uitval op de Slang ondernomen word, om aan dezelve een wonde met den bek toetebrengen, die de Slang door byten tracht aft', weren; dan zeldzaam gebeurt hstof zy word afgemat, gedood en als een lekkerny naar de Maag gezonden. (34) Het is in America niet onbekend, dat de Varkens de Slangen verflinden ; waarom men ze naar die plaatzen heen dtyft, welke men, zelvs van Ratelflan- gen, wil zuiveren.. tiplicatïon Vejl h un mowdre danger d'être attaque. Oiitre cela la fécondité des Ser- pens comparêe h celle des Pois- fofis im comhat entre quslques Poules £ƒ un Serpent. Les Poules ayant trouvé un Ser- pent, Je rangent en rond de fagon que Ie Serpent Je trouve au milieu 6? renferme de tont coté ; après quoi chaque Poule, l'u- ne apres l'autre, attaque Ie Serpent pour Ie bles/er d'un coup de hec, qu'il tacbe de parer en mordant ; mais il manque rarement d'être épuifé , tué , c? Jnaii^é comme un morceau friand. (34) Perfonne n' ignore en Ameriqtte que les Cocbons dévorent ksSerpens; c' est pour quoi on les cbnsfe vers les endroits qiion vsut purifier mêms de Serpens d, \ Jonneites. C ® 325 ® ) tegen het mindere gevaar van be- ledigt te kunnen worden. Maar ook is de vruchtbaarheid der Slan- gen in vergeJyking met die der Visfchen (35) en Kikvorfchen zeer gering. Maar behalven dè levendige Schepzelen , teld de Slang het Luchtgeftel onder hare dode- lykfle vyanden; de vorst en ha- geljagt doetze onvermydelyk om- komen , wanneer ze niet vroegty- dig" genoeg de loopgraven door andere Dieren gemaakt opzoeken , en door dezelvenaar onderaardfche ho- (35) De SnoeI-°D, bekende roofvis- fchen, teelen zelvs zeer fterk; dan een ontelbare menigte hunner kroost word door foortgelykcn en andere verflonden. fons (35) S? des GrenotiUles efi tres médiocre. Mais otitre les Crèatitres vivati' tes^ Ie Serpent compte au nomhrz de fes plus mortels ennemis Ie Clï-- mat ; la gelee Êf la grele les fait moiirir immanquaUement ,■ s' ils m fe retireut ajfez tot vers les tanieres que d' autres j4mmaux onP préparé j S s ils ne fe refugient pas par Ih vers les creux fouter- S s 3 rains- (35) Les Brocbets, poisfons voraces, eni gendrent méme confiderablement ; mais un r.ombre prodigieux de leur progeniture est devoré par leurs femUaiks ö» par d'autres- pois/ons.- C ® 32^ (B ) holen CsO 2"*^^^ begeven, om "er hec ftrer.ge jaargety ter beveiii- ging van het leven doortebren- gen. Zo diend meermalen het ee- iie Dier, zelvs vyanden, het ande- re; trouwens hier door word me- de die algemene order gcfchraagt, die de during van het Ryksgebied der Natuur reeds zo veele Eeuwen onafgebroken heeft uitgerekt. Een oplettend leerling in de wyduitgeHrekte Natuur-School, ontdekt hier wederom een bewys voor de onzichtbare en altcoswa- kende Zorg, wanneer hy gade fiaat, hoe de vermogens der Die- ren (36) In deze holen vind men meer- malen Slangen, Adders, Muizen, Mol- ]en, Rotten, enz. by malkander. rei/is (3 6), afin d^ypajjerlafai^ foii rilde, poiir coiifcr'ver leurs jours. C est ainft qu un ylnimal quoique l' enne mi d' un aatre lui reud fervice ; ccci au reJJe confer' ve eet ordre genera!., qui de ja de- puls tant de fiecles il prolongé fans iiïterruption la durée du regne de la Nature. Un difciple attentif dans la "jajle Ecole de la Nature , découvre ici de nouveau une preuve des foins invijlbles d' une Providence qui pourvoit at out, lors quilcon- fidere comnieiit les facultés des , Ani- (35J D^Kf ces c^vernes on trouve fou» lent enfembls des Serpens, des Fiperes, desSouriSi des Taup^s, des Rats, &'c. c© 3^7 ©:) ren door plaatfelyke omfliandighe- den minder of meerder ontwik- kcld worden (37). In de warme gewesten kcnd de Slang zynen do- delyken vyand, den Winter niet; zy is aldaar nooit bedacht, om zich voor denzelven te verfleken; dezulken daarentegen welken in ongunftiger luchtflreken zich ge- plaatst (37) -Dat ook de invloeden der lucht, zelvs op den geest der rcdelyke Schcp- zelen werken, dunkt iny bctoogbaar te zyn; immers dit is zeker, dat deze in- vloedcD niet alleen opzichtelyk de be- uekkelykc , maar ook opzichtelyk de eigcnaartige hoedanigheden der Schep- zelen werken. Onder de verzengde en bcvrozene luchtflreken zyn de Dieren in het algemeen de gevaarlykfle; zy ver- fchillen in uitgebreidheid, in geluit, en in kicurcQ. Animniix fe développent plus on moins par des circonflances loca- les (37). Dans les climats chaiids Ie Serpent ne coimolt pns r Hy- ver , Jon mortel ennemi ; jamais il n y penfe a fe cacher de lui; ceiix ld au contraire , qni hahitent des pays moins favorahles , fcmhlent favoir que Ie froid interrompt Ie cours (37) J^ '^'■"'■f 5''''«^ esi r.ijó deproii\:ers que V inp.ience de l' air agit viéme fur r esprit des Oéatures raifonnables ; il est du moins certain, que. les influences de l' air n' agisfent pas feulement eu égard aux qua- liiês relatives, mais ausfi eu égard aux cara&eres particuliers des Créatures, Sous les zones torrides t? glaciaks les yïmmaux font géneralemsr.i les plus dan- gereux; ils different en grandettr, en ton ds voix, ö* en couleur s. C 328 © ) plaatst vinden , fchynen kennis te dragen, dat de koude den loop ha- rer -vochten flremd (38), en dat zy onvermydelyk het leven zou- den moeten verliezen, ingeval zy de geftrengheid dezer geduchte vyandinne wilden trotfeercn. Het zelvsbehoud vordert dierhalven , dat zy dit gevaar in onderaardfehe holen trachten teontvlugten. Geen vrees nog voor geweld , nog be- kommering voor gebrek doet haar aarzelen deze duiftere wykplaatze te bet.ekken. Dan offchoon de oppervlakte der Aarde haar tot een fchild verftrekt, kunnen ze jechter het vermogen der koude niet ( iS!; Dit 7Aivde hecfc opzigtclyk' .yeele andere Dierea insgelyks plaats. cours de leurs humeur s Cs 8) , ^ quils ne manqueroient pas de per- dr e la vie , s' ils vouloient hra- ver la rlgeur de eet ennemi ef- froyahk. Leur propre conjerva- tion exjge par confequent qu" Hs tachent d'éviter ce danger, en fe refugiant dans des creux fouter- rajns. Ni aucune crainte de vio- lence, ni aucune inquietude de difet' te ne les fait hêfiter d" entrer dans ces flfyles ténéhreux. Mais qiioi. que ia furface de la terre les cou<- vre comme d' un houclier , ils ne fauroient cependant priver lefroid entierement de fon pouvoir ; la cir- culation de leurs humeur s s'arré' te; (38) Ceci méme a lieu pareiUement eu égard a plufuurs autres yfnimaux. C ©329.0) niet geheel te leur ftcllcn; de om- loop harcr vochten vvordgeftremt, waar door ze in ecncn byna levenlo- zen ftaat (3 9) gebracht worden, in welken zy gedurende ecnige maan- den zonder vocdiel of ontlasting loven. Hoc (39) Da: dczü veiftyving geen Hnp genaamd kan worden, blykt overtuigend, wanneer men dezelve met malkander vcr- gclykt ; wy moeten doch door tegcnücl- ling de afwykingen becyfcren. De üaap is overal aan de Dieren eigen ;eeneonaf- gebrokcre waakzaamheid is niet mogelyk ; en om niet meer te zeggen , de flapcndc kunnen door geluid en bLweging worden wakker gemaakt ; dan daarentegen hangt de verftyving in den winter van eene vreemde oorzaak af. dczeïve heeft overal geen plaats, en nog geluid nog beweging kan ze veranderen , en dus komt dezen ftaat nader by den dood als de flaap. te ; ce q-ii hs re. ■'tilt o tin et at de langueur mortdle CSP)' '^^'■^^ leqnel ils vivent pendmt qiieU'^ues mois fans noiirriiure ^ fans eX' crétions. Oiiou (39J // paroil inccntejlable , que l' onne fauroit appiller eet engoiirdiJJ'en.ent unfom- weil , peur peu qu' on les compare Vun i l' autre ; car ce 11 efl qu'' en conjrontant enfemble qu' on découvre les deviations. Par Uut Ie fommeil ejl propre aux Ani- viaux ; un élat de veille ininterrompue ejl impofjible; & pour ne rien dire de plus, on peut é veilier ceux qui dor mem en crU ant Ê? en les fecouant; mats V engourdii- Jement durant l'hyver depend au contrau re d'une caufe etrangere , il n' a pas lieu par tout, £ƒ ni Ie fun ni Ie mowcement ne fauroient Ie cbanger , deforte que eet êiat appioche plus de la mort que du fommeil. T t C 330 © ) Hoe elendig ru dit leven aan ons ook moge toefchynen, het maakt echter een gedeelte van het geluk der Slangen uit; immers zy zouden door gebrek gedurende den winter moeten omkomen, ver- mits ook andere Dieren, die haar tot voedzel dienen, zich insgelyks voor de koude verbergen. Dan wanneer de lente het verharde aardryk ontdooyt, en de verwar- mende uitvloeyfels der Zon de op- pervlakte doordringen , dan ook verdunnen de verdikte vochten der vSlangen, zy worden aange- moedigd van tyd tot tyd buiten de holen te kruipen en voed- zel op te fpeuren , waar door zy hare verlorene krachten her- ftellens en dikwils in korten tyd Ojfoique ce genre de vie nous- par oisfe miferahle , il fait ccpen- dant une partie du honheur des Serpens ; car ils devroient moU' rir de faiin dnratit rhyvery d^autant que d' autre^ Animaiix, qui leur fervent de nourritnre , fe cachent également , afin de fe préferver du froïd. Mais lorS' que Ie printemps fait dégeler Ie fol endurci, 6? que les émanati- ons rechaaff'antes du Soleil péné- trent au travers de fa furface , alors ausfi s" attenue}it les hu- meur s épaijfes des Serpens , ils s" enhardjjfent a r amper de temps en temps hors de leurs caver- nes fouterraines , G? ^ chercbcr de la nourritnre, ponr reparcr leurs forces perdues , ce qui les fait C 331 ® D tyd zeer vet en vlezig wor- den (40). De levcnswyze der Dieren IS dierhalven niet overal dezclv- de; de ontwikkeling der kundig- heden , en de meerdere of min- dere gezwindheid , worden even als de geaartheid en neiging , ook door de invloeden van het verfchillendc luchtgeftel be- ftuurd. Zy gehoorzamen , en dwalen nooit. MozES getuigd dat de Slang lis- ti- (40) Hier van daan, dat de Slangen- vangers deze Dieren in de Icnce dik- wils vet uit de holen delven: waar uit de dwaling geboren is, als of de Slan- gen 's winters in de holen , offchoon zonder voedzel te gebruiken, zouden vet worden. fait devenir fonvent dans pett do temps gras ^ charmis (40}. Par confequent Ie genre de vie des Animaiix ti' est pas partoiit Ie même; Ie dêveloppement des lu- miéres de même que la plus ou moins grande agilité font, fout comme Ie c (ir act er e ê? Ie penchant , egale- ment gouvernc's par les infuences du cliinat ^ h mefure que celui ei dijfere. lis obeisfeut, & n er rent jamais. MoïsE asfure que Ie Serpent ê- toit (40) C' est a caufe de cela , que ceiix qui prennent les Serpens les tirent Jouvent de leuTS trous fouterrains tres engraisfés : d'oit pTovient l' errcur , que les Serpens en* graisfent pendant l'byver dans les tan» nieresy quoiqu'ils ne prennent aucuns nour- rüure. T t a C© 33a 0) tiger was dan alle Dieren des velds (41). Door deze Slang on- niiodclykden Satan te verflaan, of alleenlyk dat enkelde Dier, het geen door eenen kwaaden geest be- zield was, en overzulks niet het Slangen geflagt in 't gemeen, duit nog het taalgebruik van het oor- fpronklyke woord Hannachafch (42), nog de vergelyking die 'er tusfchen dit en andere Dieren ge- maakt word , nog het gezond be- grip , 't geen men van den vloek , die (41) Genes. Hoofdft. III. vers i. (|2) Betekent een Slang. De Slang- foo'cen verfchillen te vee! , om te mo- gen onderftellcn dat 'er maar eene foort zoude gefcbapen , en al de overigen by opvolgende verbasteringen voortge- komen zyn. tolt plus rtifé que tous les AnU maux (les chanips (41). Qj,iil failk entendre par ce Serpent di- re&einent Ie Satan ^ ou funplement cefeul Auimal qui êtoit onimé paf uu esprit pervers, S p^r confe^ quent pas la race de Serpens en general-, voila ce q'ii est incompa» tihle avec la fignification gram- maticale du terine original Han- nachafch (42} , ^ avec la com- paraifon qu' on fait de eet aniinal a d" antres , de même qu avec la fai. (4 IJ Genese Lh. 11 L vers i. (42) Signifie un Serpent. Les especes de Serpens different trop , pour qu' on puisfe fuppofer, qu il ny en auroit eu de crêée qu'une fo: te , ö* que toutes les autres n' au. roient êtê que la produ^ion d' abdtardisfe- mens confecutifs. ( ® 333 ® ) die de verleiding volgde , vormen kan. Het was dan de Slang, ^welke foort, drukt liet woord niet uit) (43) die al- le andere Dieren des Velds (44} in fcherpzinnigheid en ver- nuft (43) Daar is 'er, die gisfen, dat het een Saref, waar van Ncmer. XXI: 6, 7, 8, en elders gcfchreven is, zoude geweest zyn ; en onder deze gisfers ont- breekt het niet aan dezulken, die zich bezig houden om deze Slang met fraije vleugels en gloeijende kleuren op te fchikken; maar waarom, (het had doch luttel moeite meer gekost), de fpraak- delen daar niet bygevoegd? (44) Die Dieren namentlyk, welken op den fesden dag gefchapen zyn , wild en tam Vee, wieis groi.dflof aarde is; | immers deze worden uadrukkeljk on- der- fmine co*Jceptm qtï' on peut f e for» vier de la maledi&ion énoncée après la fedii&ion. C' êtoit dom Ie Ser- pent, (Je mot n exprime pas quelle e pece') (43) qiii furpaafoit en pé' netralion S en genie (44} toiis les (43) Il y en a qid s' imagine.nt que g'auroit été un Saraf, dont il estf.iit merim tion Nombre Ch. XXI: 6, 7 , 8 , &? aüleurs ; (i parmi cetix qui conje[lurent ainfi, on en irou'ce qui s'amttfent d, parer, ce Serpent avec de belles ailes 6f des cou- Icurs ardentes; mais powquoi h'ji avuir pas ajoutê les organes de la parole? il n en auroit pas couté beaucoup plus de peine. (4a) Princibakment ces ^r.imaux qui êioient ciéés Ie fixieme jour , les bcies fau- vages ö* domejliques, dont la terre fait la bafe élémentaire; car ceux ei Jont dis. T t 3 tin- c © 334 m 3 mifc (45) overtrof. Het is irx- tusfchen niet te ontkeimen, dat de derfcheiden van de Vogelen des hemels en de Visfchen en andere Watcrdieren , die beiden een ander beginzel fchynen te hebben, cu op den voorgaan Jen vyf- den dag gcfchapen waren. Echter kan de reden dezer onderfcheiding niet zyn, om dat deze laatften meer of minder fchrandcrheid zouden doenblyken; want hier omtrent worden veele verfcheiden- heden waargenomen; men heeft wilde en tnmme Dieren, die de Vogelen en Visfchen , en onder de laatften die zom- migen der eerften overtreffen. (45) By een Dier kan geene neiging, om des Scheppers geboden te doen 0- vertredcn, ooit plaats gehad hebben. Waarom ik beter keur deze woorden, en niet dat van lift, dat iets bedrieg- lyks en kwaads te kennen geevt, te gebruiken. aafres Animaux des champs C45]^» On ne fauroit pourtant disconve- niry tir.guês expresfement desOifeaux des cieuXs des Poijfons, 6f des autres Animaux aqua» tiquss, qui paroijjent avoirl'im £ƒ l' aU' tre un tout autre principe, ö" qui avoientété créés Ie jour d' avance qui êtoitlecinquieme. La caufe de eet te difference ne fauroit conji- Jler cependant en ceci, que ces dernier s f e'' roient paroitre plus ou moins d' esprit ; car par rapport d ceci on obferve plufieurs va- riétés ; on a vu des Animaux fauvages £ƒ do» mejliques, qui furpajfent les Oifeaux {ƒ les Poijfons f &' parmi ceux ei on en trouve , qui en furpajfent quelques uns des premiers. (46) L'envie de faire qu'on tramgr es- fat les commandemens du Créateur n' a ja- mais pu prendre a un animal; & c'esS pour cela que je pi éfere de me fervir des mets , ei dejjus , plutot que de celui ds 'ttfe, qui dénote quelque chofe de trompeur (f de tnalin. ( ® 335 © ) de Vorst der duiflernis de hoofd- rol by deze gefchiedenis gefpeeld heeft. JoHANNEs (47) gecvt hem daarom nadriikkelyk de naam van de oude Slmg. Dan hoe dit kwa- de wezen een Slangetong de Para- dystaal heeft doen fpreken, zal vermoedelyk niemand zich ver- meten uitteicggen. Het fpreken van BiLEAMs Ezelinne is een won- derwerk , 't geen met het fpreken .derSlange, ingeenen opzichten, kan vergeleken worden. Het fchynd intusfchen zeker dat de Slang juist daarom , om dat ze fcherpzinniger was dan de andere Dieren des Velds, door den Satan by voorkeur tot het uitvoeren zy- ner (47) ÜPENBAR. Xil: 9. uir ) que Ie Pririce des tetiéhrei n a'U joiié Ie prhicipal role dans est evenement; a caiije de cela St. Jean r appelle expresfement Ie Serpent ancien (47). Muis je ne crois pas que performe ofera s'ii}- gerer d" expliquer -, comment ce mauvais principe a f^u faire par^ Ier h ttne ïangue de Serpent h langage du Paradis. Le dis~ cours de r Anesfe de Bueam est tin miracle , qu on ne fauroit com- parer en aucune fagon avec le parier des Serpens. 11 paroit ce^ pendant certain que le Demon s" est fervi par préference, pour execu- ter fes desfeins pervers ^ du Ser- pent, précifement parce quil ê- toit (47 Apocalypse Ch. XII: 9- Cïi; 33Ö 0; ner fnode oogmerken is misbruikt geworden ^48}. Immers het is on- (4.8) MiLToN voegd 'er by , dat de Saian door het gebruik van een ander Dier, Eva ligtelyk argwaan hadde kun- nen inboezemen; maar onderfield zyn- de, dat EvA de fcherpzinnigheid der Slangen kende, (en hier op rust die ge- voelen), zo is ze ook zeker niet onkun- dig geweest, dat een Menfche!yke taal te fpreken, het vermogen dezer Dieren te boven ging; en wat middel nu kan men gcfchikter oordelen , o.n den arg- waan optewekken, dan het fpreken eencr Slang, ingeval Eva eenig denkbeeld van een kwaaden Geest had kunnen maker. Maar deze kundigheid word dcor den natuurlykcn Godsdienst niet onderwe- zen, het is de Openbaring alleen die 'er or.s kennis van heeft doen beko- men. Dan zoude Eva ook gemeend heb- ben. ioit plus fiihtil que les aiitres A- nimaux des champs (48}. Car il est C48) MiLTON ajoute, que Ie Demon auroit aijément pu infpirer des foupcons a EvE par Ie inoyen de quelqu'autre a- nimd : mais Juppojé qu Eve ccnnut la Juhlilité du Serpent y (6? c' est Jut quoi cette opinion est fondée) elk n'igmroit Jurement pas non plus qu'il êtoit au deS' Jus du pouvoir de eet Animal de parier un langage bumain: or quel moyen peut on s' iviaginer de plus convenable pour exciter Ie fouppn , que Ie parier d' un Serpent, en cas ja' Eve eut pu fe former quelque idéé d' un malin esprit? Alais la Religün naturelle n'eiifeigne pas cette notion; c' est la Revelation Jeule qui nous en a domJ la connoisfance. Or Eve au- roit elle au'Ji penjé que Ie Serpent avoit ccquis ce taknt plus qu' animal , pour avoir mangé du fruit défendu? Qiioiqu' il en Joity C © 337 (B ) omvcderfprekelyk zeker, dat Mo- zi:s gewichtige redenen gehad heeft, om deze overtreffende lis- tigheid der Slangen als iets byzon- ders en tot de verleiding betrek- kelyk, in zyn verhaal intelasfchcn. Maar waar in betoond de Slang zich fcherpzinniger als andere Die- ren? Mier omtrent moet de vcr- gevorderdfce Dierkenner zyne on- kunde bclyden. Deze begaaft- hcid is voor hem onnafpeur- lyk. ben, dat de Slang deze meer dan dier- lyke begaaftheid door het eeten der verbodc vrucht bekomen hadde? Doch dit zy zo, het verfchoond ons aller Groot- moeder niet; zy maakte zich doch aün ongehoorzaamheid tegen God fchuldig, en bracht het kwuad op dezen aardbo'. est iiicontestahkment filr , que MoïsE a en des ralfons valables d'inftrer dans fa narration cette riife étonnante des Serpens, comme quelqne cbofe de particulier c? de relatif a la feduciion. jSJais en quoi Ie Serpent fe mon- t re-t 'il étre plus fuhtil que d' au- tres Animaux 7 II faut que celui qui connoit Ie mieux les Animaux , convienne de fon ignorance fur eet article. 11 ne fauroit dicouvrir cette f At, cela ne discuipe nullement notre Ay eule commune; vu qii'elle s' est rendiie coupable de defobeïsfance envers Dien , [y qiC elle a a^porté Ie mal fur cette tsrre. V V C 338 © ) lyk C49}' 1^6 gewrochten en het gedrag van veelvuldige andere Dieren doen hem , in verfchil- lende opzichten, onvergelykbaar meerdere blyken van vernuft en fchranderheid opmerken Qso), als by de Slangen (51) word gadege- üagen. Doch Aristoteles, Pli- NIUS (49) Waarfchynlyk is door den ftraf- vlock deze oorfproDkelyke hocJanig- heid verftompt. (50) De zodanigen welke de Dieren als levende werktuigen willen hebben aangemerkt, zullen echter niet ontken- nen, dat het fchynbare beleid en het werkvcrmogen van veele andere Die- ren , dat der Slangen overtreft. (51) De Heer Büffon zegt, dat ze minder ftomp zyn dan de Visfchen; doch myns erachtens zyn er onder de laatften, die de eerden in vernuft overtrciFen» cette qualité (49}' Les ouvrages S la conduite de plufieurs aii" tres Animaux-, lui font opper ce- voir, è, plufieurs egards, infinimeut plus de marques d' induftrie &^ de pcnetratioii (50) , qu' on en ohferve chez les Serpens (sO- Cependant Aristote , Pline 6? d' aU' (49) Vraifemhlahlement que la male- diEtion a eifiouifé cette qncdité origi- nelle. (50) Ceux qid veulent qu'on confidére les Animaux comme des machines vivan» tes , iie fauroient cependant disccnvenir, que l'ordre apparent ^ lafaculté d'agir de plufieurs autres Animaux, ne furpasfs de heaucoup celui des Serpens. (51) Monfieur de Buffon dit, qu'ils font moins Jlupides que les Poisfons ; mais a mon avis il y en a parmi ceux ei, qui furpasfent ceux la en intelligence. C ©339 ® D Nius cn anderen, flcmmcn ech- ter met het getuigenis van Mo- zes , betreldcelyk de listige aart der Slangen overeen (52} ; en de laatfte teld er zclvs eenige byzonderheden van op. Dan het weleer vcrbyflerende aut:? e<^m word niet meer by de Wysgc- rcn van dezen tyd voor gang- bare munt aangenomen. Waar- fchynlyk is het, dat de Pcripate- tifche Vader , zonder eigen on- derzoek (53)5 deze byzonderheid of (52) Men ontleende er zclvs vergely kingen van; Pladtüs een loos en üstig Charader willende bcfchryven, gebruikt de woorden Cohhrinum ingenium, , (53) De Macedonifche Alexander fchynt onder zyne wyduitgebrcide ont- vicr- d' aiitres , s accordeiit avec Ie té- mofgnage de Moïse, velativement au naturel rufé des Serpens Q^i) ; 6? Ie denu'cr en rapporte même quelques particnlarités. Mals Ie ei devant fi redoutahle ajio? E(?>» n e^t plii<; de mife chez les Pbilo- fophes d^ è prefent. 11 est vraï- femhlahle, que Ie chef des Peripa- tcticiens a appris cette pariicula- rité, fans avoir fait préalahkment des recherches (53), des narratj. ons de qiielqites Juifs^ at hlen qu il les (52) 07'. en empruntoit même des compa- r ai/ons; Plaute voulantdécrireunCaraêle» re rufé èf artificieux , fe fert des mots Co- lubrinum ingenium. C53) Alexandre Ie Macedonien paroJt parmi fes vastes projets n' avoir eu rien V V 2 moins C 5^ 340 ^ ) of uit de Joodfche verhalen ver- no- werpen geen minder oogmerk gehad te hebben, dan den aart en neiging van alle Schepzelen te leeren kennen j welken den aardbol > dien hy wilde overwinnen en re- geren, bewoonden. Immers hy trachtte Aristoteles dooreen aanzienlyken fchat in ftaat te ftellen , om dezelve te verza- melen en heur eigenfchappen te onder- zoeken. Dan wie zoude durven onJer- ftellen j dac zulk een wydluftig bertek, destyds buiten voorbeeld, zonder menig- vuldige feilen te begaan, mogelyk uit- tevoeren was? Alles zelvs nauwkeurig natcfpeuren, was om meer dan cene re- den ondoenlyk: de muren der gevangenis zyn kluifters voor den geest der Dieren ; en de leeftyd van een Menfch is niet toereikende om zulk eenen byna onbe- grensden kring door te wandelen. Ari- stoteles heeft dienshalven meestal be- rich- ks a tranfü'H de leurs écrits , moins en vue que d'apprendre d comoitre la nature &f Ie caraclére de toutes les Cré. atiires qui habiioient la terre, qu'il voii' loit conquerir [j" gouverner. MoyennanS tine fomme confiderable , il tacboit hien de viettre Aristote en êtat d' en faire la ColleBion & d" examiner leurs proprietés. Maïs qui oferoit pen/er, qu' un plan fi étendu , fans exemple jusqu'alors, aie pu ctie executé fans commettre une muUitude de fautes? Four plus d'une raifon, il étoit imposfible d' examiner de par foi mê- me uut avec attention: les murs d' une prifon font des entraves pour r esprit des Animaux ; Sf la vie d'tin tomme n'est pas fuffifante pour parcourir un tel eer* de, qui est pres que fans homes. Par con- fequent, Aristote a du fuivre presque toujours des rapports , dont plufieurs au- ront étê peu conformes a la verité , (j d'ati- C 341 ) nomen , of uit derzelver fchriften over- richccn mocccn volgen , waar van er velen niet overecnkomRig de waarheid, en an- deren zeer gebrekkigzullenzyn geweest. De onachtzaamheid , de lichtgelovig- heid, en de kwade trouw fpelen na zoo veele eeuwen op het toneel der natuur- lyke gefchichten , noch dczelvde rol ; men word door de meefle berichten be- dregen : bchalven noch dat de Philo- fooph waarfchynlyk veelmalen door vrees zal zyn afgefchrikt geweest ; de vrees doch word uit vermoeden van gevaar ge- boren, en door onkunde en vooroorde- len gckoefterr. Twyfclt iemand of het ware oogmerk van ALEXANOERde bevor- dering der Dierkunde wel geweest zy, en of nietdezen Overwinnaar, doorzich lis- tig als een bevorderaar der natuurlyke his- torie te gedragen , andere oogmerken , betrekkelyk tot zynea heerfchzucht ver- fa or- C54) ê? p^r confeqiieni fon têmou gna- d' autres tres défeclueux. L" inattention , la crédulilé ö" la mauvaife foi jouenty aprés lant defiécksy fiir Ie tbeatre des evenement de la nature j encore Ie mémi role: la pluspart des rappor ts font troitu peurs : ouire que Ie Pliilofophe aura pro- bablement été retenu par la crainte; car' Ie foupcon du, perü engendre la crain- te , que l'ignorance ö* /ex prejugês fom'entent. Si quelq-i'un doitte q'ie Ie' vrai hut d'Alexandre aie été de fai- re faire des progrès dans V hifloire des Animaux ; £ƒ que ce Vainqueur , en fe' faifant poffer artificieufement pour Pro. tecteur de l' hifloire naturelle , n' aie pas' caché d" autres vueS amhltieufes ; on ne' fauroit pourtant nier , que par Ie moy- en de ceux qui apportoient des objets é- travgers , il n' aie pu facilcment oltenir' plufieuTS avis concemant la populatión V V 3 pluf 34» © ) overgeboekt heeft (54) , en over- zulks borgen Iiebbe ? Immers men kan niet ont- kennen, d:;t hy gemakkelyk doormiddel der aanbrengers van vreemde Schepzelcn, Ycele berichten omtrent de mecrof min- der bekende volkrykheid, krygsvcrrao- gens , en andere aangelegenlieden.van vreemde Gewesten , bekomen konde. De natuurlyke gefchiedenis heeft er inmid- dels geen fchade door geleden. C54) JosEPHüs in zyn eerfle Boek over de Oudheid des Joodfchen Volks, tegen het lasterfchrift van den Alexaadrynfchen letterkundigen Apion gelchreven , tooad in het VIII Hoofdfluk, voorbedagtelyk aan, dat volgens Hermippus, Pythago- RAS VAN Samos, Theophrastos j He- RODOTüs , Choerilus , Heïcateos en behalven meer anderen , ook volgens onzen Wysgeer Artstoteles , den Grieken geen kundigheid ontbrak van zaken , die de Joden betrofren. On- gn^Se ''^ fauroH prouver rkn de plus plus OU vioim connue , les forces viili' taires , fcf d' autres particularités ints. resfantss des pays étrangars. Maïs en atiendant ceci iC a pas fait de mal a riiistoire naturelle. C5-I) Josephe dans Ie Livre premier fur V antiquité iupeuple des ^uifs, qu il a écrit centre Ie libelle diffamatoire du Pbilologue Alexandrin Apion, demontre expresfement au Cbap. VIII, que felon Hermippe, Pythagore de Samos j Theophraste, IIerodote , Choerilus , Hecate £ƒ plujleurs autres, fy même felon nótre Pbi' lofopbe Arïstotk , les Grecsnemanquoient pas d'ai'oir quelque connoiJJ'afice de ce qui regardoit les Juifs. On y Ut entre autres cbnfes, qu'un certain C^EARQUE dans fon pre- 343 zulks kan zyn getuigenis in dit ge- val niets meer bewyzen ; en het geen Plinius en anderen daar noch bygevoegd hebben, zyn of ver- dichtzelen , of behelst niets an- ders, dan het geen van veele Die- ren kan gefchreven worden. Onze vermogens zyn derhal- ven niet toereikende om alle zwa- righeden te ontwikkelen, wan- neer der anderen leest men daar» " dat eencn „ Clearchcs in zyn cerfle Boek over de „ Dromen , Aristoteles op deze wy- „ ze fprekende invoerd : toen ik met j) eenigen mynerleeriingen in Aficnreis- ,) de, kwam hy (een zekere Jood , waar j, van te voren gefproken was) my be- ,i zoeken, en uit de gefprekken met hem „ gehouden, bleek ons, dat veel uit zyn „ omgang te leren was ", plus h eet égard; 6? ce que Pline G? cY aiitres y out encore njouté^ font on des fahles , oii tie contiennent -pas autre chofe que ce qii'on poiirroit écrire de pkifieurs mitres Animaux. Par confeqmnt ms facultês ne fauroient fuffire au développement de t out es les difficultés, lors qu on^ z-eut previier Livre des Songes, introduit Aristo-* TE parlant ainfi: " Lorsque je derflelde geestvermogens, waar- fchynlyk mede de aanleidende re- den zoeken , dat men deze Dieren in den rang der Afgoden geplaatst vind. Volgens Eusebius, was het nog in s' werrelds jeugd , wanneer de Phoeniciers en Egyptenaren de Slangen Goddelyke eer bewezen. (62) In het Oosten wierden ze door de Siammers , en in het Noor- den by de Laplanders , en om geene andere Volken meer te noemen, zclvs by de oude Joden tot Af- godery misbruikt. In de tweede Eeuwj wierd zelvs een zekere Sec- te (62) De veelvuldige vernieling van InfeSleTiidle ook door de Slang gefchicd , heeft insgelyks de Afgodery aan Dieren bewezen, niet weinig bevordert. tés fpirittielks fiippofces , qti on dolt chercher la raifon, pour hqnelle ces Animaux ent êié mis au nom- hre des Idoles. Selon Eusebe , des les premiers temps du monde, les Phenicie/is ê? ^*-'j Egyptieus ren- doicnt deja aiix Serpens tin culte divin (62}. Les Siamois en 0- rient , G? les Lappons dans Ie Nord , (^ pour ne pas parier d'atitrespenpks, les Anciens Juifs mcmes leur adrcjfoient ahujlvement iin culte idolatre. Dans Ie fe- coiid ftedc, on a mcme dccouvert Uiie Sccle T.'ommée les Ophites , qui exi- (62) La dejlruction cor.jiderahie , que Ie Serpent f aü ausji des Infetles, n' a pa; pett contribué au Culte idolatre ^ qu'on rendoit aux Animaux. C©35i ©) te gevonden die men Ophiten noemde, welken by hunne Gods- dienflige vergaderingen de tegen- woordigheid eencr Slang vereifch- ten, en dczelveals denoorfprongder kennis van goed en kwaad zo hoog in waarde hielden , dat zy die bo- ven Christus eerbiedigden C<^3). Zodanig loopt het Schepzel , t' geen door Gods beeld veradelt is , het fpoor byfler , wanneer het losban- dig afdwaald van het geen de Goddelyke geest aan den llcrvc- ling geopenbaart heeft. Ein- (62) Sommigen tekenen aan, dat zy de Slang voor Christus zelve hielden ; dan Irenaeüs getuigd , dat zy dit Dier ver. eerden, omdat door deszelvs toedoen de wysheid tot den Mcnfch zoude geko. men zyn. exigoient dans leiirs AJfemhlées religieufes la prefence d'un Ser^ pent , (j? en Ie confidcrant comme la fource de la fcience dn bien 6? du mal, k refpecfoient plus que Jesus Ciirist mcme (53}. Foila comme la Créature emioblie par l" i- mage de Dicu, s'égare dn droit chemin, lors qa' elk s" écarté im- prndemment de ce que l' Esprit de Dien a révélé aux hommes luortels. (63) // 3; en a qui dijeni, q-i' ils te» 7ioient Ie Serpent pour Jesus Christ lui ménie ; mais [renee as/ure , qu' ils bono- Tcient eet Anivml , a catife que par fon vioycji la f'igesfe êtoit parvenue jus q'iul r ilomvie mortel. C © 35a ^ ) Eindelyk merk ik aan , dat de benaming, waarmede by zoramige Rangfchikkers de Hoofd-Rangen worden uitgedrukt , niet altoos met den aart der Dieren , wel- ken men daar onder betrekt, overeenftemd : deze Kenmer- ken zyn derhalven niet alleen van alle nut beroofd , tot wel- kers bevordering dezelven ech- ter dienen moesten , en uitge- dacht fchynen te zyn ; maar zy zyn zelvs zeer fchadelyk ter be- vordering van een gegronde ken- nis: zy verwarren de Orde der Natuur, zoo wel als onze denk- beelden ; en de waarheid word er door beledigt. Onder deze Hoofd-Rangen treft men er een aan , die men door het Je remarqiie enfin, que la dé' nominatïon , dont de certains Me- thodistes fe font fervi pour expri- mer les Clajfes principaks , ne s' accorde pas toujours avec la na- ture des Animaux, qu on y rap' porte: par confiqiient ces Caracie- res font non feulement denuês de teute utilité, a l" augmentation de laquelle ils devojent cependant con- tribuer, Êf en vae de laquelle ils paroijfent être inveiités ; mais ils font mëme tres nuifihles aux progres d" une connoijfance fondée : ils em- hrouillent l" Ordre de Ia Nature, autant que nos propres idees ; ^ la verité en fouffre, Parmi ces Claffes capitales il s' en trouve une, qiion a jugée d prO' C © 353 ® ) hot woord Amphihia (64) goed- vind uittedrukken , en onder deze . worden mede de Slangen begrepen. De oude Woordzamelaars ver- Haan door A/*f i^.M : in terra £P in aqua viveiis; of gelyk zich Florus uitdrukt: animalia, quibtis aqiiam ter- C64) Dit woord is zamengefteld uit de twee Griekfche woorden a.«^< en ^"i, welken in deze zamendelling betekenen een Dier 't geen van twee kanten leevt, of een dubbel, een twccvouwig leven bezit', zoo wierden ook j by voorbeeld, dezulken, die beide handen als rechter- handen gebruiken konden, A.«f(J£|ie< ge. nocmd. Lociaan gebruikt het woord A,«(f' la faute du Copiste. Voila par oh je conchis cct Epilogue.